Poldertoren

Poldertoren
Poldertoren Poldertoren Poldertoren Poldertoren Poldertoren Poldertoren Poldertoren Poldertoren

Plaats: Emmeloord

Locatie: Deel 25

Maker: H. van Gent / J.W.H.C. Pot

materiaal: beton / baksteen

Jaar: 1957 - 1959


Beschrijving:

Midden op De Deel staat de Poldertoren, het denkbeeldige middelpunt van de Noordoostpolder. De plaats is zo gekozen dat de toren vanaf alle wegen naar Emmeloord direct in het oog springt. In de jaren dertig van de twintigste eeuw, nog voor de Noordoostpolder drooggevallen was, werd besloten dat op het centrale plein van de hoofdplaats een hoge toren zou komen te staan. Het mocht geen kerktoren zijn omdat geen van de kerken mocht domineren over de andere. Een monument, een centraal herkenningspunt, in het vlakke polderland moest het worden en een symbool van eenheid van de polder. 

In het belang van de volksgezondheid was het noodzakelijk om te zorgen voor een goede watervoorziening in de Noordoostpolder. Al in het voorjaar van 1940 vond er een oriënterend gesprek plaats tussen de Directie Wieringermeer en minister Johan Willem Alberda van Waterstaat. Vervolgens werden verschillende besprekingen gevoerd met het Rijksinstituut voor Drinkwatervoorziening, de N.V. Waterleiding Maatschappij Overijssel (WMO) en de N.V. Intercommunale Waterleiding Gebied Leeuwarden. Er werd een plan opgesteld voor de watervoorziening in de gehele polder. Vanuit het pompstation bij St. Jansklooster zou de N.V. Waterleiding Maatschappij Overijssel, als uitvoerder van het werk, de polder van drinkwater voorzien. Voor enkele werkkampen en bedrijfsgebouwen in het noorden van de polder werd door de Intercommunale Waterleiding Gebied Leeuwarden waterleiding aangelegd. De overeenkomst werd in december 1942 getekend. Omdat de wegen en kanalen door de oorlogsomstandigheden niet op tijd gereed waren en hierdoor de aanvoer van materialen problemen opleverden werd van het plan afgeweken. Zo werd bijvoorbeeld in het op 12 oktober 1942 in gebruik genomen arbeiderskamp Emmeloord 1 het drinkwater eerst in tanks per schip aangevoerd. Begin 1943 kwam een gietijzeren waterleiding van Vollenhove naar Marknesse en verder langs het fietspad naar Emmeloord gereed. Deze leiding was echter van een kleinere diameter dan oorspronkelijk het plan was. In Emmeloord werd een reinwaterreservoir gebouwd. Het reservoir werd gebruikt voor de opslag van schoon drinkwater, zodat de WMO een buffer had voor de momenten waarop er meer water verbruikt werd dan dat er aangevoerd werd. Door de oorlogsomstandigheden werd de aanvoer van materialen steeds moeilijker. Eind 1945 was er in totaal 114 km hoofdwaterleiding gelegd. In de jaren na de oorlog verbeterde de materiaal aanvoer langzaam. Al in 1946 was de hoofdaanvoer vanaf St. Jansklooster tot aan de brug bij Vollenhove uitgevoerd in een eternieten buis van 300 mm. De zinker door het kanaal bij Vollenhove en de verdere hoofdaanvoer, uitgevoerd met een stalen buis met een diameter van 300 mm, waren in 1951 gereed. Omdat de druk op enkele plaatsen in de polder niet hoog genoeg was, werd een tweede hoofdaanvoer aangelegd, die via Emmeloord doorgetrokken werd naar Espel. Bron: Flevobericht 269. Vanaf 1948 werden tussen de Directie Wieringermeer, de N.V. Waterleiding Maatschappij Overijssel en het Rijksinstituut Drinkwatervoorziening besprekingen gevoerd. Op 22 juli 1952 werd een overeenkomst gesloten. De N.V. Waterleiding verkreeg met terugwerkende kracht tot 1 januari 1948 de verzorging van de watervoorziening van de gehele Noordoostpolder. Omdat het brakke grondwater in de Noordoostpolder niet als drinkwater gebruikt kan worden moet het vanuit Overijssel geïmporteerd worden. Maar de kleine watertoren in Sint Jansklooster kon niet meer voorzien in de behoeften. Om een constante druk op het waterleidingnet te garanderen was een watertoren in de Noordoostpolder nodig. 

