Bedrijventerreinen en de straatnamen
Plaats: Emmeloord
Locatie:
Maker: Dienst Zuiderzeewerken en gemeente
materiaal:
Jaar: vanaf 1948
Beschrijving:
Noordoostpolder werd gepland en ingericht als landbouwgebied. Aangezien de vaarten in de Noordoostpolder oorspronkelijk bedoeld waren als de belangrijkste transportroutes voor handel en industrie werden de eerste bedrijventerreinen aan de bevaarbare waterwegen aangelegd. Maar het vervoer over het water verloor aan betekenis en transport over de weg werd belangrijker. Daarom zijn de nieuwe bedrijventerreinen in Emmeloord langs de snelweg A6 aangelegd. De bedrijventerreinen van Emmeloord liggen aan de rand van de stad, ten zuiden van de Urkervaart en ten oosten van Emmeloord.
Zuidervaart - Nagelerweg - A6.
In het oorspronkelijke stadsplan van ir. P. Verhagen uit 1941 was ten noorden van de Urkervaart een klein bedrijventerrein gepland. Op die plek opende in 1942 een werkkamp van waaruit de stad gebouw werd. Vandaar dat landdrost ir. S. Smeding het bedrijventerrein op 20 juni 1951 de toepasselijke naam Bouwerskamp toekende. Dat een straat een naam moet krijgen is sinds 1851 vastgelegd in de Gemeentewet. Het is de taak van het college van burgemeester en wethouders (B&W) om de straatnamen officieel vast te stellen. Omdat de gemeente Noordoostpolder pas op 1 juli 1962 werd ingesteld, was de naamgeving van de wijken, straten, pleinen, vaarten, bruggen en bedrijfsterreinen in Emmeloord tot die tijd de taak van de landdrost. Op de hoek van de Bouwerskamp en de Nijverheidsstraat werd in maart 1953 een brandweerkazerne in gebruik genomen. Lees hier meer over de brandweerkazerne. Aan Bouwerskamp 16 betrok aannemingsbedrijf L. Timmer B.V. uit Dordrecht een kantoor. Dit bedrijf was al sedert 1942 actief in de Noordoostpolder op het gebied van de wegenbouw. In 1956 verrees op de hoek van Bouwerskamp en het Veerplein de Schippersbeurs. Lees hier alles over de Schippersbeurs. In oktober 1961 opende landdrost ir. A.P. Minderhoud een nieuwe garage van de autobusonderneming 'De Noordwesthoek' aan de Bouwerskamp. In december van dat jaar werd het nieuwe depot van de NOVAC in gebruik genomen dat diende als garage voor de electrowagentjes die door de NOVAC-melkboeren in Emmeloord gebruikt werden voor de bezorging van de produkten. Het depot was tevens in gebruik als opslag van melkprodukten.
Bedrijventerrein Zuidervaart
Ir. C. Pouderoyen tekende in zijn schetsplan van december 1943 aan de zuidkant van de Urkervaart een industrieterrein met twee havenbekkens. Vanaf 1948 werd dit gebied ontwikkeld en kreeg de naam Zuidervaart. Bedrijventerrein Zuidervaart wordt in het noorden begrensd door de Urkervaart, in het oosten de Nagelerweg, in het zuiden de Randweg en in het westen de Zuidervaart. De eerste bedrijven vestigde zich aan de Industrieweg. De panden werden gebouwd op grond die door de Dienst Domeinen in erfpacht werd uitgegeven. Kijk hier voor meer achtergrondinformatie over de Industrieweg. In 1950 is gestart met het graven van het eerste havenbekken dat op 25 januari 1951 gereed kwam. De loswallen, beschoeiingen enz. moesten toen nog worden aangebracht. Het havenbekken, dat aan het eind een zwaaikom heeft, is 40 m breed, 500 m lang en 2 m diep. Vanwege het feit dat de eerste haven meer en meer los- en laadhaven werd, was de aanleg van een tweede havenbekken als ligplaats voor binnenvaartschepen noodzakelijk. In mei 1954 werd door de Dienst der Zuiderzeewerken het uitbaggeren van het tweede havenbekken aanbesteed. De laagste inschrijver was de fa. Krikke uit Heerenveen voor ƒ 274.500,-. Hoogste inschrijver de fa. van Noorddennen uit Sliedrecht voor ƒ 353.880,-. Het tweede havenbekken werd achter het eerste havenbekken gegraven. De vrijgekomen grond is gebruikt voor het bouwrijp maken van de terreinen waarop het dorp Tollebeek moest verrijzen. Naast de Industrieweg zijn op bedrijventerrein Zuidervaart de Landbouwkade, Energieweg, Havenstraat en Fabrieksweg te vinden. Het stratenpatroon volgt de polderverkaveling. Tegenwoordig wordt de haven nauwelijks meer gebruikt voor transport of overslag. Nu liggen er woonboten en woonarken. Aan de Landbouwkade zijn 5 officieel door de gemeente aangewezen ligplaatsen.
