Hunebed

Hunebed
Hunebed Hunebed Hunebed Hunebed Hunebed

Plaats: Nagele

Locatie: Centrale groene ruimte

Kunstenaar: Publieke werken NOP

Materiaal: natuursteen / baksteen

Jaar: 1976

Beschrijving:

Zo’n 180.000 tot 130.000 jaar geleden was “Flevoland” bedekt door een dikke laag ijs dat afkomstig was van Scandinavische gletsjers. Het ijs voerde een dikke laag van leem en grote megalieten, hele grote stenen, met zich mee. Met een tempo van 30 tot 100 meter per jaar hebben deze stenen een afstand van zo’n 1200 kilometer afgelegd voordat de ijsmassa hier tot rust kwam. Toen het landijs smolt bleven deze keien op de Nederlandse bodem achter. Daar hebben ze duizenden jaren onder water gelegen. Tijdens de drooglegging van de Noordoostpolder kwamen de zwerfkeien letterlijk weer boven water. 

Elk dorp in de Noordoostpolder mocht van de gemeente een monument kiezen. Nagele koos uit verschillende voorstellen voor een hunebed, omdat op die manier een relatie tussen de oude en recente geschiedenis gelegd kon worden. Een hunebed is een gemeenschappelijk graf uit de jongste IJstijd, zo'n 5000 jaar geleden en bestaat uit rechthoekige grafkamers van grote rechtopstaande zwerfkeien afgedekt met dekstenen, met daaromheen kransstenen. In Nederland zijn 54 restanten van hunebedden gevonden, waarvan 52 in Drenthe. Elders in Europa zijn deze prehistorische grafmonumenten ook gevonden en worden dolmen genoemd. Het woord dolmen is Bretoens en betekent stenen tafel.

De beeldhouwer Cornelius Rogge (1932) ontwierp voor Nagele een hunebedmonument op palen. Rogge maakte een serie voorstellen om het dorp te voorzien van een tot in de oudste historie teruggrijpend zwerfkeienmonument, waarin gespeeld zou worden met de zwaartekracht. Rogges ontwerpen, die in 1983 te zien waren op de tentoonstelling 'Van kei tot kunst' in het Drents Museum in Assen, kwamen door allerlei omstandigheden niet tot uitvoering. Nagele borduurde voort op het idee. De plaatselijke smid vervaardigde een stalen constructie die de steen klompen van een 'zwevend hunebed' ging dragen. Na enige tijd echter ging het geheel al gevaarlijk doorbuigen. Bron: NRC Handelsblad 29-07-1983. Vervolgens ontwierpen medewerkers van Publieke werken Noordoostpolder in opdracht van het A.D. van Eckfonds 'Hunebed', een letterlijke uitbeelding van het woord dolmen. Van zwerfstenen uit de ijstijd is een krans van stenen gemaakt. In het midden van de krans staat, op vier gemetselde muren, een achthoekige betonnen tafel met een doorsnede van 6 meter, waarop een aantal grote zwerfkeien liggen. Mevrouw A. van de Zwaad-Pilat, bestuurslid van het A.D. van Eckfonds, onthulde op 28 augustus 1976 op de zuidoostpunt van de centrale groene ruimte de eigentijdse versie van een hunebed.

In 2003 vierde museum Nagele zijn vijfjarig bestaan. Ter gelegenheid van dit feit werd van 18 mei t/m 15 oktober de openluchttentoonstelling 'Tijd en transformatie', in en om het dorp gehouden. De opdracht aan de kunstenaars was om in Nagele rond te kijken en vervolgens te reageren op het polderlandschap met zijn uitgestrekte aardappel- en tarwevelden en de architectuur van het dorp. Kees Bierman was één van de acht kunstenaars die aan de tentoonstelling meewerkte. Het 'Hunebed' riep bij de kunstenaar zoveel vragen op dat hij hier direct 'zijn' plek van wilde maken. Hij transformeerde 'Hunebed' tot het kunstwerk 'Tumulus'.

Een tumulus is een grafheuvel uit de prehistorie waarin doden de laatste rustplaats kregen. Deze grafheuvels gelijken op een hunebed of dolmen, een heuvel van aarde of plaggen, zonder de grote stenen die in het hunebed een ruimte vormen. Kees Bierman had 'Hunebed' rondom ingepakt in een met gras begroeid betonijzeren frame en de stenen tafel bedolven onder een dikke laag aarde. Tijdens de transformatie bevonden de stenen die bovenop de tafel liggen, zich op het topje van de heuvel. Bron: Catalogus project 'Tijd en transformatie'. Met dank aan mevrouw Zelhorst van museum Nagele voor het toezenden van informatie.

Kunstenaar

Cornelis (Kees) Bierman is in 1936 in Alkmaar geboren. Als kunstenaar heeft hij geen specifieke opleiding genoten, hij is autodidact. 

Bierman is gefascineerd door de werking van de tijd, door groeiende natuur en door het onophoudelijke streven van de mens die groei in te dammen en in banen te leiden. Zijn werk lijkt vaak op te gaan in de omringende natuur, maar tegelijkertijd direct herkenbaar als mensenwerk, een ingreep in de natuurlijke omgeving. Aarde vormt een essentieel materiaal waarmee Bierman zijn installaties opbouwt. Aarde in de vorm van vette klei, van graszoden of gewoon zand, het bepaalt altijd de verschijningsvorm van de op bouwwerken lijkende sculptuur. De uiteindelijke vorm hoeft niet voorspelbaar te zijn, maar moet ook niet kunstmatig ogen. Er mogen best vragen ontstaan, zonder dat er een passend antwoord voorhanden is. Op die wijze wordt de conditionering doorbroken waaraan het kijken naar kunst onderhevig is.

Laatste Update zondag, 23 april 2017