Carillon Poldertoren
Plaats: Emmeloord
Locatie: De Deel
Maker: André Lehr
materiaal: brons, staal, eikenhout
Jaar: 1958 - 1959
Beschrijving:
De Poldertoren is tussen 1957 en 1959 gebouwd door aannemingsmaatschappij Harm Fokkens naar een ontwerp van de architecten H. van Gent en J.H.W.C. Pot. De achthoekige toren is 65,30 m hoog en was destijds de hoogste watertoren van Nederland. De Poldertoren beschikt over een carillon, een unicum voor een watertoren. In de open gewerkte lantaarn, die met de aflopende eikenhouten klankboorden als klankkast fungeert, hangt het tot dan toe grootste klokkenspel van Nederland. Tegenwoordig geldt 48 klokken, met een bereik van 4 octaven zonder de lage cis, als standaardomvang. Al voor de bouw van de toren startte, lagen er plannen voor een carillon. Op 13 juli 1954 werd in Zwolle de jaarvergadering van de Nederlandse Vereniging voor landaanwinning gehouden. Tijdens deze vergadering behandelde bouwmeester ir. A.D. van Eck, hoofd van de bouwkundige afdeling van de toenmalige Directie Wieringermeer afd. Noordoostpolderwerken, de stand van zaken in de Noordoostpolder. Over de Poldertoren deelde hij mee dat deze een carillon en een speelwerk zou krijgen. Van Eck heeft zich sterk gemaakt voor de tot standkoming van het poldercarillon dat een geschenk was aan de Nederlandse regering van hen, die er wonen en hen, die daaraan bouwden.
Stichting Carillon Poldertoren
Op 4 april 1958 stond in de Friese Koerier: "EMMELOORD - In de Noordoostpolder is een carrillon-commissie ingesteld, die zal moeten trachten ƒ 45.000,- bijeen te brengen van de bevolking als aandeel in de aanschaffingskosten voor een carillon, dat in de Poldertoren, die nu alhier in aanbouw is, zal worden opgehangen. Dit carillon moet ƒ 115.000,- kosten. Daarvan draagt de waterleidingmaatschappij Overijssel ƒ 35.000,- bij, de gezamelijke aannemers in de NOP ƒ 25.000,-, de N.V. IJsselcentrale ƒ 10.000,-. De heer H. Held te Emmeloord is in opleiding voor beiaardier in Amersfoort". Op 18 november 1958 stond in het dagblad Trouw onder de kop "Nog 45 mille nodig voor carillon: EMMELOORD - Volgende week zal de 'Stichting Carillon Poldertoren' een beroep doen op de bevolking van de Noordoostpolder, om bij te dragen in de kosten van het carillon. Er is nog een bedrag nodig van ongeveer 45.000 gulden". Toen de eerste collectanten met hun lijsten op stap gingen, kwam juist het bericht door dat de regering voorstelde de Noordoostpolder op te splitsen in 4 gemeenten. Er werd een actiecomité opgericht, zich noemend 'Eén of vier gemeenten', dat er alles aan deed om te verhinderen dat de polder in stukken zou worden gescheurd. Het comité was van mening dat de inzameling van gelden voor het poldercarillon ernstig door het voorstel doorkruist was en dat menigeen zich afgevraagd zal hebben waarom hij/zij nu nog moest geven voor iets dat de eenheid van de polder moest symboliseren. Desondanks werd door de inwoners van de Noordoostpolder het gewenste bedrag bijeen gebracht.
De klokken
Tijdens een op 17 september 1958 in Emmeloord gehouden bijeenkomst van de Stichting Carillon Poldertoren, onder voorzitterschap van Willem Gerard de Feijter (1912-1996), werd medegedeeld "dat het nieuwe carillon in de loop van volgend jaar zal worden geplaatst in de Poldertoren". De 48 klokken van het carillon, die gezamenlijk ongeveer 11.000 kg wegen, zijn in 1958 en 1959 in opdracht van de Stichting Carillon Poldertoren gegoten door klokkengieterij B. Eijsbouts N.V. uit het Brabantse Asten. Voor een carillon is het noodzakelijk om de klokken na het gieten te stemmen om zo duidelijk nazingbare tonen te verkrijgen. Het stemmen geschiedt door de klok op zijn kop op een draaibank vast te klemmen en langs de binnenkant op 5 bepaalde plaatsen materiaal weg te vijlen. De toon van een klok bestaat trouwens niet alleen uit één hoorbare, herkenbare en nazingbare toon, maar is samengesteld uit een reeks, deeltonen of partialen genoemd. De onderlinge relatie van die partialen, de inwendige stemming, bepaalt mede de zuiverheid en helderheid van de toon. Na het gieten en nauwkeurig stemmen werden de klokken vanuit Asten naar de Noordoostpolder vervoerd. Op dinsdag 10 maart 1959 kwamen de 17 zwaarste klokken van de in totaal 48 klokken in Emmeloord aan en werden op 18 maart naar bovengetakeld. Daar werden ze gelijk in de stalen klokkenstoel geplaatst. Onder deze klokken was de grootste en zwaarste klok, de 'Juliana Regina', en de klokken die de namen Emmeloord, Marknesse, Luttelgeest, Kraggenburg, Ens, Nagele, Creil, Espel, Rutten, Bant en Tollebeek dragen. De 31 kleinere klokken, die overigens geen naam hebben, werden later naar Emmeloord vervoerd en met de personenlift in de toren naar boven gebracht. Het totale gewicht van het carillon bedraagt ca. 10.000 kg. Het gewicht van de klokken varieert van 13 tot 2382 kg.
