Poldertoren
Plaats: Emmeloord
Locatie: Deel 25
Maker: H. van Gent / J.W.H.C. Pot
materiaal: beton / baksteen
Jaar: 1957 - 1959
Beschrijving:
Aan de zuid-westzijde van De Deel staat de Poldertoren, het denkbeeldige middelpunt van de Noordoostpolder. De plaats is zo gekozen dat de toren vanaf alle wegen naar Emmeloord direct in het oog springt. In de jaren dertig van de twintigste eeuw, nog voor de Noordoostpolder drooggevallen was, werd besloten dat op het centrale plein van de hoofdplaats een hoge toren zou komen te staan. Het mocht geen kerktoren zijn omdat geen van de kerken mocht domineren over de andere. Een monument, een centraal herkenningspunt, in het vlakke polderland moest het worden en een symbool van eenheid van de polder.
Drinkwatervoorziening in de Noordoostpolder
In het belang van de volksgezondheid was het noodzakelijk om te zorgen voor een goede watervoorziening in de Noordoostpolder. Al in het voorjaar van 1940 vond er een oriënterend gesprek plaats tussen de Directie Wieringermeer en minister Johan Willem Alberda van Waterstaat. Vervolgens werden verschillende besprekingen gevoerd met het Rijksinstituut voor Drinkwatervoorziening, de in 1930 opgerichtte N.V. Waterleiding Maatschappij Overijssel (WMO) en de in 1922 opgerichtte N.V. Intercommunale Waterleiding Gebied Leeuwarden. Er werd een plan opgesteld voor de watervoorziening in de gehele polder. Vanuit het pompstation bij Sint Jansklooster zou de N.V. Waterleiding Maatschappij Overijssel, als uitvoerder van het werk, de polder van drinkwater voorzien. Voor enkele werkkampen en bedrijfsgebouwen in het noorden van de polder werd door de Intercommunale Waterleiding Gebied Leeuwarden waterleiding aangelegd. De overeenkomst werd in december 1942 getekend. Omdat de wegen en kanalen door de oorlogsomstandigheden niet op tijd gereed waren en hierdoor de aanvoer van materialen problemen opleverden werd van het plan afgeweken. Zo werd bijvoorbeeld in het op 12 oktober 1942 in gebruik genomen arbeiderskamp Emmeloord I het drinkwater eerst in tanks per schip aangevoerd. Maar in 1943 waren alle arbeiderskampen op de waterleiding aangesloten, omdat begin 1943 een gietijzeren waterleiding van Vollenhove naar Marknesse en verder langs het fietspad naar Emmeloord gereedgekomen was. Deze leiding was echter van een kleinere diameter dan oorspronkelijk het plan was. In Emmeloord werd een reinwaterreservoir gebouwd. Het reservoir werd gebruikt voor de opslag van schoon drinkwater, zodat de WMO een buffer had voor de momenten waarop er meer water verbruikt werd dan dat er aangevoerd werd. Door de oorlogsomstandigheden werd de aanvoer van materialen steeds moeilijker. Eind 1945 was er in totaal 114 km hoofdwaterleiding in de polder gelegd, in 1946 was de totale lengte 130 km. In de jaren na de oorlog verbeterde de materiaal aanvoer langzaam. Al in 1946 was de hoofdaanvoer vanaf Sint Jansklooster tot aan de brug bij Vollenhove uitgevoerd in een eternieten buis van 300 mm. De zinker door het kanaal bij Vollenhove en de verdere hoofdaanvoer, uitgevoerd met een stalen buis met een diameter van 300 mm, waren in 1951 gereed. Omdat de druk op enkele plaatsen in de polder niet hoog genoeg was, werd een tweede hoofdaanvoer aangelegd, die via Emmeloord doorgetrokken werd naar Espel. Bron: Flevobericht 269. In 't Nieuws van Kampen van 8 juni 1953 stond onder de kop "Waterleidingnet in aanleg" het volgende artikel: "Per schip worden thans buizen van 800 kilo per stuk met aansluitstukken vervoerd naar Emmeloord, waar deze buizen in de Lange Dreef en de Marknesserweg komen te liggen als onderdeel van de waterleiding die Emmeloord verbindt met de watertoren te Sint Jansklooster. Het hele werk mag acht maanden duren. Voorbij Emmeloord, naar Espel is ook al een waterleidingbuizennet aangelegd voor de voorziening van het westelijk gedeelte van de Noordoostpolder". Het werk werd uitgevoerd door aannemingsbedrijf Algera uit Wolvega. Een graafmachine, gemonteerd op een vrachtauto, liet de stukken pijp langzaam in de tevoren gegraven sleuf zakken waarna ze aan elkaar werden gelast. In 1956 was de toestand van de gietijzeren hoofdwaterleidingbuis van Vollenhove naar Marknesse in slechte staat, waardoor 13 km vervangen moest worden door eterniet- of plasticbuis. Eind december 1957 was de totale lengte van het waterleidingnet in de polder 550 km. Bron: Driemaandelijks bericht betreffende Zuiderzeewerken jaargang 37 en 38.
Waarom een watertoren?
Vanaf 1948 werden tussen de Directie Wieringermeer, de N.V. Waterleiding Maatschappij Overijssel en het Rijksinstituut Drinkwatervoorziening besprekingen gevoerd. Op 22 juli 1952 werd een overeenkomst gesloten. De WMO verkreeg met terugwerkende kracht tot 1 januari 1948 de verzorging van de watervoorziening van de gehele Noordoostpolder. Omdat het brakke grondwater in de Noordoostpolder niet voor menselijke consumptie geschikt was moest het, en moet nog steeds, vanuit het waterwingebied ten zuidoosten van Sint Jansklooster geïmporteerd worden. Daarom werd het pompstation bij Sint Jansklooster uitgebreid. Maar de in 1931 - 1932 gebouwde 45,70 m hoge watertoren in Sint Jansklooster, met een waterreservoir van 400 m³, was te klein en kon niet blijvend in de behoefte voorzien. Om voldoende druk op het waterleidingnet te kunnen houden moest water op grote hoogte in een bassin bovenin de watertoren gepompt en opgeslagen worden. De hoogte van de toren was cruciaal voor zijn functie. Water stroomt van nature naar lagere punten en door water op hoogte op te slaan, werd de zwaartekracht benut om waterdruk op het leidingnetwerk te creëren. Hoe hoger de toren, hoe groter de druk. Het belangrijkste onderdeel van de watertoren was het reservoir. Voor het verzorgen van een constante druk op het waterleidingnet waren de afmetingen van het reservoir en de hoogte van het reservoir ten opzichte van het leidingnet van belang. De gewenste druk op het leidingnet werd in vlakke gebieden bereikt met een waterstand die tussen de 22 en 30 m boven maaiveld lag. Als het leidingnet uitgestrekt was, zoals in de Noordoostpolder, moest het reservoir hoger geplaatst worden om het drukverlies in de lange leidingen te compenseren. De gewenste hoogte van het reservoir kon dan oplopen tot 50 m boven maaiveld. Naast de hoogte van het reservoir was de inhoud van belang. Het reservoir moest voldoende water bevatten om de verschillen tussen de wateraanvoer vanuit de reinwaterreservoirs en de waterafname door de verbruikers te kunnen compenseren. Bron: watertorens.nl. Om een constante druk op het waterleidingnet in de Noordoostpolder te garanderen was een eigen watertoren in de polder noodzakelijk.
