Stichtingssteen vuurbaak 1617

Stichtingssteen vuurbaak 1617
Stichtingssteen vuurbaak 1617 Stichtingssteen vuurbaak 1617

Plaats: Urk

Locatie: Wijk 3-80

Maker: onbekend

materiaal: zandsteen

Jaar: 1617


Beschrijving:

Een rijk versierde gevelsteen in het lichtwachtershuis herinnert aan de allereerste vuurbaak, zoals toen een vuurtoren genoemd werd. Het hooggelegen eiland Urk had sinds mensenheugenis een bakenfunctie op de Zuiderzee. In de 17e eeuw nam de grote handelsvaart vanuit Amsterdam sterk toe. De vaarroute van Amsterdam naar het Marsdiep ging voor de diepliggende schepen via het Val van Urk. Eerst ging het van Amsterdam naar het IJ-oord, de toegang tot het IJ bij Durgerdam, met de toren van Diemen als merkteken, vervolgens over Pampus tot het oosteinde van Marken. Ter hoogte van Urk werd de koers meer dan 90 graden verlegd, om zo het Enkhuizerzand te ontlopen. De schippers oriënteerden zich op de kerktoren van Urk en 's nachts op de vuren van de vissersvrouwen. Steeds weer bleek dat men op de onregelmatig brandende vissersvuren niet altijd kon vertrouwen. Bij zware regenval doofden ze vaak. Voor de handelsvaart op de Zuiderzee was een regelmatig brandende vuurbaak van levensbelang.

In 1617 liet de Amsterdamse burgemeester Gerrit Jacob Witsen, op last van de Staten van Holland en West- Friesland, een vuurbaak op Urk bouwen. Op 1 september 1617 werd het vuur voor het eerst ontstoken. In de vierkanten stenen toren, met daarop een kolenvuur, werd een stichtingssteen aangebracht in de vorm van een gebeeldhouwde cartouche met in het midden de ingekapte tekst:

Door last van Ed. Mo. Heeren Staten
heeft den Burgemeester Gerrit Jacob Witsen van Amsterdam
dit gebouw doen maken Anno 1617
Op den eersten September de eerste vuring gedaan. 

Op de omlijsting zien we rolwerk, een decoratiemotief dat zich aan het eind of aan de rand omkrult, waardoor het geheel een plastisch karakter krijgt.

De vuurbaak vormde niet alleen een oriëntatiepunt, maar ook een licht dat waarschuwde voor een zandbank voor de kust van Urk, de Vormt geheten. Deze ondiepte was een waar schepenkerkhof geworden. Zij die er op vast liepen hadden weinig kans hun schip te behouden. Het vuur op de vuurbaak brandden het hele jaar door. Dat was toentertijd ongebruikelijk, daar men elders het vuur alleen tijdens de wintemaanden van 1 september tot 1 april liet brandden. Het licht op Urk werd toegevoegd aan "'s Landts Vuurbakens" waarvoor de schepen vuurgeld moesten betalen, dat in de haven van Amsterdam geheven werd. Het tarief werd bepaald op een oort, een vierde deel van een stuiver. De vuurbaak moest door de afkalving van het eiland verschillende malen verplaatst worden. In 1837 werd meer landinwaarts een nieuwe vuurbaak gebouwd die in 1844 weer werd afgebroken en vervangen door de huidige vuurtoren. De gedenksteen van de vuurbaak uit 1617 is in 1845 in de muur van de toenmalige lichtwachterswoning geplaatst. Toen deze lichtwachterswoning in 1957 werd vervangen is de gedenksteen opnieuw ingewerkt in de nieuwe woning.

Vanaf de 16e eeuw werd er steeds vaker met baksteen gebouwd. Vanaf die tijd werden ook steeds meer gebouwen voorzien van een gevelsteen. De stichtingssteen is een uniek voorbeeld van gevelornamiek uit het begin van de 17e eeuw en illustreert de eeuwenoude band tussen Urk en Amsterdam. De herdenkingssteen is de oudst bewaarde gevelsteen van Urk. Op 4 oktober 2010 herdachten Urk en Amsterdam hun historische band. Op 4 oktober 1660 kocht de Stad Amsterdam het eiland Urk van de Staten van Holland. Burgemeester Eberhard van der Laan van Amsterdam kwam naar Urk en gaf het startsein voor de renovatie van de stichtingssteen van de vuurbaak uit 1617. De gedenksteen is dusdanig verweerd dat de tekst nauwelijks te ontwarren is. Met het weghalen van het wapen van Amsterdam onthulde burgemeester Van der Laan een plaatje met een leesbare tekst. 

Eind juni 2018 stelde de Christen Unie vragen aan B & W over de onleesbare de tekst. De fractie wilde weten of de gedenksteen destijds gerenoveerd is en hoe het kan dat deze nu weer onleesbaar is. De partij opperde dat de renovatie eventueel meegenomen kan worden bij het schrijven van de cultuurnota.

Laatste Update zaterdag, 07 juli 2018