Behalve het gieterssignatuur EIJSBOUTS ASTENSIS ME FECIT ANNO (Eijsbouts maakte mij in) en het jaartal MCMLVIII of MCMLVIX, vlakbij de schouder van de klok, zijn de klokken gedecoreerd met een doorlopende sierrand met een zich herhalend siermotief, fries genaamd, en reliëfs die ontworpen zijn door de beeldhouwer Ybe van der Wielen (1913-1999) uit Zwolle. Naast de afbeeldingen en opschriften heeft Eijsbouts de 'motto's' van de Noordoostpolder op de flank van de klokken vereeuwigd. Deze in het Latijn gestelde opschriften verwijzen naar eenheid, want de Poldertoren moest fungeren als symbool van eenheid voor de jonge polderbewoners die uit alle windstreken kwamen. De klok 'De Eenheid' kreeg het motto: 'Concordia Res Parvae Crescunt' wat letterlijk 'Door eendracht groeien kleine dingen' betekent, maar meestal als 'Eendracht maakt macht' vertaald wordt. Dit was de wapenspreuk van de Republiek der Verenigde Provinciën. De klok met het opschrift 'Facta non verba' (Geen woorden, maar daden) is vernoemd naar de heer A.D. van Eck. 'De Vrede' draagt de inscriptie: 'Post Secundum Anno Tertium Decimo' (In het dertiende jaar na de Tweede Wereldoorlog), 'De Vermaning' kreeg het devies 'Ora et Labora' uit de monniksregel van Sint Benedictus wat 'Bid en Werk' betekent en op 'De Dialoog' staat de spreuk 'Ratio Omnia Vincit' (Overleg overwint alles). Het motto op de klok die vernoemd is naar ir. Cornelis Lely, de geestelijk vader van het Zuiderzeeproject, is in het Frans gesteld en luidt: 'Fait ce que dois, advienne que pourra', Doe wat moet, wat er ook gebeure moge. Deze inscriptie is ontleend aan een schrijven van de vader van ir. Lely aan zijn zoon, als advies op een kritiek moment. De decoraties en opschriften zijn door Eijsbouts in vloeiende was in een matrijs gegoten. Na afkoeling werden ze met de hand op de valse klok aangebracht, zodat ze achteraf in spiegelschrift afgedrukt werden in de mantel. Voor de klank van de klok was het belangrijk dat de versieringen en de opschriften niet ‘te dik’ op de klok gegoten werden. Opschriften in hoogreliëf zouden de symmetrie van de klok aantasten wat aanleiding kan geven voor zwevingen in de klok.
