Tijdelijke graven geallieerde vliegers

Tijdelijke graven geallieerde vliegers
Tijdelijke graven geallieerde vliegers Tijdelijke graven geallieerde vliegers Tijdelijke graven geallieerde vliegers

Plaats: Urk

Locatie: Begraafplaats bij Kerkje a.d. Zee

Maker:

materiaal:

Jaar: 1940 - 1945


Beschrijving:

Tijdens de Tweede Wereldoorlog was het IJsselmeer een belangrijke vliegroute voor bombardementsvluchten richting Duitsland. Tussen 1940 en 1945 werden honderden geallieerde vliegtuigen boven het IJsselmeer aangeschoten en stortte erin neer. Anderen kwamen erin terecht na eerder boven land te zijn aangeschoten. Ook wanneer een ditch (neerkomen op het water) of parachutesprong was overleefd, lag de dood door verdrinking of onderkoeling op de loer. Voor veel vliegers was het IJsselmeer de laatste rustplaats. Hun lichamen werden door vissers gevonden of spoelden op de dijken rondom het IJsselmeer aan. In de buurt van Urk zijn tijdens de oorlog ongeveer 175 lichamen van geallieerde vliegers geborgen die omgekomen waren in het IJsselmeer of in de polder.

In 1939 kreeg de heer Hendrik Brouwer van de burgemeester van Urk, Gert Keijzer, opdracht om een Luchtbeschermingsdienst (LBD) op te zetten. Naast Brouwer als commandant behoorden Louwe Kramer, Roelof Tiede Oost, Toon van de Berg, Pieter Pasterkamp en Harm Kramer tot de vaste manschappen. De LBD heeft zich tijdens de oorlog vooral bezig gehouden met het bergen en verzorgen van aangespoelde lichamen van bemanningsleden uit geallieerde vliegtuigen. Als er een lijk aanspoelde moest dit aan de Duitse bezetters gemeld worden en liet de gemeente de lichamen door leden van de LBD ophalen. Zonder dat de Duitsers het wisten hielden de leden van de LBD een dossier bij waar en wanneer lichamen werden gevonden en als er registratietekens werden aangetroffen dan werden deze genoteerd. Het stoffelijk overschot werd op de vindplaats gekist en per paard en wagen overgebracht naar het lijkhuisje op de begraafplaats bij het Kerkje aan de Zee. De eerste lichamen die geborgen werden zijn die van sergeant D. Mc Dougall en sergeant Ludwik Karcz. Mc Dougall was aan boord van de Wellington II W5375 die op 10 april 1941 neerstortte in het IJsselmeer bij Harderwijk. Zijn stoffelijk overschot werd door schipper M. Wakker van de UK38 aan land gebracht. Karcz zat in de Wellington 1C. R1322 die op 9 mei 1941 neerstortte, 12 km ten zuidwesten van Lemmer. Zijn lichaam werd op de dijk van Urk naar Lemmer aangetroffen en opgehaald door het motorschip 'Ens'. De omgekomen vliegers werden op 25 mei en 2 juli 1941 naast elkaar begraven op Urk. Op 10 september werd ook het lijk van sergeant G.H. Bishop, mede bemanningslid van Mc Dougall geborgen. Hij is in stilte begraven omdat de Duitsers geen ere-begrafenis meer toestonden. Op 13 september 1941 werd op het graf van de vliegers een eenvoudig monument geplaatst, dat via een inzameling in de kerken bekostigd was.

Nadat de eerste begrafenissen onder grote belangstelling van de Urker bevolking plaatsvonden, verboden de Duitse bezetters het begraven van vliegers op Urk. De gesneuvelde vliegers werden naar elders overgebracht om begraven te worden. Door de intensivering van de bombardementsvluchten werden er steeds vaker geallieerde vliegers op en om Urk gevonden. Dagelijks trokken de leden van de LBD er op uit met een platte kar met houten wielen om langs de dijk te speuren naar lichamen van omgekomen bemanningsleden. Vanaf 1943 werden ze weer op Urk begraven, omdat het vervoer van de stoffelijke resten problemen gaf. In de oorlog zijn 24 geallieerde vliegers op Urk begraven. De laatste vliegers die op Urk begraven werden, zijn piloot Benjamin G. Rolfe, co piloot 2nd Lt Paul E. Doyle en S/Sgt Richard W. Rimmer. Zij zaten in de Boeing B17G met de koosnaam the Ugly Ducking die op 26 november 1944 in het IJsselmeer neerstortte. Hun lichamen werden respectievelijk op 18 maart, 10 juni en 18 juni 1945 geborgen en begraven.

Klik hier voor een lijst van de tijdelijke graven.

De vliegers die tijdens de oorlog op Urk begraven zijn, hebben na de oorlog op diverse erevelden in Nederland en België een herbegrafenis gekregen, 18 van hen vonden hun laatste rustplaats op het Geallieerd ereveld op Rusthof in Oud Leusden (Amersfoort)

Zie ook: Urk in oorlogstijd

Laatste Update vrijdag, 14 oktober 2016