Waterschip OC18
Plaats: Lelystad
Locatie: Zilverschoonlaan
Maker:
materiaal: eikenhout
Jaar: 16e eeuw
Beschrijving:
In 1965 werd op kavel OC18, de voormalige slibvang van Lelystad, een scheepswrak aangetroffen. Na een verkenning in 1983 werd vastgesteld dat het om een vissersschip ging van het type waterschip. Een waterschip is te herkennen aan een bun in het midden van het schip, waar door gaatjes in de huidgang vers water binnen stroomt zodat vis levend bewaard kan worden. Van 28 juni tot 20 juli 1994 vond een herverkenning plaats. Het terrein was toen in gebruik als zanddepot. Tijdens de herverkenning bleek dat het wrak rechtstandig gezonken was. Het schip was zeer compleet: voor- en achterdek, trog, bundeken, gangboorden en de beide stevens waren nog aanwezig. Het betrof een groot karveel gebouwd waterschip. De grootste lengte over de stevens was 19,80 m, de grootste breedte in de profielsleuf was 6 m. De houtkwaliteit was zeer goed al was het wrak aangetast door rietwortels. Het wrak lag maximaal 3 m onder maaiveld. De boorden van het wrak staken boven het maaiveld uit en zijn na de verkenning toegedekt met grond. Aan de hand van het grondprofiel kon mevr. ir. G Lensink (afd. Bodemkunde van RWS-Dir. F.) vaststellen dat het wrak van vóór 1600 is. Bron: NISA Jaarboek 1; Jaarverslag 1994
Om te voorkomen dat het scheepshout en eventuele vondsten verder uitdrogen en dus verloren gaan, is de OC18 tussen 5 en 9 december 1994 door inkuiling fysiek beschermd. Op het wrak werd een terp aangebracht van ongeveer 1 m hoog. Daarna is met de kraan rond het schip een talud gegraven van ongeveer 2 meter diep, waartegen aquatex folie van 0,5 mm dikte en 4 m hoog werd aangezet tot in de kleilaag. Daardoor wordt horizontale uitstroming van grondwater voorkomen. Het talud werd aangevuld met grond. De bovenzijde van de terp is afgedekt met landbouwfolie van 180 mμ (micrometer) dat op een aantal plaatsen is geperforeerd zodat het regenwater in de terp kan lopen. De grond voor de terp werd vanaf het gronddepot van de gemeente Lelystad aangevoerd. Het is de bedoeling dat het wrak in zijn geheel bewaard blijft voor toekomstig wetenschappelijk onderzoek. Bron: NISA Jaarboek 1; Jaarverslag 1994
Het schip, dat een archeologisch monument is, ligt in de tegenwoordige woonwijk Warande. Omdat de vindplaats niet bebouwd mocht worden heeft de gemeente Lelystad op de locatie een park gerealiseerd dat de naam Het Waterschip kreeg. In het ontwerp van het park komt de ruige zee ten tijden van het zinken van het schip tot leven. Strak vormgegeven heuvels van grond, met een flauwe en steile kant, stellen golven voor. Sommige golven hebben 'schuimkragen, in de vorm van siergrassen die met hun witte pluimen de wind vangen. De steile zijden van de golven zijn bestraat met donkere basaltkeitjes.
Een scheepswrak wordt altijd vernoemd naar de kavel waarop het gevonden wordt. Volgens maritiemarcheoloog Yftinus van Opta ligt 'waterschip OC18' niet op kavel OC18 maar op kavel OC19. In 'Flevoland ondersteboven. Een interdisciplinair onderzoek naar de bodemprofielen van scheepswrakken in de provincie Flevoland' schrijft hij: "In de Scheepscatalogus staat een vermelding van een scheepswrak op kavel OC 18. Deze kavel bevat echter (voor zover bekend) geen resten van schepen. Wel ligt op de naastgelegen kavel OC 19 een scheepswrak dat aan dezelfde beschrijving voldoet: “een groot schip”. Kavel OC 19 wordt evenals kavel OC 18 niet in Archis2 herkend. Wel wordt er gesproken over de oude kavels OC 41 en OC 40. Het toponiem van het scheepswrak op kavel OC 19 in Archis2 is dan ook kavel OC 41. De oplossing is dus simpel: OC 18 bestaat niet. Dit is hetzelfde scheepswrak als OC 19. Echter, OC19 heeft de naam OC 41 (oude kavelnummer) maar ligt wel op kavel OC 19".