De klokken zijn gegoten van klokkenbrons, een legering van 80 tot 76% koper en 20 tot 24% tin. Een goede verhouding van koper en tin zorgt voor een warme klankkleur en een lange uitklinktijd (nagalm). Hoe hoger het tingehalte, hoe klankrijker de klok. Naarmate de klokken kleiner en dus hoger worden krijgen ze geleidelijk aan meer tin. Het is een manier om de kleinere klokken een krachtige toon te geven zodat zij zich kunnen meten met de grotere speelklokken in de beiaard. De grootste en zwaarste klok, die naar koningin Juliana vernoemd is, werd op 9 december 1958 gegoten. Daarbij waren de heer Dirk Koning, burgemeester van Zwartsluis en lid van de bouwcommissie Poldertoren, de heer A. D. van Eck, de heer P. van der Veen, hoofd van de technische dienst van de WMO, de heer H. J. Batjes uit Emmeloord en de heren Onderlinden en Van Staveren aanwezig. De laatste vijf heren waren lid van de technische commissie Poldertoren. Daarnaast was ook President-commissaris Jan Haverkamp van de WMO van de partij. De 'Juliana Regina' weegt 2382 kg, heeft een onderdiameter van 1,65 m en een hoogte van 2,30 m. De klok kan, aan de luidas waaraan zij hangt, heen en weer bewegen om te luiden. Naast luidklok is de 'Juliana Regina' uurslagklok en tevens basisklok van de beiaard. Behalve een klepel heeft de klok aan de binnenzijde twee extra hamers, één hamer om de uren te slaan en één die tegen de klok slaat als tijdens het carillonspel het pedaal wordt aangetikt. De speelklokken ofwel beiaardklokken hangen vast en onbeweeglijk aan de balk en worden van binnenuit door een klepel aangeslagen. De klepel hangt aan een scharnierpunt in de kop van de klok. Zoals gebruikelijk hangt de klepel onder een hoek in de klok, zodanig dat de klepelbol zich in ruststand op 2 à 3 cm van de klokwand bevindt. Het carillon staat in gelijkzwevende stemming, ook wel evenredig zwevende stemming genoemd, en is volledig chromatisch, dat wil zeggen dat alle twaalf halve tonen per octaaf aanwezig zijn. Het carillon bestaat uit een reeks chromatisch gestemde klokken, waarbij elke klok een halve toon verschilt van de volgende. De chromatische toonladder van C is als volgt: c, cis, d, dis, e, f, fis, g, gis, a, bes, b, en terug naar c. De 48 klokken van de Poldertoren, die via een uitgebreid dradenstelsel vanuit het klavier worden bespeeld, zijn volgens de reeks c1 (Juliana Regina), d1 - chromatisch - c5 aan stalen balken opgehangen. In de klokkenreeks ontbreekt echter de lage cis, de chromatische halve toon direct boven de laagste c in het eerste octaaf (c1). De c5, de c-noot van het vijfde octaaf, is de hoogste toon. Op de onderrand aan de binnenkant van de klokken is de toonhoogte aangegeven. Zo staat aan de binnenkant van de klok met opschrift Creil 'C2', de c van het tweede octaaf.
Overdracht Carillon
Op 22 mei 1959 stond in de Leeuwarder Courant onder de kop: "Carillon te Emmeloord beproefd" het volgende: "De beiaardier Leen 't Hart heeft deze week het nieuwe carillon in de watertoren beproefd. Geruime tijd kon men het machtige geluid van het mooie carillon horen. In de laatste week van juni zal het carillon in gebruik genomen worden". Het besluit van de Stichting Carillon Poldertoren om de beiaard over te dragen aan de Nederlandse regering vertegenwoordigd door toenmalig minister van Verkeer en Waterstaat, drs. Henk Korthals (1911-1976), zorgde er voor dat de ingebruikname van de Poldertoren een officieel tintje kreeg. Willem de Feyter, dagelijks bestuurder van het Openbaar Lichaam De Noordoostelijke Polder, droeg in zijn kwaliteit van voorzitter van de Stichting Carillon Poldertoren het klokkenspel namens de schenkers over aan de minister. In Driemaandelijks bericht betreffende Zuiderzeewerken jaargang 40, 2e kwartaal 1959 stond: "Op zaterdag 20 juni werd in tegenwoordigheid van een grote schare genodigden en belangstellenden door de voorzitter van de Stichting Carillon Poldertoren, de heer W.G. de Feijter, het in de poldertoren aangebrachte carillon aangeboden aan de Minister van Verkeer en Waterstaat, als een tastbaar en hoorbaar blijk van erkentelijkheid voor hetgeen door de regering in de polder is tot stand gebracht. De Minister, het geschenk gaarne aanvaardende, heeft op zijn beurt het bezit, de zorg en het gebruik toevertrouwd aan de landdrost met het verzoek het carillon te zijner tijd over te dragen aan de gemeentelijke overheid, welke in de plaats van het openbaar lichaam zal treden". Minister Henk Korthals sprak zijn bewondering uit voor wat in de Noordoostpolder tot stand was gebracht en herinnerde aan de grote voorman, ir. Lely, die door zijn initiatief en vasthoudendheid de stoot tot dit werk heeft gegeven. Hij noemde de Noordoostpolder een pronkjuweel van typisch Nederlands kunnen, dat in het eigen land tot trots en in het buitenland tot bewondering wekt voor het Nederlandse volk. Korthals zag de nieuwe toren als een symbool van wat bereikt werd in het nieuwe land en wilde het carillon niet alleen aanvaarden als minister van Verkeer en Waterstaat, maar als vertegenwoordiger van het gehele Nederlandse volk. Met een druk op de knop stelde minister Korthals de grote luidklok 'Juliana Regina' in werking. Vervolgens droeg hij op zijn beurt het carillon over aan de plaatselijke overheid. Landdrost ir. Arie Pieter Minderhoud (1902-1980) aanvaardde namens het Openbaar Lichaam De Noordoostelijke Polder het bezit, de zorg en het gebruik van het klokkenspel. De beiaard werd met een bespeling van Leen 't Hart (1920-1992) uit Delft ingewijd. 't Hart begon de carillonbespeling met het Wilhelmus. De overdracht van het carillon luidde een feestweek in, de zogenaamde 'Carillonweek', die werd gehouden ter afsluiting van het kolonisatietijdperk. In 1959 werden de laatste landbouwbedrijven in pacht uitgegeven. Daarmee kon de taak van de Directie Wieringermeer als voltooid worden beschouwd.
