Protestants kerkcentrum

Protestants kerkcentrum
Protestants kerkcentrum Protestants kerkcentrum Protestants kerkcentrum

Plaats: Kraggenburg

Locatie: Voorstraat 21

Architect: G. Feenstra

materiaal: baksteen

Jaar: 1954


Beschrijving:

Kraggenburg is ontworpen door ir. P.H. Dingemans. Hij plaatse de kerken rondom de centrale dorpsruimte omdat hij de nadruk wilde leggen op dat wat de christelijke confessies gemeen hadden. Wel mocht elke kerk een karakteristieke vorm krijgen, die paste bij de eigen wijze waarop zij de gemeenschappelijke leer uitdroeg. 

De Generale Synode van de Nederlandse Hervormde Kerk kon zich na de Tweede Wereldoorlog actief bezighouden met de wederopbouw en de bouw van nieuwe kerken aangezien niet de kerkgemeenten, maar het nationale kerkverband de eigenaar was van de kerkelijke gebouwen. Een beoordelingscommissie, bestaande uit de bouwkundig adviseur B.T. Boeyinga (1886-1969) en de architecten A.J. van der Steur (1895-1963) en J.H. Groenewegen (1901-1958), bracht advies uit over de architectenkeuze. Deze commissie beoordeelde de kerkontwerpen op zowel architectonische kwaliteiten als op de inrichting van de kerk, de praktische bruikbaarheid en de waardigheid en de opstelling van het liturgisch meubilair. Daarnaast gaf zij advies over de keuze van een kunstenaar voor het ontwerpen van bijvoorbeeld een doopvont, een wandkleed of gebrandschilderd glas. Volgens de Synode diende het hervormde kerkgebouw "een teken in de wereld" te zijn. "Dit betekent, dat het bouwwerk door zijn verheven waardigheid en rust, tot uitdrukking gebracht in ligging, vorm en verhoudingen, aan dit geloven en belijden gestalte geve. […] Het Kerkgebouw en zijn inrichting behoren in volkomen harmonie met elkander te wezen in grote en ongebroken ruimte. Het kenmerk van het beste Nederlandse Hervormde kerkgebouw en zijn inrichting zijn soberheid, rust, licht zonder nuchterheid, kunstrijke eenvoud en adel […]." Bron: Nederlandse kerkarchitectuur in de twintigste eeuw, door M.J. Melchers.

De Leewarder courant meldde op 27 april 1953: "De plannen tot de bouw van een Ned. Herv. Kerk te Kraggenburg nemen steeds vastere vormen aan. De bestektekeningen zijn zo goed als klaar zodat de bouw wel niet lang meer op zich zal laten wachten. De kerk zal een vierstemmig pijporgel krijgen hetgeen door de kerkvoogdij zal worden gekocht. Dit orgel was voor een andere gemeente bedoeld doch thans is besloten dit orgel voor de nieuwe kerk aan te kopen". De eerste spade voor het kerkgebouw werd op 21 mei 1953 in de grond gestoken door mr. G.A.J. ter Linden, secretaris van de Bouw-en Restauratie commisie van de Nederlands Hervormde Kerk.

De vormgeving van het door architect G. Feenstra ontworpen kerkgebouw van de Nederlands Hervormde kerk is zeer sober. Het gebouw is in de stijl van de Delftse School strak vormgegeven en uitgevoerd in traditionele materialen. De gevels zijn opgetrokken in rood-bruine baksteen in Noors-of kettingverband. Bij dit metselverband bestaat elke laag uit een herhaling van twee strekken met één kop. Onder de gootlijst is, bij wijze van versiering, een band in elleboogverband aangebracht, een metselverband dat uit liggende en staande stenen bestaat. De stenen worden loodrecht op elkaar gemetseld waarbij de kop tegen de strek ligt oftewel de korte zijde tegen de lange zijde. De kerk heeft diverse classicistische kenmerken, zoals de centraalbouw en de vooruitspringende ingang met natuurstenen deuromlijsting en fronton. Het resultaat is een bijna vierkant bakstenen gebouwtje voorzien van een met blauwe pannen bedekt schilddak. Op de nok staat een open zeskantig klokkentorentje, een lantaarn, waarin een bronzen klok van de firma Van Bergen uit Midwolda hangt. De dakruiter is bekroond met een groene koperen bol en een windvaan. De 2,50 m grote bol is eind oktober 1953 op de dakruiter geplaatst. Het gevaarte heeft een gewicht van bijna 1000 kg en is met de hand gemaakt door koperslager Albert van Dijk uit Steenwijk. Het fronton boven de deur is versierd met een reliëf van een vis. Het vis-teken stamt uit het begin van onze jaartelling en werd door de eerste christenen als herkenningsteken bedacht. Christenen moesten onderduiken om aan vervolgingen te ontkomen. De vis is een geheim symbool voor Christus en het Christendom. Het woord vis in het Grieks, de oorspronkelijke taal van het Nieuwe Testament, is ICHTHUS. In de letters van dit woord zagen de vroege christenen de kern van de Bijbelse boodschap. Het woord ICHTHUS is een acroniem, een afkorting die wordt uitgesproken als woord. In dit woord zitten de beginletters van enkele namen en titels van Jezus verborgen: Iesous CHristos THeou Uios Soter (Jezus Christus, Gods Zoon, Verlosser). De natuurstenen omlijsting van de entree is geschonken door de aannemer van de kerk, J. Oordt uit Vriezeveen. 

