Portretreliëf ds. A.S. Talma

Portretreliëf ds. A.S. Talma
Portretreliëf ds. A.S. Talma Portretreliëf ds. A.S. Talma Portretreliëf ds. A.S. Talma

Plaats: Emmeloord

Locatie: Genemuidenstraat 4

Kunstenaar: Dirk Wolbers

Materiaal: brons

Jaar: 1918 / 1993

Beschrijving:

Op 9 december 1913 konden 81.000 bejaarden voor het eerst een ouderdomsrente ophalen bij het postkantoor, ƒ 2,- voor een alleenstaande en ƒ 3,- voor een echtpaar. Zij hadden dat te danken aan ds. Aritius Sybrandus Talma (1864-1916) wiens Invaliditeits- en Ouderdomswet een half jaar daarvoor door het kabinet Heemskerk was aangenomen. Als predikant leerde Talma in Heinenoord de sociale nood in boeren- en arbeidersgezinnen kennen en in Vlissingen de slechte omstandigheden van de metaalbewerkers van scheepswerf De Schelde. Daarom werd hij actief in het protestantse werkliedenverbond Patrimonium, waar hij voor de oprichting van een christelijke vakvereniging pleitte. In 1901 werd ds. Talma kamerlid voor de Anti-Revolutionaire Partij (ARP) en in 1908 minister van Landbouw, Nijverheid en Handel. Na de verloren verkiezingen van 1913, waarbij de ARP van 25 naar 11 zetels ging, kreeg Syb Talma geen kamerzetel aangeboden. Hij stapte uit de politiek en keerde terug naar het predikantschap. In het voorjaar van 1914 ontving Talma zijn beroep en op 19 juli deed hij zijn entree als predikant van de hervormde gemeente in Bennebroek. Zijn afnemende gezondheid noodzaakte hem in april 1916 emiraat aan te vragen. Op 12 juli 1916 overleed ds. Aritius Sybrandus Talma op 52-jarige leeftijd in het Haarlemse Diaconessenhuis aan hartproblemen.

Ds. Talma was de grondlegger van de sociale wetgeving. Als kamerlid en minister heeft hij geijverd om de sociale en maatschappelijke rechtspositie van de arbeiders te verbeteren. Zijn werk was een inspiratiebron voor velen, onder andere voor de beweging die zich inzette voor goede zorg aan ouderen. Op 30 augustus 1928 werd in Veenwouden de ‘Christelijke Vereeniging tot verzorging van Ouden van Dagen, Talma Rustoorden’ opgericht die opereerde vanuit het gedachtengoed van wijlen dominee A.S. Talma. De vereniging had als doelstelling ‘’mensen op leeftijd’’ in hun eigen levenssfeer een onbezorgde oude dag te bieden. Het pensiongeld bedroeg slechts ƒ 4,– per week. Voor velen was dat nog een te hoog bedrag want de ouderdomsrente bedroeg toentertijd ƒ 3,50 per week. Omdat het bestuur van mening was dat financieel onvermogen nooit een reden mocht zijn om huisvesting in één van de Talma Rustoorden te ontzeggen werd eveneens besloten een suppletiefonds voor behoeftige ouden van dagen op te richten, dat in 1933 ondergebracht werd in de A.S. Talma Stichting. Het eerste Talma Rustoord werd in 1928 opgezet in Veenwouden. Daarna zijn er verzorgingstehuizen geopend in Damwoude (1929), Apeldoorn (1933), Baarn (1936) en Urk (1964). De Talma Rustoorden zijn bestemd voor alle protestanten, ongeacht tot welke richting zij behoren. Naast verzorgingshuizen richtte de vereniging ook een tweetal verpleeghuizen in Veenwouden en Emmeloord op. De familie Talma was nauw betrokken bij de vereniging van Talma Rustoorden. In de begin jaren was de oudste dochter van Talma, Aleida (1888-1952) bestuurslid, later maakte haar jongere broer, mr. Jan Talma (1898-1981), deel uit van het bestuur. Bron: A.S. Talma Stichting.

