Gevelsteen Leegwater

Gevelsteen Leegwater
Gevelsteen Leegwater Gevelsteen Leegwater Gevelsteen Leegwater

Plaats: Emmeloord

Locatie: Bedrijfsweg 42-44

Kunstenaar: Hans 't Mannetje

Materiaal: Bianco del Mare (kalksteen)

Jaar: 1992

Beschrijving:

Op de scheiding van de panden op nummer 42 en 44 aan de Bedrijfsweg is een gevelsteen ingemetseld die gemaakt is door beeldhouwer Hans ’t Mannetje. Het toepassen van gevelstenen is een oud gebruik dat dateert uit de 16e eeuw, de tijd dat er nog geen huisnummers werden toegepast en veel mensen niet konden lezen. Een gebouw was toen onder meer herkenbaar aan een gevelsteen, een plaat met een inscriptie en vaak een in reliëf uitgevoerde emblematische voorstelling, een kleine afbeelding met een kernachtige spreuk. De steen vertelde vaak iets over (het beroep van) de bewoner of de historie van het gebouw. Daarmee kreeg ieder pand een eigen gezicht.

Achter iedere gevelsteen die 't Mannetje maakt zit een verhaal, geworteld in de geschiedenis. Hier in Emmeloord refereert hij aan de drooglegging van de Noordoostpolder. Op het bas-reliëf staat een leeggegooide emmer afgebeeld. Op de onderrand is het woord LEEGWATER in romeinletters uitgehouwen. De kalkstenen gevelsteen verwijst naar Jan Adriaenz. Leeghwater, Nederlands beroemde waterbouwkundige en molenbouwer, die leefde van 1575 tot 1650. Hij was betrokken bij diverse droogmakerijen, zoals de Beemster, de Purmer, de Wormer en de Heerhugowaard. Leeghwater werd geboren als Jan Adriaenz. De naam Leeghwater heeft hij pas op latere leeftijd aangenomen. Hij maakte van hoog water, laag water en al spoedig veranderde dit 'laag water' in de naam Leeghwater. De schrijfwijze van de naam is niet duidelijk. Zelf schreef hij zijn naam als LEEGWATER. 

Een gevelsteen is bij 't Mannetje nooit 'een plaatje met een reliëfje'. Hij speelt graag met taal en beeld. Door de lettergreepvolgorde van LEEGWATER te veranderen krijg je LEEG-ER-WAT, in dit geval een emmer die het zinnebeeld van de Noordoostpolder is. De gevelsteen is gepolychromeerd, de rand en fond zijn crèmekleurig, de emmer zwart met een zilveren hengsel en de letters zwart. Bron: Gevelstenen van Hans 't Mannetje.

Aan Bedrijfsweg 66-68 staat voor het verzamelgebouw een trapeziumvormig bakstenen muur waarin de gevelsteen 'OVERVLOED' gemetseld is. Ook hier is een emmer afgebeeld als zinnebeeld van de Noordoostpolder.

Kunstenaar

Johan George (Hans) ’t Mannetje is op 9 september 1944 in Hillegom geboren. Na een jaar op de Kunstnijverheidsschool in Amsterdam te hebben gezeten werd hij in 1961 leerling beeldhouwen bij beeldhouwster Liesbeth Sayersin Bennekom. Van 1962 tot 1964 studeerde hij aan de beeldhouwafdeling van de Rijksacademie voor beeldende Kunsten in Amsterdam. Na de academie ging 't Mannetje in de restauratie werken omdat hij vond dat je als beeldhouwer veel kon leren van wat men vroeger maakte. Van 1964 –1965 is hij steenhouwersleerling en uitvoerder bij de laatste Amsterdamse Stadsbeeldhouwer Hildo Krop.

Als jonge beeldhouwer restaureerde hij oude monumenten en herstelde of kopieerde ornamenten. Zo leerde ‘t Mannetje met grote brokken steen om te gaan. Hans 't Mannetje maakte ook enkele vrijstaande beelden. In 1962 hakte hij twee marmeren sfinxen naar historisch voorbeeld voor de ingang van het Wertheimpark in Amsterdam. Rond 1970 maakte hij zijn eerste gevelsteen. In 1984 vervaardigde hij "de Grenspaal", ook wel de "zuildragende schilpad" genoemd, voor de Sint Antoniesluis in Amsterdam. In de periode 1968-1986 was 't Mannetje de drijvende kracht achter het restauratieatelier op Uilenburg, waar hij talrijke jonge mensen heeft opgeleid in het stijlzuiver ambachtelijk restaureren van gebeeldhouwde bouwfragmenten. Toen het atelier in 1986 door de gemeente Amsterdam werd opgeheven vestigde 't Mannetje zich in Dronten als zelfstandig beeldhouwer. Later verhuisde hij naar Zutphen en vervolgens naar Dieren.

Hans 't Mannetje haalde het genre uit de sfeer van de Oud-Hollandse nostalgie, kwam tot vernieuwing van het medium en voorzag de gevelstenen van een eigen gramatica. Hij ontwikkelde een emblematiek van woordspelingen en verwijzingen in nieuwe gevelstenen als een tak van hedendaagse beeldhouwkunst. Hij gaf onverwachte wendingen aan vertrouwde begrippen en zegswijzen, bracht bijbelteksten en spreekwoorden tot leven met hedendaagse voorwerpen, maar koppelde even gemakkelijk bijna vergeten ambachten en gereedschappen aan actuele verschijnselen. Als je een woord hoort zie je direct een beeld, maar 't Mannetje zocht juist een ander woord dat bij dat woord past, een zinnnebeeld. Hans 't Mannetje vertelde; "Ik heb dit vak gekozen toen ik in de jaren '60 beeldhouwkunst studeerde in Amsterdam. Daar waren ook gevelstenen bij en dat onderwerp boeide mij". 't Mannetje was één van de weinige kunstenaars in Nederland die gevelstenen maakte. Wellicht was hij de enige die deze kunst als dagtaak had. Hij hakte zijn gevelstenen uit Bianco del Mare, een lichte harde kalksteen uit het Middellandse Zeegebied. Door het hele land kom je ze tegen, in Amsterdam ruim zeventig en in Flevoland vindt je een tiental in Dronten en twee in Emmeloord.

In 1998 zei Hans 't Mannetje: "Mijn opdracht is gevelstenen hakken. Voordat ik dood ga wil ik er driehonderd maken". Hij heeft niet de tijd gehad om zijn levenswerk te voltooien. Op 2 mei 2016 overleed Hans 't Mannetje op 72- jarige leeftijd aan de gevolgen van longkanker. Hij heeft in totaal 230 gevelstenen vervaardigd.

Laatste Update zondag, 20 augustus 2017