Molenstenen
Plaats: Zeewolde
Locatie: Telluur / Molenvang
Maker:
materiaal: steen
Jaar: 1858
Beschrijving:
Aan de ingang van de Molenwijk liggen twee oude molenstenen met een geschiedenis, die na een lange omzwerving begin 2026 zijn geplaatst.
Op 22 mei 1858 brandde in Meppel de houten pel- en run molen De Vlijt uit 1832 af. Datzelfde jaar werd begonnen met de bouw van een nieuwe molen, maar nu met een stenen stelling. In de molen werd vanaf dat moment eikenschors, koren en rogge gemalen. Voor het malen zijn twee stenen nodig, het zogenaamde koppel. Elk maalkoppel bestaat uit een ligger, de onderste stilstaande steen en een loper, de bovenste draaiende steen. Beide stenen zijn voorzien van uitgekapte groeven. De ligger is vlak, terwijl de loper op het binnenste maalvlak iets hol is. Tussen de twee stenen werd de eikenschors tot run vermalen, of het graan tot meel. In 1901 werd in de molen een gasmotor geplaatst die op windstille dagen de molenstenen kon aandrijven. In 1930 werd het maalsysteem geheel van elektrische drijfkracht voorzien waardoor de functie van de wieken als aandrijfkracht niet meer nodig waren. Langzaamaan werd de molen ontmanteld. Het koppel maalstenen werd uit de molen verwijderd. Bron: oudmeppel.nl
Omstreeks 1954 vroeg molenaar Berend Volkers aan schipper Wolter Hartsuiker, die samen met Gerard van Dorsten de beurt op Rotterdam had, “Zeg Wolter, kunnie mi’j die paar meulestien'n niet ies meeneem’n; ik`ebbe d'r maar last van en ik wil ze graag kwiet; ie kun ze ja wel arrengs op`t Iesselmeer aover boord zett;n". "Ach, jawel, dat zal wel gaon," zei Wolter Hartsuiker. Op een gegeven moment werden de beide molenstenen met de lier aan boord van beurtschip 'De Zeemeeuw' gedraaid. De dijk rond Oostelijk Flevoland was destijds nog niet gesloten. Er werd nog gebouwd aan de sluizen bij Roggebotsluis en Harderwijk en een vaargeul door de randmeren was nog niet gebaggerd. Ten noorden van Ketelhaven was een gat open gehouden om de vaart vanuit het oosten van Nederland naar Harderwijk en Elburg mogelijk te houden. Beurtschipper Hartsuiker voer met 'De Zeemeeuw' over het IJsselmeer richting Amsterdam. Het lag in de bedoeling om het koppel molenstenen uit Meppel in het nog niet gesloten gat van de dijk van Oostelijk Flevoland te dumpen zodat er na de sluiting niets meer van te vinden zou zijn. Maar de beide stenen kwamen niet in het gat terecht. Ze werden te laat overboord gezet. Bron: Molenstenen in Zeewolde? door Jan van der Perk.
Bij de ontginning van Oostelijk Flevoland kwamen ze weer 'boven water'. Tijdens werkzaamheden werden de molenstenen door het ontginningsbedrijf van de Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders gevonden. Ze namen ze mee naar hun tijdelijk ontginningsbedrijf op kavel OH41 en plaatste ze aan beide kanten van de oprit. Als het ontginningswerk gereed was verhuisde het ontginningsbedrijf naar een nieuwe plek en de molenstenen werden meegenomen. Het oude kavelnummer werd verwijderd en het nieuwe erop geschilderd. Na Swifterbant kwam het koppel molenstenen op kavel OR41 aan de Dronterweg te liggen, vervolgens verhuisden ze naar kavel OE39 in het Knarbos. Begin 1980 werd het bos aan Staatsbosbeheer overgedragen en verhuisden de stenen opnieuw, nu naar Zeewolde waar ze kwamen de liggen op kavel Pz36, tegenwoordig ZP36, aan de Dasselaarweg. In 1987 werd daar het Ruitersportcentrum Zeewolde gevestigd en verhuisde het ontginningsbedrijf met de molenstenen naar kavel Qz17 (ZQ17) op het Trekkerveld. Bron: Molenstenen in Zeewolde? door Jan van der Perk.
Eind 1992 werd het cultuurtechnische werk overgenomen door ingenieursbureau Oranjewoud. In het voorjaar van 2004 werd de vestiging in Zeewolde opgeheven en kwamen de molenstenen bij de vestiging in Almere terecht. Zeewoldenaren van het eerste uur, Jan van der Perk en Gerard Boers, ontdekten ze daar. Oranjewoud was bereid de stenen aan de gemeente Zeewolde over te dragen. Het idee was dat de molenstenen op een plek zouden komen waar veel mensen langs kwamen. Tijdens groot onderhoud van het Vrijetijdshart in 2004 werden ze op de hoek van de Zuiderzeeweg bij het Marktpad geplaatst waar ze op 18 september 2004 onthuld werden door toenmalig burgemeester Tom Viezee. "Ze zijn zo neergelegd dat het lijkt alsof ze hier al lagen tijdens de drooglegging van Zuidelijk Flevoland. De stenen kun je daarmee dus zien als een verwijzing naar de historie van Zeewolde: water werd land", verduidelijkte de gemeente destijds.
In twintig jaar is er veel veranderd in Zeewolde. Rondom de locatie van de molenstenen aan de Zuiderzeeweg was veel gebouwd waardoor de stenen minder goed zichtbaar waren voor voorbijgangers. In 2021 pleitte een bewoner van de Molenwijk bij de gemeente om de stenen te verplaatsen naar de entree van de Molenwijk in de Polderwijk. Op 5 november 2025 verleende de gemeente een vergunning voor het plaatsen van de molenstenen en een informatiepaneel. Wethouder Ernst Bron onthulde 13 maart 2026 een informatiebord over de molenstenen bij de entree van de Molenwijk. Het bord is bevestigd op een ducdalf waarboven d.mv. van een golf het NAP is aangegeven, het gemiddelde zeeniveau op deze plek van voor de inpoldering. Op het bord staat informatie over de reis die de twee molenstenen, die aanvankelijk een roemloos zeemansgraf in het IJsselmeer kregen, door de Flevopolders maakten en uiteindelijk eindigden op de hoek van de Telluur en de Molenvang. De stenen zijn ook voor langsrijdend verkeer op de Zeewolderweg goed zichtbaar, want een van de staande grote molenstenen is wit, de andere is zwart. En de letter- en cijfercombinatie Qz43 is de kavelaanduiding van de Molenbuurt (ZQ43).
Overige geraadpleegde bronnen: zeewolde-actueel.nl; zeewolde.nl; zeewoldenieuwbouw.nl; lokaleomroepzeewolde.nl.