In september 1948 ging de Planologische Commissie akkoord met het stadsplan van Emmeloord, ondanks de onzekerheid of de oplossing voor het stadsplein de juiste was. Omdat er ontevredenheid bestond over de oplossing van het stadscentrum in het goedgekeurde plan stuurde de Directie Wieringermeer op 15 november 1948 een brief aan het Ministerie van Verkeer en Waterstaat met het voorstel een stedenbouwkundige prijsvraag voor het stadsplein uit te schrijven met daaraan gekoppeld een prijsvraag voor de poldertoren. Het ministerie was zeer terughoudend als het om prijsvragen ging. In een brief d.d. 21 januari 1949 gaf de minister aan de Directie Wieringermeer aan dat het de voorkeur had, één of meer stedenbouwkundigen uit te nodigen om in nauw overleg met de dienst een nieuw plan voor het stadscentrum van Emmeloord op te maken. Er was echter in beginsel geen bezwaar tegen het houden van een prijsvraag voor de poldertoren, ondanks 'de moeilijkheid tot het vinden van een geschikte jury, en de kans dat weinig bruikbaar resultaat zou worden bereikt'. Bron: De ruimtelijke ontwikkeling van de Noordoostpolder. Eind december 1950 schreef de N.V. Waterleiding Maatschappij Overijssel (WMO) in overleg met de Directie Wieringermeer een openbare prijsvraag uit. Bij een prijsvraag kan er zowel sprake zijn van een besloten als een openbare prijsvraag. Bij een besloten prijsvraag worden een beperkt aantal architecten uitgenodigd om een ontwerp te maken. Een openbare prijsvraag daarentegen geeft elke geïnteresseerde architect de gelegenheid om het programma van eisen aan te vragen en mee te dingen. Niet minder dan 514 architecten ontvingen een uitnodiging om hun kracht te beproeven op een unieke en uiterst moeilijke opgaaf. De opdracht was een watertoren te ontwerpen met een carillon en een uitkijkplatform. Op 15 juni 1951 sloot de inzendtermijn. Maar liefst 170 architecten hadden een ontwerp ingezonden die door een jury, bestaande uit voorzitter ir. G. Friedhoff (rijksbouwmeester) en de leden ir. J.C. Keller (directeur WMO), ir. A.D. van Eck (Directie Wieringermeer), ir. S.J. van Embden (architect) en A. Komter (architect), werden beoordeeld. Geen van de ontwerpen voldeed naar de mening van de jury aan de gegeven factoren zodat geen eerste prijs werd uitgereikt. Daarom werd aan de inzenders van de drie beste ontwerpen ieder een premie van ƒ 2000,- toegekend. De drie winnaars waren de Amsterdamse architecten M.F. Duintjer met een inzending onder motto 'Rode Toren', H. Mieras en B. van Kasteel met motto 'Uilenspiegel' en H. van Gent met motto 'Utilis'.

Over deze drie ontwerpen zei de jury onder meer: "Wat betreft het ontwerp 'Rode Toren' is de plaatsbepaling goed. De eenvoudige situering past bij dit ontwerp. De silhouetwerking van de toren is op korte afstand aantrekkelijk, doch de jury betwijfelt het of, uit de polder gezien, deze werking behouden blijft. De toren is logisch gebouwd; de verhoudingen zeer goed en gevoelig. De hoogte is evenwel 5 m te laag, terwijl bij verhoging de diameter in evenredigheid zou moeten worden vergroot om de optimale werking te verkrijgen".
"De plaatsing van het ontwerp 'Uilenspiegel' op het plein achtte de jury goed. De silhouetwerking op afstand zal tegenvallen. Het ontwerp is zeer goed doorwerkt en fraaie verhoudingen werden bereikt. De jury meent echter, dat de tand des tijds het bouwwerk nadelig zal beïnvloeden en dat zelfs een zorgvuldig en kostbaar onderhoudsplan deze invloed niet kan verhinderen".
"Het ontwerp 'Utilis' getuigt van stoerheid en eenvoud, de samenstellende delen zijn voldoende gekarakteriseerd, zonder dat daarvoor de eenheid van het geheel wordt aangetast. Het silhouet is eenvoudig en boeiend". "Bij kennisneming van de details en van de toelichting is evenwel ernstige twijfel gerezen of de ontwerper over voldoende bekwaamheid beschikt om de uitvoering van dit project een bevredigend eindresultaat te bereiken en in vorm de onderdelen te bepalen uit dezelfde geest waaruit de grondvorm van het geheel is voortgekomen. Zou de polderdirectie besluiten deze inzender te belasten met de uitvoering dan zou een bijzondere regeling moeten worden getroffen om te waarborgen, dat detaillering en materiaalbehandeling op het niveau komen van de algemene opzet". Bron: De Tijd, 29-12-1951. Uiteindelijk werd het ontwerp met motto 'Utilis’ (Latijn voor nuttig) van de Amsterdamse architect H. van Gent (1912-1972) aangewezen om verder uitgewerkt te worden. Voor de realisering van het ontwerp kreeg Van Gent hulp van architect J.W.H.C. (Joop) Pot (1909-1972) op wiens architectenbureau hij werkzaam was. In mei 1954 werd het schetsontwerp verder uitgewerkt. Het ontwerp van de betonconstructie was van ir. P.J. de Gruyter van Bureau de Gruyter (BDG) uit Zwolle.

