Messerschmit Bf 110

Messerschmit Bf 110
Messerschmit Bf 110

Plaats: Swifterbant

Locatie: Tarpanweg

Maker: Messerschmitt AG

materiaal: diverse materialen

Jaar: onbekend


Beschrijving:

Tijdens de Tweede Wereldoorlog stationeert de Luftwaffe, vanwege de strategische ligging, in Nederland vele jachtvliegtuigen om overdag en ’s nachts het luchtruim tegen de USAAF en de RAF te verdedigen. Op 31 oktober 1941 stijgt piloot Kepezynski of Kepczynski met zijn Messerschmitt Bf 110 van Nachtjagdgeschwader 2 (NJG2) en zijn boordmarconist op van vliegbasis Gilze-Rijen. Het toestel stortte, om onbekende reden, ten westen van Lemmer neer in het IJsselmeer. De bemanning van de Messeschmitt overleeft de crash.

De Bf 110 was een tweemotorige jager die in eerste instantie bedoeld was als dagjager. Echter de Bf 110 was te zwaar en minder wendbaar dan de enkelmotorige jagers. Het toestel werd daarom ingezet als nachtjager omdat er makkelijk een radar ingebouwd kon worden.

Dezelfde dag stortte om 23.50 uur, 6 km ten westen van Lemmer, de Bristol Blenheim Mk. IV met serienummer V5537 van No. 500 Squadron RAf, op 6 km ten westen van Lemmer neer in het IJsselmeer. Het toestel voerde een aanval uit op schepen langs de Nederlandse kust. Piloot, S/Ldr F.C. Phipps en zijn bemanningsleden Sgt. Terence Patrick Mowan en Sgt. Allan Arthur Miles overleven de crash niet. Hun lichamen werden niet geborgen. Het is niet duidelijk of er tussen de twee ongelukken een verband bestaat.

In 1956 begint Oostelijk Flevoland droog te vallen. Langzaam geeft het IJsselmeer zijn geheimen bloot. In de Kamperhoek werden de wrakstukken van twee vliegtuigen zichtbaar. In het driemaandelijks verslag van de Directie Wieringermeer van juli 1959 staat dat één van de vliegtuigen een Duitse jager was (ME110). In juni 1961 werd het nabij gelegen wrak, een Vickers Wellington, door de Bergingsdienst van de Koninklijke Luchtmacht opgeruimd. Vanwege de in Nederland heersende klimatologische omstandigheden, kunnen vliegtuigbergingen alleen tijdens de drie zomermaanden plaatsvinden. Op 9 augustus 1962 komt de bergingsdienst terug om de motor van de ME110 te bergen. Maar deze had onbeheerd gelegen en er was niets meer van over. Identificatie was onmogelijk. 

In 2011 plaatste de Stichting 4 mei herdenkingen Dronten aan de Tarpanweg een herdenkingspaal. Op het bordje stond te lezen: "Deze Messerschmitt Bf110 is op 31 oktober 1941 gecrasht. Het toestel is ten zuidwesten van Lemmer neergestort tijdens een oefengevecht in het toenmalige IJsselmeer. Verdere gegevens zijn niet verstrekt door de Luftwaffe. Wel is bekend dat de bemanning het heeft overleefd." Op ZZAirwar wordt de tekst op het informatiebordje in twijfel getrokken: "De makers van de paal (Stichting 4 mei Dronten) hebben in 2011 geprobeerd de onbekende Me-110 op kavel H-79 te identificeren. Daarbij hebben ze echter de verhalen van twee Me-110 door elkaar gehaald en een niet bestaande Me-110 neergestort op 31-10-1941 als het vliegtuig op kavel H-79 benoemd." De op het informatiebordje genoemde Bf110 (Me110) bestaat wel degelijk. In het verliesregister 1939-1945 (1941) staat achter volgnummer T1323 dat Kepezynski op 31 oktober 1941 met zijn Bf110 ten westen van Lemmer is neergestort. De Stichting 4 mei herdenkingen Dronten actualiseert in mei 2021 de crashroute. Op het bordje op paal 19 komt een nieuwe tekst. Maar is de tekst niet onterecht gewijzigd? In het verliesregister 1941 staat achter volgnummer T1073 dat de Bf 110C-4 met werknummer 2273, gevlogen door Oblt. Prinz Egmont zur Lippe-Weißenfeld, op 30 juni 1941 om 18.55 uur op 5 km ten zuid-zuidoost van Lemmer in het IJsselmeer stortte. Het toestel is toen neergekomen in de nog niet drooggevallen Noordoostpolder. De locatie Tarpenweg ligt 8 km ten zuid-zuidoosten van Urk. Volgens de tekst op het bordje vloog Oblt. Prinz Egmont zur Lippe-Weißenfeld de 3273 terwijl in het verliesregister staat hij de 2273 vloog. Haalt ZZAirwar nu niet twee toestellen door elkaar?