Portretreliëf A.D. van Eck

Portretreliëf A.D. van Eck
Portretreliëf A.D. van Eck Portretreliëf A.D. van Eck

Plaats: Emmeloord

Locatie: Beursstraat 1

Kunstenaar: Paul Koning

Materiaal: brons

Jaar: 1964

Beschrijving:

In de hal van theater 't Voorhuys hangt een rechthoekige plaquette met in reliëf het portret van de heer A. D. van Eck. Andries Dirk van Eck werd op 3 november 1899 in Rumpt (Geldermalsen) geboren. Na zijn opleiding tot architect begon Van Eck zijn carrière bij de dienst Gemeentewerken te Wageningen. Vervolgens werd hij adjunct-directeur Gemeentewerken in Beverwijk. In 1932 trad hij in dienst van de Directie Wieringermeer als hoofd van de Bouwkundige Afdeling. Het ontwikkelen van de dorpsplannen voor Emmeloord en de tien dorpen in de Noordoostpolder en de bouw van de boerderijen kwam onder de verantwoordelijkheid van deze afdeling.

Omdat door oorlogshandelingen boerderijen ernstig beschadigd waren richtte de rijksoverheid op 15 juli 1940 het Bureau Wederopbouw Boerderijen (BWB) op. Dit bureau stond onderleiding van de Directie Wieringermeer en werd bemand door de Bouwkundige Afdeling. A.D. van Eck werd aangesteld als directeur. Het hoofdbureau van het BWB bevond zich aanvankelijk in Utrecht, vervolgens in Amersfoort en verhuisde in 1942 naar Zwolle waar toen ook de Directie Wieringermeer gevestigd was. Van Eck beschikte over ruime ervaring en kennis op het gebied van de moderne boerderijbouw, maar was ook goed op de hoogte van de zeer uiteenlopende typen van boerderijen in Nederland, omdat hij in het gehele land onderzoek had gedaan naar het beste boerderijtype voor de Wieringermeer. De Bouwkundige Afdeling van de Wieringermeer Directie was tot en met 1947 betrokken bij de wederopbouw van boerderijen in het gehele land. Deze betrokkenheid werd in de jaren 1947-1949 afgebouwd omdat de Directie Wieringermeer al het beschikbare personeel nodig had voor de bouw van woningen en boerderijen in de Noordoostpolder. Van Eck legde zijn functie bij het BWB per 1 januari 1949 neer en vertrok met een deel van zijn staf naar Emmeloord. A.D. van Eck werd in dat jaar benoemd tot officier in de Orde van Oranje-Nassau omdat de boerderijbouw onder zijn leiding technisch en architectonisch sterker vooruit was gegaan dan in enige voorafgaande decennia. 

Gedwongen door de materiële en personele schaarste na de oorlog kwam Andries Dirk van Eck op het ingenieuze idee montageschuren aan de lopende band te produceren. Daarmee ving hij twee vliegen in één klap. Het materiaal bestond hoofdzakelijk uit zand en cement en dat was nog wel te krijgen, en het aantal bouwlieden op de bouwplaats werd tot een minimum teruggebracht. Eind jaren 1950 heeft Van Eck zich sterk gemaakt voor de totstandkoming van het carillon in de Poldertoren. De klok met het randschrift 'Facta non verba', wat in het Nederlands 'Geen woorden, maar daden' betekent, is naar hem vernoemd. 

Op 1 december 1964 ging de heer Van Eck met pensioen. Daarmee nam hij officieel afscheid van de IJsselmeerpolders. Als 'bouwmeester' van de polder was A.D. van Eck met alle vezels van zijn bestaan verbonden met de Noordoostpolder. Duizenden boerderijen, woningen en tientallen openbare gebouwen zijn onder zijn supervisie gebouwd. Burgemeester en Wethouders hadden zich daarom afgevraagd op welke wijze bij het afscheid van de heer Van Eck de erkentelijkheid van de Noordoostpolder gemeenschap jegens hem tot uitdrukking kon worden gebracht. Zij meenden dat dit het beste kon gebeuren door het oprichten van de Stichting A.D. van Eckfonds, die als doel had het bijdragen tot verdere verfraaiing en verrijking van het uiterlijk aanzien van de polder. Het bedrag van ƒ 6.000,- dat jaarlijks op de gemeentebegroting werd uitgetrokken voor de aankoop van kunstwerken ter verfraaiing van de dorpskernen werd in het fonds gestort. Daarnaast werd een bedrag van ƒ 10.000,- onttrokken uit de reserves zodat er een startkapitaal van ƒ 16.000,- beschikbaar was.