In de eerste vergadering van de Poldercommissie voor algemene belangen in januari 1957 deelde landdrost ir. A.P. Minderhoud mee dat een machtiching ontvangen was voor de Poldertoren in Emmeloord. In april 1957 werd tijdens een vergadering van de Poldercommissie voor algemene belangen, die in het raadhuis van Emmeloord gehouden werd, door de heer Meeuwsen de vraag gesteld of het wel noodzakelijk was dat in Emmeloord een watertoren gebouwd zou worden omdat door een bestedingsbeperking, die toen gold, de bouw van enkele scholen in de Noordoostpolder niet kon plaatsvinden. Landdrost Minderhoud gaf aan dat de bouw van de geprojecteerde watertoren geheel voor rekening van de waterleiding maatschappij Overijsel zou komen. De bouw van de toren was dringend noodzakelijk, omdat de capaciteit van de watertoren in Sint Jansklooster bij Vollenhove niet toereikend was om het gehele gebied van de polder van water te blijven voorzien. Bovendien was de bouwvergunning al geruime tijd geleden afgekomen, zodat geen enkel ander object hiervan nadeel zou ondervinden. Eertijds was uitvoerig gesproken over de vraag of een toren dan wel een kelder voordeliger zou zijn. In overleg met het hoofd van het Rijksbureau voor drinkwater-voorziening, prof. Krul, was toen de voorkeur gegeven aan een toren, die een goedkopere exploitatiemogelijkheid schiep.

Op 14 mei 1957 opende de N.V. Waterleiding Maatschappij Overijssel de aanbesteding. De bouw startte op 12 juni 1957 en werd uitgevoerd door aannemingsmaatschappij Harm Fokkens Naarden N.V. uit Velp. Op 20 juni werd gestart met het graven van een put van 25 x 25 m voor de fundering. De onderkant van de fundering ligt op 6,50 m diepte. Op 28 augustus 1957 stond in het Overijsselsch dagblad: "EMMELOORD Met de bouw van een watertoren voor Emmeloord en wijde omgeving is een aanvang gemaakt. In een bouwput van zeven meter diepte wordt de betonfundering aangebracht zoals de foto laat zien. De toren wordt 63 meter hoog en zal behalve waterreservoirs ook een carrillon torsen. De doorsnede van deze kolos wordt niet minder dan 13 meter". Het hoogste punt werd in de laatste week van december 1958 bereikt. Na een bouwtijd van iets meer dan twee jaar werd de Poldertoren in de ochtend van 20 juni 1959 in besloten kring aan de WMO overgedragen. President - commissaris J. Haverkamp ontving de sleutel van de toren uit handen van 'bouwmeester' A.D. van Eck. Na de officiele opening stelde de heer Haverkamp de pompen inwerking. Het eerder gebouwde reinwaterreservoir kwam hiermee buiten werking. 

De Poldertoren beheerst van verre, uit alle windrichtingen zichtbaar, het silhouet van Emmeloord en accentueert de centrumfunctie. De toren is 65,30 m hoog en daarmee de hoogste watertoren van Nederland. De architectuur is kenmerkend voor de Delftse School, net zoals bij de omliggende bebouwing. Het bouwwerk staat op een achthoekig grondplan met een doorsnede van 14 m en wordt naar boven toe 60 cm smaller. De onderste drie verdiepingen hebben een constructie met een forse betonnen middenkolom met daaromheen 8 rechthoekige kolommen. De betonnen vloeren kragen met balkenvloeren uit over de kolommen. Op de bovenste verdiepingen bevinden zich de waterbakken waarbij de wanden precies boven de rechthoekige kolommen staan. Om de betonconstructie, waarin 624 ton cement en 185 ton wapenstaal verwerkt werd, staat een bakstenen huid die geen dragende functie heeft, maar wel deels de stabilitiet van de toren verzorgt. De gemetselde muur is een spouwmuur. Het metselwerk van de buitenmuur is uitgevoerd in geel-grijs genuanceerde waalsteen en gemetseld in wildverband. Aan vijf van de acht zijden, de kant waar de regen op staat, zijn in de spouw verticaal 7200 draineerbuisjes ingemetseld wat een snelle droging bewerkstelligt van het buiten metselwerk. Een en ander is bedoeld als remedie tegen het veelvuldig bij watertorens voorkomende euvel van vorstschade. De toren had oorspronkelijk 6 verdiepingen. Op de 3e t/m de 5e verdieping bevonden zich drie hoogtereservoirs van 425 m³. In de voet van de toren was ondergronds een laagtereservoir te vinden van 575 m³. Daarmee was de totale wateropslagcapaciteit 1850 m³ ofwel 1.850.000 liter. De pompen waren in het gelijkvloerse gedeelte aangebracht. Het water werd, en wordt nogsteeds, aangevoerd vanaf het waterwingebied bij Sint Jansklooster, gelegen in Nationaal Park Weerribben.