Lof voor klokkenspel Emmeloord
Op 6 oktober 1962 werd in Emmeloord de jaarlijkse algemene ledenvergadering gehouden van de Nederlandse Klokkenspel Vereniging, die zich bezig houdt met de studie van de historie van de verschillende carillons in Nederland en ook raad geeft bij restauratie en het aanbrengen van klokkenspelen. Voorzitter mr. Romke de Waard (1919-2003) sprak over de snelle evolutie van de beiaardkunst na de Tweede Wereldoorlog. Van de 50 volledig nieuwe carillons van na de oorlog waren volgens De Waard maar 2 in Nederland die aan het ideaal van de vereniging beantwoordden, namelijk die van Hilversum en Emmeloord. Deze waren ideaal omdat zij 4 octaven hadden, omdat als uitgangspunt niet een te lichte klok was genomen en de bouw van de toren en carillon in goed overleg met deskundigen tot stand was gekomen. Het carillon in Emmeloord met zijn 48 klokken noemde mr. De Waard een hoogtepunt in de ontwikkeling van eeuwen.
Bespeling
Het carillon kan zowel met de hand als automatisch bespeeld worden. Op het uitkijkplatform, dat op 43,40 m hoogte ligt, staat de speelcabine waarin de speeltafel en het automatsich speelwerk voor het carillon zijn ondergebracht. Bij het handspel bespeelt de beiaardier het instrument via een houten stokkenklavier. De toetsen, met dezelfde indeling als bij een piano of orgel, worden met de vuist of vlakke hand ongeveer 5 cm naar beneden geslagen. De onderste anderhalve octaaf van het carillon, de 18 laagst klinkende klokken, kunnen zowel met de handen via het stokkenklavier als met de voeten via de pedaaltoetsen bespeeld worden. Vanaf de speeltafel vertrekt vanuit elke toets een stalen klavierdraad via een tuimelaarsysteem, dat werkt volgens het hefboomprincipe, naar de klepel. Door de kanteling van de tuimelas wordt de verticale beweging van de klavierdraad omgezet in een horizontale van de klepel. Als de beiaardier op het klavier een toets indrukt wordt de tuimelas naar beneden getrokken waardoor de klepel tegen de klokwand slaat en een toon ontstaat. De afstelling van de draadlengtes (de draadspanning) luistert erg nauw. Een klein verschil in temperatuur kan bijvoorbeeld al voor een minimale verandering zorgen. Om die reden zijn boven de manualen en pedalen zogenaamde draadregelaars aangebracht. Door iedere keer kort voor de bespeling de draadregelaars in- of uit te draaien kan de beiaardier de exacte lengte van de klavierdraden bepalen zodat alle gewenste nuanceringsmogelijkheden door hem kunnen worden uitgevoerd. Helemaal bovenin de toren hangt de 'Juliana Regina'. De rest van de klokken hangt daar in twee lagen onder. De onderste laag hangt op ca. 50 m hoogte. Het instrument speelt zwaarder dan gemiddelde carillons in Nederland. Dat komt omdat de klokken in dit klokkenspel horizontaal en breeduit in de klokkenkamer hangen. De verbinding van de toets naar de klepel met de tuimelassen is soms een paar meter lang. Dat speelt taai, maar dat is de eigenschap van het instrument. De klank van de 48 klokken is uitstekend. Dat heeft in de eerste plaats met de kwaliteit van de klokken te maken, maar ook met de hoogte waarop ze hangen. Door die hoogte draagt het geluid heel ver. De grote zware klokken geven de lage donkere klanken, terwijl de kleinere voor de hogere lichte klanken in de beiaardbespeling zorgen. De nagalm van de grote klokken van dit carillon beperkt de beiaardier. In het hoge register kunnen ze virtuoos spelen, maar in het basregister galmen de zware klokken lang na. Daar moet de beiaardier langzamer spelen, want anders klinkt alles door elkaar.