In de Noordoostpolder was vanuit stedenbouwkundig en landschapsarchitectonisch oogpunt behoefte aan een accent in het middelpunt van de radiaal georieënteerde structuur van de polder. In de vergadering van de Stedenbouwkundige Commissie op 30 juni 1944, waarin het schetsplan van dorp A (Emmeloord) van 31 mei 1944 gepresenteerd werd, werd een discussie over de gebouwen op het stadsplein gevoerd. De poldertoren was in dit plan vrij buiten de rooilijn geplaatst in de noord-westhoek van het plein, als beëindiging van de westelijke pleinwand. A. Blaauboer, secretaris van het Openbaar Lichaam De Noordoostelijke Polder, maakte bezwaren tegen het stichten van een poldertoren, uit vrees dat die niet mooi zou zijn. Socioloog Prof. dr. E.W. Hofstee, adviseur van de Directie Wieringermeer, verdedigde de toren met het argument dat een kerkgenootschap niet een voldoende belangrijke toren zou kunnen maken, terwijl architect Th. G. Verlaan de poldertoren (oorspronkelijk zijn idee) juist een gelukkige oplossing vond. "Deze kan en moet ook de torens van de drie gezindten domineren". Landdrost S. Smeding concludeerde dat een toren "gewenscht is, mits deze mooi is". In augustus 1944 werd het stadsplan verder uitgewerkt. Het resultaat hiervan was het stadsplan van 23 mei 1946. In het voorjaar van 1947 werd de planvorming voor het stadsplan door architect-stedenbouwkundige ir. J.C. Pouderoyen van de bouwkundige afdeling van de Directie Wieringermeer afgerond. Dat jaar werd, als opvolger van de Stedenbouwkundige Commissie, de Planologische Commissie in het leven geroepen. Ondanks de onzekerheid of de oplossing voor het stadsplein de juiste was, ging de Planologische Commissie in september 1948 akkoord met het stadsplan voor Emmeloord. Ook na de goedkeuring bleven er twijfels over het stadscentrum, over de opzet van het stadsplein, de plaats van de openbare en bijzondere gebouwen en kantoren op en rond het plein en de verhoudingen van de kantoren tot de woonbuurten. In januari 1949 werd een nieuw plan voor het stadsplein gepresenteerd waarin de Poldertoren op zijn huidige plek geprojecteerd stond, een totaal ander plaats dan in het plan dat in 1948 was goedgekeurd. Omdat er ontevredenheid bestond over de oplossing van het stadscentrum in het goedgekeurde plan, stuurde de Directie Wieringermeer op 15 november 1948 een brief aan het Ministerie van Verkeer en Waterstaat met het voorstel een stedenbouwkundige prijsvraag voor het stadsplein uit te schrijven met daaraan gekoppeld een prijsvraag voor de poldertoren. Het ministerie was zeer terughoudend als het om prijsvragen ging. In een brief d.d. 21 januari 1949 gaf de minister aan de Directie Wieringermeer aan dat het de voorkeur had, één of meer stedenbouwkundigen uit te nodigen om in nauw overleg met de dienst een nieuw plan voor het stadscentrum van Emmeloord op te maken. Er was echter in beginsel geen bezwaar tegen het houden van een prijsvraag voor de poldertoren, ondanks "de moeilijkheid tot het vinden van een geschikte jury, en de kans dat weinig bruikbaar resultaat zou worden bereikt". Bron: De ruimtelijke opbouw van de Noordoostpolder.
Prijsvraag
In het Nieuwsblad van het Noorden van 8 maart 1950 en het Gereformeerd gezinsblad van 11 maart stond onder de kop "Watervoorziening Noord-Oost Polder en Urk" het volgende: "De N.V. Waterleiding Mij 'Overijssel' te Zwolle heeft grote plannen gemaakt voor een betere drinkwatervoorziening van Overijssel. Dit betreft o.a. de bouw van stations te St.Jansklooster, Steenwijk, Raalte, Diepenveen en Urkervaart […] Voor de verdere voorziening van de Noord-Oostpolder zal een watertoren worden gebouwd te Emmeloord. Deze toren, die tevens dienst zal doen voor uitkijktoren, zal gemaakt worden aan de hand van de beste ingezonden ontwerpen, waartoe een prijsvraag zal worden uitgeschreven". De N.V. Waterleiding Maatschappij Overijssel schreef eind december 1950 in overleg met de Directie Wieringermeer een openbare prijsvraag uit, waarbij de inpassing in de omgeving een belangrijk ontwerpcriterium was. Bij een prijsvraag kan er zowel sprake zijn van een besloten als een openbare prijsvraag. Bij een besloten prijsvraag worden een beperkt aantal architecten uitgenodigd om een ontwerp te maken. Een openbare prijsvraag daarentegen geeft elke geïnteresseerde architect de gelegenheid om het programma van eisen aan te vragen en mee te dingen. Niet minder dan 514 architecten ontvingen een uitnodiging om hun kracht te beproeven op een unieke en uiterst moeilijke opgaaf. De opdracht was een watertoren te ontwerpen met een carillon en een uitkijkplatform. Op 15 juni 1951 sloot de inzendtermijn. Maar liefst 170 architecten hadden een ontwerp ingezonden. De ontwerpers hadden geen gemakkelijke taak omdat ze een technisch object moesten verheffen boven zijn zakelijk karakter en dit tevens doen dienen voor een meer ideale functie. Deze combinatie bleek grote moeilijkheden in zich te bergen. De ingezonden ontwerpen werden beoordeeld door een jury, bestaande uit voorzitter ir. G. Friedhoff (rijksbouwmeester) en de leden ir. J.C. Keller (directeur WMO), ir. A.D. van Eck (Directie Wieringermeer), ir. S.J. van Embden (architect) en A. Komter (architect). Vele malen werden de ontwerpen beoordeeld en geselecteerd en uiteindelijk bleven er drie over, die tot de besten gerekend mochten worden. Maar geen van de ontwerpen voldeed naar de mening van de jury aan de gegeven factoren zodat geen eerste prijs werd uitgereikt. Daarom werd aan de inzenders van de drie beste ontwerpen ieder een premie van ƒ 2000,- toegekend. De drie winnaars waren de Amsterdamse architecten M.F. Duintjer met een inzending onder motto 'Rode Toren', H. Mieras en B. van Kasteel met motto 'Uilenspiegel' en H. van Gent met motto 'Utilis'. Bronnen: Ons Noorden 29-12-1951; Leeuwarder courant 10-1-1952.
Het ontwerp onder motto 'Rode Toren' van Duintjer bestond uit een gesloten toren, opgetrokken in rood metselwerk met een aantal uurwerken als decoratie aan de bovenkant van het rode metselwerk en een aantal ritmische perforaties ter plaatse van de wateropslag. Over het ontwerp staat in het juryrapport van 9 november 1951 onder meer: "Wat betreft het ontwerp 'Rode Toren' is de plaatsbepaling goed. De eenvoudige situering past bij dit ontwerp. De silhouetwerking van de toren is op korte afstand aantrekkelijk, doch de jury betwijfelt het of, uit de polder gezien, deze werking behouden blijft. De toren is logisch gebouwd; de verhoudingen zeer goed en gevoelig. De hoogte is evenwel 5 m te laag, terwijl bij verhoging de diameter in evenredigheid zou moeten worden vergroot om de optimale werking te verkrijgen".
"De plaatsing van het ontwerp 'Uilenspiegel' op het plein achtte de jury goed. De silhouetwerking op afstand zal tegenvallen. Het ontwerp is zeer goed doorwerkt en fraaie verhoudingen werden bereikt. De jury meent echter, dat de tand des tijds het bouwwerk nadelig zal beïnvloeden en dat zelfs een zorgvuldig en kostbaar onderhoudsplan deze invloed niet kan verhinderen".
"Het ontwerp 'Utilis' getuigt van stoerheid en eenvoud, de samenstellende delen zijn voldoende gekarakteriseerd, zonder dat daarvoor de eenheid van het geheel wordt aangetast. Het silhouet is eenvoudig en boeiend". "Bij kennisneming van de details en van de toelichting is evenwel ernstige twijfel gerezen of de ontwerper over voldoende bekwaamheid beschikt om de uitvoering van dit project een bevredigend eindresultaat te bereiken en in vorm de onderdelen te bepalen uit dezelfde geest waaruit de grondvorm van het geheel is voortgekomen. Zou de polderdirectie besluiten deze inzender te belasten met de uitvoering dan zou een bijzondere regeling moeten worden getroffen om te waarborgen, dat detaillering en materiaalbehandeling op het niveau komen van de algemene opzet". Bron: De Tijd, 29-12-1951. Met name vond de jury de ingang en de wijzerplaten getuige van een zeker onvermogen tot vormgeven. Uiteindelijk werd toch het traditionalistische ontwerp met motto 'Utilis’ (Latijn voor nuttig) van de Amsterdamse architect H. van Gent (1912-1972) uitgekozen om verder uitgewerkt te worden omdat volgens de jury in dit ontwerp de sfeer van de polder goed getroffen was. Aangezien de jury twijfels had of Van Gent in staat was alle met het ontwerp samenhangende problemen met betrekking tot detaillering en materiaal op te lossen, kreeg hij hulp van architect J.W.H.C. (Joop) Pot (1909-1972) op wiens architectenbureau hij werkzaam was. In mei 1954 werd het schetsontwerp verder uitgewerkt. Het ontwerp van de betonconstructie was van ir. Paul Johan de Gruyter (1901-1974) van Bureau de Gruyter (BDG) uit Zwolle.