De gedachte dat de toren behalve geografisch ook in het leven van de polderbewoners centraal moest staan, kreeg in het bouwplan gestalte in een platform boven op het hoogste waterreservoir. In de uitgespaarde ruimte tussen de reservoirs en de buitenmuur voert een trap met 243 treden omhoog naar de zesde verdieping die gevormd wordt door een opengewerkte lantaarn met daarin het uitkijkplatform. Het platform, dat op 43,40 m hoogte ligt en een doorsnede heeft van 13,40 m, is ook met een lift te bereiken. De Poldertoren is voorzien van een met koperen platen bekleed piramidedak dat rust op een houten dakconstructie en wordt bekroond met een 5 m hoge vergulde windwijzer, die bekostigd is door de Stichting Carillon Poldertoren. Het Openbaar Lichaam De Noordoostelijke Polder heeft het uurwerk beschikbaar gesteld. Het is een door een moederklok geregelde elektische uurwerkinstallatie met reservelooptijd en automatische herstelling na stroomonderbreking. Er zijn 2 slagwerken en 4 motorwijzerwerken. Op iedere zijden van de toren is een wijzerplaat aangebracht waarvan de Romeinse cijfers en de wijzers verguld zijn. De 4 vergulde koperen cijferringen, geconstrueerd als spaakwielen, hebben een diameter van 5,40 m. Zij zijn in hun geheel draaibaar uitgevoerd, zodat vanaf één plaats de lampen vervangen kunnen worden. De wijzerplaten waren destijds de op één na grootste van Nederland. De grootste wijzerplaten waren te vinden op de elektrische centrale van Geertruidenberg. Het uurwerk van de Poldertoren is verbonden met de wereldatoomklok in Zürich. Bronnen: cultureelerfgoed.nl; De Noordoostpolder.

De Poldertoren vormt tevens de klankkast voor een beiaard. In de lantaarn hangt het destijds grootste carillon van Nederland. Tegenwoordig geldt 48 klokken, met een bereik van 4 octaven, als standaardomvang. A.D. van Eck, hoofd van de bouwkundige afdeling van de toenmalige Directie Wieringermeer afd. Noordoostpolderwerken, heeft zich sterk gemaakt voor de tot standkoming van het poldercarillon dat een geschenk was aan de Nederlandse regering van hen, die er wonen en hen, die daaraan bouwden. De 48 bronzen klokken zijn in de jaren 1958/1959 door klokkengieterij Eijsbouts in het Brabantse Asten gegoten. De klokken zijn versierd met reliëfs van beeldhouwer Ybe van der Wielen (1913-1999). De beiaard kostte destijds ƒ 115.000,-. Hier wordt het carillon uitvoerig beschreven. 

Ter gelegenheid van het 50-jarig jubileum van de droogvalling van de Noordoostpolder kreeg de Poldertoren in 1992 een figurenomloop. Nadat de toenmalige minister-president drs. Ruud Lubbers het speelwerk op 9 september in werking had gesteld bood de Junior Kamer Groot Schokland "de grootste Abraham ter wereld" aan, die bestond uit een 8 ton zware versiering die aan de top van de 65 meter hoge Poldertoren geklemd was. De 20 m hoge Abraham was ontworpen door illustrator Arthur Kessels uit Heerenveen. Het project, dat bijna ƒ 100.000,- gekost heeft, werd betaald door 6 grote bedrijven uit de polder. Op Konninginnendag 1994 brachten Koningin Beatrix en haar familie een bezoek aan Emmeloord en Urk. Speciaal voor deze dag werd de Poldertoren tot kunstwerk verheven. Kunstenares Madeline Maus (1959) bevestigde 105 seinvlaggen aan de toren. De seinvlaggen vormden de woorden; evenwichtsorgaan, kaakgewricht, schoudergewricht, elleboogsgewricht, heupgewricht, polsgewricht, kniegewricht en enkelgewricht. Per zijde van de toren was van boven naar beneden in gekleurde vlakken een woord afgebeeld. Maus maakte de vlaggen samen met leerlingen van het mbo-college De Erven. Het tijdelijke kunstwerk kostte destijds ruim ƒ 133.000,-. Op 29 september 2010 werd aan de voet van de Poldertoren het kunstwerk Lion Noir onthuld.

