Wijk- en straatnamen Emmeloord

Wijk- en straatnamen Emmeloord

Plaats: Emmeloord

Locatie:

Maker:

materiaal:

Jaar: vanaf 1943


Beschrijving:

In september 1948 ging de Planologische Commissie akkoord met het stadsplan van Emmeloord dat voorzag in een centraal plein met daaromheen 7 woonwijken die eveneens een centrale ruimte kregen. Het plan was ontworpen door architecten van de Directie Wieringermeer, in samenwerking met enkele daarvoor aangewezen stedebouwkundige adviseurs. De richting van de straten in het plan was bepaald door de kruising van de wegen Vollenhove - Urk en Kampen - Lemmer. In het stadplan was uitgegaan van een maximale bevolking van 10.000 bewoners. Bron: Architectuur en stedebouw in Flevoland. De prognose was dat de stad in de loop van 40 jaar zou uitgroeien tot 6000 inwoners en na 65 jaar was uitgegroeid tot maximaal 10.000 inwoners. De toegewezen bouwruimte tussen de Espelervaart, de Urkervaart en de Lemstervaart was al in het verkavelingsplan van 1938 vastgesteld. 

Onkruidbuurt
 
Omdat het noodzakelijk was om met de bouw van woningen in Dorp A, het latere Emmeloord, te beginnen maakte ir. J.C Pouderoyen al in een vroeg stadium een gedetailleerd plan voor Wijk 1. In de zomer van 1943 werd aan de rand van de rimboe gestart met de realisatie van de eerste huizen. Aanvankelijk droegen de straten de namen Middenstraat, Zuidstraat, Weststraat en Ooststraat, die aan hun ligging ontleend waren. Maar deze namen waren nooit officieel vastgesteld. Sinds de 19e eeuw heeft Nederland een officieel straatnamensysteem. In de gemeentewet van 1851 staat dat de gemeente over de naamgeving van een straat moet beslissen. Dit wordt gedaan via een besluit van het college van burgemeester en wethouders (B&W). Omdat Noordoostpolder pas op 1 juli 1962 een gemeente werd, was de naamgeving van de straten, pleinen, vaarten en bruggen in Emmeloord tot die tijd de taak van de landdrost. In Emmeloord werd gestreefd naar samenhang voor straten die bij elkaar in de buurt liggen. Per wijk is gekozen voor een overkoepelend thema. 
 
In augustus 1945 ging landdrost dr. ir. Sikke Smeding over tot het toekennen van namen aan de straten in Wijk 1. Om de herinnering aan de eerste periode in de ontwikkeling van de polder levend te houden viel de keuze op onkruiden, de spontane vegetatie die zich destijds als gevolg van het gebrek aan arbeiders en materiaal meester had gemaakt van de maagdelijke bodem. Zo ontstonden de namen Rietstraat, Zeebiesstraat, Duizendknoopstraat, Moerasandijviestraat, Lischdoddestraat en Zeeasterstraat. Naar aanleiding van het door de landdrost ingewonnen advies van de poldercommissie, betreffende de toekenning van straatnamen in Emmeloord, werd in juli 1946 besloten de naam Lischdoddestraat te veranderen in Lisdoddelaan. Toen in 1948 vastgesteld werd dat de wegen die een wijk begrenzen een neutrale naam dienden te krijgen, kreeg de Lisdoddelaan de naam Espelerlaan. Met het gereedkomen in 1949 van de woningen aan de Meldestraat, tussen de Espelerlaan en de Rietstraat, was de Onkruidbuurt 'voltooid'. Lees hier alles over de bouw van de Onkruidbuurt. 
 
Bomenbuurt
 
Aan de nieuwe straten in Emmeloord werden in 1946 de namen Lijsterbesstraat, Goudenregenstraat, Jasmijnstraat, Meidoornstraat en Kastanjelaan toegekend. In overeenstemming met deze namen werd de beplanting aangebracht. De woningen in de wijk werden gebouwd in de stijl van de Delftse School. De woningen in de Meidoornstraat verrezen in 1947-1948. Hier kunt u meer lezen over de Meidoornstraat. In 1948 werd aan de Jasmijnstraat een administratiegebouw voor de Dienst der Zuiderzeewerken gebouwd door de Bouwkundige Afdeling van de Directie Wieringermeer, die ook verantwoordelijk was voor het ontwerp. Datzelfde jaar werden aan de Acacialaan en de Berkenlaan 12 uit Oostenrijk geïmporteerde houten huizen gebouwd om ambtenaren in te huisvesten, de zogenaamde Oostenrijkse woningen. Deze prefab woningen waren door het ministerie van Wederopbouw en Volkshuisvesting aan de Directie Wieringermeer toegewezen. Lees hier alles over de Oostenrijkse woningen. Naar aanleiding van de inhuldiging van Koningin Juliana op 6 september 1948 werd de naam Goudenregenstraat, die de Bomenbuurt aan de zuidkant begrensde, veranderd in Koningin Julianastraat. Hier kunt u meer lezen over de Koningin Julianastraat. Tijdens de op 20 juni 1951 gehouden vergadering van de Poldercommissie voor algemene belangen kwamen aan de orde de voorstellen van landdrost Smeding betreffende straatnamen in Emmeloord. Aan het straatje lopende van de Meidoornstraat naar de Poststraat (sinds 1970 Pastoor Koopmansplein) werd toen de naam Goudenregenstraat gegeven. In 1955 verrezen aan de Boslaan, die de Bomenbuurt aan de oostkant begrensd, in particuliere opdracht gebouwde vrijstaande villa's. In juli 1956 werd bekend dat de laan ten noorden van de Berken- en Acacialaan de naam Peppellaan kreeg. Een Peppel is een ander woord voor Populier.
 