Bouw van de Poldertoren
In de vergadering van de Poldercommissie voor algemene belangen in januari 1957 deelde landdrost ir. A.P. Minderhoud mee dat een machtiching ontvangen was voor de Poldertoren in Emmeloord. De Leeuwarder courant schreef op 26 januari: "Binnen afzienbare tijd zal men in Emmeloord beginnen met de bouw van een watertoren, die 63 meter hoog zal worden. De watertoren wordt gebouwd bij het kantoor van de Centrale Suiker Mij. op De Deel voor rekening van de Waterleiding Maatschappij Overijssel. De goedkeuring voor de bouw van deze toren is thans afgekomen. In de toren kan een carillon worden aangebracht, waarvoor de benodigde gelden mede door de bevolking bijeengebracht zullen worden". In april 1957 werd tijdens een vergadering van de Poldercommissie voor Algemene Belangen, die in het raadhuis van Emmeloord gehouden werd, door de heer Meeuwsen de vraag gesteld of het wel noodzakelijk was dat in Emmeloord een watertoren gebouwd zou worden omdat door een bestedingsbeperking, die toen gold, de bouw van enkele scholen in de Noordoostpolder niet kon plaatsvinden. Landdrost Minderhoud gaf aan dat de bouw van de geprojecteerde watertoren geheel voor rekening van de Waterleiding Maatschappij Overijssel zou komen. De bouw van de toren was dringend noodzakelijk, omdat de capaciteit van de watertoren in Sint Jansklooster niet toereikend was om het gehele gebied van de polder van water te blijven voorzien. Bovendien was de bouwvergunning al geruime tijd geleden afgekomen, zodat geen enkel ander object hiervan nadeel zou ondervinden. Eertijds was uitvoerig gesproken over de vraag of een toren dan wel een kelder voordeliger zou zijn. In overleg met de directeur van het Rijksinstituut voor Drinkwatervoorziening, prof. W.F.J.M. Krul, was toen de voorkeur gegeven aan een toren, die een goedkopere exploitatiemogelijkheid schiep.
Op 14 mei 1957 opende de N.V. Waterleiding Maatschappij Overijssel de aanbesteding. De bouw startte op 12 juni 1957 en werd uitgevoerd door aannemingsbedrijf Harm Fokkens Naarden N.V. uit Velp, die in 1953 ook 't Voorhuys aan De Deel gebouwd had. Op 20 juni werd gestart met het graven van een put van 25 x 25 m voor de fundering. In augustus werd begonnen met het aanbrengen van de 75 cm dikke plaatfundering, een zwaargewapende betonvloer die in het werk gestort is. De onderkant van de fundering ligt op 6,50 m diepte. In september 1958 was de bouw van de toren tot een hoogte van 47 m gevorderd. Het hoogste punt werd in de laatste week van december 1958 bereikt. Na een bouwtijd van ongeveer twee jaar werd de Poldertoren in de ochtend van 20 juni 1959 in besloten kring aan de WMO overgedragen. President - commissaris J. Haverkamp ontving de sleutel van de toren uit handen van 'bouwmeester' A.D. van Eck. Na de officiele opening stelde de heer Haverkamp de pompen inwerking. Het ontwerp van de Poldertoren was vrij sober en paste helemaal in de periode van ontstaan, de naoorlogse wederopbouw. De bouwkosten van de watertoren bedroegen destijds ƒ 933.000,-.
De Poldertoren beheerst van verre, uit alle windrichtingen zichtbaar, het silhouet van Emmeloord en accentueert de centrumfunctie. De architectuur is kenmerkend voor de Delftse School, net zoals bij de omliggende bebouwing. De toren is 65,30 m hoog en daarmee de hoogste watertoren van Nederland. De Poldertoren is ontworpen met een constructie die, net als veel watertorens uit die tijd, zich naar boven toe iets verjongt. Dat betekent dat de toren naar boven taps toeloopt. Het bouwwerk staat op een achthoekig ofwel octogoon grondplan met een doorsnede van 14 m en wordt naar het uitkijkplatform toe 60 cm smaller. Door de toren aan de basis breder te maken dan aan de top wordt het zwaartepunt lager gelegd waardoor de constructie stabieler wordt. Bovendien kan een bredere basis de enorme neerwaarste kracht en het eigen gewicht beter verdelen over de ondergrond. Daarnaast bespaart het taps toelopen materiaal aan de bovenkant waardoor de toren lichter wordt en er minder druk op de fundering rust.
De bouw van de Poldertoren vormde behalve een architectonische ook een constructieve opgave omdat de functie van watertoren een bijzondere constructie vereiste. Daarnaast vormde de bouw ook in technisch opzicht een buitengewone opgave aangezien een grote hoeveelheid water op grote hoogte moest worden opgeslagen. De constructieve hoofdelementen zijn de draagconstructie en de reservoirs. De reservoirs worden gedragen door een forse betonnen achthoekige middenkolom met een doorsnede van 1,20 m met daaromheen 8 rechthoekige kolommen van 0,70 x 1,10 m (b x d). Een ringbalk van 1 m hoog verbindt op de 2e verdieping de rechthoekige kolommen met elkaar. Dit zorgde voor een enorme stevigheid en verdeelde het gewicht van de waterreservoirs gelijkmatig over de kolommen. De middenkolom, die tevens dienst deed als ommanteling van de aan- en afvoerleiding, eindigt op de 2e verdieping in een 1 m hoge octagonale paddenstoelkolom. De 8 rechthoekige kolommen ondersteunen tevens de vrijliggende, slechts met bouten aan de buitenmuur bevestigde, achthoekige vloer van de 1e verdieping. De toren telde oorspronkelijk 6 verdiepingen. Op de 3e t/m 5e verdieping bevonden zich de waterbakken, betonnen vlakbodemreservoirs in de vorm van cilinders met een inwendige diameter van 8,70 m. De 30 cm dikke wanden van de waterreservoirs staan precies boven de rechthoekige kolommen. De octagonale middenkolom zet door in de twee onderste waterbakken, met respectievelijk een doorsnede van 90 en 60 cm. Daar eindigen de kolommen in een 1,20 m hoge en 1,30 m hoge achthoekige paddenstoelkolom die het bovenliggende reservoir ondersteunt. De 3 hoogtereservoirs, waarvan het onderste reservoir zich op 23,61 m bevindt, het middelste op 31,48 m en het bovenste op 39,35 m, hadden elk een inhoud van 425 m³. Een laagtereservoir met een inhoud van 575 m³ was ondergronds in de voet van de toren te vinden. Daarmee was de totale wateropslagcapaciteit 1850 m³ ofwel 1.850.000 liter. De pompen stonden op de begane grond die voorzien is van een vloermozaïek van zwarte en witte keramische scherven.
De betonconstructie wordt geheel aan het zicht onttrokken door een bakstenen ommanteling. De bakstenen huid heeft geen dragende functie maar verzorgt wel deels de stabilitiet van de toren. De gemetselde muur is een spouwmuur. Het buitenblad is een steensmuur en het metselwerk is uitgevoerd in geel-grijs genuanceerde waalsteen en gemetseld in wildverband. Het metselwerk van het binnenblad is tot 7,87 m hoogte steens uitgevoerd en hoger enkelsteens. Bij een steens buitenmuur wordt de windbelasting rechtstreeks opgevangen door de eigen stijfheid van het metselwerk en de verbanden tussen de stenen. Aan vijf van de acht zijden, de kant waar de regen op staat, zijn in de ca. 22 cm dikke buitenmuur verticaal 7200 'draineerbuizen' ingemetseld, wat een snelle droging van het buiten metselwerk moest bewerkstelligen. De verticale 'drainage' bestaat uit speciaal vervaardigde buisjes van poreus beton met een inwendige doorsnede van ca. 5 cm. De betonnen buisjes zijn om de 40 à 50 cm ingemetseld. Een en ander was bedoeld als remedie tegen het veelvuldig bij watertorens voorkomende euvel van vorstschade. Enkele rechthoekige en smalle verticale raamstroken doorbreken het overigens zeer gesloten uiterlijk van de toren. De ramen, met schokbeton kozijnen, hebben een diepe negge, wat wil zeggen dat het kozijn sterk terugliggend is ten opzichte van de voorzijde van de buitengevel. Om het gewicht van het metselwerk boven de raamopeningen op te vangen zijn rollagen gemetseld. In deze rollagen zijn de stenen verticaal op hun kant gemetseld en de hoogte van de rollaag is gelijk aan anderhalve steenlengte. Dit type rollaag biedt een stabieler geheel dan een standaard halfsteensrollaag. In de toren is 1220 m³ beton, 185 ton ofwel 185.000 kg wapeningsstaal, 600.000 bakstenen en 624 ton ofwel 624.000 kg cement verwerkt.