Na 1970 werden watertorens minder belangrijk, omdat vanaf die tijd elektrische pompen gingen zorgen voor de druk op het waterleidingnet. Ook de Poldertoren werd als watertoren buiten dienst gesteld. Waterleidingbedrijf Vitens, sinds een fusie in 2002 de opvolger van de N.V. Waterleiding Maatschappij Overijssel, was in 2005 voornemens de Poldertoren af te stoten. In de zomer van dat jaar vonden gesprekken tussen de gemeente Noordoostpolder en Vitens plaats. Ze kwamen overeen dat de gemeente de toren voor € 150.000,- over zou nemen. Volgens toenmalig wethouder Jan Mulder een koopje voor dit 'gemeentelijk monument van uitzonderlijke cultuurhistorische betekenis'. In de gemeenteraad bleek brede steun aanwezig om de Poldertoren te verwerven. Op 29 september 2005 besloot de raad accoord te gaan met de aankoop en stelde een krediet beschikbaar van € 151.250,- dat gedekt werd uit het herstructureringsfonds Emmeloord Centrum. De gemeente nam de toren over in de dan actuele staat van onderhoud. De grond onder de Poldertoren was eigendom van Domeinen. In plaats van de bestaande erfpacht van € 530,- door te zetten, besloot de gemeente in 2006 de grond voor € 52.000,- over te nemen. Bron: Trots op de toren. In 2008 - 2009 werd de Poldertoren voor € 2.600.000,- opgeknapt en herontwikkeld tot cultureel- en toeristisch recreatief informatie- en bezoekerscentrum. Het ontwerp werd gemaakt door architectuurcentrale Thijs Asselbergs (aTA) uit Haarlem en de renovatie werd uitgevoerd door Koopmans Bouw B.V.. Bij de verbouwing moest voldoende vloeroppervlak worden gecreëerd, maar ook moest meer daglicht worden toegelaten. Daarvoor zijn in de onder- en bovenbouw extra vloeren gemaakt. Op plekken met te weinig daglicht werden de functies ondergebracht die geen daglicht nodig hebben, zoals installaties. De bestaande verdiepinghoogte is gehalveerd van 8 m naar 4 m, zodat het aantal verdiepingen werd verdubbeld. De nieuwe vloeren hangen aan de betonkolommen en zijn opgebouw uit stalen liggers met een houten balklaag. Bij de materiaalkeuze was het van belang dat het materiaal hanteerbaar binnen de toren verplaatst en bewerkt kon worden. Omdat de grootste ramen in het bovenste deel zitten, ter hoogte van de onderste twee waterbakken, werd daar het restaurant gemaakt. De waterreservoirs zijn uit constructief oogpunt gehandhaafd omdat dit de hoofddraagconstructie van het gebouw is. Om voldoende licht in de betonnen cilinders te krijgen zijn in de schil hiervan 2,5 x 2,5 m grote gaten aangebracht. De doorsnijding van de waterbakken vond plaats ter hoogte van de 8 meter hoge smalle baksteenmuren tussen de gevelopeningen. Om de stijfheid en stabiliteit van de toren te blijven garanderen waren de afmetingen van de openingen zorgvuldig door constructeur IMd uit Rotterdam berekend. De openingen zijn in een kwart van de wanden aangebracht, regelmatig verdeeld over het oppervlak. Betonnen wanddelen van ca. 1,20 m breed boven de bestaande kolommen bleven gehandhaafd. Omdat de 13 oude trappen uit het oogpunt van veiligheid niet meer voldeden zijn deze vervangen door een zogenoemd wokkeltrappenhuis. Een dergelijk trappenhuis heeft twee aparte, brandwerend van elkaar gescheiden, (vlucht)routes. Elke trap heeft per verdieping een eigen toegang. Het nieuwe trappenhuis verbindt niet alleen de bestaande betonnen vloeren met elkaar, maar ook de nieuw ingebrachte vloeren. De oude stalen kozijnen werden vervangen door aluminium kozijnen. Bron: Bouwwereld # 01. 

Na de renovatie namen o.a. het VVV-kantoor met ANWB-winkel, Triade en sterrenrestaurant Sonoy hun intrek in de toren. Op 20 juni 2009, exact 50 jaar na de officiele opening van de watertoren in 1959, was de feestelijke heropening. Maar na de verbouwing was de Poldertoren zo lek als een mandje. Ondanks de duizenden draineerbuisjes bleef hemelwater door de muren naar binnen sijpelen. Het vochtprobleem bleek structureel. In opdracht van de gemeente Noordoostpolder deed in 2011 Nieman-Kettlitz Gevel en Dakadvies B.V. onderzoek naar de lekkageproblematiek in de Poldertoren en in 2012 deed Cauberg-Huygen onderzoek naar hetzelfde probleem. Naar aanleiding van de daaruit voortvloeiende adviezen stopte de gemeente Noordoostpolder met de commerciële exploitatie van de toren. Op 1 juli 2013 moest het sterrenrestaurant de deuren noodgedwongen sluiten. Sonoy werd door de gemeente uitgekocht. De gemeenteraad had besloten dat Paul van Staveren, die een huurovereenkomst voor 10 jaar had, een afkoopsom van € 190.000,- mee zou krijgen en dat een huurachterstand van € 75.000 werd kwijtgescholden. Later bleek alleen dat Sonoy een veel grotere afkoopsom had gekregen dan met de raad was afgesproken. Dat zorgde ervoor dat de gemeenteraad toenmalig wethouder Wouter Ruifrok op 11 november 2013 wegstuurde. Behalve Sonoy moesten ook de andere huurders de Poldertoren verlaten.. 

