Gedicht
Plaats: Lelystad
Locatie: IJsselmeerdijk
Kunstenaar: Jan Wolkers
Materiaal: natuursteen
Jaar: 1996
Beschrijving:
Dertien september 1956 werd het laatste sluitgat in de ringdijk van Zuidelijk Flevoland, ongeveer halverwege Kamperhoek en de Houtribsluizen, gedicht. Het stormde op het IJsselmeer, de stroming bedroeg plaatselijk meer dan twee meter per seconde, het water trachtte zich nog door het laatste nauwe gat te persen. Met een paar laatste happen keileem wordt de dijk gesloten. De dijkwerkers hadden 74 miljoen kubieke grond in de 90 kilometer lange dijk verwerkt. Op de plaats waar de dijk gedicht werd is op initiatief en naar ontwerp van Albertus Beekhuis (1926-1976), technisch ambtenaar van de Dienst de Zuiderzeewerken die het dagelijks toezicht bij de uitvoering van de dijkwerken op perceel X had, door de aannemer een gedenksteen in het talud van de dijk geplaatst.
Om stil te staan bij het 10-jarig bestaan van de Provincie Flevoland worden in de zomer van 1996 uiteenlopende kunstprojecten in de buurt van de sluitpunten geplaatst. De vier sluitpunten in de dijken van Flevoland zijn die punten waar de dijken als laatste gedicht zijn en dus van grote betekenis voor het ontstaan van de polder. Zowel schrijvers als beeldend kunstenaars werken aan het project ‘Dijkwacht’ mee. Op de plaatsen waar sluitstenen zijn gelegd en de dijken werden gedicht worden ze opnieuw 'gedicht' met woorden van dichters. Niet ver van de Flevocentrale bij Lelystad staat op de IJsselmeerdijk, tussen hectometerpaal 25.5 en 25.6, een kunstwerk met daarop een gedicht van Jan Wolkers. Drie gezaagde en gepolijste basalt blokken symboliseren de dijkafsluiting van Oostelijk Flevoland.
De sluitsteen, is voorzien van de volgende dichtregels :
wie schilt de steen
wie snijdt het water
over de golven heen
loop ik naar later
Op 26 juni heeft Koningin Beatrix, op de IJsselmeerdijk, de dichtregels van Wolkers onthuld.
Ook in Schokkerhaven, Espel en Zeewolde zijn gedichten van respectievelijk Remco Campert, Ed Hoornik en Marga Minco te vinden. De beeldend kunstenaars en schrijvers lieten zich inspireren door het ontstaan, de natuur en de cultuur in de provincie. De beeldende kunstprojecten waren van tijdelijke aard.
Kunstenaar
De schrijver, dichter en kunstenaar Jan Wolkers werd op 26 oktober 1925 in Oegstgeest geboren. Hij groeide op in een streng gereformeerd gezin. Wolkers tekende graag en had grote bewondering voor de natuur. Hij wilde, net als zijn oom, bioloog worden. Zijn schoolresultaten waren goed, hij had de capaciteiten voor de HBS. Maar als zoon van een middenstander ging hij naar de ULO. Uit protest voerde hij daar niets uit en werd na enkele maanden van school gehaald. Hij ging zijn vader in de winkel voor levensmiddelen helpen. Net voor de oorlog werd de winkel gesloten. Jan Wolkers heeft allerlei baantjes gehad. Hij was onder andere dierenverzorger en tuinman. In 1941werd hij zich bewust dat hij met tekenen door wilde. Overdag werkte hij, 's avonds ging hij naar da Avondtekenschool in Leiden In 1943 duikt hij onder en bezoekt tot aan de honger winter de Leidse schilderacademie Ars Aemula Naturae. Daar volgde hij teken- en schilderlessen. Na de oorlog vervolgt Wolkers van 1 oktober 1945 tot zomer 1948 zijn opleiding aan de Haagse Academie voor beeldende kunst. Van 1949 tot 1953 studeerde hij beeldhouwkunst aan de Rijksacademie in Amsterdam. Hier heeft hij les van professor Piet Esser en Cor Hund. Hij bekwaamt zich in tekenen naar model, in het hakken in steen en hout, in het boetseren in klei van portret en naakten en in gips- en brons gieten. In 1950 verhuist Wolkers met zijn eerste vrouw en kinderen naar Amsterdam waar hij zijn intrek neemt in een atelierwoning aan de Zomerdijkstraat.
Tijdens een studiejaar (1957) bij de beroemde kunstenaar Zadkine in Parijs begon Wolkers te schrijven. Door zijn succes als schrijver hoeft hij vanaf 1962 geen gebruik meer te maken van de contraprestatieregeling, een steunregeling voor kunstenaars.
De artistieke loopbaan van Jan Wolkers is in drie fasen in te delen: Rond 1960 ruilde hij de traditionele figuratieve beelden in voor abstracte materieschilderijen. In 1980 verhuisde Jan Wolkers van Amsterdam naar Texel. In deze nieuwe omgeving kreeg Jan Wolkers weer interesse voor de beeldhouwkunst. Hoewel Wolkers bleef schrijven kwam de nadruk op de beeldende kunst te liggen.
Zijn bekendste beeldhouwwerk is het Auschwitzmonument op de Nieuwe Oosterbegraafplaats in Amsterdam. Over dit monument heeft Wolkers geschreven: "Voorgoed kan op deze plaats de hemel niet meer ongeschonden weerspiegeld worden". Het monument is al drie keer door vandalen vernield. Ander werk van Jan Wolkers vind je in de Couperuswijk in Almere (de Berg van Licht) dat ook al zwaar beschadigd raakte.
Op 1 mei 2003 werd op Texel een monument onthuld voor Jac. P. Thijsse. De constructie heeft Jan Wolkers bedacht met vandalisme in het achterhoofd. "Als ze er iets aan kapotgooien, dan kost het vervangen een paar duizend gulden, want het is op onderdelen te vervangen" zegt de kunstenaar.
In een interview in Het Parool van 26 april 2003 zegt Wolkers: "Ik schrijf alleen wanneer ik daartoe de noodzaak voel. Ik kan zoveel, schilderen, beeldhouwen, al die dingen. Er zijn mensen die van hun pen moeten leven. Dat zou ik toevallig wel gekund hebben, maar ik heb er nooit naar gestreefd. En zo'n opdracht voor een monument komt me aanwaaien. Ik schrijf me nooit in voor opdrachten, dat komt vanzelf".
Jan Wolkers vindt dat een beeld ook zonder interpretatie (verklaring) moet kunnen. Dat het op zichzelf een mooi ding moet zijn. Een beeld moet altijd iets voorstellen. Niet in de zin van "een voorstelling" maar het moet betekenis hebben, al is het maar betekenis voor de ruimte waar het geplaatst is. Anders is het zinloos. Zin en schoonheid moeten hand in hand gaan.



