Rotterdamse Hoek

Rotterdamse Hoek
Rotterdamse Hoek Rotterdamse Hoek Rotterdamse Hoek Rotterdamse Hoek

Plaats: Creil

Locatie: Westmeerdijk

Maker:

materiaal: Baksteen

Jaar: 1950


Beschrijving:

Een simpele, 7,5 meter hoge toren markeert de Rotterdamse Hoek, een dijkhoek in de ringdijk van de Noordoostpolder tussen Urk en Lemmer waar de Westermeerdijk overgaat in de Noordermeerdijk. De vierkante, bakstenen toren met plat dak is in 1950 als lichtopstand gebouwd. De toren was toentertijd uitgerust met een gaslichtbaken dat op propaangas brandde. De gasvoorraad werd met het betonningsvaartuig vanuit Enkhuizen aangevoerd. Dit schip, in de volksmond de 'gasboot', was om onduidelijke reden 'IJselmeer' met één S genoemd, De 'IJselmeer' kon niet tot aan de Noordoostpolderdijk varen. Vanwege de ondiepte van het water moesten de gasflessen eerst in de bijboot, een houten vlet, worden overgeladen. Met de vlet werd vervolgens naar de dijk bij de Rotterdamse Hoek geroeid, waarna een klimpartij met het gas over de basaltblokken begon omdat er geen aanlegsteiger was. Aan het begin van de jaren '60 van de 20e eeuw is het gaslicht op de toren vervangen door een paal met een elektrisch licht, dat zich op 13 meter hoogte bevond en een lichtkarakter Iso WR 10s had. Een Iso, oftewel Isophase, is even lang aan als uit en 10s geeft de duur van het totale karakter aan. Het licht op de Rotterdamse Hoek was een ritmisch licht waarin de looptijd van 5 seconde licht gevolgd werd door 5 seconde duisternis. WR geeft de lichtkleur aan in dit geval wit en rood. Het witte licht gaf een lichtsterkte van 400 candela (cd) af, en het rode 100 cd. De zichtbaarheid van een licht wordt uitgedrukt in zeemijl (zm). De zichtbaarheid van het witte licht op de Rotterdamse Hoek was 18 zm (33,3 km) en het rode licht 14 zm (26,1 km). Op het platte dak van de toren stond ook een nautofoon of misthoorn, een op de wal geplaatst instrument dat met slecht zicht, met een bepaalde regelmaat, een krachtig geluidssein ten gehore bracht. Het geluid van de nautofoon had een lage toonhoogte omdat lage tonen door het menselijk oor op grotere afstand beter kunnen worden waargenomen dan hoge. De toren diende tevens als berging voor de bij het licht en de nautofoon behorende apparatuur. Tot ongeveer 1980 viel het licht op de Rotterdamse Hoek onder het Loodswezen in Den Helder, daarna ging het over naar Rijkswaterstaat. De lichtwachter op Urk was verantwoordelijk voor de controle en het onderhoud van de lichtopstand en de misthoorn. Tegenwoordig is de lichtopstand niet meer in gebruik, het elektrische licht en de nautofoon zijn verwijderd.

De Rotterdamse Hoek ligt op de vaarroute tussen het Ketelmeer en Lemmer en is een beruchte plek voor de scheepvaart. Menig schip is hier bij storm in moeilijkheden geraakt. Volgens Rein Snoek van het Urker KNRM-station heeft het te maken met de heersende windrichting in ons land: noordwest en west. "Die wind stuwt al het water in het IJsselmeer naar die rare hoek. Golven slaan tegen de dijk, die de golven terugkaatst. En die golven ontmoeten op hun terugweg de golven die op weg zijn naar de dijk. Dat geeft heel vreemde zeeën. Bovendien is de vaargeul er heel diep, een meter of vijf. Pal daarna is het ondiep, waardoor de golven er hoog worden opgestuwd". De Rotterdamse Hoek wordt ook wel aangeduid als het laatste 'schepenkerkhof' in Nederlandse wateren.