Op 18 maart 2013 presenteerde minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Jet Bussemaker, een lijst met 89 nieuwe rijksmonumenten uit de tweede fase van de wederopbouw die kans maken om uitgeroepen te worden tot rijksmonument. Deze gebouwen zijn een essentieel toonbeeld van de cultuurhistorische ontwikkeling van Nederland. Ze kenmerken het prille begin van de welvaartsstaat, de razendsnelle ontwikkelingen in bouwtechniek, het herstel van de economie en het vertrouwen in de industrialisatie. De architectuur uit de jaren 1959 - 1965 laat het optimisme zien over de vooruitgang in techniek, wetenschap, cultuur en 'de maakbaarheid van de samenleving'. Op 13 oktober 2014 maakte minister Bussemaker bekend dat de Poldertoren door het Rijk was aangewezen als Rijksmonument. De voormalige watertoren is daarmee door zijn cultuurhistorische waarde en schoonheid van nationaal belang geworden. Rijksmonumenten vallen onder de Monumentenwet, wat inhoud dat het gebouw niet gesloopt, verstoord, verplaatst of gewijzigd mag worden zonder dat de overheid daar een vergunning voor heeft verleend. Met de toekenning van Rijksmonument werd de Poldertoren verwijderd van de lijst met gemeentelijke monumenten. 

Bij een uitvoerig onderzoek van Monumentenwacht Overijssel en Flevoland bleek de lekkage in de Poldertoren te zijn ontstaan door bitumen in de kozijnen die was aangetast. Toen het lek eenmaal boven water was, kon het probleem opgelost worden. Op 23 september 2019 bepaalde het gemeentebestuur van Noordoostpolder dat de Poldertoren definitief niet in de verkoop zou gaan. Eenmalig werd een bedrag van € 383.000,- uitgetrokken voor achterstallig onderhoud van de voormalige watertoren. Daarnaast werd geld beschikbaar gesteld voor het renoveren van het carillon. De renovatie was nodig omdat de balken waaraan de 48 klokken bevestigd waren door de jarenlange weersinvloeden roestvorming vertoonden. Ook de beiaard en de speelcabine met het speelmechaniek waren na 60 jaar aan een grondige opknapbeurt toe. Met behulp van een hoogwerker en een mobiele kraan werden de klokken en de klokkenstoel op 26 juni 2020 uit de toren gehaald om naar Klokkengieterij Eijsbouts in Asten vervoerd te worden. Het koggeschip, dat als windwijzer dienst doet, werd opnieuw verguld. Op 8 september is de windvaan weer op de nok geplaatst en werden ook de klokken omhoog gehesen.

Op 26 maart 2021 werd bekend dat de gemeente Noordoostpolder al geruime tijd werkte aan een nieuwe invulling van de Poldertoren. In het plan voor de toekomst van de toren komt kantoorruimte van de begane grond tot de 6e verdieping, hotelkamers op de 7e verdieping en de 8e tot de 10e verdieping worden geschikt gemaakt voor vergaderen en feesten/partijen. Voor de aanpassingen is in totaal € 1.425.177,- nodig. De gemeente trekt er zelf € 446.887,- voor uit, Monumentenwacht draagt € 66.000,- bij. De resterende € 912.290,- komt van de provincie Flevoland. Het bedrag is afkomstig uit de bestemmingsreserve Monumentenzorg. Sinds 2012 zijn de provincies verantwoordelijk voor het behoud van de niet-woonhuis monumenten en ontvangen daar gezamenlijk 20 miljoen euro van het Rijk voor. Volgens een vaste verdeelsleutel ontvangst de provincie Flevoland jaarlijks € 129.000,- ten behoeve van de restauratie Rijksmonumenten. Dit bedrag wordt gestort in de reserve Monumentenzorg zodat het beschikbaar is als er een aanvraag wordt gedaan. De provincie Flevoland streeft ernaar dat haar erfgoediconen in goede staat zijn en de beleefbaarheid wordt vergroot. De Poldertoren is een erfgoedicoon dat haar deel van het verhaal van Flevoland vertelt en daarom behouden en beleefbaar moet blijven voor de gebruikers, de inwoners en de bezoekers van Emmeloord. Aan de provinciale subsidie zijn wel een aantal voorwaarden verbonden. Zo moet de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) betrokken worden bij de restauratie en ook akkoord gaan met aanpassingen, zoals het toevoegen van ramen. Verder moet de gemeente ervoor zorgen dat de toren na de restauratie in dezelfde staat bewaard blijft. 