De gedachte dat de toren behalve geografisch ook in het leven van de polderbewoners centraal moest staan, kreeg in het bouwplan gestalte in een platform boven op het hoogste waterreservoir. In de uitgespaarde ruimte tussen de reservoirs en de buitenmuur voert een trap met 243 treden omhoog naar de 6e verdieping die gevormd wordt door een opengewerkte lantaarn met daarin het uitkijkplatform. Het platform, dat op 43,40 m hoogte ligt en een doorsnede heeft van 13,40 m, is ook met een lift te bereiken. De Poldertoren is voorzien van een met koperen platen bekleed piramidevormig dak waarvan de driehoekige dakschilden aan de oost- en westzijde korter zijn dan de vijfhoekige aan de noord- en zuidzijde. Het dak rust op een houten dakconstructie. Het piramidevormig dak wordt bekroond met een 5 m hoge vergulde windwijzer in de vorm van een koggeschip, die bekostigd is door de Stichting Carillon Poldertoren. De beschrijving van de windwijzer vindt u hier.
De Poldertoren vormt tevens de klankkast voor een beiaard. In de lantaarn hangt het destijds grootste carillon van Nederland. Het aan een ijzeren stellage opgehangen carillon bestaat uit 48 klokken van een zeer uiteenlopend formaat. A.D. van Eck, hoofd van de bouwkundige afdeling van de toenmalige Directie Wieringermeer afd. Noordoostpolderwerken, heeft zich sterk gemaakt voor de tot standkoming van het poldercarillon dat een geschenk was aan de Nederlandse regering van hen, die er wonen en hen, die daaraan bouwden. De 48 bronzen klokken zijn in de jaren 1958 en 1959 door B. Eijsbouts N.V. in het Brabantse Asten gegoten, een gerenommeerde klokkengieterij en fabriek van torenuurwerken. De klokken zijn versierd met reliëfs van beeldhouwer Ybe van der Wielen (1913-1999). De beiaard kostte destijds ƒ 115.000,-. Een uitvoerige beschrijving van het carillon is hier te vinden
Het Openbaar Lichaam De Noordoostelijke Polder heeft het uurwerk beschikbaar gesteld. Het uurwerk, dat eveneens gemaakt is door B. Eijsbouts N.V., is een door een moederklok geregelde elektrische uurwerkinstallatie met reservelooptijd en automatische herstelling na stroomonderbreking. Er zijn 2 slagwerken en 4 motorwijzerwerken. Op 4 zijden van de toren is een wijzerplaat aangebracht waarvan de cijfers en wijzers verguld zijn. Op iedere cijferring zijn 4 Romeinse cijfers bevestigd, te weten de XII, III, VI en IX. De tussenliggende uren worden met een streepje aangegeven. De 4 koperen cijferringen, geconstrueerd als spaakwielen, hebben een diameter van 5,40 m. De 'spaakwielen' zijn geheel draaibaar om de as uitgevoerd, zodat vanaf één plaats de lampen vervangen kunnen worden. De uurwerken bevinden zich ter hoogte van de onderste twee waterreservoirs, op en tussen 94 cm brede en 8 m hoge vensters en de bijbehorende 76 cm brede gemetselde muurdammen, ofwel penanten. De cijferringen waren destijds de op één na grootste van Nederland. De grootste wijzerplaten, met een diameter van 10 m, waren te vinden op de elektrische centrale van Geertruidenberg. Het uurwerk van de Poldertoren is verbonden met de wereldatoomklok in Zürich. Deze klok zendt een signaal naar een zogenaamde telebox in de Poldertoren, die dit signaal vervolgens doorgeeft aan het uurwerk. Bronnen: kennis.cultureelerfgoed.nl; De Noordoostpolder.
Waterleidingnet in de Noordoostpolder onrendabel
In 1964 was het waterleidingnet in de Noordoostpolder vrijwel voltooid. In het eerste kwartaal van dat jaar werden de werkzaamheden langs de Kalenbergerweg en de Oostringweg beëindigd zodat tijdig water kon worden geleverd aan de bedrijven die in het droge voorjaar hun gewassen wilden beregenen. Minister Jan van Aartsen van Verkeer en Waterstaat deelde aan de Tweede Kamer mee dat de exploitatie van het leidingnet in de toekomst een blijvend verlies zou opleveren. De tekorten waren een gevolg van het onrendabel zijn van het gebied en van bijzondere omstandigheden als verzakkingen ten gevolge van inklinking van de grond. In een ontwerp van wet tot wijziging van de begroting van het Zuiderzeefonds voor het jaar 1963 stelde de minister voor een bedrag van ƒ 8.630.000,- uit te keren aan de N.V. Waterleiding Maatschappij Overijssel vanwege afkoop van de nog te verwachten exploitatietekorten op dit waterleidingnet. In de toelichting bij het ontwerp zei de minister dat hij er de voorkeur aan had gegeven de te verwachten tekorten af te kopen omdat het Rijk al in 1952 met de WMO was overeengekomen de exploitatietekorten te vergoeden. Bronnen: Driemaandelijks bericht betreffende Zuiderzeewerken jaargang 45, 2e kwartaal 1964; krantenarchief Delpher.
De Poldertoren en kunst
Ter gelegenheid van het 50-jarig jubileum van de droogvalling van de Noordoostpolder kreeg de Poldertoren in 1992 een figurenomloop, waarvan u hier de beschrijving kunt vinden. Nadat de toenmalige minister-president drs. Ruud Lubbers het speelwerk op 9 september in werking had gesteld bood de Junior Kamer Groot Schokland 'de grootste Abraham ter wereld' aan, die bestond uit een 8 ton ofwel 800.000 kg zware versiering die aan de top van de 65 meter hoge Poldertoren vastgeklemd was. De 20 m hoge Abraham was ontworpen door illustrator en vormgever Arthur Kessels uit Heerenveen. Het project, dat bijna ƒ 100.000,- gekost heeft, werd betaald door 6 grote bedrijven uit de polder. De Abraham heeft van 28 augustus tot 10 oktober met een glas champagne in de hand over Emmeloord uitgekeken.
Op Konninginnendag 1994 brachten Koningin Beatrix en haar familie een bezoek aan Emmeloord en Urk. Speciaal voor deze dag werd de Poldertoren tot kunstwerk verheven. Madeline Maus (1959), studente aan de Rietveld Akademie in Amsterdam, hing 105 seinvlaggen aan de toren. De seinvlaggen vormden de woorden; evenwichtsorgaan, kaakgewricht, schoudergewricht, elleboogsgewricht, heupgewricht, polsgewricht, kniegewricht en enkelgewricht. Per zijde van de toren was van boven naar beneden in gekleurde vlakken een woord afgebeeld. Maus maakte de vlaggen samen met leerlingen van het mbo-college De Erven. In de toren werden 700 gaten geboord om de lappen textiel te kunnen bevestigen. Het tijdelijke kunstwerk kostte destijds ruim ƒ 133.000,- waarvoor de gemeente Noordoostpolder garant stond.
Op 29 april 2010 werd aan de voet van de Poldertoren het kunstwerk Lion Noir onthuld. Klik hier om naar de beschrijving van het kunstwerk te gaan.
Poldertoren aangekocht door gemeente
Na 1970 werden watertorens minder belangrijk, omdat vanaf die tijd elektrische pompen gingen zorgen voor de druk op het waterleidingnet. In 1998 werd het oude, in 1936 geopende en vele malen verbouwde pompstation bij de watertoren in Sint Jansklooster vervangen door een moderne installatie. Hoogwaardige technieken zorgen sindsdien voor een constante kwaliteit en leveringszekerheid van drinkwater in Overijssel en de Noordoostpolder. De Poldertoren werd als watertoren buiten dienst gesteld. Waterleidingbedrijf Vitens, sinds een fusie in 2002 de opvolger van de N.V. Waterleiding Maatschappij Overijssel, was in 2005 voornemens de Poldertoren af te stoten. In de zomer van dat jaar vonden gesprekken tussen de gemeente Noordoostpolder en Vitens plaats. Ze kwamen overeen dat de gemeente de toren voor € 150.000,- over zou nemen. Volgens toenmalig wethouder Jan Mulder een koopje voor dit 'gemeentelijk monument van uitzonderlijke cultuurhistorische betekenis'. In de gemeenteraad bleek brede steun aanwezig om de Poldertoren te verwerven. Op 29 september 2005 besloot de raad accoord te gaan met de aankoop en stelde een krediet beschikbaar van € 151.250,- dat gedekt werd uit het herstructureringsfonds Emmeloord Centrum. De gemeente nam de toren over in de dan actuele staat van onderhoud. De grond onder de Poldertoren was eigendom van Domeinen. In plaats van de bestaande erfpacht van € 530,- door te zetten, besloot de gemeente in 2006 de grond voor € 52.000,- over te nemen. Bron: Trots op de toren.
