Plaquette veteranendag

Plaquette veteranendag
Plaquette veteranendag Plaquette veteranendag Plaquette veteranendag

Plaats: Emmeloord

Locatie: Harmen Visserplein

Kunstenaar: onbekend

Materiaal: beton

Jaar: 2014

Beschrijving:

De Nederlandse Veteranendag is door de regering ingesteld en wordt op de laatste zaterdag in juni georganiseerd. De veteranenbijeenkomst wordt jaarlijks gehouden als eerbetoon aan de oud-strijders die als soldaat voor Nederland in een oorlogssituatie hebben gediend. Sinds 2006 wordt ook in de Noordoostpolder een Veteranendag georganiseerd als blijk van erkenning tegenover oud-militairen. De editie van 2014 was uitgesteld tot 15 november. Hein Scheffer, brigadegeneraal buiten dienst en voorzitter van het Landelijke Veteranenplatform, hield een toespraak en onthulde samen met een student van Friese Poort een plaquette op het Harmen Visserplein. De plaquette heeft een plaats gekregen naast de steen die herinnert aan de bevrijding van de polder die bij de onderduikersbank ligt. De plaquette is een eerbetoon aan de Nederlandse veteranen, mensen die bereid waren het hoogste goed dat er is, de vrijheid, te verdedigen. Op de plaquette zien we een cirkel met een zwarte rand waaruit de Nederlandse driekleur wappert. Voor de vlag is het silhouet van een saluerende militair in uniform afgebeeld met de rechterhand aan de pet en de linkerarm gestrekt langs het lichaam. Aan de bovenkant van de zwarte cirkel staat in witte hoofdletters de tekst: "VETERANEN INGEZET IN DIENST VAN DE VREDE", de slogan van de Nederlandse Veteranendag. Onderin de cirkel staat "15-11-2014", de datum van de onthulling van de plaquette. 

De negende Veteranendag in de Noordoostpolder stond in het teken van de grote razzia. Die dag werd herdacht dat de Duitsers 70 jaar geleden een razzia hielden in de Noordoostelijke Polder zoals de Noordoostpolder toentertijd genoemd werd. De Noordoostelijke Polder viel in september 1942 droog, waarna onmiddellijk werd gestart met het ontginnen en in cultuur brengen van de 48.000 hectare landbouwgrond. De Duitsers gaven de Directie Wieringenmeer afdeling Noordoostpolderwerken toestemming om jonge mannen te werven voor het vele werk in de polder. De arbeiders die de polder cultuurrijp maakten, waren vrijgesteld van dwangarbeid in Duitsland. De Noordoostelijke Polder (NOP) stond in de Tweede Wereldoorlog synoniem voor Nederlands Onderduikers Paradijs. Aanvankelijk werkten vooral landarbeiders en boerenzonen in de polder. Vanaf 1943 kwamen mannen met uiteenlopende beroepen naar de polder om aan de Arbeitseinsatz te ontsnappen. Hoewel de Duitsers op de hoogte waren van het feit dat daarom grote aantallen onderduikers hun toevlucht in de polder zochten, hebben zij de Noordoostelijke Polder lange tijd ongemoeid gelaten omdat zij het werk in de polder belangrijk vonden voor de voedselvoorziening. Het verzet kreeg hun wapens door middel van droppings uit geallieerde vliegtuigen. De nogal ontoegankelijke Noordoostelijke Polder was hier ideaal voor. In 1944 vonden er een tweetal plaats. Met de eerste dropping in de nacht van 24 op 25 oktober kwam verpakt in containers, tussen Emmeloord en Espel, een grote hoeveelheid voedingsmiddelen, wapens en munitie naar beneden. De wapens waren bestemd voor het Nederlands verzet. In de nacht van 15 op 16 november kwam het ten noorden van Schokland tot een tweede dropping. Zodra de Duitsers ontdekten dat in de polder wapens werden gedropt, was de maat vol.
 
Een goed voorbereidde verrassingsoverval maakte op 17 november 1944 een einde aan de relatieve vrijheid van de onderduikers in de Noordoostpolder. In alle vroegte werden honderden Duitsers gedropt langs de IJsselmeerkust: Wehrmachtsoldaten, Grüne Polizei, Sicherheitspolizei en Nederlandse en Duitse SS'ers. Onder leiding van de Hohere S.S. und Polizeiführer Hanns Rauter, die zijn hoofdkantoor in Hotel Seidel in Vollenhove had gevestigd, werd de polder door ruim 3.000 militairen hermetisch afgesloten. Met boten kwamen zij aan bij Ramspol, de Zwartemeerdijk, Kadoelen, Vollenhove en Blokzijl. De opdracht die Rauter de 'legereenheden' meegaf luidde: "Het vinden van afgeworpen wapens en het arresteren en op bepaalde plaatsen verzamelen van alle in de polder aanwezigen". Drie dagen lang werd het gebied, inclusief de plaatsen in de randgemeenten op het oude land, uitgekamd op arbeidsgeschikte mannen tussen de 17 en 40 jaar oud. Hoewel veel onderduikers wisten te ontsnappen, namen de Duitsers 1.500 jongens en mannen gevangen. Zij brachten de nacht door in een overvol nutsgebouw of propvolle scholen in Vollenhove. De volgende dag moesten ze naar het station in Meppel lopen, 27 km in de stromende regen. Nogeens tientallen mannen wisten te ontkomen. Uiteindelijk werden 1.300 gevangenen per trein naar Duitsland afgevoerd waar zij gedwongen te werk werden gesteld. Na de razzia kwam het ontginnings- en oogstwerk stil te liggen. De Noordoostelijke Polder is tot aan de bevrijding op 18 april 1945 'leeg' geweest.
 
Kijk voor meer informatie over de droppings en razzia's op Nop in oorlogstijd.
 

Laatste Update donderdag, 09 augustus 2018