Bedrijventerrein Nagelerweg
Door de snelle mechanisatie en schaalvergroting in de landbouw ontwikkelde Emmeloord zich sneller dan verwacht. Emmeloord had behoefte aan meer bedrijventerreinen. Bij de instelling van de gemeente Noordoostpolder in 1962 was onder andere bepaald dat het Rijk de voor industrie bestemde grond, gelegen tussen de Urkervaart, Nagelerweg, Karel Doormanweg (tegenwoordig Randweg) en de Zuidervaart aan de gemeente zou overdragen. In het staatsblad van 15 december 1964 was een Koninklijk Besluit opgenomen, waarbij rijkseigendommen in Emmeloord-Zuid en Emmeloord-West waren aangewezen die in eigendom van de gemeente Noordoostpolder zouden overgaan. Het betrof in totaal ruim 97 ha, waarvan ruim 37 ha voor industrieterrein bestemde gronden en ruim 59 ha voor de realisering van vastgestelde uitbreidingsplannen in Emmeloord-West. De totale kosten voor de gemeente Noordoostpolder bedroegen ƒ 2.140.000,-, waaronder ƒ 725.400,- voor het industrieterrein. Voor de realisering van de bestemming moest het industrieterrein ontsloten worden, waarvoor een aantal civieltechnische werken moesten worden uitgevoerd. Daarnaast moest een laagspanningsnet worden aangelegd. Totale kosten ƒ 1.165.700,-. In de raadsvergadering van 25 oktober 1967 werd in gemeenteraad van Noordoostpolder gesproken over de 'Structuurnota Emmeloord'. De samenstellers van de nota hadden ten zuiden van de Urkervaart industrieterreinen geprojecteerd, ten zuidwesten van het toen al bestaande industrieterrein Zuidervaart. De nieuwe uitbreiding was in 2 fasen mogelijk in de richting van Tollebeek.
De hoofdwegen op bedrijventerrein Nagelerweg kregen de namen: Randweg, Transportweg, Gildenweg en Assemblageweg. Aan deze wegen bevinden zich de grotere bedrijfspanden. In verband met de toegenomen vraag naar kleinere panden op kleinere bedrijfspercelen zijn in de jaren 1980 een aantal extra wegen aangelegd, te weten: Produktweg, Revisieweg, Werktuigenweg, Economieweg, Techniekweg, Bedrijfsweg, Ondernemingsweg, Traktieweg en Ditsributieweg.
Bedrijvenpark A6
De A6 is gefaseerd aangelegd. Nadat de Ketelbrug op 15 juli 1970 geopend werd, is het trajekt Urk-Emmeloord op 1 december 1972 in gebruik genomen. Vanaf eind jaren 1990 is ten noorden van de A6 een bedrijverterrein gerealiseerd dat de naam Bedrijvenpark A6 kreeg. De wegen werden vernoemd naar metalen. De straten hier kregen naast de naam Verlengde Gildenweg de namen IJzerweg, Tinweg, Titaniumweg en Platinaweg.
Omdat de vraag naar kleine bedrijfskavels in Noordoostpolder groot is maar de mogelijkheden beperkt zijn, heeft de gemeente in oktober 2025 besloten om een zogenoemd 'voorkeursrecht' op een stuk grond te vestigen. Het betreft 25 ha aan agrarische grond ten noorden van de Titaniumweg en Verlengde Gildenweg dat in het bezit is van het Rijksvastgoedbedrijf. Dat betekent dat de gemeente het recht op eerste koop heeft. Er is € 100.000,- uitgetrokken voor voorbereidend onderzoek.