Eerste renovatie
In 2008 - 2009 werd de Poldertoren voor € 2.600.000,- opgeknapt en herontwikkeld tot cultureel- en toeristisch recreatief informatie- en bezoekerscentrum. Voordat de renovatie van start ging werd op 21 januari 2008 het water door de brandweer uit het 5,75 m diepe ondergrondse reservoir weggepompt naar de stadsgracht. Dit waterreservoir had als buffer gediend om piekmomenten in het drinkwaterverbruik op te vangen. Omdat de toren destijds een gemeentelijk monument was moest het gesloten aanzicht gehandhaafd blijven. Projectontwikkelaar Provast vroeg architectuurcentrale Thijs Asselbergs (aTA) uit Haarlem een plan voor de voormalig watertoren te maken. De renovatie werd uitgevoerd door Koopmans Bouw B.V.. Bij de verbouwing moest voldoende vloeroppervlak worden gecreëerd, maar ook moest meer daglicht worden toegelaten. Op plekken met te weinig daglicht werden de functies ondergebracht die geen daglicht nodig hebben, zoals installaties. Om voldoende vloeroppervlak te creëren is door het aanbrengen van tussenverdiepingen en entresols de bestaande verdiepinghoogte gehalveerd van 8 m naar 4 m. De nieuwe vloeren hangen aan de betonkolommen en zijn opgebouwd uit stalen liggers met een houten balklaag. Omdat tijdelijke gaten in het monument niet waren toegestaan was het gebruik van een bouwkraan onmogelijk. De enige vorm van verticaal transport was een kleine bouwlift op de plek waar de trap zat. Bij de materiaalkeuze was het daarom van belang dat het materiaal hanteerbaar binnen de toren verplaatst en bewerkt kon worden. Doordat de grootste ramen in het bovenste deel zitten, ter hoogte van de onderste twee waterbakken, werd daar het restaurant gemaakt. De waterreservoirs zijn uit constructief oogpunt gehandhaafd omdat dit de hoofddraagconstructie van het gebouw is. Om voldoende licht in de betonnen cilinders te krijgen zijn in de 30 cm dikke wanden van de waterbakken 2,50 x ca. 2,37 m grote gaten aangebracht. De doorsnijding vond plaats ter hoogte van de 8 m hoge smalle baksteenmuren tussen de gevelopeningen. Betonnen wanddelen van ca. 1,20 m breed boven de bestaande betonnen kolommen bleven gehandhaafd. Om de stijfheid en stabiliteit van de toren te blijven garanderen waren de afmetingen van de openingen zorgvuldig door constructeur IMd uit Rotterdam berekend. Omdat oude berekeningen ontbraken moesten zij eerst een analyse van de bestaande constructie maken. Op basis van ervaring met soortgelijke projecten uit dezelfde periode werd een rekenmodel ontwikkeld aan de hand waarvan de ingrepen zijn getoetst. In de gevel zijn ten behoeve van de luchtbehandeling in een kwart van de wanden op de nieuwe 6e verdieping 4 gevelopeningen met roosters gerealiseerd, regelmatig verdeeld over het oppervlak en in lijn met de ramen eronder. Omdat de 13 oude houten trappen uit het oogpunt van veiligheid niet meer voldeden zijn deze vervangen door een zogenoemd wokkeltrappenhuis. Een dergelijk trappenhuis heeft twee aparte, brandwerend van elkaar gescheiden, (vlucht)routes. Elke trap heeft per verdieping een eigen toegang. Het nieuwe trappenhuis verbindt niet alleen de bestaande betonnen vloeren met elkaar, maar ook de nieuw ingebrachte vloeren. De oude stalen kozijnen werden vervangen door aluminium kozijnen. Bronnen: Bouwwereld # 01, Herbestemming; imdbv.nl, hergebruik watertorens.
Na de renovatie namen het VVV-kantoor met ANWB-winkel, Triade en sterrenrestaurant Sonoy hun intrek in de toren. Op 20 juni 2009, exact 50 jaar na de officiele opening van de watertoren in 1959, was de feestelijke heropening. Later nam het Nieuw Land Erfgoedcentrum, met een subsidie van de gemeente Noordoostpolder, op de 2e en 3e verdieping een dependance in gebruik. Maar na de verbouwing was de Poldertoren zo lek als een mandje. Ondanks de duizenden draineerbuisjes bleef hemelwater door de muren naar binnen sijpelen. Het vochtprobleem bleek structureel. Hoe hoger in de toren hoe meer lekkages er waren. De aankoop en de verbouw van de toren had de gemeente ruim vier miljoen euro gekost. In opdracht van de gemeente Noordoostpolder deed Nieman-Kettlitz Gevel en Dakadvies B.V. in november/december 2011 onderzoek. Aanvankelijk had dit onderzoek een inventariserend doel. Vanwege de opeenstapeling van problemen is eind 2011 door de gemeente ook het verzoek gedaan een indicatief herstelplan te schrijven en een inschatting naar de kosten. Tijdens het onderzoek bleek dat diverse archieftekeningen van de toren nog in het bezit van Vitens waren. Deze tekeningen zijn opgehaald en in het onderzoek betrokken. In 2012 deed Cauberg-Huygen aanvullend onderzoek naar de lekkageproblemen in de Poldertoren. Het laatste onderzoek had tot doel het schrijven van een herstelplan. In 2013 vroeg de gemeente Noordoostpolder een second opinion aan bij TNO over de eerder opgestelde rapportages. TNO was het in grote lijnen eens met de herstelmaatregelen die Cauberg-Huygen had voorgesteld.
In november 2012 werd een rapport van de gemeentelijke rekenkamercommissie openbaar gemaakt. Hieruit bleek dat de aankoop van de Poldertoren een impulsaankoop was. Vervolgens werd 4 miljoen euro voor de renovatie uitgetrokken zonder dat daarbij goede afspraken met de projectontwikkelaar waren gemaakt. Het gevolg daarvan was dat al dat geld na de verbouwing net zo hard weer wegspoelde als het in de toren was gepompt. Bron: architectenweb.
In maart 2013 hielden de huurders Triade en Nieuw Land Erfgoedcentrum het voor gezien. Eind mei besloot de gemeente Noordoostpolder niet meer te investeren in het onderhoud van de toren en te stoppen met de commerciële exploitatie. Bron: raad.noordoostpolder.nl. Op 1 juli 2013 moest ook het sterrenrestaurant na drie jaar noodgedwongen de deuren sluiten en verliet het VVV-kantoor eveneens de toren omdat het de huur niet meer op kon brengen nadat de ANWB zich teruggetrokken had. Sonoy werd door de gemeente uitgekocht. De gemeenteraad had besloten dat eigenaar en chef-kok Paul van Staveren, die een half miljoen in het restaurant geïnvesteerd had en een huurovereenkomst voor 10 jaar had, een afkoopsom van € 190.000,- mee zou krijgen en dat een huurachterstand van € 75.000,- werd kwijtgescholden. Later bleek alleen dat Sonoy een veel grotere afkoopsom had gekregen dan met de raad was afgesproken. Dat zorgde ervoor dat de gemeenteraad toenmalig wethouder Wouter Ruifrok op 11 november 2013 wegstuurde. Projectontwikkelaar Provast, die de toren in opdracht van de gemeente verbouwd had, werd door de gemeente in mei 2013 volledig aansprakelijk gesteld voor de financiële schade van de herontwikkeling van de toren. De Poldertoren werd aangekocht en verbouwd om hem te verhuren. De verbouwing mislukte. Maar volgens Provast hadden de gemeente en het college op diverse fronten gefaald. Uit het rapport uit 2012 van de gemeentelijke rekenkamercommissie bleek dat de overeenkomst tussen de gemeente en projectontwikkelaar Provast over het verbouwen en verhuren van de Poldertoren niet helder was. In februari 2015 beëindigde de gemeente Noordoostpolder de samenwerking met Provast. Niet alleen de verbouwing van de Poldertoren, ook de ontwikkeling van De Deel heeft hierbij een rol gespeeld. De gemeente bleef met een aanzienlijk gat in de begroting zitten.
