Portretreliëf A.D. van Eck

Portretreliëf A.D. van Eck
Portretreliëf A.D. van Eck Portretreliëf A.D. van Eck

Plaats: Emmeloord

Locatie: Beursstraat 1

Kunstenaar: Paul Koning

Materiaal: brons

Jaar: 1964

Beschrijving:

In de hal van Theater 't Voorhuys hangt een rechthoekige plaquette met in reliëf het portret van de heer A. D. van Eck. Andries Dirk van Eck werd op 3 november 1899 in Rumpt (Geldermalsen) geboren. Na zijn opleiding tot architect begon Van Eck zijn carrière bij de dienst Gemeentewerken te Wageningen. Vervolgens werd hij adjunct-directeur Gemeentewerken in Beverwijk. In 1931 trad hij in dienst van de Directie Wieringermeer als hoofd van de Bouwkundige Afdeling, die tussen 1933 en 1941 als enige gezaghebber de bouw van meer dan 390 boerderijen in de 20.000 hectare grote Wieringermeer realiseerde. De Bouwkundige Afdeling bouwden boerderijen die een efficiënte bedrijfsruimte en comfortabele, maar niet overdreven luxe woonruimte boden. Van Eck introduceerde nieuwe ideeën in zijn boerderij ontwerpen; brandvrije stallen met goed ventilatiesysteem en isolerende zolderingen en betonnen raamkozijnen. Een ander belangrijke innovatie was de toepassing van grote gebogen spanten uit gelijmd hout die extra stutten overbodig en een ruime overspanning mogelijk maakten. De indeling van de schuur kon daarmee in principe naar wens worden ingedeeld.

De Tweede Wereldoorlog bracht stagnatie in het werk in de Wieringermeer, maar bracht tegelijkertijd werk elders. Omdat door de oorlogshandelingen boerderijen ernstig beschadigd waren richtte de rijksoverheid op 15 juli 1940 het Bureau Wederopbouw Boerderijen (BWB) op. Dit bureau stond onderleiding van de Directie Wieringermeer en werd bemand door de Bouwkundige Afdeling. A.D. van Eck werd aangesteld als directeur. Het hoofdbureau van het BWB bevond zich aanvankelijk in Utrecht, vervolgens in Amersfoort en verhuisde in 1942 naar Zwolle waar toen ook de Directie Wieringermeer gevestigd was. Van Eck beschikte over ruime ervaring en kennis op het gebied van de moderne boerderijbouw, maar was ook goed op de hoogte van de zeer uiteenlopende typen van boerderijen in Nederland, omdat hij in het gehele land onderzoek had gedaan naar het beste boerderijtype voor de Wieringermeer. De woninginrichting was praktischer; de bedstee ontbrak, er was een moderne keuken en een inpandige wc. De Bouwkundige Afdeling van de Wieringermeer Directie was tot en met 1947 betrokken bij de wederopbouw van boerderijen in het gehele land. Een terugkerend kenmerk bij deze boerderijen is de gevelsteen met het bouwjaar en een leeuw die uit de vlammen klimt. De gevelstenen werden gemaakt door de firma Brouwers uit Leiderdorp en symboliseren de overwinning op de verwoestingen in de oorlog. Bron: Sophie Elpers. De betrokkenheid van de Bouwkundige Afdeling bij de BWB werd in de jaren 1947-1949 afgebouwd omdat de Directie Wieringermeer al het beschikbare personeel nodig had voor de bouw van woningen en boerderijen in de Noordoostpolder. Van Eck legde zijn functie per 1 januari 1949 neer en vertrok met een deel van zijn staf naar Emmeloord. A.D. van Eck werd in dat jaar benoemd tot officier in de Orde van Oranje-Nassau omdat de boerderijbouw onder zijn leiding technisch en architectonisch sterker vooruit was gegaan dan in enige voorafgaande decennia. 

Gedwongen door de materiële en personele schaarste na de oorlog kwam Andries Dirk van Eck op het ingenieuze idee montageschuren aan de lopende band te produceren. Daarmee ving hij twee vliegen in één klap. Het materiaal bestond hoofdzakelijk uit zand en cement en dat was nog wel te krijgen, en het aantal bouwlieden op de bouwplaats werd tot een minimum teruggebracht. Eind jaren 1950 heeft Van Eck zich sterk gemaakt voor de totstandkoming van het carillon in de Poldertoren. De klok met het randschrift 'Facta non verba', wat in het Nederlands 'Geen woorden, maar daden' betekent, is naar hem vernoemd. 

Na een ambtelijke loopbaan van ruim 40 jaar ging de heer Van Eck op 65-jarige leeftijd met pensioen. Op 1 december 1964 nam hij officieel afscheid van de IJsselmeerpolders. Als hoofd van de Bouwkundige Afdeling, eerst van de Directie Wieringermeer, later van de Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders, had hij de leiding van de stedebouwkundige en architectonische planning van de Wieringermeer, de Noordoostpolder en Oostelijk Flevoland. Duizenden boerderijen, woningen en tientallen openbare gebouwen zijn onder zijn supervisie gebouwd. Als 'bouwmeester' was A.D. van Eck met alle vezels van zijn bestaan verbonden met de Noordoostpolder. Burgemeester en Wethouders hadden zich daarom afgevraagd op welke wijze bij het afscheid van de heer Van Eck de erkentelijkheid van de Noordoostpolder gemeenschap jegens hem tot uitdrukking kon worden gebracht. Zij meenden dat dit het beste kon gebeuren door het oprichten van de Stichting A.D. van Eckfonds, die als doel had het bijdragen tot verdere verfraaiing en verrijking van het uiterlijk aanzien van de polder. Het bedrag van ƒ 6.000,- dat jaarlijks op de gemeentebegroting werd uitgetrokken voor de aankoop van kunstwerken ter verfraaiing van de dorpskernen werd in het fonds gestort. Daarnaast werd een bedrag van ƒ 10.000,- onttrokken uit de reserves zodat er een startkapitaal van ƒ 16.000,- beschikbaar was.