De hoofdontsluiting van de drie samenhangende bedrijfventerreinen Zuidervaart, Nagelerweg en A6 vindt vanuit het oosten plaats via aansluitingen op de Nagelerweg en vanuit het westen via twee aansluitingen op de Hannie Schaftweg. In februari 1951 deelde de Directie Wieringermeer mee dat de aardrijkskundige benamingen officieel waren vastgesteld. De namen van de dorpen bleven hetzelfde, maar verschillende wegen kregen andere namen. Die namen bewaren de herinnering aan de oorlogstijd toen de Noordoostpolder in bezet Nederland een bijzondere plaats innam als 'onderduikersparadijs' en centrum van verzet. Enkele wegen kregen namen van Nederlandse verzetstrijders. Het Ankerpad kreeg de naam Hannie Schaftweg. Zij was een van de bekendste verzetsvrouwen. In het voorjaar van 1943 liet ze twee joodse studiegenoten bij haar ouders onderduiken en sloot zich aan bij de Haarlemse afdeling van de Raad van Verzet. Aanvankelijk verrichtte Hannie Schaft veel koeriersdiensten, maar later raakte ze betrokken bij tal van verzetsacties. Op 21 maart 1945 werd Hannie Schaft opgepakt en gevangen gezet. Op 17 april werd ze in de duinen in Overveen gefusilleerd. Zij is de enige vrouw die tijdens de Tweede Wereldoorlog in Nederland geëxecuteerd is.
Zwolsevaart - Ecopark - De Munt
Op 21 september 1949 opende kamp Emmeloord-Oost als laatste arbeiderskamp in de polder de deuren terwijl die dag kamp Emmeloord I nabij het centrum van Emmeloord gesloten werd. In het kamp Emmeloord-Oost stonden ook enkele gezinsbarakken. Bij het arbeiderskamp, dat gebouwd was op kavel NM61 aan de Zwolse Vaart, verrees een complex bedrijfsgebouwen voor het Centraal Magazijn en de Centrale Werkplaats die na de oogstperiode van 1949 van Vollenhove naar Emmeloord verhuisden. Het Centraal Magazijn van de Cultuur Technische dienst van de Directie Wieringermeer, diende voor de opslag, verwerking en distributie van materialen, landbouwoogst en gereedschappen tijdens de ontginning van de Noordoostpolder, die in 1941 in het oosten begon. In 16 jaar tijd baanden de ontginningsploegen zich een weg naar het westen. Tijdens de ontginning waren er verspreid over het gebied 28 werkkampen waarin de arbeiders werden ondergebracht. Als gevolg van het ten einde lopen van de ontginningswerkzaamheden zijn deze kampen één voor één gesloten. Zo ook Emmeloord-Oost. Maar nadat in de loop van maart 1960 de maximale bezetting van kamp Dronten en Ketelhaven bereikt was en de bouw van de kampen Swifterbant en Biddinghuizen vertraagd, was het nodig om kamp Emmeloord-Oost weer gedeeltelijk in gebruik te nemen voor arbeiders die in Oostelijk Flevoland werkten. Van 1959 tot 1965 was de Landbouwpraktijkschool in enkele gebouwen van het voormalig arbeiderskamp gehuisvest. Nadat de school in januari 1965 een eigen gebouw betrokken had werd kamp Emmeloord-Oost op 1 juli 1965 definitief gesloten. De gebouwen werden overgedragen aan Rentambt Noordoostpolder.
Bij kamp Emmeloord-Oost was ook een fabriek van Erven H. Trip Betonmij N.V uit Utrecht waar per dag zo'n 2000 buizen werden gefabriceerd voor de drainagewerkzaamheden in de Noordoostpolder. In 1951 verrees op het industrieterrein Emmeloord-Oost een grote graanloods van Van Waverens Koninklijke Graanhandel N.V. uit Haarlem. In de graanloods, die in mei 1951 in gebruik werd genomen, stond een droger die 10 ton ofwel 10.000 kg graan per uur kon verwerken en een graanschoon-installatie. Een gedeelte van de loods was afgeschut voor het laboratorium. Op het terrein van de graanhandel stonden verder 8 silo's van verschillende grootte en een kantoor met daarboven een woning voor de magazijnbeheerder. De graanloods werd in februari 1965 verkocht aan de landbouwcoöperatie Cebeco.