Vogelbuurt
 
Voor de straten in de nieuwbouwwijk ten zuiden van de stadsgracht had men de namen van vogels in gedachte, die bij de zee en in het rietland voorkwamen. De straten in de Vogelbuurt, die begrensd wordt door de stadsgracht (Lange Dreef), de Nagelerstraat en de Zuiderkade kregen in mei 1950 de namen Meeuwenkant, Plevierenstraat, Baardmezenstraat, Rietzangersstraat, Karekietstraat en Roerdomplaan. In 1948 - 1949 werd op de hoek van de latere Nagelstraat en Plevierenstraat in opdracht van de N.V. IJsselcentrale een kantoorgebouw met bijbehorende woningen gebouwd naar ontwerp van ir. Willem Pieter Cornelis (Wim) Knuttel (1886-1974) uit Deventer. De blokken 2-laagse woningen aan de oneven zijde van de Plevierenstraat zijn in 1949-1950 gebouwd. In oktober 1950 kwamen aan de Meeuwenkant de eerste woningen gereed. De in baksteen in staand klezoorverband opgetrokken woningen staan niet in één rooilijn, maar de bebouwing is gestaffeld. De tot dan toe op traditionele wijze gebouwde woningen in Emmeloord waren ontworpen door de Bouwkundige Afdeling van de Directie Wieringermeer en opgetrokken in de stijl van de Delftse School. Eén van de kenmerken van deze bouwstijl waren de in het oogspringende schoorstenen. Door de vele schoorstenen op ieder huizenblok werd Emmeloord destijds in de pers gekscherend het 'schoorsteenvegersparadijs' genoemd. De tekenaar Jan Rotgans (1881-1969), die ieder jaar de excursiegids voor de Noordoostpolder illustreerde, maakte zelfs een illustratie met de titel 'Het schoorsteenvegersparadijs Emmeloord'.
 
Naarmate de tijd vorderde won het modernisme aan terrein. In 1950 werden in de Rietzangerstraat, Karekietstraat en Roerdomplaan 64 Airey-woningen gebouwd, snel te bouwen, betaalbare prefabwoningen, ontwikkeld op basis van een ontwerp van de Engelse ingenieur Sir Edwin Airey. De Airey-woningen waren kenmerkende wederopbouwwoningen gebouwd met een systeem van geprefabriceerde betonnen gevelpanelen en een staalconstructie, die ontworpen zijn door de N.V. Nederlandse Maatschappij voor Volkshuisvesting (Nemavo) in Amsterdam. Ze hadden stalen kozijnen, enkel glas en moderne isolatie ontbrak. De Airey-woningen in de Vogelbuurt zijn in 1997 gesloopt. Aan de Rietzangerstraat, de Roerdomplaan en tegenwoordig de Karekiethof werden in 2000 rijtjes eengezinswoningen gebouwd met een lessenaarsdak.

Nijverheidsbuurt
 
Tijdens de op 20 juni 1951 gehouden vergadering van de Poldercommissie voor algemene belangen deelde de voorzitter dr ir Smeding mee dat aan de straten ten westen van de Nagelerstraat namen werden toegekend, die voor een deel ontleend zijn aan de bouwnijverheid. De in de westelijke richting lopende zijstraten van de Nagelerstraat, respectievelijk gerekend van noord naar zuid: Kampwal, Smeden, Houttuinen en Bouwerskamp; het plein bij de Nagelerstraat (Nagelerbrug): het Veerplein; de verbindingsstraten tussen de Smeden en de Houttuinen, respectievelijk gerekend van oost naar west: Raamstraat, Houtstraat, Steenstraat, Staalstraat en Hamerstraat. Begin jaren 1950 werden aan de Raamstraat, Houttuinen en Staalstraat 48 Airey montagebouwwoningen gebouwd van hetzelfde type als in de Vogelbuurt, wit-grijze 2-laagse woningen met een flauw hellend zadeldak met mastiekbedekking. De Nemavo-Airey woonblokken in de Nijverheidsbuurt zijn in 2000 gesloopt. Op het terrein verrees in 2002 appartementengebouw 'Houttuinen'. 

Het Veerplein ontleent zijn naam aan de veerpont die tot de openstelling van de Nagelerbrug op 1 juli 1952 de oeververbinding vormde tussen het industrieterrein aan de zuidkant van de Urkervaart en het centrum van Emmeloord. 

