Gevelreliëf voormalig Postkantoor

Gevelreliëf voormalig Postkantoor
Gevelreliëf voormalig Postkantoor Gevelreliëf voormalig Postkantoor Gevelreliëf voormalig Postkantoor Gevelreliëf voormalig Postkantoor Gevelreliëf voormalig Postkantoor Gevelreliëf voormalig Postkantoor Gevelreliëf voormalig Postkantoor

Plaats: Emmeloord

Locatie: Julianastraat 41

Kunstenaar: A. Kompter / Berend Hendriks

Materiaal: baksteen / beton en mozaïeksteentje

Jaar: 1952 /1954

Beschrijving:

In 1952 kwam op de hoek van de Julianastraat en de Goudenregenstraat het postkantoor, officieel Rijkstelefoonkantoor, met aangebouwde niet geautomatiseerde telefooncentrale tot stand naar een ontwerp van architect Auke Kompter (1904 -1982). De gevels van het postkantoor zijn opgetrokken uit rode baksteen. Het gebouw is opgebouwd uit een aan de buitenkant zichtbare betonconstructie. Deze verdeelt de voorgevel in drie verticale vlakken. De heldere symmetrie van de voorgevel is typerend voor de vormgeving van de wederopbouwperiode in Nederland. Omdat de gevel geen dragende functie heeft, was het mogelijk om het midden van de inspringende gevel te voorzien van siermetselwerk in koppenverband. Vooral in de eerste jaren na de oorlog werd baksteenreliëf toegepast als accentuering van de belangrijkste façade of de ingangspartij van een gebouw.

Wilde je in de begin jaren bellen, dan moest je eerst contact opnemen met het Rijkstelefoonkantoor. Op 13 juli 1954 werd de Noordoostpolder aangesloten op het automatische telefoonnet. Dat moest voor iedereen zichtbaar zijn. De wettelijke percentageregeling voor overheidsgebouwen, die inhield dat 1,5% van het bouwbudget moest worden besteed aan speciaal voor het gebouw gemaakte en hiermee verbonden kunstwerken, bood hiervoor de ruimte. In 1945 was de Dienst Esthetische Vormgeving (DEV) van het staatsbedrijf der PTT opgericht die verantwoordelijk was voor alle representatieve uitingen van de PTT, zoals o.a. kunst in en aan gebouwen. In opdracht van de DEV heet de kunstenaar Berend Hendriks een kunstwerk vervaardigd dat is samengesteld uit negen betonnen onderdelen. Voor het los gegoten reliëf heeft hij het beton in gipsen mallen gestort, die na het uitharden werden verwijderd. Na afwerking zijn de elementen voor het siermetselwerk bevestigd. Het kunstwerk onderstreept de functie van het gebouw, postduiven vliegen op en een vrouwsfiguur zit ontspannen te telefoneren. Hendriks combineerde betonreliëf met mozaiëk. In de vrouwsfiguur en de duiven zijn in het beton blauwe, rode, witte en zwarte mozaïeksteentjes ingelegd om het kunstwerk kleur te geven. De overige elementen hebben een gladde gezandstraalde toplaag. Het kunstwerk is plat, de suggestie van ruimte heeft de kunstenaar verkregen door overlapping toe te passen. Het kunstwerk ademt de sfeer uit van optimisme en gedrevenheid die de naoorlogse jaren kenmerkt. Omdat het reliëf later is toegevoegd vormt het, in tegenstelling tot de baksteendecoratie, geen constructieve en architectonische eenheid met het gebouw. Het betonreliëf is een kenmerkende monumentale kunstvorm voor de wederopbouwperiode omdat het in Nederland een nieuwe techniek was.

Tijdens de bouw zijn in het interieur van het postkantoor twee kunstwerken aangebracht. Boven de ingang bevindt zich een kunstwerk van de beeldhouwer Fred Carasse (1899-1969) uit Amsterdam. Hij heeft enkele naaktfiguren afgebeeld. Allereerst een vrouw in liggende houding die postduiven loslaat. Iets hoger nog een vrouw die eveneens duiven loslaat. Dan een ster als symbool van alle windstreken waarheen de post verzonden wordt. Nog iets meer naar boven is een atletisch figuur afgebeeld. Hij beeldt de snelheid uit waarmee de verzending van de post geschiedt terwijl daarboven de zon wordt uitgebeeld. Berend Hendriks heeft op de achterwand een schildering gemaakt. De hoofdkleur is blauw, variërend van blauw-Grijs tot blauw-groen. Een symbolische uitbeelding van de taak van de post in heden en verleden. Aan de linkerzijde van de wand staat een afbeelding van schepen onder water. De netten daarbij drukken uit wat de zee genomen heeft en wat er na de drooglegging weer aan het licht is gekomen. Iets meer naar het midden zijn drie generaties afgebeeld. Een grootmoeder met op haar schoot een kleinkind. Haar dochter staat met een brief in haar hand. Aan de andere kant staat haar man verlangend uit te kijken naar bericht van zijn vrouw. De man is een symbool van de tegenwoordige tijd, hij bevindt zich midden in het nieuwe land, waar Nahamosspanten zichtbaar zijn, geconstrueerde houten spanten zoals die bijvoorbeeld gebruikt zijn bij de bouw van het postkantoor. Een ploeg en andere landbouwwerktuigen completeren het beeld van toentertijd.

