Zeegaand schip 18e eeuw

Zeegaand schip 18e eeuw

Plaats: Rutten

Locatie: nabij Hopweg 43, kavel NK47

Maker:

materiaal: eikenhout

Jaar: 18e eeuw


Beschrijving:

Tijdens ploegwerkzaamheden op kavel NK47 in het voorjaar van 2016 trof een akkerbouwer uit Rutten hout op zijn akker aan dat wees op een scheepswrak. Om te kijken om wat voor schip het ging heeft een onderzoeksteam van het IFMAF (Rijksuniversiteit van Groningen, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Nieuw Land Erfgoedcentrum, gemeente Lelystad en de Archeologische Werkgroep Nederland, afdeling Flevoland) in oktober van dat jaar een verkennend onderzoek uitgevoerd.

Tijdens het onderzoek werd een ongekend groot scheepswrak blootgelegd. Er zijn veel scheepswrakken in regio aangetroffen, maar niet zo groot als dit schip. De afmetingen van de verschillende constructiedelen van het wrak, zoals een dekknie die ter ondersteuning van het dek diende en de kielbalk, geven aan dat het gaat om een groot zeegaand schip, met een geschatte lengte 30 à 35 meter. De grootte van het schip verraste de archeologen. Men ging er namelijk vanuit dat de voormalige Zuiderzee met het ondiepe vaarwater, niet geschikt was voor dergelijke grote schepen. Dat het schip op grotere zeeën voer blijkt bijvoorbeeld uit de dubbele laag om het schip om het hout te beschermen tegen het zoute water, paalworm en zeepokken. Tijdens de verkenning stuitte het onderzoeksteam ook op 7 houten tonnen die waarschijnlijk in het laadruim liggen.

Na het verkennend onderzoek is het wrak weer afgedekt met aarde. De Wet op de archeologische monumentenzorg (2006) heeft als uitgangspunt dat archeologisch waardevolle resten op de vindplaats, in de bodem, moeten worden behouden. Dit noemen we: behoud in situ. Het wrak blijft op de vindplaats liggen tot er geld vrijkomt voor uitgebreid onderzoek.

Begin juni 2018 zijn archeologen van de Rijksuniversiteit Groningen met de opgraving van het schip gestart dat beetje bij beetje opgegraven wordt door het team van de International Fieldschool for Maritime Archaeology Flevoland (IFMAF). De noodopgraving is nodig omdat het schip vlak onder het maaiveld ligt en door inklinkende grond en landbouw wordt bedreigd. De centrale vraag van het onderzoek is: "Wat deed dit schip hier"? Een groot deel van de opgraving gebeurt met de hand door studenten van de Rijksuniversiteit Groningen. Naast de bodem van het schip is ook een groot deel van de bakboordzijde aangetroffen, waarbij het onderste ruim en bovengelegen dek, inclusief geschutpoorten, nog aanwezig zijn. Hierin zijn een uitzonderlijk complete en goed bewaard gebleven combinatie van lading, inventaris, tuigage en bewapening aangetroffen. Jaarringonderzoek heeft uitgewezen dat het schip in 1705 gebouwd is. De vondst van kleipijpjes geeft een exacte datering van de ondergang. Het gaat om een zwaar bewapende koopvaarder die tussen 1715 en 1720 op de toenmalige Zuiderzee is vergaan. Er zijn honderden musket- en kanonskogels gevonden maar ook vaten buskruit, kruitschoppen, pistolen en zwaarden. Uit de vondst van tinnen bestek en servies met stempels van Londen kan worden opgemaakt dat het hoogstwaarschijnlijk een Engels schip is met connecties in Middelandse Zee-landen. De opgegraven maat- en duimstokken met de Engelse maat inch bevestigen dit vermoeden. Ook werden aan boord complete kannen en kruiken gevonden en een glazen drankflesje mét de sterke drank er nog in.

Laatste Update vrijdag, 15 juni 2018