Ontmoetingskerk

Ontmoetingskerk

Plaats: Creil

Locatie: Graaf Florislaan 22

Architect: C.W. Schaling

materiaal: baksteen, dakpannen, glas

Jaar: 1956-1957


Beschrijving:

De verzuiling kreeg ook in Creil welbewust gestalte met de bouw van drie kerken. In 1956-1958 werd de Ontmoetingskerk in opdracht van de Hervormde gemeente gebouwd naar een ontwerp van architect C.W. Schaling uit Amsterdam. De eerste steen voor de Hervormde Kerk werd op 9 juli 1956 gelegd door Sophie, de 5-jarige dochter van kerkvoogd Massink. Zij was destijds het oudste kind dat in Creil geboren was. De kerk kreeg een prominente plaatsing aan de dorpenring, de rondweg door de Noordoostpolder, en is beeldbepalend in het silhouet van Creil. De Ontmoetingskerk werd op 20 mei 1958 in gebruik genomen. De vormgeving is eenvoudig. Bij het ontwerp is consequent gebruik gemaakt van de rechthoek. Alle bouwmassa's staan onder een zadeldak dat afgedekt is met blauwgrijze leisteen. De gevels zijn opgetrokken in kleurige gele handvormsteen, een baksteen die is gemaakt door klei in rechthoekige mallen te drukken. Handvormstenen hebben een grillig en bezand oppervlak. De 35 meter hoge kerktoren heeft een vierkante grondvorm en een schuinaflopende voet. In de open lantaarn hangt een door klokkengieterij "Concordia" uit Midwolda gegoten luidklok. Het werk werd in 1956 uitgevoerd door Wolbert Jakob Koek (1912-1989), die de klokkengieterij in het midden van de jaren vijftig had overgenomen van de Gebr. Van Bergen. De ingegoten tekst op de bronzen klok luidt: 'land, land, land, hoor des heren woord'. De toren is met een tussenlid met de kerk verbonden. Via de toegangsdeur in de torenvoet bereikt men de zeshoekige kerkzaal met ziende kap, een kap waarbij de dakconstructie vanuit de eronder liggende ruimte zichtbaar is.

De generale Synode van de Nederlandse Hervormde Kerk hield zich na de Tweede Wereldoorlog actief bezig met de bouw en inrichting van nieuwe kerken aangezien niet de kerkgemeenten, maar het nationale kerkverband de eigenaar van de kerkelijke gebouwen was. In 1954 bracht een adviescommissie van de Generale Synode van de Hervormde Kerk het rapport 'Beginselen van Kerkbouw' uit. Hierin werd o.a. uitgebreid gesproken over de inrichting van de ruimte. Daarbij bleven de oriëntatie van ruimte, plaats van het liturgisch centrum, plaatsing van het orgel, kunst, verlichting en zelfs het haantje op de toren niet onbesproken. Bron: Kerkruimten beleven door Gerdien Duijst.

De kerkzaal van de Ontmoetingskerk is ingericht langs de breedte-as. Het liturgisch centrum is a-symmetrisch tegen de lange achterwand aangebracht. De kerkzaal heeft vrijwel vierkante ramen. De zeshoekige ramen in de kopgevels zijn van de hand van Berend Hendriks (1918 - 1997). In beide ramen heeft de kunstenaar een einde en een nieuw begin afgebeeld. Het raam in de zuidgevel zijn Goede Vrijdag en Pasen gecombineerd. Middenin het raam is een zwart-rood doorboorde linkerhand te zien die naar beneden gericht is, een teken voor het einde. De kleur zwart verwijst in de bijbel naar lijden en dood, terwijl rood vaak verbonden wordt aan bloed. Links van de hand zien we allerlei tinten paars en blauw. Paars is in de Bijbel de koninklijke kleur en blauw is de kleur van hemel. Rechtsonder zien we een geel-witte hand in Logos-gebaar, teken van schepping van een nieuw begin. De vingers van de zegenende rechterhand staan symbool voor zijn twee naturen (wijs- en middelvinger: God en Mens) en voor de Drieëenheid (duim, ringvinger en pink: Vader, Zoon en Heilige Geest). De kleur geel verwijst naar het geloof in de opgestanding van Jezus en wit naar hoop. De kleur oranje betekent liefde. In het raam in de noordgevel zijn Hemelvaart en Pinksteren te zien. De discipelen onderaan kijken naar de verdwijnende figuur van Jezus, maar tegelijk dalen de lichtende stralen van de Heilige Geest op hen. De ramen zijn een goed voorbeeld van de geabstraheerde figuratieve stijl van Berend Hendriks. Het heeft totaal geen dieptesuggestie; een academische ‘eis’ binnen de traditie van de monumentale kunst. 