In september 2015 zijn de wijzers van de klokken gehaald omdat groot onderhoud moest worden uitgevoerd door de Koninklijke Eijsbouts. Tijdens het 3 maanden durende onderhoud werd onder meer slijtage aan de uurwerken verholpen en energiezuinige led-verlichting rond de cijfertekens geplaatst. Op 2 december werden de wijzerplaten weer teruggeplaatst, maar sindsdien gaven de klokken een onjuiste tijd aan. Een monteur van klokkenmaker Koninklijke Eijsbouts klom in de toren om het probleem te verhelpen. Volgens de gemeente was de klok stil komen te staan door een storing in de computer. Op 24 december viel de klok om 11.00 uur echter weer stil. Wederom moest er een monteur aan te pas komen om het euvel te verhelpen. Ook in mei 2016 viel de klok stil en op 17 mei 2017 vielen de klok en het carillon stil. De gemeente meldde dat er een onderdeel was doorgebrand en dat moest vervangen worden. Op 23 mei liep de klok met een noodoplossing weer. De reperatie van het carillon liet wat langer op zich wachten.
Rijksmonument
Op 18 maart 2013 presenteerde minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Jet Bussemaker, een lijst met 89 nieuwe rijksmonumenten uit de tweede fase van de wederopbouw die kans maken om uitgeroepen te worden tot rijksmonument. Deze gebouwen zijn een essentieel toonbeeld van de cultuurhistorische ontwikkeling van Nederland. Ze kenmerken het prille begin van de welvaartsstaat, de razendsnelle ontwikkelingen in bouwtechniek, het herstel van de economie en het vertrouwen in de industrialisatie. De architectuur uit de jaren 1959 - 1965 laat het optimisme zien over de vooruitgang in techniek, wetenschap, cultuur en 'de maakbaarheid van de samenleving'. Op 13 oktober 2014 maakte minister Bussemaker bekend dat de Poldertoren door het Rijk was aangewezen als Rijksmonument. De voormalige watertoren is daarmee door zijn cultuurhistorische waarde en schoonheid van nationaal belang geworden. Rijksmonumenten vallen onder de Monumentenwet, wat inhoud dat het gebouw niet gesloopt, verstoord, verplaatst of gewijzigd mag worden zonder dat de overheid daar een vergunning voor heeft verleend. Met de toekenning van Rijksmonument werd de Poldertoren verwijderd van de lijst met gemeentelijke monumenten.
Tweede renovatie
Bij een uitvoerig bouwkundig onderzoek van Monumentenwacht Overijssel en Flevoland in 2019 bleek de lekkage in de Poldertoren te zijn ontstaan door bitumen in de kozijnen die was aangetast door het bij de eerste renovatie toegepaste hydrofobeermiddel ofwel impregneermiddel. Toen het lek eenmaal boven water was, kon het probleem opgelost worden. Op 23 september 2019 bepaalde het gemeentebestuur van Noordoostpolder dat de Poldertoren definitief niet in de verkoop zou gaan. Eenmalig werd een bedrag van € 383.000,- uitgetrokken voor achterstallig onderhoud van de voormalige watertoren. Daarnaast werd vanuit de onderhoudsvoorziening € 210.000,- beschikbaar gesteld voor het renoveren van het carillon. De renovatie was nodig omdat de balken waaraan de 48 klokken bevestigd waren door de jarenlange weersinvloeden roestvorming vertoonden. Ook de beiaard en de speelcabine met het speelmechaniek waren na 60 jaar aan een grondige opknapbeurt toe. Met behulp van een hoogwerker en een mobiele kraan werden de klokken en de klokkenstoel op 26 juni 2020 uit de toren gehaald om naar Klokkengieterij Eijsbouts in Asten vervoerd te worden. Het koggeschip, dat als windwijzer dienst doet, werd opnieuw verguld. Op 8 september is de windvaan weer op de nok geplaatst en werden ook de klokken omhoog gehesen.
Op 26 maart 2021 werd bekend dat de gemeente Noordoostpolder al geruime tijd werkte aan een nieuwe invulling van de Poldertoren. In het plan voor de toekomst van de toren was sprake van kantoorruimte van de begane grond tot de 6e verdieping, hotelkamers op de 7e verdieping en de 8e tot de 10e verdieping ruimte voor vergaderen en feesten/partijen. Voor de aanpassingen was in totaal € 1.425.177,- nodig. De gemeente trok er zelf € 446.887,- voor uit, Monumentenwacht zou € 66.000,- bijdragen vanuit de Rijkssubsidieregeling Instandhouding Monumenten. De resterende € 912.290,- kwam van de provincie Flevoland. Het bedrag was afkomstig uit de bestemmingsreserve Monumentenzorg. Sinds 2012 zijn de provincies verantwoordelijk voor het behoud van de niet-woonhuis monumenten en ontvangen daar gezamenlijk 20 miljoen euro van het Rijk voor. Volgens een vaste verdeelsleutel ontvangt de provincie Flevoland jaarlijks € 129.000,- ten behoeve van de restauratie Rijksmonumenten. Dit bedrag wordt gestort in de reserve Monumentenzorg zodat het beschikbaar is als er een aanvraag wordt gedaan. De provincie Flevoland streeft ernaar dat haar erfgoediconen in goede staat zijn en de beleefbaarheid wordt vergroot. De Poldertoren is een erfgoedicoon dat haar deel van het verhaal van Flevoland vertelt en daarom behouden en beleefbaar moet blijven voor de gebruikers, de inwoners en de bezoekers van Emmeloord. Aan de provinciale subsidie waren wel een aantal voorwaarden verbonden. Zo moest de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) betrokken worden bij de restauratie en ook akkoord gaan met aanpassingen, zoals het toevoegen van ramen. Verder moest de gemeente ervoor zorgen dat de toren na de restauratie in dezelfde staat bewaard blijft. Bron: stateninformatie.flevoland.nl
In 2021 werd besloten dat de renovatie in twee fasen zou plaatsvinden. In 2022 kwam de eerste fase, vernieuwing van het platformdak en opknappen van het carillon, gereed. Tijdens de tweede fase moesten het metsel- en voegwerk van de gevels hersteld worden, kozijnen vervangen worden, waren er aanpassingen nodig in elektra, verlichting en interne installaties en zouden het uurwerk en de figurenomloop gerenoveerd worden.
In februari 2022 raasden drie stormen over Nederland. Op 18 februari hield de storm Eunice het land urenlang in haar greep. Door de zware storm, met windstoten tot 130 km/u in de regio, hadden de wijzers van de klok aan de noordkant van de Poldertoren moeite om tegen de wind in te komen. Daardoor liep deze klok een half uur achter. Het vergulde cijfer III viel naar beneden. Twee cijfers I van de Romeinse III werden ongeschonden tijdens het vegen op de Lange Nering teruggevonden en ook de derde I had geen noemenswaardige schade opgelopen. Bij een controle bleek dat ook andere cijfers los zaten. De loshangende cijfers werden bij een noodreparatie tijdelijk vastgezet met koperdraad. Verder kwam naar voren dat ook de klok aan de zuidzijde van de toren schade had opgelopen. De gemeente Noordoostpolder schreef in februari 2022 op facebook: "De uurwerken lopen ook weer, maar de klokken aan de noord- en zuidzijde moeten naar de fabriek voor controle en het definitief vastzetten van de cijfers. ‘Dit zal zo snel mogelijk gebeuren". Uit kostenoverweging werd besloten de reparatie van de uurwerken gelijktijdig met de renovatie van de toren te laten uitvoeren.
In april 2023 werd bekend dat de renovatie van de toren niet afgerond kon worden. Uit de aanbestedingen die het college van burgemeester en wethouders ontvangen had bleek dat er door de gestegen bouwkosten nog 1,1 miljoen euro nodig was. Door het tekort werden de werkzaamheden aan de toren voorlopig stilgelegd. In samenspraak én samenwerking met de provincie Flevoland diende de gemeente Noordoostpolder een aanvraag in voor een landelijke bijdrage voor monumenten met een actuele instandhoudingsproblematiek. Eind september 2023 werd bekend gemaakt dat het Rijk 1,1 miljoen euro uittrok voor de 'urgente restauratie' van de Poldertoren. Het geld kwam uit een extra potje van in totaal 15 miljoen euro om het opknappen van grote monumenten te steunen. Staatssecretaris Gunay Uslu van Cultuur en Media stelde wel als voorwaarde dat de gemeente en de provincie de 1,1 miljoen euro zouden verdubbelen. Daarnaast moest de gemeente binnen een half jaar uitvoeringsgereed zijn als zij voor de subsidie in aanmerking wilde komen. Daarom besloot de gemeenteraad van Noordoostpolder op 2 oktober 2023 in te stemmen met het voorstel van het college van burgemeester en wethouders om de toren grondig te renoveren en te verbouwen.
