Fluitspeler

Fluitspeler
Fluitspeler Fluitspeler Fluitspeler Fluitspeler Fluitspeler

Plaats: Emmeloord

Locatie: Prof. ter Veenstraat

Kunstenaar: Gerard Bruning

Materiaal: beton

Jaar: 1962

Beschrijving:

Op een vierkante grondplaat staat het figuratieve kunstwerk 'Fluitspeler". De fluitspeler toont een grove vormgeving met weinig detail's, maar aandacht voor het totaal. De werkwijze en het materiaal maakten dat noodzakelijk omdat de figuur gegoten is van beton. De beeldhouwer Gerard Bruning heeft de huid ruw gelaten door het beton zodanig met een slaghamer te bewerken dat een oppervlak met regelmatig verspreide puntjes ontstond. Dit noemen we boucharderen

Bruning werd in de eerste helft van de jaren zestig van de twintigste eeuw geïnspireerd door het Oude Griekenland en heeft hier een aulos-speler afgebeeld. De muzikant bespeelt een dubbele fluit die al bespeeld werd door de Grieken en Etrusken in de 6e eeuw voor Christus. Het is geen traditionele afbeelding van de werkelijkheid, de aulos-speler is gestileerd vormgegeven. Geen man, geen vrouw maar een mensfiguur zit op het linkerbeen en heeft het rechterbeen gebogen. Het lichaam is rond en bijna kinderlijk weergegeven. De ronde vormen geeft het beeld, ondanks het harde materiaal, een zachte uitstraling. De fluitspeler in Emmeloord was de tweede aulos-speler die Bruning maakte. Rond 1960 ontwierp hij een liggende fluitspeler, die gedetailleerder is vormgegeven. Deze aulos-speler, die eveneens van beton was gegoten, werd aan de Hogeschoollaan in Tilburg geplaatst bij de Katholieke Hogeschool, tegenwoordig Universiteit van Tilburg.

Door gebruik te maken van de percentageregeling beeldende kunst zijn vooral in de jaren 1960 en 1970 veel kunstwerken bij scholen geplaatst. Men vond het toentertijd belangrijk om de opgroeiende jeugd in aanraking te brengen met beeldende kunst. 'Fluitspeler' is daar een schoolvoorbeeld van. In 1962 kocht de gemeente Noordoostpolder dit kunstwerk en plaatste het voor de toenmalige Prof. Kohnstamm-ULO aan de Jansmalaan. In 1986 gingen de Gemeentelijke Technische School, de Prof. Kohnstamm-ULO en het Prof. ter Veen Lyceum op in het Zuyderzee College. Toen het schoolgebouw aan de Jansmalaan gesloopt werd is het kunstwerk 'Fluitspeler' verplaatst naar de Prof. ter Veenstraat, genoemd naar de Amsterdamse sociograaf en hoogleraar geografie en voorzitter van de Zuiderzeevereniging Henri Nicolaas ter Veen. Daar is het geplaatst voor het B-gebouw van het Zuyderzee College. Tijdens de officiële opening van het gerenoveerde schoolgebouw is het beeld op 28 januari 2003 onthuld door de toenmalig wethouder van onderwijs, mevrouw Tineke bij de Vaate. Het thema van de feestelijke middag was "Het Zuyderzeecollege fluitend de toekomst tegemoet". In augustus 2016 is de naam van de school veranderd in Zuyderzee Lyceum. De nieuwe naam is een knipoog naar de oude naam van de school, het Prof. ter Veen Lyceum.

In juli 2006 startte het bouwproject Tibias aan de Jansmalaan, daar waar vroeger de Prof. Kohnstamm-ULO (later MAVO) stond. De naam Tibias (vierde naamval meervoud van het woord tibia, de Latijnse benaming van aulos) herinnert aan het kunstwerk 'Fluitspeler' dat zo'n 40 jaar op deze plek heeft gestaan. Het project behelsde drie appartementencomplexen van 4, 3 en 2 bouwlagen die de namen Fagot, Klarinet en Piccolo kregen. De namen van de gebouwen herinneren eveneens aan het kunstwerk 'Fluitspeler'. De aulos kan gezien worden als de voorloper van de blaasinstrumenten klarinet en fagot waaraan de appartementencomplexen hun naam te danken hebben. De aulos was er in twee soorten, één met één pijp met een enkelriet zoals de klarinet en één met twee pijpen met dubbelrieten zoals de fagot. De aulos met enkelriet was erg zeldzaam, die met dubbelriet daarentegen was heel erg populair.

Kunstenaar

Gerard Maria Bruning is op 30 oktober 1930 in Nijmegen geboren. Hij was de zoon van de katholieke dichter en essayist Henry Bruning en vernoemd naar zijn oom, de op 28-jarige leeftijd gestorven dichter en essayist. Bruning volgde het gymnasium aan het Canisiuscollege te Nijmegen. Van 1947 - 1952 studeerde hij aan Het Genootschap Kunstoefening in Arnhem, ook wel de Academie Kunstoefening genoemd, aanvankelijk als edelsmid later in de monumentale richting waar hij les had van de beeldhouwer Gijs Jacobs van den Hof. Gerard Bruning maakte kennis met klei bij de pottenbakkers in Cuyk, waar hij enige jaren in zijn levensonderhoud voorzag door het maken van decoraties op vazen en schalen. Na een grote reis vestigde Bruning zich in december 1955 in Cuijk. In 1957 leerde hij Wilna Haffmans kennen, die aan de academie de opleiding beeldhouwen volgde bij de beeldhouwer Cephas Stauthamer. Na haar afstuderen in 1959 trouwen ze. Bruning was schrijver, schilder, fotograaf, beeldhouwer en graficus. Als beeldhouwer had hij een sterke voorkeur voor de materialen beton, brons en steen. In de jaren 1960 werd Bruning in zijn werk geïnspireerd door het Oude Griekenland, getuigen de beelden Europa op de stier (1965), Zeus en Europa (1965), Leda en de zwaan en de beelden van Icarus (1965 en 1966). In 1966 is er een ommekeer in het werk van Gerard Bruning te zien. Werkte hij tot dat jaar figuratief, na die tijd wordt zijn werk steeds abstracter en verdwijnt de Griekse inspiratie uit de titel. Omstreeks 1980, na de scheiding van zijn vrouw, vertrok Bruning uit Cuijk. Na een kort verblijf in Horssen vestigde hij zich in Utrecht waar hij zich wijdde aan schrijven, schilderen en werken met klei.

In 1958 kreeg Bruning de Karel de Grote-prijs voor beeldhouwkunst en toegepaste kunst van de gemeente Nijmegen. De prijs bestond uit een oorkonde en een bedrag van ƒ 1000,-, omgerekend ongeveer € 454,-. De prijs werd toegekend vanwege de grote verwachtingen die het werk van de toen 28-jarige kunstenaar kenmerkte en de geheel eigen stijl. Gerard Bruning realiseerde in de loop der jaren vele opdrachten in de openbare ruimte zoals in Nijmegen, Cuijk, Nieuwegein, Emmeloord en in Dronten. Op 8 februari 1987 overleed Gerard Bruning op 56-jarige leeftijd in Utrecht.

Laatste Update vrijdag, 03 februari 2017