Het kerkgebouw was de derde Hervormde Kerk in de Noordoostpolder en biedt plaats aan 150 tot 200 personen. De zitplaatsen in de kerkzaal worden gevormd door één gesloten vierkant blok enigszins gebogen banken die volkomen gericht zijn op de kansel die zich in het midden van de wand links van de ingang bevindt. De verlichting van de kerkzaal is bijzonder effectvol. In de oostwand tegenover de ingang een groot vierkant wit licht. Verder enkele kleine gekleurde vierkante ramen in de bovenste helft van de zuidgevel en van de westelijke ingangsgevel. De 18 glas-in-loodramen die het liturgisch centrum met sobere luister verrijken zijn ontworpen door Berend Hendriks (1918 - 1997) en aan de kerk geschonken door de vrouwenvereniging. De vierkanten figuratieve ramen vertellen het verhaal van de schepping, de manier waarop op deze wereld geleefd moet worden en over het koninkrijk van de hemel. Het glas voor zijn ramen haalde Hendriks bij een Franse verrerie aan de Loire. Het is opmerkelijk dat na 1945 ook in protestantse kerken monumentale kunst werd toegepast omdat de protestanten niet beschikte over een traditie in deze. Oorzaak voor de wending was een pleidooi dat is uitgedragen in het rapport ‘Beginselen van kerkbouw’ in 1954. Een speciale commissie bracht dit rapport uit aan de Synode nadat er sinds 1949 besprekingen plaatsvonden waarin problemen van kerkbouw werden bestudeerd naar aanleiding van nieuwe ontwikkelingen in de kerkgemeenschap. In het rapport stelde de commissie: "Naar onze overtuiging laadt de kerk een zware schuld op zich, zolang zij door God geroepen kunstenaars uit haar muren verbant en hen de gelegenheid onthoudt om op hun wijze te midden der gemeente mede te werken aan het verheerlijken van Gods eer en het danken voor Zijn genade. [...] De gemeenten zullen eraan moeten wennen de decoratieve en beeldende kunsten een plaats in de kerk in te ruimen en hen daar een taak te laten vervullen". Het rapport heeft ertoe bijgedragen dat midden jaren vijftig de opdrachten voor protestantse kerkelijke monumentale kunstwerken groeiden. 

De consistorie is ondergebracht in een lage zijvleugel en is rechtstreeks toegankelijk vanuit de kerkzaal. De consistorie of consistoriekamer is in protestantse kerken de ruimte waar de kerkenraad vergadert. Het is ook de ruimte waar de predikant en kerkenraad kort voor de kerkdienst even bij elkaar komen. Het woord 'consistorie' is afgeleid uit het Latijn. Het Latijnse woord consistorium betekent 'vergadering'. Dit woord komt van consistere; con betekent samen, bijeen en sistere, doen staan.