De eerste contacten tussen het bestuur van Talma Rustoorden en de gemeente Noordoostpolder over de stichting van een verpleeghuis in Emmeloord dateren van eind jaren 1960. Zowel het provinciaal bestuur van Overijssel, waartoe Noordoostpolder toen nog behoorde, als het ministerie van volksgezondheid reageerden in eerste instantie afwijzend. In november 1978 werd door de vereniging bij de minister van volksgezondheid en milieuhygiëne een aanvraag ingediend voor de bouw van een gecombineerd verpleeghuis in Emmeloord met 90 bedden voor somatische en 90 bedden voor psychogeriatrische patiënten. In 1979 stemde de minister in met een huis met 120 bedden en 30 behandelingsplaatsen. In 1983 leek de zaak op een oor na gevild. Maar de provincie Overijssel vond dat een verpleeghuis in Emmeloord wel kon wachten tot de provincie Flevoland gevormd was. Pas nadat de nieuwe provincie in 1986 een feit was, kwam er weer schot in de zaak. Het provinciebestuur van Flevoland kreeg het voor elkaar dat uit de pot voor de bouw van bejaardentehuizen in Overijsel 6 miljoen gulden naar de nieuwe provincie werd overgeheveld. De totale bouw werd geraamd op 22,6 miljoen gulden. Na 20 jaar strijd kon Talma Rustoorden op 19 juli 1989 de bouw voor een verpleeghuis in bestemmingsplan de Zuidert aanbesteden. De bouw werd gegund aan bouwbedrijf De Leeuw Jellema uit Gorredijk. Op 9 oktober sloeg oud-wethouder Albert Kieft de eerste paal. Het gebouw is ontworpen door architectenbureau Abel, Eisma en Glas uit Leeuwarden. Om de indruk van een massaal verpleeghuis te vermijden werd gekozen voor een opzet met kleinschalige wooneenheden en maximaal twee woonlagen. In maart 1991 kon het verpleeghuis met 120 bedden en 30 dagbehandelingsplaatsen in gebruik genomen worden. Op 29 oktober 1991 opende Koningin Beatrix Verpleeghuis Talma Hof officieel. De openingshandeling verrichte zij door een knop in te drukken waardoor het interne videonet ging werken. Op de monitoren verscheen het woord 'geopend' omgeven door de Talma vlag en het logo van Talma Hof.

In 1993 werden de Talma-huizen verzelfstandigd en veranderde de naam van de vereniging in “Stichting Talma Zorginstellingen”. Als herinnering aan de oorsprong van de instellingen kregen de verpleeg- en verzorgingshuizen in Veenwouden, Balk, Urk, Emmeloord en Apeldoorn een bronzen plaquette voor in de ontvangsthal. Op de plaquette staat het naar links kijkend profiel van ds. A.S. Talma, naar wie de 'Christelijke Vereeniging tot verzorging van Ouden van Dagen, Talma Rustoorden’ vernoemd was. Het 80 x 70 cm grote kunstwerk is een afgietsel van het portretreliëf dat is aangebracht op de rechtopstaande gedenksteen van het grafmonument van ds. Talma op de begraafplaats van de Hervormde kerk in Bennebroek dat in 1918 geschonken werd door de leden van het Christelijk Nationaal Vakverbond (CNV). Rechts boven het portretmedaillon staat de signatuur DW 18, het monogram van beeldhouwer Dirk Wolbers en het jaartal 1918. Onder het medaillon staat in reliëf de tekst: 

DS. A.S. TALMA
GEBOREN TE ANGEREN 17 FEBRUARI 1864
OVERLEDEN TE BENNEBROEK 12 JULI 1916
PREDIKANT BIJ DE N.H. GEMEENTE TE
HEINENOORD, VLISSINGEN, ARNHEM EN
BENNEBROEK - LID DER TWEEDE KAMER
EN VAN 1908 TOT 1913 MINISTER VAN
LANDBOUW, NIJVERHEID EN HANDEL
 

Op het grafmonument van ds Talma is boven de bronzen plaquette het eerste deel van Spreuken 10 vers 7 uitgehouwen: "DE GEDACHTENIS DES RECHTVAARDIGEN ZAL TOT ZEGENINGEN ZIJN". Deze tekst kan als volgt uitgelegd worden: De herinnering aan het godzalige leven van zo'n rechtvaardige, de nagedachtenis aan zijn woorden, gebeden en daden, zullen ook na zijn sterven nog een gezegende invloed uitoefenen.