Begin februari 2024 is met het uitschrijven van de aanbesteding, de renovatie op papier officieel van start gegaan. Aannemingsbedrijf Draisma Bouw uit Apeldoorn won de aanbesteding voor de bouwteampartner Poldertoren. Als bouwteampartner moesten zij samen met de gemeente de renovatiewerkzaamheden voorbereiden. Draisma Bouw is een familiebedrijf met ervaring in renovatie en restauratie van historische en monumentale gebouwen. Fase II van de renovatie zou in december 2024 van start gaan. Omdat er nog geen definitieve overeenstemming over het plan van aanpak was, werd dat uitgesteld. In maart 2025 werd de opdracht voor de renovatie verstrekt aan Draisma Bouw. Met 4 maanden vertraging ging de tweede fase van de renovatie op 15 april 2025 van start. Die dag werden de eerste twee uurwerken van de gevel gehaald door Royal Eijsbouts uit Asten. Op 16 april volgden de laatste twee. Na de verwijdering van de uurwerken werd de renovatie in fasen uitgevoerd. In de loop van de jaren waren er in het metselwerk scheuren ontstaan die een belangrijke oorzaak van de lekkage in de toren waren. Voor de start van de renovatie waren uitgebreide inspecties uitgevoerd. Onder meer visuele inspecties, thermografie en drone-opnames van de gevels. Uit de super scherpe foto's, waarop je goed kon inzoomen, bleek dat in de gevel 150 à 200 m aan scheuren zat. Maar pas na plaatsing van de steiger kon het bouwteam echt alle bouwfouten en verbeterpunten inventariseren. Bij het openhakken van de muur bleek de ernst van de problemen groter dan voorzien. Het bouwteam trof meer en diepere scheuren aan dan verwacht. De scheuren, in totaal zo'n 235 m, concentreerden zich grotendeels rondom de 7000 m ingemetselde drainagepijpen, vooral in de hoeken van het metselwerk. Het herstellen van deze scheuren vereiste een grondige aanpak, omdat ze anders weer snel zouden terugkeren. Een andere belangrijke oorzaak van de lekkages stond niet in de bestaande rapporten, maar ontdekte Draisma Bouw alsnog. Het betrof de betonnen afdekkers van het uitkijkplatform. “Dat zijn per zijde twaalf segmenten met elk een afzonderlijke voeg. Er zat een pasta in die daar helemaal niet geschikt voor is. Toen we ze eenmaal hadden verwijderd, bleek eronder geen dakbedekking te zitten. Water dat door die naden naar binnen kwam, liep onder de dakbedekking op de twaalfde verdieping door en zocht zijn eigen weg. Veel lekkages zijn daaruit voortgekomen". In overleg met de constructeur werd een herstelplan opgesteld. Extra kosten € 665.352,-. Op 15 december 2025 stemde de gemeenteraad unaniem in met het beschikbaar stellen van extra budget voor de renovatie. Bronnen: noordoostpolder.nl; Omroep Flevoland, De Noordoostpolder; aannemervak.nl
Begin november 2025 werd breed in de regionale pers uitgemeten dat Draisma Bouw verrast was door de 'drainagebuizen'. Henk de Kruijff, projectleider bij Drainsma Bouw, gaf tijdens de lezing over de Poldertoren op 11 juni 2026 in de FlevoMeer Bibliotheek Emmeloord aan dat de berichtgeving hierover onjuist was. Draisma Bouw was wel degelijk op de hoogte van het bestaan van de buizen, die De Kruijff liever luchtstroombuizen noemt omdat in drainagebuizen gaatjes zitten en die ontbreken in de betonnen buizen in de toren. Alles bleek te berusten op een ongelukkige woordkeuze van wethouder Toon van Steen. Op 2 december 2025 schreef verslaggever Jaap Selles het volgende: "Wel neemt hij een misverstand weg. Een maand geleden stelde Noordoostpolder dat het aantreffen van de drainagebuizen in de gevel een verrassing was. 'Dat die suggestie is gewekt is heel spijtig', aldus de wethouder. 'We bedoelden dat er geen documentatie was van de diepte van de scheuren en het mogelijke verband met de aanwezigheid van de buizen'."
De scheuren in de gevel vormden een grote opgave. Volgens Henk de Kruijff zijn de grotere scheuren ontstaan door spanningen in het metselwerk. "Als je 55 meter metselwerk aan één stuk hebt en zonbelaste en regenbelaste gevels, dan krijg je natuurlijk heel veel temperatuurverschillen in de gevel. Metselwerk moet z'n spanning kwijt en doet dat op de zwakste plek […] Hoogstwaarschijnlijk hebben de pijpen te maken met temperatuurverlaging van de gevel. Ze zitten in de zuidwestgevels, de gevels die het grootste temperatuurverschil genereren. Als je daarin een luchtstroom teweegbrengt, verlaag je de temperatuur van de gevel. Ik denk dat dat de achterliggende gedachte is geweest, maar dat staat niet zwart op wit. […] Inmiddels is duidelijk dat deze opbouw een nadelig effect heeft gehad. Veel scheuren zitten rond de betonnen pijpen bij de hoeken, inderdaad de zwakste plekken in het metselwerk. Ook op de vlakken zijn scheuren te vinden. Ze hangen altijd samen met zo’n betonnen pijp”. Bron: aannemervak.nl
Naast het uithakken van de scheuren en het opnieuw inboeten van gevelstenen, het inmetselen van hele bakstenen op plekken waar ze gescheurd zijn, bracht Hellendoorn Restauratie & Gevelwerken in opdracht van Draisma Bouw een tweetal 47 m lange verticale dilataties in het metselwerk aan, want die ontbraken volledig in de oorspronkelijke gevel. Na overleg met de constructeur werd besloten om ter versterking lintvoegwapening in de gevel aan te brengen, spiraalvormige roestvrijstalen staven, 'wokkels' genaamd, die horizontaal in de mortellagen (lintvoegen) van het metselwerk werden aangebracht om trek- en afschuifspanningen in de muur op te vangen. Bij grote scheuren werden er 'wokkels' van ongeveer 1 m, om de 5 à 6 baksteenlagen aangebracht. In totaal is 1.360 m lintvoegwapening toegepast. Er werden 5.100 stenen en ca. 300 m voegwerk vervangen. De leverancier die destijds de 600.000 geel-grijs genuanceerde bakstenen leverde bij de bouw van de toren, leverde nu weer bakstenen voor de plekken waar ze vernieuwd moesten worden. De bakstenenen hadden een rode kleur, maar waren qua maat en hardheid hetzelfde. Om de nieuwe stenen minder te laten opvallen is de gevel gepatineerd, wat betekent dat de stenen een 'verouderde' uitstraling hebben gekregen zodat ze beter mixen met de bestaande gevel. De betonnen buizen werden van boven met koperen roostertjes afgesloten omdat deze in bouwfysisch opzicht geen enkele toegevoegde waarden hadden. Op de ramen op de begane grond en de eerste verdieping na, werden 52 aluminium kozijnen vervangen door stelkozijnen. Ook de natuurstenen raamdorpels zijn vervangen. Door de diepe negge was het gebied rond de met beton omlijste ramen gevoelig voor vochtdoorslag. Voor een waterdichte afdichting zijn de nieuwe kozijnen 5 cm naar voren gehaald. Naast het herstellen van metsel- en voegwerk en het vervangen van de kozijnen omvatte de renovatie ook het impregneren van de gevel, het vervangen van technische installaties, werden de prefab betonnen afdekkers van het uitkijkplatform verwijderd en de ondergrond waterdicht afgewerkt en een nieuwe bliksembeveiliging aangebracht. Een andere belangrijke ingreep was het verwijderen van geïsoleerde voorzetwanden, die geplaatst waren tijdens een eerdere renovatie. Bij de renovatie in 2025-2026 werden ze weggehaald om een nieuwe opbouw te kunnen maken. Dat was nodig vanwege doorslaand vocht en slechte kozijndetails. Strak tegen de binnengevel werd een voorzetwand met dubbele gipsplaat, dampdichte folie en twee lagen minerale wol met verschil in dichtheid geplaatst. De toren is voorzien van gasloze verwarming en energiezuinige LED-verlichting. Waar dat mogelijk was zijn de materialen voor de renovatie geleverd door bedrijven in de regio.