Het typisch 'neo-barokorgel' werd in 1951 door Willem van Leeuwen (1903-1992) uit Leiderdorp gebouwd voor de Hervormde kerk 'De Hoeksteen' in Emmeloord. Hoewel de term ‘neo-barok’ in de orgelbouw veelvuldig gebruikt wordt, is het feitelijk een foute aanduiding omdat hier in tegenstelling tot andere neostijlen geen sprake is van daadwerkelijk teruggrijpen op de barok. Men wilde een nieuw orgeltype ontwikkelen, met als kenmerk eenvoud en eenheid. En daarmee kwam men qua uitgangspunten uit bij de orgels van de Noord-Duitse barok. Na een jaar bleek dat het twee-klaviers pijporgel met pedaal te klein voor 'De Hoeksteen' was. Het werd in 1952 gedemonteerd en opgeslagen. In 1956 werd het symmetrisch vormgegevem orgel vervolgens door de firma Willem van Leeuwen Gzn. voorzien van een nieuwe kast en in de Ontmoetingskerk geplaatst. Het front volgt het profiel van de pijpopstelling. De afdekking van de velden en torens is schuin, met de lengte van het pijpwerk mee. De intonatie werd bij de herplaatsing echter niet aangepast aan de nieuwe, veel kleinere ruimte. Jarenlang waren er klachten over het extreem dunne klankbeeld van het Van Leeuwenorgel, dat daardoor in de eredienst niet genoeg inzetbaar zou zijn bij het begeleiden van samenzang. Op verzoek van college van kerkrentmeesters is een plan gemaakt voor een dispositiewijziging en herziening van het klankbeeld, om de klachten te verhelpen. Orgelmaker Sander Booij uit Woudenberg heeft het orgel vervolgens in het voorjaar van 2005 gerestaureerd en opnieuw geïntoneerd. Het gerestaureerde orgel kon op 16 april weer in gebruik genomen worden. In 2000 waren de doorgezakte frontpijpen al gerestaureerd door Gebrs. Reil uit Heerde en voorzien van een ophangsysteem aan staalkabels. Kijk hier voor meer informatie over het orgel.

Boven de toreningang is in 2004 een figurenomloop aangebracht. Op 13 januari 2005 brak rond 19.00 uur brand uit in de kerktoren. De top ging in vlammen op, het dak, de wijzerplaten en de haan gingen verloren, de toren zelf en het hangwerk van de luidklok liepen flinke schade op, maar door de gunstige weersomstandigheden bleef de kerk behouden. De brand heeft alleen bovenin de toren gewoed bij het uurwerk. De luidklok heeft de brand overleefd. Twaalf dagen na de brand werd begonnen met het herstel van de toren. Voor de renovatie had de gemeente Noordoostpolder € 19.000,- beschikbaar gesteld. Als afsluiting van alle werkzaamheden werd op 30 juni 2005 een nieuwe windhaan op de toren geplaatst. Daar staat hij als verdediger van de kerk en keert zijn kop steeds naar de aanstormende winden, die de kwade machten verbeelden. 

Laatste Update vrijdag, 21 februari 2020