Berg van licht
Plaats: Almere
Locatie: Couperusweg
Kunstenaar: Jan Wolkers
Materiaal: roestvrijstaal, glas
Jaar: 1998
Beschrijving:
In opdracht van de projectontwikkelaars Amstelland Vastgoed en Bouwfonds Woningbouw vervaardigde kunstenaar Jan Wolkers een glaskunstwerk voor de Literatuurwijk (voorheen Couperus Parc) in Almere Stad. Het kunstwerk is geplaatst in het water van de singel tussen de Annie M.G. Schmidtstraat en de Godfried Bomansstraat ter hoogte van de Willem Elsschotstraat. Ter gelegenheid van de oplevering van de wijk wordt het object aan de Gemeente geschonken.
Op 16 oktober 1998 onthult Burgemeester Hans Ouwekerk het glasobject "De Berg van Licht". De titel van het kunstwerk is ontleend aan het gelijknamige boek van Louis Couperus, dat echter weinig uitstaande heeft met het beeld. Het object bestaat uit drie, 3 m hoge dragers van roestvrijstaal, geplaatst op een roestvrijstalen sokkel. Elke drager wordt onderbroken door drie dubbele, grote driehoekige omhoogstekende glazen uitsteeksels. De kunstenaar heeft plat glas gebruikt in zijn natuurlijke kleur. Het glasobject reflecteert het licht, het water en het weer. 's Avonds leeft het kunstwerk door de ingebouwde verlichting. Het kunstwerk is vervaardigd bij het Amsterdamse glasbedrijf Van Tetterode dat gespecialiseerd is in het maken van glasobjecten.
De sculptuur in Almere is een variatie op het basisidee van het vredesmonument in Doesburg (1993).
In juli 1999 werd de sculptuur 'De Berg van Licht' door vandalen zwaar beschadigd. Inmiddels is het kunstwerk weer gerepareerd en 'hufter-bestendig' gemaakt.
Kunstenaar
De schrijver, dichter en kunstenaar Jan Wolkers werd op 26 oktober 1925 in Oegstgeest geboren. Hij groeide op in een streng gereformeerd gezin. Wolkers tekende graag en had grote bewondering voor de natuur. Hij wilde, net als zijn oom, bioloog worden. Zijn schoolresultaten waren goed, hij had de capaciteiten voor de HBS. Maar als zoon van een middenstander ging hij naar de ULO. Uit protest voerde hij daar niets uit en werd na enkele maanden van school gehaald. Hij ging zijn vader in de winkel voor levensmiddelen helpen. Net voor de oorlog werd de winkel gesloten. Jan Wolkers heeft allerlei baantjes gehad. Hij was onder andere dierenverzorger en tuinman. In 1941werd hij zich bewust dat hij met tekenen door wilde. Overdag werkte hij, 's avonds ging hij naar da Avondtekenschool in Leiden In 1943 duikt hij onder en bezoekt tot aan de honger winter de Leidse schilderacademie Ars Aemula Naturae. Daar volgde hij teken- en schilderlessen. Na de oorlog vervolgt Wolkers van 1 oktober 1945 tot zomer 1948 zijn opleiding aan de Haagse Academie voor beeldende kunst. Van 1949 tot 1953 studeerde hij beeldhouwkunst aan de Rijksacademie in Amsterdam. Hier heeft hij les van professor Piet Esser en Cor Hund. Hij bekwaamt zich in tekenen naar model, in het hakken in steen en hout, in het boetseren in klei van portret en naakten en in gips- en brons gieten. In 1950 verhuist Wolkers met zijn eerste vrouw en kinderen naar Amsterdam waar hij zijn intrek neemt in een atelierwoning aan de Zomerdijkstraat.
Tijdens een studiejaar (1957) bij de beroemde kunstenaar Zadkine in Parijs begon Wolkers te schrijven. Door zijn succes als schrijver hoeft hij vanaf 1962 geen gebruik meer te maken van de contraprestatieregeling, een steunregeling voor kunstenaars.
De artistieke loopbaan van Jan Wolkers is in drie fasen in te delen: Rond 1960 ruilde hij de traditionele figuratieve beelden in voor abstracte materieschilderijen. In 1980 verhuisde Jan Wolkers van Amsterdam naar Texel. In deze nieuwe omgeving kreeg Jan Wolkers weer interesse voor de beeldhouwkunst. Hoewel Wolkers bleef schrijven kwam de nadruk op de beeldende kunst te liggen.
Zijn bekendste beeldhouwwerk is het Auschwitzmonument op de Nieuwe Oosterbegraafplaats in Amsterdam. Over dit monument heeft Wolkers geschreven: "Voorgoed kan op deze plaats de hemel niet meer ongeschonden weerspiegeld worden". Het monument is al drie keer door vandalen vernield. Ander werk van Jan Wolkers vind je in de Couperuswijk in Almere (de Berg van Licht) dat ook al zwaar beschadigd raakte.
Op 1 mei 2003 werd op Texel een monument onthuld voor Jac. P. Thijsse. De constructie heeft Jan Wolkers bedacht met vandalisme in het achterhoofd. "Als ze er iets aan kapotgooien, dan kost het vervangen een paar duizend gulden, want het is op onderdelen te vervangen" zegt de kunstenaar.
In een interview in Het Parool van 26 april 2003 zegt Wolkers: "Ik schrijf alleen wanneer ik daartoe de noodzaak voel. Ik kan zoveel, schilderen, beeldhouwen, al die dingen. Er zijn mensen die van hun pen moeten leven. Dat zou ik toevallig wel gekund hebben, maar ik heb er nooit naar gestreefd. En zo'n opdracht voor een monument komt me aanwaaien. Ik schrijf me nooit in voor opdrachten, dat komt vanzelf".
Jan Wolkers vindt dat een beeld ook zonder interpretatie (verklaring) moet kunnen. Dat het op zichzelf een mooi ding moet zijn. Een beeld moet altijd iets voorstellen. Niet in de zin van "een voorstelling" maar het moet betekenis hebben, al is het maar betekenis voor de ruimte waar het geplaatst is. Anders is het zinloos. Zin en schoonheid moeten hand in hand gaan.