In de laatste week van februari 2026 werden de uurwerken teruggeplaatst en op 26 februari weer in werking gesteld. Na bijna 3 jaar afwezigheid is ook de cijferring op de noordelijke gevel weer voorzien van een Romeinse III. Op 17 april 2026 is de Poldertoren officieel heropend met een licht- en luchtspel. De totale kosten van de renovatie kwamen uit op € 3,300.000,-. Hiervan heeft de gemeente Noordoostpolder uiteindelijk € 1,300.000,- bijgedragen. Een aanzienlijke kostenpost binnen het project was de steigerbouw die alleen al ca. € 500.000,- vergde. De op maat gemaakte steiger- en trappentoren, die gemaakt was met behulp van steigermateriaal en 62 systeemtrappen met leuningen, was geplaatst door KPS Steigerbouw uit Lelystad. Een enorme klus vanwege de hoogte van de toren. Omdat het bedrijf niet voldoende materiaal op voorraad had moesten er steigerdelen uit Duitsland worden aangevoerd.
Niet gerealiseerd
Op 9 juni 2021 meldde Omroep Flevoland dat Provinciale Staten unaniem had ingestemd met een subsidie van € 912.000,- voor het opknappen van de Poldertoren en dat bij de renovatie extra ramen in de Poldertoren moesten komen. Het lag in de bedoeling om 8 nieuwe gevelopeningen in het metselwerk van de Poldertoren te maken en daarnaast 12 openingen te verlengen. Vier grote gevelopeningen waren in de noordgevel voorzien. Op de 2e, 4e en 5e verdieping zouden aan weerszijde van de noordgevel twee maal 3 smalle bestaande gevelopeningen verlengd worden en tenslotte zouden op de 3e verdieping aan weerszijde van de noordgevel 2 nieuwe gevelopeningen toegevoegd worden. Hiervoor was op 11 augustus 2021 namens de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed toestemming gegeven. Het plan was dat de nieuwe openingen binnen de belijning geplaatst zouden worden waardoor het benadrukken van de verticaliteit van de toren niet verloren zou gaan. Om het onderscheid tussen bestaand en nieuw voldoende zichtbaar te maken was het idee om de nieuwe gevelopeningen zonder negge uit te voeren zodat ze iets buiten de gevel zouden uitsteken, zelfs binnen dezelfde gevelopening. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed had veel waardering voor deze aanpak. Vanwege het kostenplaatje is dit plan echter niet uitgevoerd en bleef de gevel aan de noordzijde ongewijzigd.
Poldertoren aangelicht
In september 2024 werd bekend gemaakt dat de gemeenteraad van Noordoostpolder € 150.000,- had uitgetrokken voor een lichtplan om de Poldertoren 's nachts als een waardig baken in de regio te laten schitteren. De renovatie was volgens het college een goed moment om de toren ook van een nieuw lichtplan te voorzien. Het idee was dat de contouren van de historische belangrijke toren met lichtspots beter uitgelicht zouden worden. Het nieuwe lichtontwerp kijkt naar de relatie van de toren met zijn directe omgeving en benadrukt het historisch belang van het monument. Het versterkt de functie van centraal punt in de polder. Spots met krachtige smalle lichtbundels accentueren de acht hoeken van de toren en duiden de kernen rondom Emmeloord. Een kaartprojectie van de Noordoostpolder ondersteunt dit grafisch. Het nieuwe systeem biedt veel meer visuele mogelijkheden en richt zich op het benadrukken van de architectuur door randverlichting, warm licht op het dak en een sfeervolle aanlichting van de leeuwen bij de ingangen. De led- verlichting is duurzaam en energiezuinig. Bron: raad.noordoostpolder.nl.
Overig geraadpleegde bronnen: Krantenarchief Delpher; Driemaandelijkse verslagen betreffende Zuiderzeewerken; ir. H. van der Veen, Watertorens in Nederland; Monumenten van de prille welvaartsstaat; Gemeente Noordoostpolder, redengevende omschrijvingen pag. 8 en 9.; raadnoordoostpolder.nl; kennis.cultureelerfgoed.nl; Bestektekeningen watertoren Van Gent en Pot, april 1957; verschillende edities van De Noordoostpolder; Omroep Flevoland, dossier Poldertoren; Waardeoordeel rapportages waterlekkages door gevel en dak van de Poldertoren te Emmeloord van TNO; Lezing De Poldertoren van A tot Z in de FlevoMeer Bibliotheek Emmeloord op 11 juni 2026 door Henk de Kruijff.
Centraal punt in de polder
De Poldertoren is ooit bedacht als middelpunt van de Noordoostpolder. Toen de watertoren in 1957 gebouwd werd was het de bedoeling dat die precies in het midden van de polder zou komen te staan. Dat was ook altijd aangenomen. Alhoewel het cliché luidt dat alles in de polder aan een tekentafel tot op de vierkante centimeter is uitgedacht, is er bij het bepalen van de locatie van de watertoren toch iets misgegaan. De gemeente Noordoostpolder kreeg van Omroep Flevoland de vraag of de Poldertoren wel precies in het midden van de polder staat. Om dat zeker te weten ging Bert Jan van den Bosch, de specialist geo-informatie van de gemeente, aan de slag met deze vraag. In oktober 2022 bleek uit zijn berekeningen dat de Poldertoren op zijn minst 1200 m naast het middelpunt staat. Er zijn drie rekenmethodes uitgeprobeerd. In alle gevallen staat de Poldertoren niet precies in het midden. Het geografische zwaartepunt (midden) ligt 1200 m naar het oosten, aan de rand van het evenemententerrein aan de Kamperweg. Bronnen: Omroep Flevoland en facebook gemeente Noordoostpolder. Maar is De Deel met daarop de Poldertoren door de plannenmakers wel bedoeld als geografisch middelpunt van de polder? Is De Deel met daarop de Poldertoren niet bedoeld als denkbeeldig middelpunt van de Noordoostpolder, het centrale plein van de polder waar politiek, handel, middenstand en amusement samen moesten vloeien. Heeft het plein daarom niet de naam De Deel gekregen, verwijzend naar het centrale gedeelte van een boerderij? Het is te laat, de plannenmakers kunnen het ons niet meer vertellen.
Replica Poldertoren
De gemeente Noordoostpolder was van 1996 tot 2000 partnerstad van de gemeente Mizumaki in Japan, een gemeente in het land van de rijzende zon die ongeveer even groot is als Noordoostpolder. Een stedenband is een officiële vriendschapsband tussen twee buitenlandse steden. De stedenbanden ontstonden na de Tweede Wereldoorlog. Veel landen in Europa hadden na deze verschrikkelijke periode sterk de behoefte om verdere conflicten te voorkomen en gingen samenwerkingsverbanden aan om wederzijds begrip te tonen.
In juli 1985 ging Dolf Winkel (1919-2009) uit Emmeloord naar Japan om daar zijn oorlogsverleden te 'verwerken'. Winkel was in Nederlands-Indië toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak en vocht als KNIL soldaat tegen de Japanners. Hij werd krijgsgevangen genomen en moest als dwangarbeider werken aan de beruchte Birma-spoorlijn en later in de kolenmijnen van het Japanse dorp Mizumaki. Terug in Nederland richtte Winkler de Stichting Ex-krijgsgevangenen en Nabestaanden Japan op, afgekort EKNJ. De Japanse regering zag het nut van de stichting in en zegde via de Japanse ambassade haar volledige steun toe. Zodoende werd op 28 september 1995 een delegatie van de gemeente Noordoostpolder uitgenodigd voor een lunchbijeenkomst op de ambassade in Den Haag. Op 27 oktober 1995 is een gemeentelijke delegatie met de Stichting EKJN naar Japan gereisd. Vanuit deze initiatieven is de stedenband met Mizumaki vormgegeven. Toen in Mizumaki een liftschacht gebouwd moest worden voor de nieuwe bibliotheek, hebben ze als waardering voor de vriendschapsband de Poldertoren als ontwerp gebruikt. Bronnen: Henk Meijering, Stichting Vrienden van Japan bij Omroep Flevoland; Noordoostpolder Internationaal; Japans Indische Nakomelingen.







