Praam OM65
Plaats: Dronten
Locatie: Spieringweg 1
Maker:
materiaal: eikenhout
Jaar: 17e eeuw
Beschrijving:
In 1959 werd melding gemaakt van een scheepswrak op kavel OM65. Nog datzelfde jaar volgde een eerste verkenning en in 1963 een herverkenning. In Driemaandelijkse berichten betreffende Zuiderzeewerken, jaargang 44, 4e kwartaal 1963 staat: "De scheepsrest, aangetroffen in de bodem op kavel M65 is het wrak van een vrachtschip dat was geladen met Noordzeeschelpen, die vermoedelijk bestemd waren voor kalkbranderij. Het schip verging tijdens de Zu-fase van de vorming van de Zuiderzee. Deze tijdsbepaling is in overeenstemming met de datering van de in het wrak gevonden resten van de scheepsinventaris, zoals karakteristiek zeventiende eeuws aardewerk (kookpotten, schalen en borden, een grote tinnen kan, een bronzen grape, een bronzen steelpan enz.). Een van de schalen van rood aardewerk is ongetwijfeld een specimen uit het pottenbakkerscentrum Issum in de Duitse Rijnstreek. In de woonruimte voor in het achterschip lagen meer dan 250 zilveren munten, die verschillen naar waarde en ouderdom. Het geld dateert uit de periode 1670-1697, althans voor zover na een voorlopig onderzoek kon worden nagegaan. De munten vertegenwoordigen een aanzienlijk bedrag en zijn afkomstig uit Nijmegen, Utrecht, West-Friesland, Zeeland, Friesland, Groningen enz.
Het wrak is ook scheepsbouwkundig gezien interessant, daar het schip overnaads was gebouwd. De afwerking, de breedte van de huidgangen en de bewegering doen vermoeden dat het een laat type van een overnaads gebouwd schip was, dat de overgang naar de karveelbouw reeds achter zich had gelaten. Men kan zich een juiste voorstelling van het oorspronkelijke vormen, daar de boorden intact zijn gebleven. Bovendien bleef aan een zijde een zwaard bewaard; de plaatsen van de mast en van de ruimten in voor- en achteronder zijn nog goed te zien. De zeer bekrompen woonruimten toont wel aan met hoe weinig comfort men in vroegere eeuwen genoegen nam. De plaats voor de kookgelegenheid in de woonruimte is aangegeven door een versierde haardplaat. Gevonden werden ook delen van het gangboord, verbonden met een opstaande rand van inkepingen voor luiken. Hetgeen het bewijs vormt voor de aanwezigheid van een gesloten ruim. Ook de dekloggers in voor- en achterschip tonen de gesloten roef en het gesloten achteronder aan. Tenslotte werd er in het wrak ook nog een eiken ankerspil gevonden.
Deze opgraving vormt een waardevolle bijdrage tot de kennis van kleinere, overnaads gebouwde scheepstypen. Het wrak is bezocht door deelnemers aan de Landbouwkundige Vergadering van de Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders, tijdens een excursie, en door de Commissie voor Historische Scheepsresten".
Begin 1969 werd met de pachter van kavel OM65 overeengekomen dat de afwerking van het wrak in die zomer, na het binnenhalen van de oogst, zou plaatsvinden. Het wrak werd getekend en verwijderd. Enkele delen, die typisch werden geacht, zijn bewaard. Het 20 m lange en 4,6 m brede vrachtschip was vermoedelijk een lichter, een klein schip waar de goederen uit een groot schip in werden overgeladen. Het had een vlakke bodem en ging met een scherpe kim over in de rechtopstaande boorden. Het vlak was karveel gebouwd, terwijl de zijden overnaads gebouwd waren. Het voor- en achterschip waren gepiekt. Tegen de zijkanten waren zijzwaarden bevestigd. Het schip was vrij compleet bewaard gebleven; over de hele lengte ongeveer tot het dekniveau. Tijdens de opgraving werden in het voorschip tussen de lading schelpen 280 munten gevonden. Het schot dat het ruim afsloot was bezweken zodat de schelpen in de woonruimte waren gerold. De muntschat bestond uit 9 driegulden stukken, 3 dubbele daalders, 4 daalders, 39 florijnen, 224 schellingen en een pentagon (patagon) uit Doornik (Tournai). De pentagon uit 1620-1621 was de oudste munt. De jongste munt was een driegulden in 1697 in Gelderland geslagen. Aan de hand van de muntvondsten werd de datum van ondergang vastgesteld op in of vlak na 1697.
Kijk voor meer informatie op MaSS
Bronnen: Driemaandelijkse berichten betreffende Zuiderzeewerken en 2e kwartaal 1969 en 1970; RIJP rapport 1977, Muntvondsten in scheepswrakken; Potable-antiquities.nl.