De Nijverheidsbuurt wordt aan de noordzijde begrensd door de Kampwal. Deze naam houdt de herinnering levend aan het arbeiderskamp dat hier van 1942 tot 1949 te vinden was. De woningen aan de Kampwal, die gebouwd zijn door aanemersbedrijf Ooms uit Ens, kwamen in 1954 gereed en zijn van hetzelfde type als de woningen Koningin Julianastraat 25-35. De gevels zijn opgetrokken in roodbruine baksteen in staand klezoorverband. De 2-laagse woningen staan onder een flauw hellend met grijze pannen gedekt zadeldak. In het dakvlak bevindt zich een aangekapte, lichtgespitste dakkapel. Een opvallend detail is een klein balkon boven de erker van de woonkamer. De erker, een ondiepe uitbouw die buiten de gevel uitsteekt, heeft aan drie zijden een raam. Onder de erker zijn de bakstenen gemetseld in blokverband, een metselverband waarbij bakstenen in een herhalend patroon van blokken geplaatst zijn. De terugliggende voordeur heeft een betonnen omlijsting. 

Botenbuurt
 
Op de op 21 december 1953 gehouden vergadering van de poldercommissie voor algemene zaken deelde landdrost Smeding mee dat aan het stratencomplex ten oosten van de Roerdomplaan en ten zuiden van de Lange Dreef de namen verbonden zouden worden van de scheepstypen, die in het verleden de Zuiderzee bevoeren, terwijl enkele straten de namen kregen van admiraals uit de vaderlandse geschiedenis, die slagen op de Zuiderzee hebben geleverd. Van de drie belangrijke west-oost lopende straten herinneren de namen aan de vissersschepen die in gebruik (geweest) zijn bij de vissers van Schokland, Urk en Lemmer, terwijl de belangrijkste noord-zuid lopende straten de namen kregen van de schepen, die vroeger goederen over de Zuiderzee naar de daaraan gelegen handelssteden vervoerden. Voor de kleine noord-zuid lopende straten zijn de namen van de kleine scheepstypen als schouw, tjotter en punter gekozen. Het plein, gelegen ten zuiden van de ontworpen brug over de Singel (Geuzenbrug, 1957) in het verlengde van de Kettingstraat kreeg de naam Cornelis Dirkszplein, naar de gelijknamige zeeheld, die in 1572 burgemeester van Monnikendam en tevens admiraal van Noord-Holland was. Op 11 Oktober 1573 versloeg hij de Spaanse vloot op de Zuiderzee en nam admiraal Bossu gevangen. Bossu, wiens naam verbonden werd aan de straat, lopende van de meest oostelijk geprojecteerde brug (Spaansebrug, 1958) over de singel in zuidelijke richting naar de Zuiderkade, was de door Alva aangestelde stadhouder over enkele provinciën, die leefde van 1542 tot 1597. In juli 1956 werd door de landdrost vastgesteld dat de ten oosten van het Cornelis Dirkszplein geprojecteerde straat tussen Schokkerwal en Botterstraat de Tjalkstraat zou heten en de straat ten oosten van de Tjalkstraat de Jolstraat genoemd zou worden. 
 
Plannenmakersbuurt
 
Het geven van namen aan de nieuwe straten hield geen gelijke tred met de bouw van de woningen. De woningen in de wijk achter de katholieke kerk zijn tussen 1951 en 1956 gebouwd. In het Overijsselsch dagblad van 19 juni 1952 stond: "[…] In Emmeloord zijn thans in aanbouw plm. 100 woningen nabij de R.K. Kerk en aan de Lange Dreef. De nieuwe straten bij de R.K. Kerk worden nog steeds aangeduid met A. B. C. enz. Het is thans evenwel te verwachten, dat de straten een meer reële aanduiding krijgen." De straten zijn vernoemd naar pioniers, ontwerpers en waterbouwkundigen die plannen maakten om de Zuiderzee af te sluiten en droog te leggen. Zo komen we in de wijk de namen Bumalaan, Faddegonstraat, van Diggelenstraat, Kloppenburgstraat, Professor Ter Veenstraat, Hendric Stevinlaan, Professor Huetstraat, Stieltjesstraat en Wenmaekersstraat tegen. Bekijk hier de plannen die zij gemaakt hebben. In november 1962 werd het 13 jaar oude boscomplex langs de Professor Ter Veenstraat geruimd om woningbouw mogelijk te maken. In 1963 werden op dat terrein een aantal eensgezinswoningen in de particulieren sector gebouwd naar ontwerp van architect ir. A. Bonnema uit Leeuwarden. De Plannenmakersbuurt wordt aan de oostzijde begrensd door de Sportlaan en aan de westzijde door de Boslaan.

