Onder de Toren
Plaats: Emmeloord
Locatie: Onder de Toren
Maker: diverse architecten
materiaal: baksteen, beton, dakpannen enz.
Jaar: tussen 1950 en 1956
Beschrijving:
In augustus 1945 kende landdrost Sikke Smeding aan de straten in de oudste wijk van Emmeloord namen toe van onkruiden die in de eerste jaren na de drooglegging goed gedijden op de brakke grond. De 'Onkruidbuurt' wordt aan de oostzijde begrensd door een straat met de neutrale naam 'Onder de Toren'. De straat dankt zijn naam aan de 65,30 m hoge Poldertoren die in 1957-1958 gebouwd werd op De Deel. In de Leeuwarder courant van 2 januari 1954 stond: "In Emmeloord zal een watertoren worden gebouwd. De toren zal komen te staan aan de straat die al Onder de Toren is genaamd. Voor de bouwkosten is een bedrag uitgetrokken van ongeveer ƒ 800.000,-."
In 1950 startte aan Onder de Toren, tussen de Distelstraat en de Zeeasterstraat, de bouw van 8 middenklasse woningen naar ontwerp van architect Frans Klein (1907-1983) uit Groningen. De nokrichting van de daken is parallel aan de straat. De huizen zijn traditioneel gebouwd in een sobere variant van de Delftse School. De 2-laagse woningen, die in augustus 1951 opgeleverd werden, zijn opgetrokken in roodbruine baksteen in staand klezoorverband. De woningen staan onder een met blauw gesmoorde pannen gedekt zadeldak dat voorzien is van duidelijk gemarkeerde schoorstenen en kleine dakkapellen met puntdak ofwel zadeldak dakkapellen. De panden hebben een bak dakgoot op klossen. Boven de voordeuren waren iets schuin uitstekende afdakjes. De dubbelwoning op de hoek van de Distelstraat werd betrokken door de heer Eshuis, kantoorbeheerder van kamp Enservaart. Hij en zijn vrouw opende in het pand 'Pension Eshuis', het eerste pension van de Noordoostpolder, een klein soort hotel met een beperkt aantal kamers. Op Onder de Toren 18 werd het kantoor van het dagblad 'Het Nieuwe Land' gevestigd en op Onder de Toren 20 een autorijschool. In één van de andere gereedgekomen panden werd het kantoor van de Plantenziektekundige dienst voor het gebied van de Noordoostpolder gehuisvest.
Aan het eind van het rijtje, op de hoek van de Zeeasterstraat, werd het bijkantoor van de Nutsspaarbank Kampen gevestigd dat in 1951 door aannemersbedrijf Kingma gebouwd werd naar ontwerp van architect Willem (Wim) Koers (1902-1973) uit Kampen. Het bankgebouw werd op 26 oktober officieel geopend en was het 5e bijkantoor van de Nutsspaarbank in Kampen en het 2e stenen bankgebouw in Emmeloord. Het pand was op een betonnen gevelplint opgetrokken in bronskleurige gevelsteen en stond onder een zadeldak dat ook gedekt was met blauw gesmoorde pannen. De bak dakgoot rustte op klossen. De deuren en ramen hadden een omlijsting van beton. De deuren en bovenramen lagen verzonken in de gevel. Het gedeelte van de muur aan de buitenkant dat vóór het kozijn steekt wordt negge genoemd. De ramen op de benedenverdieping hadden een roedeverdeling. Boven de ingang was een betonnen reliëf geplaatst, dat een bij verbeeldt die honing verzamelt, het zinnebeeld van de spaarzin van het Nederlandse volk. Lees hier de geschiedenis van de Nutsspaarbank en de beschrijving van de gevelsteen. Naast de ingang van de bank zat een verzonken ovaal raam met betonnen omlijsting. Het raam boven de gevelsteen stak voor de gevel uit, aan de bovenkant meer dan aan de onderkant. Het interieur van het gebouw was voor die tijd zeer modern en uiterst practisch ingericht. Door een vestibule kwam men in een ruime betegelde hal waarin zich twee afgesloten loketten bevonden. Via de garderobe kon men het kantoor bereiken. Aan de voorzijde bevond zich een kleine spreekkamer, die zowel vanuit de hal als vanuit de kantoorruimte te bereiken was. Achter het gebouw bevond zich een aanbouw met daarin een keukentje, een toilet en een ruimte voor een centrale verwarmingsinstallatie. Boven het kantoorgebouw was een woning waarvan de ingang aan de Zeeasterstraat was. In 1989 werd het bankgebouw aan Onder de toren gesloopt.
In 1951 werd aan de Centrale Suiker Maatschappij N.V. (CSM) een vergunning verleend voor de bouw van twee woningen. Aan Onder de Toren 2-6, op de hoek van de Korte Dreef, verrees datzelfde jaar een beheerderswoning met dwars daarop een bijkantoor met bovenwoning. Het L-vormige complex werd in een aan de Delftse School verwante bouwstijl gebouwd naar plannen van architect Jans Boelens (1891-1965) uit Assen. Het 2-laagse gebouw staat onder een zadeldak dat gedekt is met grijze pannen. De muren zijn in geel gemeleerde baksteen opgetrokken in staand klezoorverband. Tussen de kozijnen van het kantoorgedeelte op de begane grond en de eerste verdieping van de bovenwoning is een band siermetselwerk aangebracht. De bakstenen zijn gemetseld in visgraatverband, een 45° gedraaid elleboogverband dat bestaat uit liggende en staande stenen, waarbij het patroon per laag een klezoor opschuift. Het pand werd in 1982 door de CSM verkocht.
Op de hoek Onder de Toren - Distelstraat verrees in 1956 een langwerpig 2-laags kantoorcomplex onder een met grijze pannen gedekt zadeldak. De muren zijn opgetrokken in roodbruine baksteen in wildverband. Het pand werd in opdracht van Begrafenisvereniging IJsselmeergebied (BVIJ) gebouwd naar ontwerp van de Zwolse architecten ir. L.H.O. Buchta en ir. H.G. Tree. Het aanzien van het traditioneel gebouwde kantoorcomplex is in de loop der jaren door vebouwingen aanzienlijk veranderd.
Bronnen: krantenarchief Delpher; Monumenten in Nederland, Flevoland.