Naast een uitrusting voor handmatig spel beschikt het carillon ook over een automatisch speelwerk dat de voortgang van de tijd muzikaal begeleidt: de voorslag. De voorslag, ook wel wekkering genoemd, is een mechanisch melodietje dat wordt afgespeeld vlak voordat het hele of halve uur slaat. Het dient als waarschuwing zodat men de tijd kan horen aankomen. Een automatisch speelwerk kan zijn aangesloten op hamers aan de buitenkant van de klokken of op het klavier. Het automatisch speelwerk in de Poldertoren is met pneumatische stoters aangesloten op het klavier en daardoor op de klepels in de klokken. Via het automatisch speelwerk is het carillon elk kwartier te horen. Vanaf 20.00 uur klinken alleen de uurslagen en na middernacht zijn de klokken stil. Vanaf 7 uur 's ochtends zijn ze weer te horen. Slagklokken geven op het hele en halve uur de tijd aan. De Juliana Regina, een C, slaat op de hele uren, de vijfde kleine klok, een F, slaat de halve uren. Ertussenin klinkt een melodie om de inwoners van de Noordoostpolder te attenderen op de kwartieren. De klokken werden in het verleden aangestuurd door een bandspeelwerk, dat te vergelijken is met het 'boek' in een draaiorgel. Bij het carillon is het een soort grote plastic ponsband waarin door de beiaardier de 'gaten werden gestoken'. Een elektrische tijdschakelklok, die correspondeerde met het uurwerk van de Poldertoren, was verbonden met het bandspeeluurwerk. Elk kwartier bracht een elektromotor de ponsband aan het draaien. Tijdens het lopen van de geperforeerde plasticband zorgden hamertjes boven de gaten ervoor dat de contacten in werking traden die in verbinding stonden met het mechanisme dat de verschillende klokken tot klinken bracht. In de Friese koerier van 26 augustus 1959 stond onder de kop Nieuwe melodieën op carillon Emmeloord het volgende: "Emmeloord - Op het uurwerk van de poldertoren zijn thans op het carillon enkele nieuwe melodieën aangebracht. Normaal gebeurt dit tweemaal per jaar. De laatste keer was enige vertraging opgetreden doordat [door] de warmte van de laatste weken de band gesprongen was". Op 2 oktober 1960 werden het Friese volkslied en het polderlied op de ponsband aangebracht. Vanaf april 1961 was in de rij van provinciale volksliederen op het hele uur o.a. het Limburgs Volkslied te beluisteren. Het Overijsselsch dagblad van 12 januari 1962 meldde dat er weer een versteking had plaatsgevonden en dat o.a. de melodieën Merck toch hoe sterck, Andante van Mozart, Daarboven uit het vensterke en Is plicht dat iedere jongen geplaatst waren.
Begin jaren 90 van de 20e eeuw werd het automatisch bandspeelwerk vervangen door een computerspeelwerk dat door de beiaardier geprogrammeerd kan worden. Hierdoor zijn de muzikale mogelijkheden aanzienlijk vergroot. De klepels van de voorslag worden geactiveerd door een chip waarin talrijke melodieën zijn opgeslagen. In 2004 werd het automatisch speelwerk door beiaardier Kroeze voorzien van nieuwe, speciaal door hem voor het carillon gearrangeerde, melodieën. De oude muziek draaide destijds al sinds 1991, toen de computer zijn intrede in de toren deed. De computer zorgt er zonder omkijken ook voor dat eind november sinterklaasmuziek wordt gespeeld en in december kerstmuziek. Op 13 mei 2017 trad in het carillon een storing op. Een onderdeel brandde door en moest vervangen worden. Met een noodoplossing konden wel de wijzers van de klok weer aan de praat worden gekregen. Het carillon werd begin juli gerepareerd door klokkenmaker Koninklijke Eijsbouts, die in 2015 ook een grondige renovatie uitvoerde aan de torenklok. Op 3 juli, aan het eind van de middag, luidden de klokken weer als vanouds.
Het luiden van de klok
Het carillon wordt wekelijks op marktdag (donderdag) van 11.00-12.00 uur en op de vrijdagse koopavond van 19.00-20.00 uur bespeeld. Voordat de beiaardier gaat spelen schakelt hij eerst het automatisch spel uit, want anders zou dat de handmatige bespeling verstoren. De 'Juliana Regina' luidt twee keer in de week, op donderdag om 12.00 uur om het einde van de weekmarkt aan te kondigen en op zaterdag rond 19.00 uur. Het luiden van de klok op zaterdagavond is een traditioneel gebruik en werd vroeger gedaan in agrarische gebieden om de zondagsrust aan te kondigen. Het is een symbool voor de overgang van de werkweek naar de zondagsrust. Bij het luiden van een klok treedt het Dopplereffect op. Als een klok naar je toezwaait klinkt de toon iets verhoogd (de bim) en als de klok van je afzwaait klinkt de toon verlaagd (de bam).