Bos en Gaarde

Toen het Waterloopkundig Laboratorium en het Nationaal Luchtvaartlaboratorium bij De Voorst eind jaren 1950 werden gesticht, werd er onderdak gezocht voor het stafpersoneel van deze instellingen in Emmeloord. De Directie Wieringermeer heeft toen in het oostelijk deel van de stad een verkaveling gemaakt voor een villawijk. Begin november 1960 verklaarde de poldercommissie voor algemene belangen zich akkoord met de straatnamen Hendric Stevinlaan, Kooystraat, Minister Lelysingel, Colijnlaan, Visseringlaan, Jansmalaan, Wortmanlaan, De Blocq van Kuffelerlaan, Professor Granpré Molièrelaan, Verhagenlaan, Lovinklaan en Prof. Thijsselaan. De naamgeving vindt zijn oorsprong in de droogmaking van de voormalige Zuiderzee. De straten zijn vernoemd naar personen die bij het maken van de plannen voor de droogmaking een rol hebben gespeeld. Het plein tussen de Sportlaan en de Lange Dreef werd vernoemd naar dr ir S. Smeding, die tot 1954 als landdrost van de Noordoostpolder een grote rol in de ontwikkeling van de polder heeft gespeeld. De poldercommissie kon zich echter niet vinden in de door landdrost Pieter Minderhoud, opvolger van Smeding, voorgestelde naam 'Plein 1918', het jaar waarin de Zuiderzeewet werd aangenomen. Men zou bij het jaartal aan andere gebeurtenissen kunnen denken en de huisnummering zou verwarrend worden. Op verzoek van enkele leden werd de besluitvorming hierover aangehouden. De poldercommissie kwam zelf met het voorstel Zuiderzeelaan, maar dit kon niet de goedkeuring van de landdrost krijgen omdat dan alle logica aan het oorspronkelijke thema zoek was. Met de later door Minderhoud voorgestelde naam Plein Almere, genoemd naar het Aelmere, kon de commissie zich wel verenigen. Bronnen: Overijselsch dagblad 3-11-1960; Kronieken van het nieuwe land, Anneke Koers.

Aan de Professor Grandpré Molièrelaan, de Wortmanlaan en de Verhagenlaan werd in 1960 een strook huizen in twee verschillende groottes gebouwd. Deze huizen waren van een type dat nog niet eerder in de Noordoostpolder gebouwd was. De woningen hadden flauwe zadeldaken en op de begane grond een grote raampartij tot op het maaiveld. Wortmanlaan 5 was de 'tijdelijke burgemeesterswoning' waar burgemeester F.M. van Panthaleon baron van Eck van 1962 tot 1973 met zijn gezin woonde. Bron: Bouwen op nieuwe bodem.

De villawijk Bos en Gaarde wordt aan de westzijde begrensd door de Sportlaan. Het is de scheidslijn tussen de traditioneel vormgegeven woningen uit de jaren 1950 in Delftse Schoolstijl in de Plannenmakersbuurt en de modernistische vrijstaande bungalows met plat dak die eind jaren 1960 in Bos en Gaarde gebouwd zijn. De bungalows hebben een modernistische gevelbehandeling gekregen met grote horizontale ramen. De woningen zijn verschillend van elkaar. Staan de woningen in de Plannenmakersbuurt nog stevig in de rooilijn, de bungalows in Bos en Gaarde zijn vrijer in de rooilijn geplaatst. Bron: De Noordoostpolder-stad Emmeloord, dna van een stad als bouwstenen voor de toekomst 1.

De bevolking van Emmeloord groeide veel sneller dan gedacht. In maart 1957 telde Emmeloord al 5500 inwoners. In september 1957 werd bekend dat het oorspronkelijk geprojecteerde terrein tussen de vaarten niet meer toereikend was en de Directie Wieringermeer overwoog om binnen afzienbare tijd een gedeelte van het terrein aan de overzijde van de Espelervaart voor woningbouw te reserveren. Na de jaren zestig startte de bouw van de uitbreidingswijken buiten de vaarten van Emmeloord. Het traditionele bouwen in de stijl van de Delftse School behoorde tot het verleden..

Espelervaart 

Voor het uitbreidingsplan Espelervaart-Oost, het gebied over de Espelervaart, werden in augustus 1962 de straatnamen door B&W van Noordoostpolder vastgesteld. De aardrijkskundige namen werden voornamelijk ontleend aan berggebieden en rivieren. Vastgesteld werden de namen zoals De Donaustraat, Bospurus, Rijnstraat, De Vogezen, De Alpen, De Ardennen, De Dolomieten, De Balkan, Bourgondiëstraat, De Kaukasus, De Deltastraat, Europalaan, De Karpaten, Normandiëplein, De Dardenellen, De Sont en De Fjord. De toegangsweg vanaf de Moerasandijviestraat kreeg de naam Europalaan en vanaf de Urkerweg de Scandinaviëlaan. In Espelervaart West werden namen toegekend die verwijzen naar Nederlandse rivieren en vaargeulen in de Waddenzee. De wijk dankt zijn naam aan de Espelervaart, de 8 km lange vaart van Emmeloord naar Espel, die de woonbuurt aan de noord- en oostzijde begrensd. 

De in 1962 opgerichtte Coöperatieve woningbouwvereniging voor personeel van handel en nijverheid Emmeloord GA, bouwde in 1963 97 woningen in Espelervaart, 47 gesubsidieerde arbeiderswoningen, 1 arbeiderswoning zonder subsidie en 35 ongesubsidieerde middenstandswoningen. De NV Panagro uit Warmond bouwde in 1965 een aantal middenstandswoningen volgens het Smit-bouwsysteem. Betonelementen vormden de binnenbouw van de woningen, de buitenwand werd uit baksteen opgetrokken.

