Praam ZA71
Plaats: Almere
Locatie: Briekweg, kavel ZA71
Maker:
materiaal: eikenhout
Jaar: 18e eeuw
Beschrijving:
In 1975 werd op kavel AZ71 (tegenwoordig ZA71) een scheepswrak aangetroffen. Hetzelfde jaar werd een verkenning uitgevoerd. Het schip was slecht bewaard gebleven. Alleen het vlak en een deel van de bakboordzijde in het voorschip zijn aangetroffen. In de zomer van 1980 vond de opgraving plaats die werd uitgevoerd door jongeren van de Nederlandse Jeugdbond ter Bestudering van de Geschiedenis (NJBG). De vereniging organiseerde destijds werkkampen waar onder deskundige leiding gedurende zomervakanties opgravingen werden verricht onder supervisie van en in samenwerking met de Rijksdienst voor Oudheidkundig Bodemonderzoek. De opgraving op kaven ZA71 werd uitgevoerd onderleiding van Karel Vlierman en Lucas van Dijk van het Centrum voor Scheepsarcheologie in Ketelhaven. Het betrof een praam van 19,50 m lang en 3,50 m breed, waarvan het vlak karveel gebouwd was terwijl de gangen van de zijden elkaar overlapten ofwel overnaads gebouwd waren. Het schip was 'zuinig' gebouwd met gebruik van vele kleinere stukken hout. Hout krimpt en zet uit onder invloed van verschillen in temperatuur en vochtigheid. Dat was vooral van invloed op de vele naden tussen de verschillende delen van de romp en dek. In de naden werd met behulp van een breeuwijzer, een rechthoekig stuk ijzer met een platte kant, mos, hennep, koeienhaar, uitgeplozen touw of wol ingedreven. Vervolgens werd dit breeuwsel afgesloten door het met pek, later teer, te bestrijken. Omdat de praam ZA71 uit kleine stukken hout gebouwd was moest het, omdat het veel inwateringsgevoelige naden had, regelmatiger gebreeuwd worden dan wanneer er lange planken gebruikt waren. Daarnaast liet de kwaliteit van het hout te wensen over. Dat heeft geresulteerd in veelvuldige reparaties, die de zeewaardigheid en de gebruiksduur van het schip negatief beïnvloed zullen hebben. Bron: Werk aan boord van turfschepen in de periode 1750 – 1850
Omdat er geen dendrochronologisch onderzoek is uitgevoerd op het scheepshout is het niet mogelijk het schip exact te dateren. Wel is het mogelijk om uitspraken te doen over wanneer het schip moet zijn vergaan. Het wrak werd aangetroffen op een harde schelplaag met daaronder een 5 meter dikke laag kleiafzetting. De schelplaag dateert grofweg na 1700. Een deel van de inventaris was nog aanwezig. Het materiaal dateert van 1760. De combinatie van de gegevens wijst erop dat het schip na 1760 ten onder is gegaan. Op grond van drie tinnen lepels vermoeden de onderzoekers dat er drie opvarenden aan boord waren. Van één van de lepels was de bak kleiner gemaakt, mogelijk voor gebruik door een kind, zodat geconcludeerd kan worden dat de schipper met zijn vrouw en kind op het schip woonden. Bronnen: Opgravingsdocumentatie scheepswrak ZA71; De Zutphense Stads Aeck.
De praam is gezonken in de buurt van de monding van de Vecht. Pramen waren vooral geconstrueerd voor de binnenvaart op rivieren en kanalen. Op de Zuiderzee deden pramen wel dienst als 'lichter', een klein schip waarmee goederen uit een groot schip werden overgeladen. Om op de Zuiderzee te kunnen varen moest de praam een zeil, een mast en zijzwaarden hebben gehad. De AZ71 voerde waarschijnlijk een spriettuig, het overheersende tuigage voor dit soort schepen in de 18e eeuw.
Kijk voor meer informatie over de ZA71 op MaSS.
Bij ploegwerkzaamheden op dezelfde kavel werd eind september 1978 het wrak van de Lancaster ED706 aangetroffen. De bommenwerper stortte in de nacht van 22 op 23 maart 1943 in het IJsselmeer, nadat het toestel beschoten was door langs de Nederlandse kust opgesteld Duits afweergeschut.