Een klok kan met vallende- of vliegende klepel geluid worden. Bij vallend luiden hangt de klok aan een krukas, een luidas in de vorm van een omgekeerde U, en valt de klepel tijdens het luiden met grote kracht op de onderrand van de klok. Aan de krukas hangt de klok hoger ten opzichte van het draaipunt. Bij het luiden gaat de klok zwaaien, maar blijft de klepel vrijwel stil in het midden hangen. De klepel raakt dan niet de klok, maar de rand van de klok schept de klepel op. Bij vliegend luiden hangt het hele gewicht van de luidklok onder het draaipunt van de rechte as waaraan de klok bevestigd is. De klok maakt grote slagen, waarbij de klepel in dezelfde richting als de klok beweegt. De klok draait tot de hoogte van de as en de klepel vliegt tegen de slagrand aan de bovenkant wat resulteert in maximale klankrijkdom en een lage belasting voor de luidklok zelf. Als een zware klok hoog in een toren aan een rechte as hangt en met vliegende klepel geluid wordt zou er schade aan de toren kunnen ontstaan. Tijdens het luiden van een klok zijn de krachten die vrijkomen groot. Bij een rechte luidas zijn de krachten op de toren veel groter dan bij een krukas. De krachten bij een rechte as zijn ongeveer 4x groter dan het gewicht van de klok zelf, wat bij een gewicht van 2382 kg zou betekenen dat de toren bij elke bim en elke bam een klap van 9528 kg krijgt. Om ervoor te zorgen dat er minder zijwaartse krachten op de toren komen te staan wordt de 'Juliana Regina' met vallende klepel geluid. Teneinde in de lantaarn te passen moest de krukas, waaraan de klok hangt, uitgerekt worden. Om toch het effect van vallende klepel te bereiken is de uitgerekte krukas van boven uitgerust met een zwaar contragewicht. Omdat de 'Juliana Regina' tevens een luidklok is heeft deze als enige in het carillon een kroon, een openstructuur met zes kroonarmen. De luidklok is aan de kroon, die circa 7% van het klokgewicht uitmaakt, aan de luidas opgehangen. De speelklokken zijn stilhangend, wat wil zeggen dat ze geen kroon hebben. De klokken zijn door middel van bouten die door gaten in de kop van de klok gestoken zijn, aan de stalen klokkenbalken bevestigd. De dikte van de bouten en het aantal, is afhankelijk van de grootte van de desbetreffende klok. Aan de middelste bout is een oog bevestigd waaraan de klepel hangt.
Restauratie
Het carillon hangt hoog in de open toren, waar het blootstaat aan slijtage door weer en wind. Door de jarenlange weersinvloeden vertoonden de stalen klokkenbalken en de klemconstructies aan de betonnen balken roestvorming. Ook de beiaard en de speelcabine met het speelmechaniek waren na 60 jaar aan een grondige opknapbeurt toe. In de gevelpuien van de beiaardiersruimte was veel houtrot aangetroffen. Op 21 september 2019 stelde het gemeentebestuur van Noordoostpolder vanuit de onderhoudsvoorziening een bedrag van € 210.000,- beschikbaar voor het renoveren van het carillon. Op maandag 15 juni 2020 werd gestart met de demontagewerkzaamheden. Met behulp van een hoogwerker en een mobiele kraan werden de klokken en de klokkenstoel op 26 juni uit de toren gehaald om naar de Royal Eijsbouts Klokkengieterij in Asten vervoerd te worden. Op 8 september werden de klokken weer omhoog gehesen. Stadsbeiaardier Anne Kroeze vertelde in een interview in december 2020 dat hij enthousiast was over de restauratie van de ophanging van het carillon. Daarnaast was hij blij dat het nieuwe klavier, inmiddels het derde sinds het carillon in 1959 in de toren werd geplaatst, minder mechanische geluiden maakt bij het bespelen.
Tweeling broertje
In januari 2018 vertelde stadsbeiaardier Anne Kroeze aan Omroep Flevoland dat er een tweeling broertje van het carillon in Emmeloord hangt in de toren van het raadhuis van Hilversum. Dat carillon stamt uit 1957 had 47 klokken en leek sprekend op het klokkenspel in de Poldertoren. In 1989 werd dit carillon met 1 klok uitgebreid tot 48 klokken. In 2022 zijn daar nog 3 klokken aan toegevoegd, een lage Bes-klok van 3.500 kg en twee kleine klokjes (Cis en D), dus zal de overeenkomst nu wel niet meer opgaan.
Bronnen: Krantenarchief Delper; dr. André Lehr, Leerboek der Campanologie; kloksgewijs.nl; De Noordoostpolder; Omroep Flevoland; gemaaktindenoordoostpolder.nl
In maart 2025 startte de tweede fase van de renovatie van de Poldertoren. Tijdens de renovatie zweeg het carillon. Uit veiligheidsoverwegingen was het carillon op verzoek van aannemingsbedrijf Draisma Bouw vanaf 12 mei 2025 uitgezet.