In verschillende dorpen in de Noordoostpolder werden woningen gebouwd volgens het gestandaardiseerde Vaneg-systeem. Espelervaart I had de primeur. Op 15 november 1965 startte de bouw van 101 Vaneg-woningen die ontwikkeld waren door de firma Van Egteren Bouwnijverheid N.V.. Het casco bestond uit betonelementen die op de bouwplaats gemonteerd werden. De wandelementen bestonden uit verdiepingshoge elementen en de vloerelementen van de verdiepingen waren vertrek breed, max. 4,30 m. De begane grondvloer bestond uit een systeemvloer. Kenmerkend is het ontbreken van metselwerk in de voor- en achtergevels. Alleen de eindgevels werden op traditionele manier gemetseld. De voor- en achtergevels werden samengesteld uit geprefabriceerde houten pui-elementen. De eerste 10 rijtjeswoningen werden op 10 augustus 1966 door een van de directeuren van Vaneg, ir. A.M. Taselaar, overgedragen aan de gemeente in de persoon van burgemeester F.M. van Panthaleon van Eck. In 1967 werd de 2000ste Vaneg-woning in de Noordoostpolder opgeleverd. In oktober 1968 hield de algemene woningbouwvereniging 'Noordoostpolder' een druk bezochte ledenvergadering. 'Wateroverlast' was een steeds terugkerend woord. Bij de Vaneg-woningen in Emmeloord en Nagele was het volgens de bewoners gewoon hopeloos. Alle klachten mondden uit in een motie aan het gemeentebestuur waarin met klem werd gevraagd de wateroverlast zo spoedig mogelijk te verhelpen.

In 1969 had Emmeloord opnieuw een landelijke primeur. Burgemeester Van Panthaleon van Eck heide op 10 september de eerste paal voor een complex woningen aan De Fjord. Het betrof een geheel nieuw type woningen dat ontworpen was door het architectenbureau T. Zondag uit Hoogeveen. De woningen werden gebouwd in twee blokken, respectievelijk van 5 en 6 woningen. Keuken, hal en gang zijn naar de straatzijde gericht, de huiskamer is daarachter en kijkt uit op een afgesloten ruimte, een soort patio. De woningen, gebouwd door aannemingsbedrijf Booy NV uit Hoogeveen, hadden 5 slaapkamers en een ruime garage.

In 1973 bouwde het Onderling Boerenverzekeringsfonds uit Leeuwarden 103 beleggingswoningen aan de Drostlaan, de Egeïschestraat, de Adriatischestraat en de Biscayestraat. De rijtjeswoningen waren ontworpen door architectenbureau van Manen en Zwart uit Drachten. De 2-laagse woningen onder een met grijze pannen gedekt zadeldak zijn opgetrokken in rood-bruine baksteen in wildverband. Aan de Deltastraat realiseerde het Spoorwegpensioenfonds datzelfde jaar een project van 59 woningen met grote raampartijen. De eindgevels en plinten zijn opgetrokken in lichte baksteen in halfsteensverband. De eerste verdieping is voorzien van geprefabriceerde houten pui-elementen. De woningen staan onder een flauw hellend zadeldak met grijze beton pannen.

Er is verschil tussen het oostelijk deel en het westelijk deel van Espelervaart. Espelervaat-Oost is in de jaren 1960-1970 als eerste gerealiseerd met een hoekig stratenpatroon. Espelervaat-West werd eind jaren zeventig gebouwd. Hier slingeren de wegen en er zijn doodlopende straatjes, woonerven en hofjes. Bron: De Noordoostpolder-stad Emmeloord, dna van een stad als bouwstenen voor de toekomst 1. Uitbreidingsplan Espelervaart-West is in grote lijnen ontwikkeld door stedenbouwkundige J.C. Laats. In het plan werd rekening gehouden dat alle bewoners de beschikking hadden over een auto. Naast 76 garageboxen werden speciale parkeerpleintjes aangelegd. De wijk werd kind vriendelijk ontworpen, de woonstraten waren alleen bestemd voor langzaam verkeer. De geplande flats werden, in afwijking van het tot dan in Emmeloord toegepaste systeem, naast elkaar geplaatst zodat iedere flat een ruim en onbelemmerd uitzicht had. 

Revelsant

De wijk is vernoemd naar een zandbank ten noorden van het eiland Urk met de naam Reuelsant die aangegeven is op de 'Kaart van de Nederlandsche Zeekusten van Groningerland tot Vlaanderen' uit 1590, die gemaakt is door stuurman en cartograaf Lucas Janszoon Waghenaer. De bank had ongeveer de vorm van het bestemmingsplan waar Revelsant II gerealiseerd zou worden nadat Revelsant I voltooid was. De zandbank is destijdes waarschijnlijk genoemd naar de Reeve, een vroegere zijrivier van de IJssel die van Kampen naar de Zuiderzee liep. De straatnamen in Revelsant I, tegenwoordig Revelsant-Noord, zijn vernoemd naar ondiepten in de Wadden- en Zuiderzee. De straatnamen eindigen bijna allemaal op 'sant' of 'zand'. De namen Old Putten, Verlehorst, Hulkesteijn en Nijenbeek, waaraan flats staan, zijn vernoemd naar landgoederen in Gelderland. Old Putten verwijst naar een voormalig kasteel bij Elburg, Verlehorst naar De Velhorst bij Almen, Hulkesteijn naar een verdwenen 15e eeuws kasteel bij Nijkerk en Nijenbeek naar een 13e eeuwse kasteelruïne bij De Voorst.