Bij een verbouwing in 2007-2009 is een verlaagd plafond aangebracht waardoor de kunstwerken aan het oog zijn onttrokken. Het gebouw heeft geen monumentale status. Daarmee zijn de kunstelementen kwetsbaar. Als het gebouw gesloopt wordt, zijn ook de kunstwerken verdwenen.

Bron ansichtkaart: ansichtkaartenvandezeebodem.nl. Met dank aan Jan de Jong voor de toestemming de kaart te mogen gebruiken.

Kunstenaar

Berend Hendriks is op 9 juli 1918 in Apeldoorn geboren. Hendriks was zoon van een boomkweker en moest net als zijn vader boomkweker worden. Hij volgde de tuinbouwschool in Boskoop, maar koos uiteindelijk voor een loopbaan in de beeldende kunst. Hij volgde een opleiding aan de Rijksnormaalschool voor tekenleraar in Amsterdam. Aanvankelijk werkte hij als schilder, maar nadat hij onder invloed kwam van het constructivisme legde hij zich toe op monumentaal werk. Tijdens de oorlogsjaren werd hij opgeleid tot monumentaal kunstenaar aan de Rijksakademie van Beeldende Kunsten in Amsterdam, waar hij les kreeg van proffessor Heinrich Campendonk. Dat was in die periode de afdeling die zich richtte op de inbreng van kunst in gebouwen. Na zijn opleiding ontwikkelde hij zich tot een veelzijdig kunstenaar. Hendriks behoorde tot de figuratief werkende Realisten die traditionele decoratieve toevoegingen maakten. Later werd zijn werk abstracter en expressionistischer. Na de oorlog zag Hendriks het als een taak van de monumentaal werkende kunstenaar om uitdrukking te geven aan de idealen van het samengaan van architectuur met de dienstbaarheid aan de samenleving. In de periode 1949 – 1965 voerde hij meer dan honderd monumentale opdrachten uit in verschillende technieken. Zijn specialiteiten waren: glas-in-lood, glas-in-beton, glasappliqué, glas- en baksteenmozaieken, wandschilderingen, mozaïeken, sgraffito’s, linoleumintarsia’s, wandkleden en sculpturen in beton en metaal. In de jaren vijftig was Hendriks één van de weinige kunstenaars, misschien wel de enige, die zich bezighield met glas in betonramen. Glas-in-loodramen, glas-in-betonramen en glasappliqué ramen maakten de helft van het monumentale werk uit. In de bloeitijd had  Hendriks in zijn eigen atelier vijf medewerkers in dienst die hielpen de werken uit te voeren. Bij veel bouwopdrachten o.a. van het architectenbureau Nielsen, Spruit en Van der Wielen, werd hij als kunstenaar betrokken.

Begin jaren zestig begon Berend Hendriks teleurgesteld te raken over de resultaten van de samenwerking tussen beeldend kunstenaars en architecten. Bij het tienjarige bestaan van de Vereniging van Beoefenaars der Monumentale Kunsten in 1962 constateerde hij: "Tien jaren na de oprichting doet het vele dat tot stand is gekomen, en ook wat niet bereikt is, ons beseffen dat van het aanvankelijke idealisme van het begin niet veel is overgebleven. De idealen van vorige generaties zijn niet meer de onze". De tijdgeest veranderde, de ontkerkelijking zette zich in en de wederopbouw was geleidelijk aan voltooid. Hendriks hief zijn atelier voor monumentale kunst op en verbond zich in 1965 als docent monumentale vormgeving aan de kunstacademie in Arnhem. Samen met collega docent Peter Struycken ontwikkelde hij een nieuwe visie op kunst voor de openbare ruimte. Hun omgevingsvormgeving werd een nieuw specialisme, dat landelijk ingang vond. Hendriks en Struycken beoogden een functionele samenhang tussen kunsttoepassing en gebouw of omgeving. Kunst moest niet alleen verfraaien, maar vooral een bijdrage leveren aan de leefbaarheid van de plek. Daarbij moest rekening gehouden worden met de functie van de ruimte en de belevingswereld van de gebruiker. Tijdens zijn docentschap vond Hendriks hernieuwde inspiratie als kunstenaar, waarbij hij veelvuldig terugviel op oud testamentische thema’s. Vooral het gevecht van Jacob met de engel intrigeerde hem. Het is een regelmatig weerkerend thema in zijn werk, teruggebracht tot de abstracte vormen van het constructivisme. Zowel in zijn monumentale werken als in series autonome werken onderzocht hij de werking die kleurpatronen, geometrische vormen, ritmes en bewegingen op elkaar hebben.

In de Noordoostpolder heeft Berend Hendriks ramen ontworpen voor de Nederlands Hervomde kerk in Ens (1952), voor het Protestants Kerkcentrum in Kraggenburg (1954), voor de Hervormde kerken in Luttelgeest, Creil (1956/57) en Nagele (1959/60) en wandschilderingen in- en een reliëf aan het voormalige postkantoor in Emmeloord (1952-1954). In Ens is ook een baksteenmozaïek van zijn hand (1952). In Almere staat het autonome kunstwerk 'De Kus' uit 1984.

Hendriks overleed op 79-jarige leeftijd op 6 augustus 1997 in Arnhem. 

Laatste Update vrijdag, 24 maart 2017