Scheepswrak OF34
Plaats: Lelystad
Locatie: Lisdoddeweg 61, kavel OF34
Maker:
materiaal: eiken hout
Jaar: 17e eeuw
Beschrijving:
In 1964 stuitte men tijdens het greppelploegen op kavel OF34 op een schip. Bij de verkenning bleek dat de ploeg dwars door het schip getrokken was. In Driemaandelijkse mededelingen betreffende de werkzaamheden voor afsluiting en droogmaking der Zuiderzee, jaargang 54, 2e kwartaal 1973 schreef Gerrit van der Heide, van 1948 - 1974 hoofd van het oudheidkundig bodemonderzoek in de IJsselmeerpolders, het volgende: "De verdere opgraving van een scheepswrak op kavel F34, in het vorige najaar was ermee begonnen, leidde er toe de ondergang van het scheepje, dat niet bijzonder groot is, voorlopig te dateren in de tweede helft van de 17e eeuw. Het doet enigszins denken aan de kleine schepen op de 17de eeuwe schilderijen en prenten van onder meer Reinier Nooms. Wellicht moet daarbij worden gedacht aan schepen die wel eens worden beschouwd als kagen. De karakteristiek van dit nu opgegraven vaartuig is, dat het nogal rond gebouwd werd, vóór vrij sterk oplopend, achter wat minder, een vrij vlakke bodem had en een prachtige belijning van zijn berghout. Zo'n vaartuig had vóór een vrij grote woonruimte en achter een ruimte om materiaal dat bij het schip behoorde te bergen. Midscheeps was een ruim met een dubbeling op de bodem van grenenhout over een eiken bewegering. Het wrak vertoont duidelijk kimmen zowel binnenboord als aan de buitenwand van buiten.
De woonruimte had een soort schouwtje boven de stookplaat. Het schip had vermoedelijk geen echte kiel. De constructie en de plaatsing van de steven zijn interessant. In het wrak vonden we ondermeer een bijzonder mooie schaal van geglazuurd rood aardewerk van Duitse makelij van een type dat in het westelijk deel van Duitsland goed bekend is uit de 17e eeuw, maar tot nu toe in het Zuiderzeegebied nog niet eerder in een scheepswrak is aangetroffen. Ook vaatwerk uit Issum behoorde tot de huishouding aan boord. Wanneer het huishoudelijk materiaal er op wijst dat het schip in de tweede helft van de 17e eeuw zal zijn vergaan, dan is dat heel wel mogelijk dat het in de eerste helft van die eeuw werd gebouwd. Het type van het schip is voor ons geheel nieuw".
De opgraving van de OF34 werd in het 4e kwartaal van 1973 afgerond. Gedurende de laatste weken van de opgraving werd het vrij rondgebouwde scheepje in verschillende stadia met sterofoto's vastgelegd en daarmee geleidelijk geruimd. De verkregen foto's, die op een hoogte van tenminste 9 à 10 m door een helicopter genomen waren, werden op tekening overgebracht met speciale apparatuur. Tegelijk met de OF34 werden ook stereofotogrammetrische opnamen van andere scheepswrakken gemaakt. De methode van opgraven van een aantal scheepswrakken tegelijk toonde aan dat dit door sterk uitdrogen en krimpen van het hout en verdere mogelijkheden van verlies aan gegevens door het lang blootgesteld zijn van het object aan zon en wind toch duidelijk bezwaren had naast enige voordelen. Bij heel belangrijke vaartuigen was deze wijze van werken voor de onderzoekers niet aanvaardbaar. Bron: Driemaandelijkse mededelingen betreffende de werkzaamheden voor de afsluiting en droogmaking der Zuiderzee, jaargang 54, 4e kwartaal.
Kijk voor meer informatie op MaSS. In het kader van het 13 Provinciën project van de Rijksdienst voor Cultureelerfgoed (RCE) deed Leo Kaan in 2021 onderzoek naar Tjalkachtigen van de Zuiderzee. Het rapport met een beschrijving van de OF34 op blz. 5 kunt u hier vinden.