In de raadsvergadering van 28 september 1966 werd het uitbreidingsplan Revelsant I goedgekeurd. Hierin was plaats voor 457 woningen, een aantal winkels en nog enkele andere gebouwen. In augustus 1968 besloot de Gemeenteraad van Noordoostpolder om 112 industriele woningen van het Vaneg-type in bestemmingsplan Revelsant I te bouwen. Totale bouwkosten ruim 3,5 miljoen gulden. De woningen werden voorzien van centrale verwarming maar niet volgens het bloksysteem zoals bij de 221 Vaneg-woningen in Espelervaart maar door middel van een ketel per woning, die op de zolder werd geplaatst. De Vaneg-woningen werden o.a. gebouwd aan Robbesant en Vrouwenzand.

Bestemmingsplan Revelsant II, ten zuiden van de Urkerweg, is in juli 1971 door de gemeenteraad aangenomen. Dit bestemmingsplan is het eerste in Nederland dat met volledige inspraak tot stand gekomen is. Voordat er werd getekend werd de plaatselijke bevolking betrokken om mee te denken over de woonomgeving en woningen. De woonwensen die hieruit naar voren kwamen zijn door de architecten Coen Bekink (1922-1996) en Jan Sterenberg (1923-2000) uit Ter Apel en Hans Morshuis (1929-2017) uit Hoogeveen daadwerkelijk in de ontwikkeling van de woonwijk verwerkt, met name bij de plaatsing van de woningen en andere voorzieningen. Revelsant II, tegenwoordig Revelsant-Zuid, is gebouwd in een sobere, functionele architectuur. Landschappelijk gezien hadden schuine daken het in deze polder wellicht beter gedaan dan de uiteindelijk platte daken. Tijdens de inspraakprocedure koos men toch voor het laatste omdat daarmee in verhouding tot de bouwkosten, de meeste ruimte binnen de woningen werd verkregen. Binnen de gestelde financiële beperkingen, die door de gemeenteraad waren bepaald, werd dit aspect belangrijker gevonden dan de vormgeving. De 545 eensgezinshuizen werden gebouwd op 21 hectare. Er zijn 6 typen woningen, kleine en grote. Zeventig procent bestond uit woningwethuizen, 20% uit premieverkoophuizen en 10% uit huizen in de vrije sector. Door het herplanten van een 10 jaar oude boom, even oud als de gemeente Noordoostpolder destijds was, gaf prins Claus von Amsberg de echtgenoot van koningin Beatrix op 5 oktober 1972 het startsein voor het 'experimentele' woonproject Revelsant II. De eerste woning werd op 18 juni 1973 overgedragen. De straatnamen in de wijk zijn naar hemellichamen genoemd vandaar dat de wijk ook bekend staat als Sterrenbuurt.

De Zuidert 

De Zuidert is tussen 1970 en 1980 gebouwd. De wijk dankt zijn naam aan de woonterp Zuidert op het voormalig eiland Schokland. Zuidert of Zuiderbuurt viel onder het buurtschap Ens en was een van de grotere terpen waarop zich vanaf 1400 bewoners gingen vestigen. De straatnamen in De Zuidert zijn vernoemd naar voormalige plaatsen, wateren en streken rondom de Zuiderzee. Bekende straten en lanen in deze buurt zijn onder andere de Diemenlaan, Bunschotenlaan, Makkumstraat, Andijkstraat en Volendamstraat. De hoofdontsluitingsweg, in de vorm van een ringweg, heet IJsselmeerlaan. De woonwijk kenmerkt zich door hofjes en woonerven met kronkelende straten en paden. De straten en woonerven vormen aparte subwijkjes die als bloemkoolroosjes op de hoofdweg zijn 'geplant'. De bloemkoolwijk was hét antwoord op de grootschalige woonwijken uit de jaren 1950 en 1960 en betekende een radicale breuk met de mathematische opzet van de wederopbouwwijken. De kleinschalige structuur moest zorgen voor een prettige en herkenbare woonomgeving. De woningen zijn gebouwd als betonnen casco's waardoor de binnenwanden vaak niet dragend zijn. Daardoor kon er geëxperimenteerd worden met de plattegrond. De woningen werden in bruine baksteen opgetrokken en kregen flauw hellende daken met grijze beton pannen. De woningen hadden een ongeïsoleerde spouwmuur en enkel glas in houten kozijnen. De overheersende bouwvorm in de wijk kent twee bouwlagen met kap. Bron: Flevoland Erfgoed, Social Sofa De Zuidert en Bloemkoolwijken.

De Erven

Het bestemmingsplan De Hemmen in de nieuw te bouwen wijk De Erven werd al eind jaren 1970 ontworpen, maar kon destijds nog niet uitgevoerd worden omdat omstreeks die tijd door een zware economische recessie een stagnatie in de woningbouw ontstond. De Tweede Oliecrisis van 1979 deed de hypotheekrente exploderen tot wel 13 procent, waardoor huizenprijzen instortten en de markt bevroor.  