Omdat de landbouw in de Noordoostpolder door de snelle mechanisatie steeds minder mensen nodig had, voorzag men binnen afzienbare tijd een overschot aan jeugdige personen. Daarom werd eind februari 1958 een vergadering van de poldercommissie voor algemene belangen belegd voor de bespreking van het vraagstuk van de industrievestiging in de polder. Aan het eind van de bijeenkomst deelde landdrost ir. A.P. Minderhoud mee dat het in de bedoeling lag een onderzoek te laten instellen naar de mogelijkheden van industrievestigingen in de polder door het Economisch Technologisch Instituut Gelderland. Het verzoek voor het instellen van een onderzoek werd echter door minister Toxopeus van binnenlandse zaken afgekeurd omdat hij van mening was dat het een te langdurig en te kostbaar onderzoek was. In januari 1960 kwamen de loodsen van de Centrale Werkplaats beschikbaar voor industrievestiging. In de vergadering van de poldercommissie voor algemene belangen die op 21 september 1960 onder voorzitterschap van ir. Minderhoud bijeenkwam deelde de landdrost mee dat de pogingen van het Openbaar Lichaam De Noordoostelijke Polder en de Directie Wieringermeer om industrie aan te trekken succes had. "Vooral voor de loodsen van het Centraal Magazijn bij het kamp Emmeloord-Oost bleek belangstelling te bestaan." In januari vestigde aardewerk industrie van de firma Hak en Pels uit Gouda zich als eerste bedrijf in één van de loodsen. In augustus vestigden zich twee bedrijven. Het ene was het servicebedrijf van de landbouwwerktuigenfabriek De Hoegen Dijkhof uit Doetinchem, het andere was een verzendkantoor annex magazijn van Tiedema en van Kerchem uit Amsterdam, een oude cultuurmaatschappij. In de Friese koerier van mei 1961 stond: "EMMELOORD - De NV Geesink te Weesp, een bedrijf dat brandweerauto's en vuilniswagens bouwt, heeft besloten een filiaal te vestigen in Emmeloord. Reeds de volgende maand zal met de werkzaamheden een eerste begin worden gemaakt. Men hoopt de personeelsbezetting dit jaar tot voorlopig 30 man op te voeren. Het filiaal zal worden ondergebracht in een loods van de centrale werkplaatsen en zich voorshands alleen bepalen tot de productie van onderdelen." In mei 1962 vestigde een meubelfabriek uit Hilversum zich in een van de loodsen en eind oktober een autoplaatwerkerij en moffelinrichting. Dat er ernst gemaakt werd met de industrievestiging in de Noordoostpolder bleek in november 1961 uit een post op de begroting van ƒ 620.000,- voor de bouw van 2 industriehallen.
Bedrijventerrein Zwolsevaart
In de loop van de jaren ontstond rond het voormalig terrein van kamp Emmeloord-Oost een industrieterrein dat vanaf 1968 ontwikkeld werd tot Bedrijventerrein Zwolsevaart. De straatnaam Barakkenweg herinnert aan de barakken van kamp Emmeloord-Oost die hier stonden. De overige wegen kregen de naam Meubelweg, Constructieweg, Machineweg en Betonweg. De weg langs de Zwolse Vaart, met daaraan een loskade, kreeg de naam Handelskade. In september 2020 heeft de gemeente Noordoostpolder het doodlopende deel van de Constructieweg, die tot dan in particuliere handen was, in eigendom overgenomen. Met een subsidie van € 441.649,- van de provincie uit het Provinciale Herstructurering Programma en een investering van de gemeente van € 475.000,- werd het bedrijventerrein gerevitaliseerd. De ondernemers financierden de aanpassingen aan de bedrijfspanden en herinrichting van private terreinen.
Ten oosten van bedrijventerrein Zwolsevaart werd vanaf 2000 op een terrein van 4 ha een duurzaam bedrijvenpark in ontwikkeling genomen dat de naam Ecopark kreeg.
Bronnen: Krantenarchief Delpher; Google Maps; De Noordoostpolder- stad Emmeloord, dna van een stad als bouwstenen voor de toekomst 1; Driemaandelijkse berichten betreffende de Zuiderzeewerken.