Op een bijeenkomst in 't Voorhuys op 21 december 1964 bood de heer A.D. van Eck aan burgemeester F.M. van Panthaleon baron van Eck een cheque van ƒ 22.000,- aan voor het naar hem genoemde fonds. Het geld kwam grotendeels uit een fonds dat ter gelegenheid van zijn 25-jarig ambtsjubileum was gevormd. Het bedrag werd door Van Eck zelf afgerond tot ƒ 22.000,-. Tijdens de bijeenkomst onthulde de heer J.W.M. van de Noort, die in 1965 Cals opvolgde als KVP-Tweede Kamerlid, namens de boerenorganisaties een portretreliëf in de hal van 't Voorhuys. Het kunstwerk werd gemaakt door beeldhouwer Paul Koning. Voor het bronsreliëf heet hij een model van was geboetseerd. Van dit model werd bij de gronsgieter vervolgens een gietvorm uit gips, chamotte of een mengsel daarvan (aangevuld met gravel) opgebouwd. Daarna werd de vorm verhit waardoor het wasmodel wegsmolt en een holte overbleef. Daarin werd het vloeibare brons gegoten. Na afkoeling is het bronsreliëf gereinigd en gepatineerd. Het gezicht van Van Eck is en profil en links kijkend afgebeeld. In het reliëf is het portret slechts gedeeltelijk losgemaakt van de achtergrond. Het kunstwerk heeft een driedimensionale voorkant en een platte achterkant. Het portret staat centraal op de plaquette met daaronder eveneens in reliëf in kapitalen de naam A.D. VAN ECK.

Andries Dirk van Eck overleed op 29 april 1970 in de leeftijd van 70 jaar en werd in Zwolle begraven. 

Kunstenaar

Paul Philip Koning werd op 18 september 1916 in Arnhem geboren. Zijn opleiding deed hij aan de Rijksacademie van beeldende kunsten in Amsterdam waar hij les had van Jan Bronner. Paul Koning werkte eerst aan het Rapenburg in Amsterdam. In 1950 studeerde Koning met een studiebeurs 10 maanden in Parijs waar hij woonde op de eerste etage van het huidenpakhuis in de Rue Santeuil no. 20 waar ook Appel en Corneille hun atelier hadden. Begin oktober 1950 was Koning door de Nederlandse Manja Offenhaus geattendeerd op dit oude vervallen pand. Midden oktober ontmoette hij Corneille die op zoek was naar atelierruimte. Op 24 oktober bezichtigen zij het pand en kunnen voor omgerekend ƒ13,- per maand over een eigen ruimte beschikken. Later groeit het atelier uit tot trefpunt van Nederlandse kunstenaars. In de jaren 1960 betrok Paul Koning het atelierschip 'Grisbi' dat, omringd door water en groen, bij jachthaven 't Raboes in de Eemnesserpolder lag.

Paul Koning was beeldhouwer, graficus, tekenaar en lithograaf. De onderwerpen van zijn werk zijn voornamelijk figuur- en diervoorstellingen. Hij werkte naturalistisch en het liefst naar model. Koning maakte kunstwerken in hardsteen, klei, brons, gewapend beton en gips. Op 20 december 1946 kreeg de beeldhouwer de opdracht om voor het voormalig stadhuis in Amsterdam een bronzen herdenkingsplaquette te maken voor de burgerslachtoffers van de stad. Het monumentje werd op 6 februari 1948 onthuld. In 1991 is de plaquette verplaatst naar het nieuwe stadhuis aan de Amstel. In 1947 vervaardigde Paul Koning Denkende man voor de ingang van het Gerrit van der Veencollege in Amsterdam. Korte tijd abstraheerde hij, maar zijn figuren bleven herkenbaar. Een voorbeeld hiervan is 'Twee Meisjes' uit 1957. De langgerekte betonnen figuren kennen een abstraherende stilering die herinnert aan Ossip Zadkine's kunstwerk 'Verwoeste Stad' in Rotterdam. Op 3 juli 1998 overleed Paul Koning op 81-jarige leeftijd op zijn woonboot in Eemnes.

Laatste Update vrijdag, 28 september 2018