In 2021 werd besloten dat de renovatie in twee fasen zou plaatsvinden. In 2022 kwam de eerste fase, herstel van het dak en opknappen van het carillon, gereed. Tijdens de tweede fase moesten het metsel- en voegwerk van de gevels hersteld worden, kozijnen worden vervangen, waren er aanpassingen nodig in elektra, verlichting en interne installaties en zouden het uurwerk en de figurenomloop gerenoveerd worden. In april 2023 werd bekend dat de renovatie van de toren niet afgerond kon worden. Uit de aanbestedingen die het college van burgemeester en wethouders ontvangen had bleek dat er door de gestegen bouwkosten nog 1,1 miljoen euro nodig was. Door het tekort werden de werkzaamheden aan de toren voorlopig stilgelegd. Eind september 2023 werd bekend gemaakt dat het Rijk 1,1 miljoen euro uittrekt voor de 'urgente restauratie' van de Poldertoren. Het geld komt uit een extra potje van in totaal 15 miljoen euro om het opknappen van grote monumenten te steunen. Staatssecretaris Gunay Uslu van Cultuur en Media stelde wel als voorwaarde dat de gemeente en de provincie de 1,1 miljoen euro zouden verdubbelen. Daarnaast moest de gemeente binnen een half jaar uitvoeringsgereed zijn als zij voor de subsidie in aanmerking wilde komen. Daarom besloot de gemeenteraad van Noordoostpolder op 2 oktober 2023 in te stemmen met het voorstel van het college van burgemeester en wethouders om de toren grondig te renoveren en te verbouwen. Begin februari 2024 is met het uitschrijven van de aanbesteding, de renovatie op papier officieel van start gegaan. Aannemingsbedrijf Draisma Bouw uit Apeldoorn heeft de aanbesteding gewonnen voor de bouwteampartner Poldertoren. Als bouwteampartner moesten zij samen met de gemeente de renovatiewerkzaamheden voorbereiden. Draisma Bouw is een familiebedrijf met ervaring in renovatie en restauratie van historische en monumentale gebouwen. Fase II van de renovatie, die een jaar gaat duren, zou in december 2024 van start gaan. Omdat er nog geen definitieve overeenstemming over het plan van aanpak was, is dat uitgesteld. In maart 2025 werd de opdracht voor de renovatie verstrekt aan Draisma Bouw. Met 4 maanden vertraging ging de tweede fase van de renovatie op 15 april 2025 van start. Die dag werden de eerste twee uurwerken door Royal Eijsbouts klokkengieterij uit Asten van de gevels gehaald, op 16 april volgden de laatste twee. Na de verwijdering van de uurwerken wordt de renovatie in fasen uitgevoerd. Uit dronebeelden die de gemeente voorafgaand aan de restauratie had laten maken bleek dat in de gevel in totaal zo'n 200 meter aan scheuren zit die een belangrijke oorzaak van lekkage in de toren zijn. Bij het openhakken van de muur begin november 2025 bleken de problemen groter dan verwacht. In de muur was circa 7000 m aan drainagebuizen ingemetseld. De scheuren concentreren zich grotendeels rondom deze pijpen, vooral in de hoeken van het metselwerk en ze zijn dieper dan verwacht. Het herstellen van deze scheuren vereist een grondige aanpak, omdat ze anders snel weer kunnen terugkeren. Extra kosten € 665.352,-. Zo worden er dilataties aangebracht om toekomstige scheurvorming te voorkomen. Dilatatie is de methode om het werken van de buitenmuur op te vangen door het aanbrengen van een aantal open voegen of met een indrukbaar materiaal gesloten voegen. De leverancier die destijds de 600.000 geel-grijs genuanceerde bakstenen leverde bij de bouw van de toren, levert nu weer bakstenen voor de plekken waar ze vervangen moeten worden. Naast het herstellen van metsel- en voegwerk omvat de renovatie ook het impregneren van de gevel, het aanbrengen van nieuwe isolatie, het vervangen van technische installaties en het plaatsen van extra ramen. De toren krijgt ook een nieuwe bliksembeveiliging en een frisse schilderbeurt voor de gevelkozijnen. De oplevering staat gepland voor de laatste week van februari 2026, waarna in de eerste week van maart de figuren op de omlopen en de uurwerken worden teruggeplaatst. Bronnen: noordoostpolder.nl; Omroep Flevoland, De Noordoostpolder

In september 2024 werd bekend gemaakt dat de gemeenteraad van Noordoostpolder € 150.000,- heeft uitgetrokken voor nieuwe aanlichting van de Poldertoren. Het nieuwe lichtontwerp kijkt naar de relatie van de toren met zijn directe omgeving en benadrukt het historisch belang van het monument. Het versterkt de functie van centraal punt in de polder. Spots met smalle lichtbundels accentueren de randen van de toren en duiden de kernen rondom Emmeloord. Een kaartprojectie van de Noordoostpolder ondersteund dit grafisch. Het carrillon fungeert als baken met reflecties op de gouden klokken en de entrees vallen op door de verlichtte leeuwen. Bron: raad.noordoostpolder.nl.

