Slangentoren

Slangentoren

Plaats: Almere

Locatie: Clemenceaustraat

Kunstenaar: Lon Pennock

Materiaal: diverse materialen

Jaar: 1983

Beschrijving:

Veel mensen herkennen de Slangentoren die bij de Brandweerkazerne op het bedrijventerrein Markerkant staat niet als kunstwerk, omdat het een kruising tussen beeldende kunst en architectuur is. Toen de plannen gemaakt werden voor de brandweerkazerne wilde de brandweer met het geld, dat zij in het kader van de percentageregeling beeldende kunst aan kunst moesten besteden, iets praktisch doen. Er moest een slangentoren komen, waarom dan niet een kunstzinnige. De Haagse kunstenaar Lon Pennock leek voor de opdrachtgever, de Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders, de meest geschikte kunstenaar voor de opdracht omdat hij al eerder in Rotterdam een praktisch kunstobject had gemaakt. Architect Tjitte Tigchelaar uit Almere vroeg Pennock mee te denken over het ontwerp. 

De toren bestaat uit vier vuurrode stalen buizen van 32 m lengte. Op 9 m hoogte zit er een knik in de buizen, waardoor het bovengedeelte van de toren smaller is dan de onderkant. In de nok van de toren bevindt zich een windenergiemolen, daaronder hangt een koker van gesmookt transparante panelen. De 'poten' van de toren staan in een om de brandweerkazerne die als oud-Limburgse hoeve gebouwd is. Eén poot staat op de binnenplaats, de andere poot staat voor het gebouw en de resterende twee doorsnijden de voorgevel. Door de nauwe samenwerking is kunst hier optimaal met verschillende gebruiksfuncties gecombineerd. In de 22 toren kunnen 200 slangen hangen. Een droogtoren was destijds noodzakelijk voor de levensduur van de slangen en uit bedrijfzekerheid. Toentertijd waren de relatief dure slangen nog vaak gemaakt van natuurlijke materialen zoals vlas of katoen. Deze slangen moesten na bluswerkzaamheden gewassen en gespoeld worden. Na de grondige schoonmaakbeurt verdwenen de slangen dan in de slangentoren waar ze verticaal werden opgehangen om te drogen. Als dat niet goed gebeurde kon er schimmelvorming optreden. Omdat de tegenwoordige slangen van een soort kunststof zijn gemaakt hoeven deze niet meer te drogen. Ze worden schoongespoten en vervolgens in de brandweerwagen opgerold.

Aan de buitenzijde van de toren zijn verschillende terrassen aangebracht, waarop gevaarlijke manoeuvres geoefend werden. Leerlingen van het CIOS konden de toren gebruiken om abseilen te oefenen. Daarnaast was de Slangentoren ook bedoeld om visueel de aandacht te trekken, het moest een herkenningsbaken zijn van de brandweer. In het kunstwerk ontmoeten de kunstopvattingen uit de jaren zestig en de jaren tachtig elkaar. In de zestiger jaren heette het dat kunst een verbetering van de leefomgeving moest zijn, terwijl in de jaren tachtig een kunstwerk een ruimte identiteit gaf en een geïntegreerd deel was van de omgeving waar het deel van uitmaakte.

Kunstenaar

Leonardus Petrus Paulus (Lon) Pennock werd op 22 mei 1945 geboren in Den Haag. Hij volgde zijn opleiding van 1962 tot 1967 beeldhouwkunst aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag. Vervolgens  studeerde hij tot 1968 met een Franse beurs voort aan de Ecole Nationale Supérieure des Beaux-Arts in Parijs. Pennock is als traditioneel beeldhouwer opgeleid, maar veranderde snel in een abstracte, zelfs minimalistische kunstenaar. Gedurende zijn hele carrière heeft hij zich gewijd aan een zorgvuldig onderzoek van het materiaal en aan de wijze waarop het beeld zich verhoudt tot zijn omgeving.

In 1969 ontving hij zowel de Buys van Hulten-prijs als de Jacob Maris aanmoedigingsprijs. In 1973 en 1979 werd hem een beurs toegekend door het Ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk.

Laatste Update maandag, 03 april 2017