Extra's
Lees hier een verslag over het gieten van de 'Juliana Regina'. Bekijk hier het spelen van het carillon en luiden van de 'Juliana Regina' en hier geeft stadsbeiaardier Anne Kroeze uitleg over het carillon.
Beiaardiers
Kapper Henk Held, die een kapsalon in de Lange Nering had, was de eerste beiaardier van het carillon. In 1957, toen de bouw van de Poldertoren startte, is hij beiaard gaan studeren aan de Nederlandse Beiaardschool in Amersfoort, een opleiding binnen het Conservatorium van de Hogeschool voor de Kunsten te Utrecht. Held hield veel van muziek en bespeelde toentertijd al orgel en piano. In 1959 begon hij als beiaardier in Emmeloord. Eind juni 1963 slaagde Held voor het Beiaardsdiploma B van de Stichting Nederlandse Beiaardschool. Men werd geëxamineerd in de vakken solfege, algemene muziekleer, contrapunt-harmonie, vormleer-analyse, muziek geschiedenis en pianospel en verder in praktische vakken beiaardspel, bewerkingen en verstekeningen, bouw en geschiedenis van de beiaard, programmering en literatuurkennis. Held slaagde met ruim een zeven. In oktober van dat jaar werd hij door het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Noordoostpolder in vaste dienst benoemd.
Na het overlijden van Henk Held in 1977 werd Dirk S. Donker diens opvolger. Dirk Sybrand Donker is op 3 januari 1941 geboren in Sneek. Van jongs af aan wilde hij organist worden en al op jeugdige leeftijd werden hem de eerste beginselen van het muziekvak en het orgelspel bijgebracht door de Sneker organist en muziekpedagoog Ybe S. Rusticus. Later vervolgde Donker zijn studie bij Piet Post aan het voormalige Leeuwarder Conservatorium en bij Stoffel van Viegen, Dom-organist in Utrecht. Op 23 juni 1963 werd hij benoemd tot stadsbeiaardier van Sneek. Datzelfde jaar schreef hij zich in als student aan de Nederlandse Beiaardschool in Amersfoort waar Leen 't Hart, Peter Bakker, Charles Kuit en André Lehr zijn docenten waren. In 1968 slaagde hij cum laude voor het eindexamen. In 1969, 1970, 1971 was hij winnaar van de in Hilversum gehouden Internationale Beiaardconcoursen. Als eerste in de wereldgeschiedenis van de beiaard behaalde Dirk Donker in 1971 de Prix d’ Excellence voor beiaard, tijdens een speciaal recital op de stadhuisbeiaard van Leiden. In 1997 werd Dirk S. Donker voor zijn werk op het gebied van de muziekcultuur koninklijk onderscheiden. In juni 2013 was Donker 50 jaar stadsbeiaardier in Sneek.
Anne Kroeze is een kerstkindje. Hij werd geboren op 25 december 1975 in Stadskanaal. Sinds 2002 is Kroeze de vaste bespeler van het carillon in Emmeloord. Van kleins afaan droomde hij ervan beiaardier van de Poldertoren te worden. Vanaf zijn tiende ging hij regelmatig met beiaardier Donker de toren op om te kijken hoe die het carillon bespeelde. Anne Kroeze volgde op de muziekschool in Emmeloord lessen bij Wouter van den Broek. In 1992 deed hij de vooropleiding van het Conservatorium Zwolle en hij begon daar 2 jaar later bij Harm Jansen en Aart Beek aan de vakopleiding orgel en kerkmuziek. Het steunvak piano studeerde hij bij Jaap Zwart aan het conservatorium in Utrecht. Aan de Nederlandse Beiaardschool in Amersfoort, onderdeel van het conservatorium in Utrecht, studeerde hij bij Arie Abbenes en Bernhard Winsemius. De opleiding tot beiaardier duurde 7 jaar. Anne Kroeze is prijswinnaar op verschillende carillonconcoursen. Zo won hij de eerste prijs van het concours te Springfield III in de Verenigde Staten en van het concours te Winterswijk in september 2001. Op 31 maart 2016 kreeg Anne Kroeze de titel Stadsbeiaardier. Met de toekenning van deze titel onderstreept het college van B en W het culturele belang van het unieke carillon voor Noordoostpolder. Voorafgaand aan de verzelfstandiging van de gemeentelijke afdeling Culturele Zaken, was de beiaardier in gemeentelijke dienst. Sinds 1 januari 2015 is het bespelen van het carillon één van de taken van het Cultuurbedrijf Noordoostpolder. Anne Kroeze begon al jong als kerkorganist in De Hoeksteen in Emmeloord, speelde in Marknesse en Bant en is tegenwoordig organist van de Jeruzalemkerk in Emmeloord, de Mariakerk en Grote Kerk in Vollenhove en in de PKN in Marknesse. Daarnaast begeleidt hij verschillende koren, waaronder het Christelijk Mannenkoor en Melody Singers in Emmeloord en is hij dirigent van het Hervormd kerkkoor in Heerde en van Zanglust in Vollenhove. De muziek voor het carillon in de Poldertoren arrangeert Kroeze zelf. Geen computerwerk, gewoon met de hand. Daarover zegt hij: "dat gaat sneller en is mooier".