 

Centraal punt in de polder

De Poldertoren is ooit bedacht als middelpunt van de Noordoostpolder. Toen de watertoren in 1957 gebouwd werd was het de bedoeling dat die precies in het midden van de polder zou komen te staan. Dat was ook altijd aangenomen. Alhoewel het cliché luidt dat alles in de polder aan een tekentafel tot op de vierkante centimeter is uitgedacht, is er bij het bepalen van de locatie van de watertoren toch iets misgegaan. De gemeente Noordoostpolder kreeg van Omroep Flevoland de vraag of de Poldertoren wel precies in het midden van de polder staat. Om dat zeker te weten ging Bert Jan van den Bosch, de specialist geo-informatie van de gemeente, aan de slag met deze vraag. In oktober 2022 bleek uit zijn berekeningen dat de Poldertoren op zijn minst 1200 m naast het middelpunt staat. Er zijn drie rekenmethodes uitgeprobeerd. In alle gevallen staat de Poldertoren niet precies in het midden. Het geografische zwaartepunt (midden) ligt 1200 m naar het oosten, aan de rand van het evenemententerrein aan de Kamperweg. Bronnen: Omroep Flevoland en facebook gemeente Noordoostpolder. Maar is De Deel met daarop de Poldertoren door de plannenmakers wel bedoeld als geografisch middelpunt van de polder? Is De Deel met daarop de Poldertoren niet bedoeld als denkbeeldig middelpunt van de Noordoostpolder, het centrale plein van de polder waar politiek, handel, middenstand en amusement samen moesten vloeien. Heeft het plein daarom niet de naam De Deel gekregen, verwijzend naar het centrale gedeelte van een boerderij? Het is te laat, de plannenmakers kunnen het ons niet meer vertellen.

 

Replica Poldertoren

De gemeente Noordoostpolder was van 1996 tot 2000 partnerstad van de gemeente Mizumaki in Japan, een gemeente in het land van de rijzende zon die ongeveer even groot is als Noordoostpolder. Een stedenband is een officiële vriendschapsband tussen twee buitenlandse steden. De stedenbanden ontstonden na de Tweede Wereldoorlog. Veel landen in Europa hadden na deze verschrikkelijke periode sterk de behoefte om verdere conflicten te voorkomen en gingen samenwerkingsverbanden aan om wederzijds begrip te tonen.
In juli 1985 ging Dolf Winkel (1919-2009) uit Emmeloord naar Japan om daar zijn oorlogsverleden te 'verwerken'. Winkel was in Nederlands-Indië toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak en vocht als KNIL soldaat tegen de Japanners. Hij werd krijgsgevangen genomen en moest als dwangarbeider werken aan de beruchte Birma-spoorlijn en later in de kolenmijnen van het Japanse dorp Mizumaki. Terug in Nederland richtte Winkler de Stichting Ex-krijgsgevangenen en Nabestaanden Japan op, afgekort EKNJ. De Japanse regering zag het nut van de stichting in en zegde via de Japanse ambassade haar volledige steun toe. Zodoende werd op 28 september 1995 een delegatie van de gemeente Noordoostpolder uitgenodigd voor een lunchbijeenkomst op de ambassade in Den Haag. Op 27 oktober 1995 is een gemeentelijke delegatie met de Stichting EKJN naar Japan gereisd. Vanuit deze initiatieven is de stedenband met Mizumaki vormgegeven. Toen in Mizumaki een liftschacht gebouwd moest worden voor de nieuwe bibliotheek, hebben ze als waardering voor de vriendschapsband de Poldertoren als ontwerp gebruikt. Bronnen: Henk Meijering, Stichting Vrienden van Japan bij Omroep Flevoland; Noordoostpolder Internationaal; Japans Indische Nakomelingen.
 

Sinds half september 2005 heeft Rutten ook een heuse Poldertoren. Het betreft een houten replica van 6 m hoog die op schaal is nagemaakt. De toren maakt deel uit van de door architect Sybolt Meindertsma uit Amsterdam ontworpen speeltuin aan de Venelaan. De Poldertoren in Rutten is te beklimmen en doet tevens dienst als glijbaan. De speeltuin kon mede door de gemeente Noordoostpolder, Samenwerkende Fondsen Buitenspelen, Kern met Pit en de Europees geld uit het Leader-project gerealiseerd worden en werd in juni 2006 door gedeputeerde Wubbo de Raad officieel geopend. 

Golfclub Emmeloord heeft de Poldertoren als inspiratiebron gebruikt voor de teemarkers op de afslagplaats. Een teemarker is een voorwerp waarmee de voorzijde van de exacte afslagplaats op de tee wordt aangegeven. De miniatuur Poldertorens zijn gemaakt door leerlingen van het Emmelwerda College en op 1 april 2011 tegelijk met het verbouwde clubhuis in gebruik genomen.