Het kerkgebouw van de Hervormde kerk is op 14 april 1954 in gebruik genomen. Na de dienst overhandigde de heer C. van Lochem het orgel namens de orgelcommissie van de Ned. Hervormde kerk aan de Nederlands Hervormde kerk in Kraggenburg. In het Nederlandse protestantisme van de 16e eeuw vond men het orgel in de kerk maar niks. Sterker nog, het orgel werd gezien als ‘satans fluitenkast’. In de loop van de eeuwen veranderde dat en sinds het eind van de 19e eeuw groeide het orgel uit tot een belangrijk onderdeel van de protestantse inventaris. Bij de ingebruikname werd het orgel bespeeld door Gerard Kievit, organist van de Ned. Hervormde Kerk in Emmeloord. Het heldere, boventoonrijke instrument is gebouwd door de fa. Gebr. Van Vulpen uit Utrecht. Onder invloed van Deense en Duitse orgelmakers bouwde de firma volgens 'neo-barokke' principes. De vormgeving van de gesloten orgelkast heeft daarentegen niets van de zwier van de barok. Alhoewel de term ‘neo-barok’ in de orgelbouw veelvuldig gebruikt wordt, is het feitelijk een wat ongelukkige term omdat hier in tegenstelling tot andere neostijlen geen sprake is van daadwerkelijk teruggrijpen op de barok. De inspiratiebron van de neo-barokke orgels waren weliswaar de oude barokorgels, maar kasvorm, windladen, mechaniek en mensuren lijken totaal niet op die van de orgels uit de barok. Het klavier van het Van Vulpen-orgel loopt bijvoorbeeld van C t/m g3, dat wil zeggen 56 toetsen. De echte barokorgels hebben niet meer dan 49 toetsen. De orgelbouwers wilde, met toepassing van de elementen uit de bloeitijd van de orgelbouw, een nieuw, eigentijds orgeltype ontwikkelen, met als kenmerk eenvoud en eenheid. De orgels moesten helder en boventoonrijk klinken. En daarmee kwam men qua uitgangspunten uit bij de orgels van de Noord-Duitse barok. Kijk hier voor een foto en de dispositie.

De Gereformeerden kerkten in de hervormde kerk in Kraggenburg en betaalde daar huur voor. Aanvankelijk was het de bedoeling dat zij een eigen kerkggebouw zouden laten bouwen. Besprekingen tussen de classic Emmeloord van de gereformeerde kerken en de centrale kerkeraad van de hervormde gemeente in de Noordoostpolder resulteerde erin dat in 1960 werd afgesproken dat ze samen het gebouw gingen exploiteren. De Gereformeerden kochten de 'helft' van de kerk waardoor het kerkgebouw gemeenschappelijk eigendom werd. Daarmee was Kraggenburg het eerste dorp in Nederland waar de Nederlands hervormden en de gereformeerden samen één kerkgebouw bezaten. Het ging hier om een strikt zakelijke regeling, de erediensten werden nog op aparte tijden gehouden. Het gemeenschappelijke kerkgebouw werd in 1961 uitgebreid met een verenigingsgebouw met twee vergaderzalen. In 1972 zijn de kerken begonnen met het organiseren van gezamenlijke kerkdiensten op kleine schaal. Op 15 september 1994 werd de Samen-op-Weg-gemeente Kraggenburg opgericht. Sinds mei 2004 is de Samen-op-Weg-gemeente Kraggenburg opgegaan in de Protestantse Kerk Nederland en in 2007 officieel gefuseerd tot Protestantse Gemeente Kraggenburg.

Het ontwerp van het kerkgebouw vertoont sterke overeenkomsten met de eveneens door architect Feenstra ontworpen Nederlands-Hervormde Kerk in Huissen (1950-1951). 

Architect

Gerrit Feenstra is op 12 april 1890 in het Friese dorp Hyland in de gemeente Baarderadeel geboren. Na de lagere school studeerde hij bouwkunde aan de ambachtsschool in Leeuwarden. In 1913 en 1914 voltooide Feenstra de opleidingen tot bouwkundig tekenaar en bouwkundig opzichter van de Maatschappij tot Bevordering der Bouwkunde. In 1920 startte hij zijn eigen architectenbureau in Arnhem.

Gedurende de jaren twintig en dertig realiseerde Feenstra ongeveer 445 bouwprojecten in Nederland, waaronder kerken, kantoren en fabrieken. Feenstra bouwde in de periode 1945-1960 o.a. honderden zuivelfabrieken in Noord- en Oost-Nederland. Dit specialisme werd zo'n belangrijk deel van zijn werk, dat hij hiervoor een studiereis naar Zweden maakte. Feenstra koos met zijn werk steeds een middenkoers tussen traditionalisme en modernisme. Hij hechtte grote waarde aan traditionele materialen zoals de baksteen en gaf zijn gebouwen vaak pannendaken. Architect Gerrit Feenstra heeft zijn sporen ook op het gebied van kerkenbouw verdiend. Hij ontwierp in Arnhem en omgeving liefst 36 kerkgebouwen. Verder ontwierp hij de hervormde kerken in Vlissingen, Nijmegen (gesloopt 2000), Huissen, Kraggenburg en Rotterdam en een Doopsgezinde kerk in Franeker.
 
Gerrit Feenstra overleed op 7 augustus 1985 op 95-jarige leeftijd in zijn woonplaats Arnhem.
 

Laatste Update zondag, 10 mei 2020