Kogge ON5
Plaats: Dronten
Locatie: Ketelweg 8, kavel ON5
Maker:
materiaal: eikenhout
Jaar: 14e eeuw
Beschrijving:
In oktober 1973 is op kavel NO5 bij het mengwoelen een scheepswrak aangetroffen. Het schip lag op een diepte van 70 cm. Tijdens de verkenning op 29 oktober is dwars op de lengte richting van het schip een proefgleuf gegraven. Daarbij stelde men vast dat de naden van het schip opgevuld waren met mos dat was afgedekt met een dun latje en ijzeren krammetjes. Bij het afprikken bleek dat het schip een lengte had van ongeveer 15 m en een breedte van 3 m. Bij het mengwoelen waren inhouten en planken losgetrokken die op het maaiveld lagen.
Het schip werd van 2 augustus t/m 3 september 1976 opgegraven. Het schip lag met een lichte slagzij over bakboord en vertoonde een kattenrug, waardoor het voorschip iets dieper in de grond was afgezonken dan het achterschip en zodoende ook beter bewaard was gebleven. Het betrof een kleine Middeleeuwse kogge met een geschat laadvermogen van 16 ton ofwel 16.000 kg. Door het ontbreken van de steven was het niet mogelijk de totale lengte van het schip vast te stellen. De lengte van het vlak bedroeg 12,50 m. De 9,20 m lange kielbalk was aan beide zijde met 1,65 m verlengd. De grootste breedte van het vlak was 2,06 m, terwijl de grootste breedte ter plaatse van het spant voor het mastspoor tenminste 4,50 m moet zijn geweest. De mastvoet was op 3 m van het vooreinde in een brede legger uitgehold. Het schip had een vlak dat in het middendeel karveel gebouwd was, met hoekige kim. Naar het uiteinden ging het vlak vloeiend over in de zijden. De bouwwijze van de kiel was ook in 1949 aangetroffen bij de opgraving van de kogge NQ75, die in het midden een vrij vlakke bodem had en naar de stevens toe scherp was. Evenals bij de kogge ON5 was de kielbalk van de NQ75 aan beide einden verlengd met een knie, een verstevigingselement om overgangen in de scheepsromp te versterken, waarvan het opstaande gedeelte de onderste helft van de achtersteven vormde.
Aan houten schepen moest geregeld reparaties en onderhoud gepleegd worden. Uit archeologische opgravingen blijkt dat naast reparaties en onderhoud dat in havens werd uitgevoerd deze ook tijdens de reis gedaan werden. In verschillende kogge-achtige schepen zijn namelijk timmergereedschappen gevonden. Bij de kogge ON5 was een fraaie marlpriem van hertshoorn met glimmende uiteinde door het vele gebruik, het opvallendste voorwerp onder het gereedschap. De marlpriem werd gebruikt voor het splitsen van touwwerk dat bij het breeuwen van de naden gebruikt werd. De marlpriem werd dan tussen de strengen van het geslagen touwwerk gestoken om deze los te krijgen. Ook kon de marlpriem gebruikt worden bij het naaien van een oog in een zeil. Naast de marlpriem maakten ook een bijl, een dissel en een breeuwijzer onderdeel uit van de inventaris. Daarnaast werden twee wetstenen en drie messen in het wrak gevonden.
Voor het bereiden van voedsel beschikten veel schepen over een stookplaats. Ook in de ON5 is een stookplaats bestaande uit kloostermoppen en plavuizen aangetroffen en een kookpotje en kogelpot met roetsporen. Hieruit is op te maken dat de opvarenden van dit schip ook voedsel aan boord hebben bereid. Op grond van het aangetroffen aardewerk wordt de ondergang van de kogge gesteld op 1325 - 1335.
Kijk voor meer informatie op MaSS.
Bronnen: Driemaandelijkse mededelingen betreffende de werkzaamheden voor de afsluiting en droogmaking der Zuiderzee, jaargang 54, 4e kwartaal; Flevobericht nr.166, Drie schepen uit de late Middeleeuwen; Grondsporen 20: De verdwenen Kogge van Modderman.