Tjalk OK45

Tjalk OK45

Plaats: Dronten

Locatie: Rendierweg, kavel OK45

Maker:

materiaal: eikenhout

Jaar: 17e eeuw


Beschrijving:

Het Rampjaar 1672 markeerde het einde van de Gouden Eeuw. De Franse Zonnekoning Lodewijk XIV wilde de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden inlijven. Samen met Engeland en de bisdommen Münster en Keulen viel Frankrijk de Republiek aan. De strijd werd niet alleen op het land gevoerd maar ook op de Zuiderzee. Dat gebeurde veelal met 'uytleggers' (uitleggers), platbodemschepen die in de zomer van 1672 waren bewapend met één of meer kanonnen, mortieren en musketten. Nadat de Münsterse bisschop Bernhard von Galen, bijgenaamd Bommen Berend, in de zomer van 1672 de oostkust van de Zuiderzee had bereikt probeerde hij daar zijn slag te slaan, maar werd gehinderd door 'uitleggers'. In Valkeniers, Verwerd Europa staat op blz 780: "maar wierd welhaast door de Hollandsche uytleggers eenige kapers quit, en voorts ingejaagd, so nauw beslooten gehouden, dat hij noyt weder trachte de Zuyder-zee te ontveyligen"Bron: deruyter.org pag. 8.

In het najaar van 1977 is op kavel OK45 aan de Rendierweg een scheepswrak opgegraven. Het betrof een bewapende tjalk die zeer waarschijnlijk in augustus van het Rampjaar is vergaan. Tijdens de opgraving werden drie ijzeren kannonnen aangetroffen, twee in het schip en één ernaast. De kanonnen en andere wapens, waaronder een serie zwaarden, musketten en een dubbele kanonskogel, wezen erop dat het schip een smalschip was dat als 'uitlegger' onderdeel uitmaakte van een eskader. In het wrak zijn verschillende zwart geblakerde objecten aangetroffen. Dat duidt erop dat er brand aan boord is geweest. De tjalk verging als gevolg van een enorme explosie, waarschijnlijk is de kruidkamer geëxplodeerd. Het schip, waarvan het achterschip ontbrak, zonk rechtstandig. Bij de opgraving zijn in verschillende delen van het schip ruim 70 munten gevonden, die vermoedelijk uit een beurs afkomstig waren. Het betrof munten uit Nederland met omliggende gebieden, Spanje, Tunis en Sicilië. De jongste munt was een duit uit de stad Utrecht met het jaartal 1670. Het schip werd na de opgraving geruimd. Bron: Opgravingsdocumentatie scheepswrak OK45; koninklijkgenootschap.nl; linkedin Wouter Waldus; Omroep Flevoland: wrak OK45 verging na verwostende brand.

Tijdens drainagewerkzaamheden op kavel ZM8 op de kruising van de Schollevaarweg en de Roerdomp in Zuidelijk Flevoland stuitte men in 1977 op een scheepswrak. Datzelfde jaar werd door het toenmalig Centrum voor Scheepsarcheologie een verkennend onderzoek uitgevoerd. In 1982 werd het scheepswrak herverkend. In de opgravingsdocumentatie staat: "Het betreft een scheepsfragment van een voor- of achterschip. Een deel van het vlak met enkele liggers, een deel van de scheepshuid met kromhouten en oplangers met wegering. Het vlak is 1,5 m bij 2 m. De huid is 1,5 bij 1,5 m groot. Tijdens de herverkenning is het fragment vrijgegraven, schoongemaakt en gefotografeerd. Na de documentatie zijn de stukken gedemonteerd en uit de grond gehaald. Opvallend is dat elke huidgang van het fragment in het midden is voorzien van een versieringsgroef. De spijkers die in het schip zijn gebruikt, hebben een opvallende massieve kleine kop". Bij het scheepswrak op OK45, waar het achterschip ontbrak, zijn deze bijzondere details ook aangetroffen. Het scheepsfragment van kavel ZM8 is naar alle waarschijnlijkheid het ontbrekende achterschip van de tjalk OK45 dat na de explosie is afgedreven. De vindplaatsen van het voor- en achterschip lagen 25 km van elkaar. 

Op de website van MaSS leest u meer over de OK45 en de ZM8