In 1987 werd op in onbruik geraakte kaarten van de gemeente Noordoostpolder ontdekt dat zich in de nieuw geplande wijk De Erven een oude vuilnisstortplaats bevond. De stortplaats was volgens de gemeente de vermoedelijke erfenis van het barakkenkamp Espelerbocht dat daar in de jaren vijftig heeft gestaan. Uit onderzoek bleek dat de vuilstort niet ernstig vervuild was. In augustus 1988 stelden B&W van Noordoostpolder aan de gemeenteraad voor de overblijfselen van de voormalige stortplaats in oktober te laten afgraven en daar zo nodig ook het grondwater te laten reinigen. Het vuilverwerkingsbedrijf Noordoostpolder had behoefte aan grond voor het maken van stortwallen en tussenstortlagen op de vuilstortplaats aan het Friese Pad. Hoewel tijdens grondwerkzaamheden op de oude vuilstort in De Erven gebleken was dat de grond daar rijkelijk glas, porcelein, ijzer en dergelijke stoffen bevatte, was ze voor dat doel toch bruikbaar. Het ging om ongeveer 2900 m³ vuile grond, waarvoor in de plaats weer schone grond aangebracht moest worden. De totale kosten werden op ƒ 45.000,- geraamd.

De straten in de nieuw te bouwen wijk De Erven zouden namen krijgen die afgeleid waren van het boerenbedrijf. Om de herkomst van de inwoners van de Noordoostpolder tot uiting te brengen, was besloten om die namen aan te geven in dialecten. De provincies Groningen, Drenthe en Overijssel zouden eerst 'vernoemd' worden. Op dit voorstel van B&W aan de gemeenteraad kwam echter felle kritiek. In de raadsvergadering van begin december 1987 ontstond een heftige woordenwisseling over de juistheid van de gekozen Drentse namen als Opper, Greep en Bult. De toenmalig wethouder Harry Koopman verdedigde het collegevoorstel, omdat de namen goed zouden zijn onderzocht. Achteraf zijn over dat onderzoek twijfels gerezen. Dat was voor het college aanleiding om de namen nogmaals te bekijken en het voorstel aan de raad in te trekken. Burgemeester Roelof Hofstee Holtrop zegde de raad toe met een nieuw voorstel te komen.

De straten in het eerste deel van De Erven werden uiteindelijk vernoemd naar streken en gebieden in de provincies Groningen, Drenthe en Friesland. In de wijk vinden we o.a. 4 straten die op 'go' eindigen, een verbastering van gouw, een oude naam voor landstreek. Fivelingo is een streek in Groningen. De naam betekent 'go van de Fivel', een voormalig riviertje in de streek. Hunsingo is een landstreek in Groningen waardoor de Hunze stroomt. Westergo was, met Oostergo en Zevenwouden, één van de drie streken waar de huidige provincie Friesland vroeger in was ingedeeld. Het Oldambt is een landstreek tussen de oude Ommelanden en Westerwolde in Oost-Groningen en grensde in het westen aan Fivelingo. Oostermoer is een historische streek in Drenthe, moer betekent moeras. Het Gorecht, waarnaar het Gorechtpad genoemd werd, is de naam van het oude rechtsgebied ten noorden, oosten en zuiden van de stad Groningen. Het Reestal is een eeuwenoud natuurgebied dat gevormd is rondom het meanderende riviertje de Reest dat de natuurlijke grens vormt tussen de Drenthe en Overijssel. Ook een noord-zuid lopende straat werd vernoemd naar dit riviertje en kreeg de naam Reeststraat. De toekomstige bewoners konden de naam van de straat niet waarderen. Zij vonden de opeenvolging st-st ongelukkig en waren bang dat de automobilisten zouden denken in de Race-straat te rijden. De gemeenteraad stond open voor deze argumenten en veranderde de naam in Tjongerstraat, genoemd naar het riviertje de Tjonger of Kuinder dat van zuidoost naar zuid-Friesland loopt. De ontsluitingsweg vanaf de Espelerlaan is vernoemd naar dokter W. M. (Willem) Verhaar, die de paardenkliniek in Emmeloord in december 1966 oprichtte. In 1977 overleed Willem Verhaar onverwacht op 48-jarige leeftijd. De naam is ondermeer gekozen op suggestie van zijn weduwe die in 1987 reageerde op de oproep van Plus. 

De woonwijk De Erven is in fasen gebouwd. De andere straatnamen in de wijk zijn binnen het thema vernoemd naar de droogmakerijen, de Waddeneilanden, de Zuid-Hollandse en Zeeuwse eilanden en streken die elders in Nederland voorkomen. De ontsluitingsweg vanaf de Hannie Schaftweg werd in mei 1995 de A.J. Knipmeijerlaan genoemd, naar de man die in de Tweede Wereldoorlog 25 duizend mensen legaal, en toch deels illegaal, in de Noordoostpolder aan werk hielp en zo vele levens redde. Lees hier zijn verhaal. 

Op 4 december 1987 'sloeg' burgemeester Roelof Hofstee Holtrop de eerste paal voor het eerste woningbouwproject in bestemmingsplan De Hemmen waarvan de eerste fase plaats bood aan 340 huizen. 

Overige geraadpleegde bronnen: krantenarchief  Delpher. 