Ontwerper klokken
André Lehr werd op 9 november 1929 in Utrecht geboren. Hij was een kleinzoon van Andries Oomes (1872-1952), stadsbeiaardier van Kampen. Na het het behalen van zijn HBS diploma in 1948 ging hij aan de Universiteit in Utrecht natuurkunde studeren. Kort daarop solliciteerde hij naar de functie van aankomend campanoloog bij Klokkengieterij Eijsbouts in Asten. Uit een groot aantal sollicitanten werd hij aangenomen en trad op 1 januari 1949 in dienst in de functie van klokkenstemmer op de nieuwe afdeling van de klokkengieterij. De fa. Eijsbouts was in 1947 met klokkengieten begonnen omdat de regering na de Tweede Wereldoorlog verbood om deviezen te besteden aan import van klokken. Er was destijds veel vraag naar klokken omdat de Duitsers in de oorlog meer dan de helft van de klokken in Nederland had laten omsmelten. Koper en tin was nodig voor de Duitse oorlogsindustrie. Toen André Lehr net bij Eijsbouts in dienst was, viel hij midden in een heftige richtingenstrijd over de klank. De oude garde vond dat het klokkenspel een beetje onzuiver moest klinken. Sinds de jaren 1970 is iedereen het erover eens dat een beiaard zuiver van toon moet zijn. Na het overlijden van Max Eijsbouts in 1976 kwam de leiding van Klokkengieterij Eijsbouts in handen van Lehr. Op 30 juni 1991 ging hij met pensioen.
Lehr schreef veel standaardwerken over de campanologie, de leer en kennis van beiaard- en luidklokken. Hij heeft niet alleen een belangrijke bijdrage geleverd aan de beiaardkunde, maar is tevens grondlegger geweest van het Nationaal Beiaard Museum in Asten, waar zich een unieke collectie klokken(spelen) uit de gehele wereld bevindt. Lehr heeft ook aan de basis gestaan van het bouwen van figuurspelen en astronomische uurwerken.
André Lehr overleed op 27 maart 2007 in Asten, 77 jaar oud.
Ontwerper reliëfs
Ybe van der Wielen is op 26 april 1913 in Greeley (Colorado U.S.A.) geboren. Van der Wielen bracht zijn jeugd door in Friesland. Al op jonge leeftijd begon hij te tekenen en schilderen. Voordat hij van 1942 tot 1947 een opleiding beeldhouwen en modeltekenen aan de Rijksacademie van Beeldende Kunsten in Amsterdam volgde, werkte Van der Wielen in het Amsterdamse atelier van beeldhouwer Frits van Hall. Van der Wielen behoorde tot de laatste lichting beeldhouwers die aan de academie werd opgeleid door professor Jan Bronner.
Ybe van der Wielen werkte aanvankelijk figuratief, maar koos vanaf eind jaren '50 een meer abstracte richting. In zijn latere werk waren de geometrische vormen belangrijk, hij maakte diverse composities met onder meer vierkanten en rechthoeken. De hermetische clusters van vierkante blokken werden zijn handelsmerk. Opvallend gegeven is dat de abstracte constructies er massief, zwaar, statisch en onverzettelijk uitzien. Voor Van der Wielen was het suggereren van de bewegingsdimensie geen relevant item. Hoewel hij vooral bekend is als beeldhouwer was hij daarnaast ook schilder, aquarelist, tekenaar en keramist. In 1951 vestigde hij zich in Zwolle waar hij tot zijn dood woonde en werkte. Van der Wielen overleed op 4 oktober 1999.
Onder andere in Leeuwarden staan 3 kunstwerken van Ybe van der Wielen, 'Gevleugeld denken' (1969), 'Jong leven' en Zonder titel. In Terwispel vind je het kunstwerk 'Bokjesspringers' in Utrecht 'Staand figuur' (1975) en in Biddinghuizen het kunstwerk 'Boomvrouwtje'. De klokken van het carillon van de Poldertoren in Emmeloord zijn versierd met reliëfs van Ybe van der Wielen.