Op initiatief van de gemeente Noordoostpolder werd op 21 december 1964 in 't Voorhuys een bijeenkomst belegd ter gelegenheid van het afscheid van de heer A.D. van Eck. Verschillende sprekers schonken aandacht aan het net opgerichte A.D. van Eckfonds. Dokter Johan M. Jansen († 1966) sprak namens het, nog officieel door de gemeenteraad te benoemen, bestuur van het A.D. van Eckfonds. Het bestuur hoopte nog menigmaal van de adviezen van de heer Van Eck te kunnen profiteren. Wethouder Jacobus W.M. van de Noort (1919-2004) onthulde in zijn functie als voorzitter van de ABTB namens de boerenorganisaties ABTB, CBTB en OLM in de hal van Theater 't Voorhuys een portretreliëf van Andries Dirk van Eck. De bronzen plaquette was in opdracht van de drie boerenorganisaties gemaakt door beeldhouwer Paul Koning. Voor het reliëf heeft hij een model van was geboetseerd. Van dit model werd vervolgens bij de bronsgieter een gietvorm opgebouwd uit gips en/of chamotte. Daarna werd de vorm verhit waardoor het wasmodel wegsmolt en een holte overbleef. Daarin werd het vloeibare brons gegoten. Na afkoeling is het bronsreliëf gereinigd en gepatineerd. Het gezicht van Van Eck is en profil en links kijkend afgebeeld. In het reliëf is het portret slechts gedeeltelijk losgemaakt van de achtergrond. Het kunstwerk heeft een driedimensionale voorkant en een platte achterkant. Het portret staat centraal op de plaquette met daaronder eveneens in reliëf in kapitalen de naam A.D. VAN ECK. De heer Van Eck bood aan het slot van de bijeenkomst aan burgemeester François M. van Panthaleon baron van Eck een cheque van ƒ 22.000,- aan voor het naar hem genoemde fonds. Het geld kwam grotendeels uit een fonds dat ter gelegenheid van zijn 25-jarig ambtsjubileum was gevormd. Het bedrag was door Van Eck zelf afgerond tot ƒ 22.000,-. Dat betekende dat met de bijdrage van enkele verenigingen en particulieren er in totaal ruim ƒ 40.000,- in het A.D. van Eckfonds zat. Bron: De Noordoostpolder. 

Andries Dirk van Eck overleed op 29 april 1970 in de leeftijd van 70 jaar en werd in Zwolle begraven. 

Kunstenaar

Paul Philip Koning werd op 18 september 1916 in Arnhem geboren. Zijn opleiding deed hij aan de Rijksacademie van beeldende kunsten in Amsterdam waar hij les had van Jan Bronner. Paul Koning werkte eerst aan het Rapenburg in Amsterdam. In 1950 studeerde Koning met een studiebeurs 10 maanden in Parijs waar hij woonde op de eerste etage van het huidenpakhuis in de Rue Santeuil no. 20 waar ook Appel en Corneille hun atelier hadden. Begin oktober 1950 was Koning door de Nederlandse Manja Offenhaus geattendeerd op dit oude vervallen pand. Midden oktober ontmoette hij Corneille die op zoek was naar atelierruimte. Op 24 oktober bezichtigden zij het pand en konden voor omgerekend ƒ13,- per maand over een eigen ruimte beschikken. Later groeide het atelier uit tot trefpunt van Nederlandse kunstenaars. In de jaren 1960 betrok Paul Koning het atelierschip 'Grisbi' dat, omringd door water en groen, bij jachthaven 't Raboes in de Eemnesserpolder lag. Koning was lid van de Nederlandse Kring van Beeldhouwers, een beroepsvereniging voor professionele beeldend kunstenaars.

Paul Koning was beeldhouwer, graficus, tekenaar en lithograaf. De onderwerpen van zijn werk zijn voornamelijk figuur- en diervoorstellingen. Hij werkte naturalistisch en het liefst naar model. Koning maakte kunstwerken in hardsteen, klei, brons, gewapend beton en gips. Op 20 december 1946 kreeg de beeldhouwer de opdracht om voor het voormalig stadhuis in Amsterdam een bronzen herdenkingsplaquette te maken voor de burgerslachtoffers van de stad. Het monumentje werd op 6 februari 1948 onthuld. In 1991 is de plaquette verplaatst naar het nieuwe stadhuis aan de Amstel. In 1947 vervaardigde Paul Koning Denkende man voor de ingang van het Gerrit van der Veencollege in Amsterdam. Korte tijd abstraheerde hij, maar zijn figuren bleven herkenbaar. Een voorbeeld hiervan is 'Twee Meisjes' uit 1957. De langgerekte betonnen figuren kennen een abstraherende stilering die herinnert aan Ossip Zadkine's kunstwerk 'Verwoeste Stad' in Rotterdam. Op 3 juli 1998 overleed Paul Koning op 81-jarige leeftijd op zijn woonboot in Eemnes.

Laatste Update dinsdag, 07 mei 2019