1942 -

1942 -
1942 - 1942 - 1942 - 1942 - 1942 -

Plaats: Emmeloord

Locatie: Deel 23

Kunstenaar: Hans Petri

Materiaal: epoxyhars en beton

Jaar: 1966

Beschrijving:

Op de Deel staat een 4,45 m breed kunstwerk uit 1966. Dit kunstwerk dankt de gemeente aan de landelijke percentageregeling beeldende kunst die voorschreef dat 1% van de bouwkosten van overheidsgebouwen aan kunst besteed kon worden. Het Domeinkantoor werd tussen 1956 en 1959 gebouwd naar een ontwerp van architect S.J. van Embden. Op 10 oktober 1963 werd het Domeinkantoor door de Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders, sinds 10 december 1962 de opvolger van de Directie Wieringermeer, overgedragen aan het Rentambt der Domeinen. Ter gelegenheid van deze overdracht verstrekte de Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders aan de kunstenaar Hans Petri de opdracht voor een kunstwerk. Aan de beelden die bij overheidsinstellingen en scholen in Noordoostpolder geplaatst werden, waren destijds voorwaarden gesteld. Zij moesten de elementen symboliseren die de polder tot polder maakte: water, grond, zee, lucht, arbeid, oogst. Omdat men zich realiseerde dat het 'riskant' was om in deze nieuwe gemeenschap iets neer te zetten dat iets specifieks voorstelde koos men voor de uitvoering meestal voor abstracte kunst. De voor die tijd nieuwe kunst paste bij het nieuwe land.

Het kunstwerk werd in juli 1966 naast het Domeinkantoor geplaatst. Op 23 december 1966 werd het kunstwerk officieel door de Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders overgedragen aan de gemeente Noordoostpolder. In zijn toespraak zei de op 1 december 1964 gepensioneerde ir. A.D. van Eck: "Iedereen mag er in zien wat hij of zij wil, maar mij spreekt de plastiek aan als vorm van kracht, spanning, groei, een knop die nog ontloken is, een plant in de groei". De heer van Eck was van mening dat "in den beginne" van de Noordoostpolder een meetpaal van een meter of tien hoog eigenlijk de eerste plastiek was op de polderbodem. Nu had ook de laatste daad van de Rijksdienst te maken met een plastiek en er is een onmiskenbaar verband tussen de eerste en laatste plastiek. Overigens was hij niet zo tevreden over de plek van het kunstwerk. Hij zag het liever in een kunstmatige vijver, in de nabijheid van het toekomstige gemeentehuis, ergens midden op De Deel. Foto's van de overdracht tonen aan dat toentertijd op de sokkel '1942 - 1962' stond. Tegenwoordig is het jaartal 1962 verdwenen en staat er alleen nog 1942 -. Tussen 1942 en 1962  heeft de Directie Wieringermeer afdeling Noordoostpolderwerken de nieuwe polder ontgonnen, ingericht en opgebouwd. Het kunstwerk is het symbool van wording en stelt het groeiproces van de Noordoostpolder voor vanaf het tijdstip dat deze op 9 september 1942 droogviel tot het moment dat de polder op 1 juli 1962 als gemeente Noordoostpolder bestuurlijke zelfstandigheid kreeg. De rijksverantwoordelijkheid werd beëindigd, de Directie Wieringermeer had de werkzaamheden afgerond en het beheer van zijn bezittingen overgedragen aan het Rentambt der Domeinen.

Het kunstwerk 1942-(1962) weegt 700.000 kg. De kern is gegoten van epoxy (kunsthars) en afgewerkt met spuitbeton. De vrijstaande sculptuur doordringt en verovert de ruimte. Het beeld heeft een open vorm en een levendige huid. Omdat de expressieve vormen in verschillende richtingen de ruimte insteken, spreken we van een ruimte-veroverende sculptuur. Hans Petri heeft het kunstwerk een relatie met zijn omgeving laten aangaan. 

Op 7 oktober 2014 heeft de gemeenteraad besloten krediet beschikbaar te stellen voor de verplaatsing van het kunstwerk '1942 -' in verband met realisering werkzaamheden Stadshart. De nieuwe locatie wordt de grasstrook bij de kruising Espelerlaan – Koningin Julianastraat. Hier is een rotonde gepland. Als deze in 2015 gerealiseerd is kan het kunstwerk worden verplaatst. Op de nieuwe locatie komt het kunstwerk beter tot zijn recht en blijft de verbinding met het oude Domeinkantoor behouden. De geraamde kosten voor het verplaatsen van het kunstwerk zijn begroot op € 8995,-.