Emmelhage

Begin juli 2008 werden de straatnamen bekend gemaakt voor de nieuwbouwwijk Emmelhage. De toevoeging ‘hage’ in de wijknaam is een verwijzing naar een oud Nederlands synoniem voor bosje of omheining zoals in de plaatsnaam 's-Gravenhage. De straten in het noordelijk deel van de wijk kregen namen van pioniers, die door de eeuwen heen belangrijke ontdekkingen deden. De straatnamen in de wijk eindigen allemaal op hage, singel of laan. Een 'straat' zal je hier niet tegenkomen. Enkele namen zijn de Einstein-, Celcius- en Darwinhage, Marco Pololaan en James Cooksingel. Dat jaar werd gestart met de eerste fase van de wijk. Net daarna kwam de economische crisis en ging de kavelverkoop veel langzamer dan was gehoopt. In 2012 stelde de gemeente Noordoostpolder haar plannen bij en werd de tweede fase op de lange baan geschoven zodat de eerste fase eerst volgebouwd kon worden. Begin 2018 werd fase 2 bouwrijp gemaakt. In februari was er een bijeenkomst waarop de eerste kavels werden verloot. Eind juni 2018 werden de straten in Emmelhage 2 vernoemd naar mensen die belangrijk zijn geweest bij de inrichting en het ontwerp en archeologisch, bodemkundig of historisch onderzoek in de Noordoostpolder. Het team Emmelhage werd op het spoor naar deze namen gezet door inzendingen van inwoners. De keuze viel op Titia Kooistrahage, Adriaan Volkertlaan, Toornhage, Van der Molenhage, Van der Lijn Hage, Boelenshage en Hellingahage. Kijk hier voor meer achtergrondinformatie. 

Eind juli 2022 werd bekend dat 11 vrouwen die betrokken waren bij de opbouw van de Noordoostpolder in Emmelhage een eigen straat krijgen. In de wijk worden 11 straten vernoemd naar vrouwen die onder meer betrokken waren bij de oprichting van scholen, het ziekenhuis en de bibliotheken. Het gaat met name om vrouwen uit de periode tussen 1940 en 1965. In die periode werden gezinnen geselecteerd om te komen helpen bij de opbouw van de Noordoostpolder. Eén van de voorwaarden was dat zowel mannen als vrouwen bijdroegen aan de maatschappelijke opbouw. De pioniersvrouwen die zijn uitgekozen hebben vooral daarmee te maken. Onder de 11 verkozen vrouwen is bijvoorbeeld Aleida Dijkhuizen, die in 20 jaar meer dan 2100 huwelijken heeft voltrokken. Ook Jeanette Voogd krijgt een straatnaambordje. Zij was vrouwenarts in het Dr. Jansencentrum. Een 'hage' is vernoemd naar Christien Crebas, die als een van de eerste pioniers een ontginningsboerderij toegewezen kreeg en ondersteuning bood voor de LHBTIQ+ gemeenschap in de Noordoostpolder. Zuster Hermien, naar wie een 'hage' vernoemd is, was non en gaf in de jaren 1960 les op de RK huishoudschool. Bets Borm, naar wie een singel vernoemd is, was lerares in het lager-beroepsonderwijs en kwam als 60 plusser tussentijds voor het CDA in de Tweede Kamer. Zij was destijds (1980-1981) één van de weinige politici die afkomstig was uit de Noordoostpolder. 

In maart 2026 werd vastgesteld dat de nieuwe fase van Emmelhage ingericht wordt als architectenwijk. Straten worden daar vernoemd naar architecten die een belangrijke rol hebben gespeeld bij de inrichting van de Noordoostpolder. Zo krijgen onder meer Theo Verlaan, Cees Pouderoyen en Auke Komter een eigen straat. Deze architecten en stedenbouwkundigen werkten in de jaren veertig en vijftig mee aan het ontwerp van de polder en dorpen. De meeste van deze ontwerpers waren verbonden aan de Delftse School. Zij stonden bekend om hun traditionele bouwstijl en hun visie op dorpen als hechte gemeenschappen met een duidelijke structuur. In de wijk Bos en Gaarde was al een laan genoemd naar proffessor Grandpré Molière, de grondlegger van de Delftse School. Vandaar dat in de architectenwijk het Grandpré Molièrepark wordt aangelegd. 

Bron: Omroep Flevoland

Rozenwijk

Op de landbouwgrond langs de Espelerlaan en de Oude Espelerweg wordt in de toekomst de nieuwe woonwijk De Rozenwijk ontwikkeld. Enkele omwonenden maakten in 2024 bezwaar bij de Raad van Staten. Ze waren tegen de bouw van drie 13 meter hoge flats. Ook vonden ze het een slecht idee dat de hoofdontsluiting van de nieuwe wijk op de Espelerlaan uitkomt. Maar de bezwaren van de omwonenden werden van tafel geveegd. De woonwijk mag van de Raad van Staten gebouwd worden. 

De wijk wordt ruim opgezet en heeft een gevarieerd woningaanbod met in totaal 215 woningen in de koop- en huursector. Er komen rijwoningen, twee-onder-een-kap woningen, appartementen en kavels voor vrijstaande woningen, die door middel van loting worden toegewezen. De straten in de wijk gaan Klaproos, Bosroos en Duinroos heten. Bron: Gemeente Noordoostpolder