De 'Rotterdamse Hoek', dankt zijn naam aan de aanvoer van puin van het bombardement op Rotterdam. De naam is, in tegenstelling tot de meeste namen in de Noordoostpolder, bedacht door de polderwerkers 'opdat niemand zou vergeten waar het puin vandaan kwam'. Later is dit de officiële naam geworden. Op 14 mei 1940 werd vanaf half twee 's middags het centrum van Rotterdam door de Duitsers gebombardeerd, met als gevolg dat er van de 600 jaar oude stad niets meer overeind stond en 80.000 mensen dakloos raakten. Een paar dagen na het 13 minuten durende bombardement begon Rotterdam met het ruimen van 5 miljoen kubieke meter puin. Achttienduizend arbeiders dempte met kiepwagens en scheppen de Blaak, de Schie en de Kolk in Rotterdam. Achtentwintig weken lang reden honderden vrachtwagens af en aan. Daarnaast werd er puin verkocht dat al snel over Nederland werd verspreid. In de zomer van 1940 werd een deel van het puin met schepen afgevoerd naar dit gedeelte van de ringdijk en een depot op de dijk Urk-Kampen, bij het in aanbouw zijnde gemaal. De hoeveelheid puin werd op de dijk opgeslagen en had een lengte van bijna 2 km bij een hoogte van 10 m. Het puin kon nog niet in de Noordoostpolder gestort worden omdat die pas in september 1942 droog viel. Uit bestekken van het Departement van Waterstaat blijkt dat het puin in 1942/43 gebruikt is voor de afwerking van 5,5 km dijk boven Urk, ondermeer als wegverharding in de buitenste berm. De fundering bestaat uit een 6 cm dikke vlijlaag, in dit geval een laag gebroken Rotterdams puin in het talud, waarop later de zetsteen geplaatst werd. Na de bevrijding zijn veel polderwegen rondom Urk, zoals bijvoorbeeld de Domineesweg en de Karel Doormanweg, met het puin verhard. Maar ook bij de aanleg van de vaarten is het puin gebruikt blijkt uit het volgend bericht in De Heereveensche koerier van 27 juni 1947: "Nieuws van Urk. Opruiming. Een grote hoeveelheid puin welke in '40 van Rotterdam naar hier werd vervoerd en op de dijk Urk-Kampen van de Noordoostpolder werd gestort, zal thans worden opgeruimd. Dit vervoer en opruimingswerk is gegund aan de Fa. Daalders te Vollenhove. De puin zal gestort worden achter de beschoeiïng langs de kant van de kanalen door de Noordoostpolder".

Om het verhaal van deze historische plek te vertellen zijn in mei 2019 op de voormalige lichtopstand op twee tegenover elkaar liggende muren vier dichtregels aangebracht die de geschiedenis op treffende wijze verwoorden.

de lentelucht werd vuur 

het middaguur werd nacht

het stadspuin temt de zee

dag oude stad rust zacht

Het gedicht is geschreven door waterdichter Niels Blomberg en werd door Waterschap Zuiderzeeland in samenwerking met de gemeente Noordoostpolder en de Stichting Flevo-Landschap geplaatst met toestemming van Rijkswaterstaat, de eigenaar van de toren. Bron: Theresa Kombrink, senior communicatieadviseur Zuiderzeeland.

Begin jaren '50 van de 20e eeuw dook bij werkzaamheden voor de aanleg van een afwateringssloot in de polder nabij Urk, een gebeeldhouwde stenen vrouwenkop op. De vondst duidde volgens Gerrit van der Heide (1915-2006), archeoloog in dienst van de Directie Wieringermeer afd. Noordoostpolderwerken, onmiskenbaar op sporen van Romeinse nederzettingen in de buurt van het vissersdorp. Van der Heide meende in het gekroonde vrouwenhoofd de godin Fortuna te herkennen, de Romeinse godin van het lot en geluk, die over voor- en tegenspoed beslist. Als 'Fortuna van Urk' werd het beeld tentoongesteld in het museum van Schokland. Toen de kop begin jaren '90 verhuisde naar museum Nieuw Land in Lelystad rezen er twijfels over de ouderdom. Onderzoek wees uit dat het beeld gemaakt was van een slecht soort 19e-eeuws zandsteen. 
 