Bedrijventerrein De Munt
Het laatste stuk van de A6, tussen Emmeloord en Joure, werd in juni 1994 geopend. Ten oosten van de snelweg werd vanaf 1992 in het gebied ten noorden van de Marknesserweg en ten zuiden van de Muntweg gefaseerd een bedrijventerrein aangelegd. De Muntweg is volgens de toelichting in de Nederlandse Staatscourant van 4 december 1950 "genoemd naar de 'Munte' van de Heren van Kuinre, welke waarschijnlijk op Schokland was gelegen". Het bedrijventerrein langs de A6 kreeg de naam De Munt. De wegen op De Munt kregen de namen Dukaat, Duit, Penning en Daalder, naar historische Nederlandse munten. De ontsluitingsweg vanaf de Marknesserweg kreeg de naam Ecu. In 1992 werd in het Verdrag van Maastricht, dat op 1 februari gesloten werd, besloten om in de Eurozone een gezamenlijke Europese munt in te voeren. Oorspronkelijk was het de bedoeling om deze nieuwe munt 'Ecu' te noemen, afkorting voor 'European Currency Unit' wat gezamenlijke rekeneenheid betekent. Tijdens de Europese top in Madrid in december 1995 werd gekozen voor de naam Euro, een neutrale afkorting van het woord Europa. Geïnspireerd door de invoering van de euro op 1 januari 2002 besloten B&W in 2004 om de straten op het bedrijventerrein ten oosten van de Kuinderweg te vernoemen naar voormalige Europese munteenheden. De straten werden Escudo, Reaal, Drachme, Kroon, Lire en Florijn genoemd. Ook naar de euro is een straat vernoemd. De escudo was tot de invoering van de euro de nationale munteenheid in Portugal. De reaal is een historische Spaanse munt. De drachme was tot 2002 de munteenheid in Griekenland. Het woord betekent oorspronkelijk 'een handvol'. De kroon verwijst naar de voormalige munteenheid van Denemarken (DKK), Noorwegen (NOK), Zweden (SEK) en IJsland (ISK). De waarde verschilde per land. De lire is de voormalige munteenheid van Italië, San Marino en Vaticaanstad. De florijn was oorspronkelijk een gouden munt uit de Italiaanse stad Florence. Deze stond model voor de Nederlandse gulden. De benaming gulden komt van gulden florijn (gouden florijn). Daarmee is ook de herkomst verklaard van het sindsdien gebruikte valutateken ƒ. Bij besluit van 4 juni 2019 werd besloten de straatnaam Kroon, destijds nog een zijweg van de Escudo, te wijzigen naar Franc de munteenheid in Frankrijk tot de introductie van de euro. Vanwege de uitbreiding van het bedrijf Koopman International besloot B&W in 2020 een gedeelte van de Franc aan de openbaarheid te onttrekken.
Omdat bedrijventerrein De Munt vol raakte was er behoefte aan uitbreiding. In 2021 werd bekend dat de gemeente Noordoostpolder het bedrijventerrein naar het noorden richting de Muntweg wilde uitbreiden. Daarvoor moest het bestemmingsplan gewijzigd worden van een agrarische bestemming naar een bedrijfsbestemming. Eind juni vroeg B&W aan de gemeenteraad € 50.000,- beschikbaar te stellen voor voorbereidende werkzaamheden voor de uitbereiding die De Munt B wordt genoemd. Twee boerderijen langs de Muntweg moesten voor de uitbreiding gesloopt worden. Op 14 september 2023 opende wethouder Linda Verduin het nieuwe bedrijventerrein De Munt B. Ter plekke ondertekende ze de eerste verkoopovereenkomsten voor kavels op het bedrijventerrein. De kavelgrootte varieert tussen ongeveer 3.000 en 50.000 m². De twee tot nu toe aangelegde wegen kregen de namen Gulden en Cavalier, een 17e eeuwse gouden munt waarop een ridder te paard ofwel een 'cavalier' is afgebeeld. De gulden werd al in de 14e eeuw gebruikt als gouden munt. Later werd de munt van zilver geslagen en vanaf de jaren 1960 voornamelijk van nikkel. In 2002 werd de gulden officieel vervangen door de euro.
Bronnen: overstraatnamen.nl, Google Maps; raad.noordoostpolder.nl; planviewer.nl; noordoostpolder.nieuws.nl