Kunstenaar

Dirk Johannes Wolbers, geboren op 10 januari 1890 in Haarlem, was de zoon van architect Johannes (Jan) Wolbers (1858-1932), die hem in de praktijk opleidde. In 1903 ging Dirk samen met zijn broer Johannes in het Belgische Mons in de leer bij Léon Gobert (1869-1935), beeldhouwer en docent aan de Académie des Beaux-Arts van Mons, waar hij zijn eerste beeldhouwlessen kreeg. Van 1905 tot 1907 kreeg hij les aan de Tekenschool voor de werkende stand in Amsterdam. Op 17 jarige leeftijd deed Dirk Wolbers toelatingsexamen voor de Rijksacademie van beeldende Kunsten in Amsterdam waar hij twee jaar studeerde bij Bart van Hove. Vervolgens vertrok hij weer naar België om gedurende een jaar aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Brussel bij Charles van der Stappen zijn opleiding te voltooien. In 1911 won Wolders de derde prijs bij de ‘Prix de Rome’. Na zijn militaire dienstplicht te hebben vervuld vestigde Dirk Wolbers zich in 1916 als beeldhouwer in Den Haag. Voor de Tweede Wereldoorlog vervulde hij een aantal bestuursfuncties, o.a. als penningmeester van ‘Pulchri Studio’(1933-1942) en als voorzitter van de Nederlandse Kring van Beeldhouwers (1938-1942).

Dirk Wolbers was tekenaar, beeldhouwer en medailleur. Hij werkte in steen en brons. Zijn voornaamste beeldhouwwerken zijn het grafmonument van ds. A.S. Talma (1918) in Bennebroek, zeven grote figuren (1920) voor het Rotterdamse Stadhuis aan de Coolsingel dat op 14 mei 1940 gebombardeerd is, het Watersnoodmonument (1922) - ter nagedachtenis van de watersnoodramp in 1906 - in Tasdijk (Kloosterzande), de granieten beeldengroep 'Veilig in 't Verkeer' (1937) op de Conradbrug in Den Haag, het Oorlogsmonument in Zeist (1946), beeldengroep voor het oorlogsmonument (1950) in Vlaardingen, beeld van Maria de La Quellerie - vrouw van Jan van Riebeeck - (1952) in de Zuid-Afrikaanse stad Kaapstad dat gemaakt is naar een portret uit het Rijksmuseum en het Verzetsmonument (1953) in Deventer. Daarnaast heeft hij kleinplastiek, portretten en penningen gemaakt, o.a. in 1929 in opdracht van de Ned. Ver. Voor Penningkunst een penning tergelegenheid van de tot standkoming van de radiotelegrafische verbinding Holland-Indië. In 1938 ontwierp Wolbers voor het Ministerie van Binnenlandse Zaken een penning die echter nooit is toegepast. Na de Tweede Wereldoorlog vroeg de Nederlandsche Vereeniging voor luchtbescherming het ontwerp te mogen gebruiken als herinneringsmedaille 1940-1945. De minister gaf zijn goedkeuring. het ontwerp werd aangepast. De penning met een diameter van 21 mm werd geslagen bij 's Rijks Munt.

Dirk Wolbers is op 22 september 1957 als gevolg van een verkeersongeval bij Voorschoten op 67-jarige leeftijd dodelijk verongelukt. Wolbers kwam frontaal in botsing met een vrachtauto. Zijn 62-jarige echtgenote, die bij hem in de auto zat, werd zwaar gewond overgebracht naar het Academisch Ziekenhuis in Leiden.

Laatste Update woensdag, 07 november 2018