In 2011 werd het mysterie rond 'Fortuna van Urk' opgelost. Bij museum Nieuw Land kwam iemand die vertelde dat hij als kind het beeld in de jaren '40 tussen het puin op de dijk had zien liggen. Samen met zijn vriendjes had hij de kop mee naar huis willen nemen. De vrouwenkop was echter veel te zwaar en zij lieten haar achter op een akker. 
 
Het vrouwenhoofd was waarschijnlijk een onderdeel van een beeld van de stedenmaagd van Rotterdam. Deskundigen vermoeden dat het afkomstig is van het in 1593-1594 gebouwde Stadhuis van Rotterdam. Tijdens een verbouwing tussen 1822 en 1835 werd het Stadhuis voorzien van classicistische gevels die ontworpen waren door stadsarchitect Pieter Adams (1778-1846). Op een afbeelding uit 1837, gemaakt door David van Welle (1772-1848), is te zien dat er in het midden van het timpaan zo'n stedenmaagd heeft gezeten. Een steden- of stadsmaagd is een vrouw die staat voor de diversiteit in de stad, los van religie en andere overtuigingen. De stedenmaagd wordt altijd afgebeeld als een statige dame, zittend als een koningin op haar troon, haast goddelijk. Kijk voor meer informatie op vergetenverhalen.nl of bekijk een verslag van de NOS
 
Met dank aan Peter van den Brandt voor het toezenden van de foto's van de voormalige lichtopstand met het gedicht en de toestemming deze te plaatsen.
 
Dichter
 

Niels Blomberg is op 3 juni 1958 in Amsterdam geboren. Blomberg werd opgeleid als natuurkundige maar is werkzaam in de ict-sector. Van jongs af aan maakte hij gedichten. Rond zijn veertigste besloot Blomberg het wat serieuzer aan te pakken en begon werk op te sturen naar wedstrijden. In 2003 won hij de poëzieprijs van Almere. Daarna volgde nominaties voor de poëzieprijzen van Hoek van Holland en (wederom) Almere en voor de VU podium poëzieprijs. In 2005 meldde hij zich aan als lid van Aldichter, een groep Almeerse dichters, die iedere maand bijeenkomen om eigen werk en werk van bekende dichters te bespreken. Mede daardoor heeft Blomberg zijn voorkeur zien verschuiven van gebonden gedichten naar de vrije vorm. "Het geeft je een vrijheid die je moet leren waarderen. Ineens ben je zelf de maat der dingen. Dat heb ik een wonderlijk gevoel gevonden".

Op de website van Waterschap Zuiderzeeland staat te lezen: "Waterschap Zuiderzeeland heeft een eigen waterdichter die zijn talenten inzet om gedichten te schrijven over water in Flevoland. Niels Blomberg is de officiële - en de eerste - waterdichter van ons waterschap. Belangrijke gebeurtenissen van het waterschap luistert hij op met een speciaal watergedicht".

Op 5 september 2006 werd Niels Blomberg benoemd tot waterdichter van het Waterschap Zuiderzeeland. De gedichten die hij tijdens de eerste vier jaar in deze functie schreef, zijn gebundeld onder de titel ‘Meer Waterdicht’. In januari 2015 verscheen de tweede bundel “Woordenstroom”. Niels Blomberg schreef tussen 2008 en 2010 acht watergedichten voor de openbare ruimte, 7 op de gemalen van Zuiderzeeland en 1 op het Waterschapshuis in Lelystad. In mei 2019 werd ook op de voormalige lichtopstand op de Rotterdamse Hoek een gedicht van Blomberg geplaatst.

 

Laatste Update zondag, 23 juni 2019