Kapelletje Titus Brandsma
Plaats: Nagele
Locatie: Professor Brandsmaweg 3-I
Kunstenaar: Leo Disch
Materiaal: Hout, plexiglas, kunsthars
Jaar: 2025
Beschrijving:
In de vroege jaren van de Noordoostpolder waren in het buitengebied van Nagele wegen te vinden met de namen Monnikenweg, Abtsweg, Kapelspad en Kloosterpad die verwezen naar het klooster dat volgens de overlevering bij het rond 1300 verdronken Naghele stond. In december 1950 heeft de minister van Verkeer en Waterstaat Derk Gerard Willem Spitzen (1896-1957), de aardrijkskundige namen in de Noordoostpolder vastgesteld. Om de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog levend te houden ondergingen verschillende wegen en tochten naamsveranderingen. Aan enkele wegen werden namen van Nederlanders gegeven die deel uit maakten van het verzet. Het Kapelspad werd Han Stijkelweg en het Kloosterpad, tussen de Domineesweg en de Zuidermeerweg, werd vernoemd naar Titus Brandsma en kreeg de naam Professor Brandsmaweg.
De Friese karmelietenpater Titus Brandsma werd als Anno Sjoerd Brandsma op 23 februari 1881 geboren in het Friese gehucht Oegeklooster nabij Bolsward. Zijn ouders, Titus Brandsma en Tjitsje Postma, waren vrome overtuigende katholieken. Van de 6 kinderen in het boerengezin traden er 5 als volwassenen toe tot een religieuze orde. Nadat Anno Sjoerd Brandsma van 1892 tot 1898 op het gymnasium van het Minderbroederklooster St. Antonius van Padua te Megen gezeten had, trad hij op 17 september 1898 op 17-jarige leeftijd in, in het novicaat van de Karmelieten in Boxmeer en legde op 3 oktober 1899 zijn kloostergeloften af. Hij koos Titus als kloosternaam, ter ere van zijn vader. In Boxmeer studeerde Titus Brandsma theologie en filosofie. Op 17 juni 1905 werd Brandsma in de St. Janskathedraal in 's Hertogenbosch tot priester gewijd. Vanaf 1906 studeerde Brandsma 3 jaar aan de Pontificia Università Gregoriana in Rome waar hij de vakken filosofie, astronomie, fysiologie, wis- en scheikunde en maatschappijleer volgde. In 1909 promoveerde hij er tot doctor in de filosofie. Terug in Nederland werd Titus Brandsma tot hoogleraar aan het toenmalige grootseminarie van de paters Karmelieten in Oss benoemd. Vanaf 1923 doceerde hij filosofie en geschiedenis van de mystiek aan de Katholieke Universiteit in Nijmegen.
Titus Brandsma was op vele fronten van het geestelijk en maatschappelijke leven aktief. Als priester nam hij initiatieven op het gebied van de katholieke emancipatie, het katholieke onderwijs en de journalistiek. Al voor de Tweede Wereldoorlog zag Brandsma het gevaar van de nazi´s en waarschuwde in talloze artikelen voor het nazisme en proteseerde openlijk tegen de jodenvervolging. In 1939 ridderde Koningin Wilhelmina Brandsma in de Orde van de Nederlandse Leeuw vanwege zijn altruïstische prestaties. Toen in 1941 de kranten verplicht werden advertenties van de Nationaal-Socialistische Beweging (NSB) op te nemen, schreef Brandsma als geestelijk adviseur van de rooms-katholieke journalisten vereniging een vlammend protest. Hij was de architect van het verbod dat de Utrechtse aartsbisschop Mgr. dr. J. de Jong (1885-1955) uitvaardigde tegen het opnemen van NSB-advertenties in de rooms-katholieke kranten. Op 30 december 1941 maakte hij met de aartsbisschop een rondgang langs de katholieke dagbladdirecteuren om het verbod toe te lichten. Zijn verzet leidde ertoe dat Titus Brandsma op 19 januari 1942 in het klooster aan de Doddendaal in Nijmegen, waar hij woonde, door de Gestapo werd gearresteerd en beschuldigd van sabotageactiviteiten. Via Arnhem werd hij naar de Polizeigefängnis in Scheveningen gebracht, ook bekend als het Oranjehotel. Na een verblijf in kamp Amersfoort en de strafgevangenis van Kleef werd hij op 13 juni 1942 op transport gezet naar concentratiekamp Dachau. Op 19 juni 1942 kwam hij aan in Dachau, waar alles was ingesteld op vernietiging van de eigen identiteit. Na weken vol ontberingen en mishandelingen werd Titus Brandsma op 19 juli 1942 totaal verzwakt in het kamphospitaal opgenomen, waar hij in de middag van 26 juli 1942 met een dodelijke injectie om het leven werd gebracht.