Kunstenaar

Johannes Philip Laurens (Hans) Petri is op 1 december 1919 in Weerslo geboren. Zijn vader was dominee en op 4 jarige leeftijd verhuisde het gezin naar Dordrecht. Door de vriendenkring van zijn ouders werd bij Hans belangstelling voor natuur en tekenen gewekt. In 1941 ging hij in Amsterdam biologie studeren, maar stapte na een jaar over op een studie beeldhouwen en grafiek aan de Academie voor Beeldende Kunsten in Rotterdam (1942-1944).

In 1942 had Petri, samen met een aantal studiegenoten, een atelier in "Teekengenootschap Pictura" in Dordrecht. In zijn begin jaren vervaardigde hij kleine figuratieve beelden die het dagelijks leven of religie tot onderwerp hadden. Tussen 1946 en 1949 maakte hij tekeningen, aquarellen en gouaches voor het Stadsarchief van straten en plekjes in Dordrecht. Later ontwierp hij enkele monumenten zoals het oorlogs- en bevrijdingsmonument 'De levensboom' (1952) in Dordrecht, het Indië-monument 'Het verre Oosten 1941-1945 (1959) in Enschede en het 'Spuisluismonument - herinneringsmonument watersnoodramp 1953 (1960) in Schiedam. Daarnaast maakte hij gevelsculpturen en wandplastieken, maar vervaardigde ook vrijstaande sculpturen die hij een relatie met hun omgeving liet aangaan. Petri werkte zowel abstract als figuratief op expressieve en/of gestileerde wijze. In 1962 betrok hij, samen met zijn vrouw de keramiste Geertje Petri-Eijskoot (1922-2012), een boerderij in Echteld. Eind jaren zestig ging Petri zich steeds meer toeleggen op het vormgeven van de omgeving van gebouwen, onder andere het Fonteinlandschap (1973) voor Het Albert Schweitzer-Ziekenhuis in Dordrecht.

In 1971 werd de opdracht voor een ontwerp voor een nationaal monument in Den Haag ter nagedachtenis aan Koningin Wilhelmina aan architect Frans van Dillen, beeldhouwer Jan Maaskamp en Hans Petri verleend. In de opdrachtformulering van de adviescommissie stond onder andere dat het om een gedecentraliseerd project ging dat zou kunnen leiden tot een 'weg' door het gegeven gebied. Petri en Dillen besloten samen te werken en maakte een ontwerp voor een 'Keienlint'. De route van het 675 meter lange 'voetspoor' van grote en kleine veldkeien zou beginnen en/of eindigen met een bronzen kei op het plein bij de Grote Kerk en een stenen kei op het Binnenhof. De bronzen kei moest een centrale plaats innemen en in de huid ervan zouden in reliëf nader te kiezen teksten van Wilhelmina worden gegraveerd en ook één of meerdere portretten. Koningin Juliana zou destijds bij het zien van het ontwerp tegen prins Bernard hebben gezegd: "Ja, mijn moeder was een kei van een vrouw". Het ontwerp werd vanwege de stedenbouwkundige aanpak als beste uitgekozen om verder ontwikkeld te worden, maar werd na veel verzet en een inspraakprocedure alsnog afgewezen omdat het onwaardig zou zijn en men de relatie met de vorstin niet zag in het ontwerp. Uiteindelijk werd vele jaren later een ontwerp van Charlotte van Pallandt, een traditioneel figuratief beeld, uitgevoerd dat in 1987 onthuld werd.

Hans Petri was een veelzijdig kunstenaar en heeft naast monumenten, beelden en omgevingskunstwerken ook penningen, handpoppen en maskers gemaakt. De laatste jaren van zijn leven nam hij geen opdrachten meer aan en werkte voor zichzelf in zijn atelier "Het Zand" in Echteld. Hans Petri overlijdt op 13 februari 1996 op 76-jarige leeftijd in Dordrecht, waar hij op 17 februari begraven werd op begraafplaats Essenhof.

 

Laatste Update vrijdag, 25 mei 2018