Ontginningsschuur

Ontginningsschuur

Plaats: Almere Stad

Locatie: Von Draisweg 15

Maker: RIJP

materiaal: beton, golfplaten, staal

Jaar: 1977-1978


Beschrijving:

Op 18 oktober 1967 werd de dijk rond Zuidelijk Flevoland gesloten. Zeven maanden lang werkten de gemalen dag en nacht om de polder leeg te pompen. Op 29 mei 1968 viel 43.000 ha. vruchtbare landbouwgrond droog. De polder was weliswaar leeggepompt, maar nog geheel verzadigd met water. De Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders (RIJP) startte met het ontwateren en ontginnen. In de Noordoostpolder was ten westen van Emmeloord spontaan riet opgekomen. Het riet bleek uitermate geschikt voor de ontwatering van de polderbodem. Vandaar dat in Oostelijk- en Zuidelijk Flevoland niet gewacht werd tot het riet spontaan opkwam. Met behulp van sproeivliegtuigen werd riet ingezaaid. Door zijn wortelgroei en het vermogen water aan de bodem te onttrekken verbeterde het riet de kwaliteit van de grond. Daarna volgde het graven van greppels. Om in de rietvelden greppels te kunnen graven moest het riet eerst gerold worden. Met een grote rol van 18 m breed achter een rupstrekker werd het riet platgewalst. Daarna freesden grote freesmachines de greppels en sloten voor de afwatering. Dan was het riet nog niet weg. Tot 1973 werd het riet afgebrand, maar toen dat niet meer mocht werd het geschijfd. Met ronde schijven van ijzer werden de rietwortels kapot gemaakt. Dat moest regelmatig gebeuren. Na een jaar of vier kon met drainage begonnen worden. Om te draineren zijn drainagebuizen nodig. Bij de ontginning van Zuidelijk Flevoland werd voor het eerst gebruik gemaakt van PVC-ribbelbuis en dat maakte een kavelbreedte van 500 m mogelijk. Samen met de verder opgerekte kavellengte tot 1200 m leidde dit tot een standaardkavel van 60 ha. Aan de lange zijden werd de kavel begrensd door de kavelsloten en langs de ene korte zijden door een tocht en aan de andere zijden door een weg. 

Zodra de bodem goed begaanbaar was begon het Grootlandbouwbedrijf van de RIJP met het verbouwen van de pioniersgewassen koolzaad, wintertarwe en gerst. Deze gewassen droegen bij aan het gereedmaken van de grond voor landbouw. Jaarlijks werd zo'n 3000 à 4000 ha in gebruik genomen. Na 5 of 7 jaar gingen de landbouwgronden over naar particuliere boeren. Tijdens de ontginningsperiode waren schuren nodig om werkvoertuigen en materiaal te kunnen stallen en oogsten te kunnen opslaan. Door de schaalvergroting in Zuidelijk Flevoland en ervaringen uit de Noordoostpolder en Oostelijk Flevoland besloot de Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders nieuwe schuren te ontwerpen die beter pasten bij de grotere kavels. Om een eenheid in de vormgeving te creëren, werden er in de beginperiode ontwerpregels opgesteld door het Welstandstoezicht. Hierdoor kregen de ontginningsschuren een eigentijds ontwerp. In 1971 stelde de RIJP een plan op voor de bouw van zo'n 20 schuren verspreid over de polder. In het plan werd rekening gehouden met de toekomstige bestemming van de gebieden. In 1972 kwam de eerste boerderij gereed. Voor de akkerbouw werden houten schuren met golfplaten van het type TH en TN gebouwd.

Op kavel AZ 102, aan de tegenwoordige Von Draisweg, startte in 1977 de bouw van een ontginningsschuur, die in 1978 werd opgeleverd. Voor de schuur werd gekozen voor een speciale variant van het TN-schuurtype. De schuur staat op een rechthoekig grondplan van 36 x 22,90 m onder een met golfplaten gedekt zadeldak. In plaats van de gebruikelijke houten spanten werden stalen spanten gebruikt. Ook anders is dat er in de schuur geen ruimte is opgenomen voor een werkplaats en schaftruimte. Daarnaast verschilde ook de dakvorm ten opzichte van de gewone TN-schuur; deze heeft aan alle zijden een grote overstek. Bron: Gemeente Almere.

De schuur werd bij de gemeentewording in 1984 door het Rijk overgedragen aan de gemeente Almere. In de jaren negentig van de 20e eeuw werd de schuur gebruikt als opslagloods door ingenieursbureau Oranjewoud. Vanaf 2011 kwam de schuur leeg te staan. Sinds 1 april 2015 wordt de schuur gebruikt door Stichting Behoud Oude Technieken (BOT), een lokale vrijwilligersorganisatie die zich inzet voor het behoud en het beleven van machinaal landbouwerfgoed. In oktober 2022 schreef Heemschut een brief aan de gemeenteraad van Almere waarin stond dat de erfgoedvereniging zich zorgen maakte over de landbouwschuur aan de Von Draisweg bij de Noorderplassen. Heemschut wilde dat het behoud van de schuur en zijn landschappelijke context veiliggesteld zou worden. In maart 2025 maakte de gemeente bekend dat de Ontginningsschuur en het bijbehorende erf aan de Von Draisweg 15 in Almere Stad op advies van de Adviescommissie Omgevingskwaliteit Almere de status van gemeentelijk monument hebben gekregen. Het is het zesde gemeentelijke monument van Almere.

Het dak van de schuur bevatte asbesthoudend materiaal. Omstreeks 2024 is de ontginningsschuur voorzien van een nieuw dak dat ongeveer € 125.000,- heeft gekost, inclusief het saneren van het asbest.