Na de Tweede Wereldoorlog werd Titus Brandsma internationaal bekend door zijn principiële verzetshouding tegen het Duitse nazisme. De geweldige indruk die Brandsma als gelovige en als persoon bij de mensen naliet, resulteerde erin dat hij in 1985 door Paus Johannes Paulus II als martelaar en als beschermheer van de journalisten zalig werd verklaard. Op 15 mei 2022 werd Titus Brandsma, na de officiële erkenning van een wonderbaarlijke genezing op zijn voorspraak, door paus Franciscus heiligverklaard. Het wonder dat aan hem wordt toegeschreven is dat in 2004 de Amerikaanse pater Michael Driscoll van een agressieve vorm van kanker genas nadat hij tot Brandsma had gebeden. Eigenlijk zijn bij een heiligverklaring twee wonderen nodig, maar paus Franciscus heeft gemeend dat Brandsma daar met één wonder toch ook voor in aanmerking kwam, ook gezien zijn statuur en wat hij in de Tweede Wereldoorlog heeft gedaan.
In 1965 werd door de bewoners van de Professor Brandsmaweg in Nagele buurtvereniging Titus opgericht. Iedereen deed mee: grote boeren, kleine boeren en arbeiders. Aan de professor Brandsmaweg was geen standsverschil te merken als er wat georganiseerd werd. In 2025 bestond buurtvereniging Titus 60 jaar. Het jubileum werd eind maart uitbundig gevierd. Als eerbetoon aan Titus werd tijdens de festiviteiten een kapelletje aan de Professor Brandmaweg geplaatst. Het initiatief voor het kapelletje werd genomen door Jan Kolb die aan de naastgelegen Abtsweg woont. Hij maakte een driehoekig kapelletje op een paal en plaatste daarin een beeldje van de heilige Titus Brandsma. Tegen het inregenen is het kapelletje aan de voorkant afgesloten met plexiglas. Het Titus Brandsma kapelletje is afgedekt met een loodslab. Bron: De Noordoostpolder.
Het naturalistisch beeldje van Titus Brandsma is 22 cm hoog. Het is gemaakt door de benedictijner frater en kunstenaar Leo Disch. Het beeldje heeft door de groen-bronzen kleur de uitstraling van brons, maar is in werkelijkheid gegoten van kunsthars. Het gieten in kunsthars is een mooi en betaalbaarder alternatief voor bronsgieten. Zodra de vloeibare hars in de mal wordt gegoten, hardt deze door een chemische reactie uit tot een stevig en duurzaam eindproduct. Kunsthars is een lichter materiaal dan brons. Het beeldje is geen unica, maar in serie gegoten. Op de voorkant van het voetstuk staat H. TITUS BRANDSMA, op de achterkant het monogram LD. Leo Disch vereeuwigde Titus Brandsma ten voeten uit met zijn iconische ronde 'ziekenfondsbrilletje' en kloosterpij, de orderdracht van de Karmelieten. In zijn rechterhand houdt pater Brandsma een boek vast en met zijn linkerhand een rozenkrans. Tijdens zijn gevangenschap vond Titus Brandsma houvast in de rozenkrans. In kamp Amersfoort, waar Brandsma van 12 maart tot 28 april 1942 vast zat, maakte hij met andere gevangenen van splinters hout, knopen van kampkleding en een touwtje een rozenkrans om samen de Rozenkrans te bidden.
In 1958 werd in Nagele de rooms-katholieke lagere school naar Titus Brandsma vernoemd, om hem voor zijn verdiensten als Christen en als strijder voor de Katholieke zaak te eren. In de hal van de voormalige Titus Brandsmaschool aan de Ring hangt een terracotta reliëf van de naamgever.
Kunstenaar
Leo Disch werd op 7 juli 1954 in Maastricht geboren als zoon van de vicepresident van de arrondissementsrechtbank, mr. H.A.L.M Disch. Vanaf 1968 was hij leerling aan de Bisschoppelijke Nijverheidsschool in Voorhout. Na het algemene jaar gevolgd te hebben volgde hij de 3-jarige opleiding bouwtechniek. Daarna ging hij in Maastricht als jongste etaleur in opleiding werken bij het gerenommeerde kledinghuis Maison Louis. Toen hij in 1972 op een vrijdagavond in de Maastrichtse discotheek D’n Hiemel, bij het drinken van een glas bier, getroffen werd door de aanblik van een achter de bar hangend kruisbeeld, wist hij dat hij geroepen werd. Dezelfde avond vertelde hij aan zijn moeder dat hij het klooster in wilde. Leo Disch trad op 17-jarige leeftijd in bij de benedictijnen in de abdij Sint-Benedictusberg in het gehucht Mamelis in de gemeente Vaals. In 1975 legde hij zijn plechtige belofte af.
De eerste twee jaar werkte Leo Disch in de timmerwerkplaats van het klooster. Daarna werd hij ingeschakeld bij de steenhouwerij en kwam onder de hoede van de monnik Dom Hans van der Laan (1904-1991), architect van het jongste deel van de abdij Sint-Benedictusberg, docent, theoreticus over maatverhoudingen en de wijze waarop in de architectuur ruimte wordt ervaren, ontwerper van meubels en typograaf. Van hem leerde Leo Disch ongelooflijk veel en ontwikkelde zich tot beeldhouwer die opdrachten vervaardigt in steen, brons en hout. Sinds vele jaren heeft hij een eigen en modern atelier in het klooster. In de webwinkel Sint Gregorius, de abdijwinkel van de abdij Sint Benedictusberg, worden religieuze artikelen van zijn hand verkocht, waaronder het beeldje van Titus Brandsma.