overnaadse bouw
patina
patineren
pendanten
percentageregeling beeldende kunst
De percentageregeling beeldende kunst werd in september 1951 ingevoerd door de rijksoverheid. Met de invoering van deze regeling werd vastgelegd dat 0,5 tot 2% van de totale bouwsom van elk door de overheid gefinancierd gebouw besteed moest worden aan de toepassing van kunst met een hoogwaardige kwaliteit. Hieronder werden kunstwerken met een monumentaal karakter begrepen, die op een vooraf gedefinieerde plaats in, aan of bij het gebouw zouden worden aangebracht. De regeling was ook bedoeld om de kunstenaars in de economisch magere naoorlogse jaren te ondersteunen. De meesten konden niet leven van hun vrije werk en waren afhankelijk van opdrachten. In 1953 werd voor basisscholen een 1% regeling van kracht, die in 1955 werd uitgebreid naar middelbare- en hogere scholen. De rijksoverheid vond het belangrijk dat de jeugd al vroeg met kunst in aanraking werd gebracht. Veel gemeentes namen deze regeling over. Kerkgebouwen vielen niet onder deze regeling.
pilotenlijn
plasticiteit
plastiek
plastisch kunstwerk
plastische vorm
platboomd
plexiglas
poedercoating
polijsten
polychromeren
polychroom
polyester
polyethyleenglycol
portret
positieve vorm
postmodernisme
praam
rapier
realistisch
reliëf
Laaste Update zaterdag, 18 november 2017