Obelisk

Obelisk
Obelisk Obelisk

Plaats: Espel

Locatie: Pilotenweg

Kunstenaar: Eric de Lyon

Materiaal: natuursteen en brons

Jaar: 1952

Beschrijving:

Aan de Pilotenweg staat, omringd door zwerfkeien, in de berm voor het huis op nummer 29 een obelisk van natuursteen. Een obelisk is een vrijstaande siernaald op een vierkant grondvlak, naar boven toe spits lopend en bekroond door een piramidevormige top. De obelisk is van Egyptische oorsprong en stond oorspronkelijk tot de eer van de zonnegod en om de tijd te meten voor de tempels opgesteld. In onze tijd stelt men moderne obelisken op als herinneringszuil, als drager van herinnering aan vergankelijkheid en dood.

De obelisk is een monument voor de op deze plek dodelijk verongelukte eerste Nederlandse landbouwvlieger August Willem (Guus) Hamming die op 26 mei 1915 geboren is te Klaten bij Djokjakarta op Midden-Java. Hamming, die in Deventer de school voor Tropische Landbouw had doorlopen, was in Nederlands-Indië werkzaam als planter. Hij werd in 1939 gemobiliseerd bij de militaire luchtvaart en nam in februari 1942 deel aan de grote luchtslag tegen Japan boven Surabaja waarbij 11 van de 14 vliegtuigen werden neergeschoten. Toen op 9 maart Nederlands-Indië capituleerde bevond hij zich op vliegveld Kalidjati op West-Java en wist aan gevangenneming door de Japanners te ontkomen. Een jaar lang hield Hamming zich schuil op Midden-Java, maar werd tenslotte op 23 maart 1943 gearresteerd en naar een concentratiekamp overgebracht. Japan capituleerde in augustus 1945, maar het duurde nog tot 13 mei 1946 eer hij terugkeerde in Batavia en zich weer meldde bij de militaire luchtvaart op Java. Later dat jaar vertrok Hamming naar Nederland en trad op 1 juni 1947 in dienst van het Ministerie van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening. Op 2 april 1949 werd het Nederlands vliegbewijs aan hem uitgereikt. Als ambtenaar-vlieger werkte Hamming voor de Stichting Hefschroefvliegtuigen mee aan een onderzoek naar de inzetbaarheid van vliegtuigen bij de bestrijding van ziekten en plagen in de land- en tuinbouw dat geleid werd door het Instituut voor Plantenziektenkundig Onderzoek in Wageningen. Op 5 juli 1950 was de 35-jarige piloot bezig met het besproeien van een door een schimmelziekte aangetast koolzaadveld. Het vliegtuigje dat hij bestuurde, de Taylorcraft Auster, stortte om half twee 's middags nabij Espel neer op kavel NC28 en vloog vrijwel direct in brand. August Willem Hamming kwam bij het ongeval om het leven. Het toestel was door het ministerie van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening gecharterd van N.V. Luchtreclame te Naarden en speciaal ingericht voor het bestrijden van onkruid. Aanvankelijk zou Hamming op 5 juli niet vliegen omdat zijn moeder die dag met het schip uit Indonesie zou repatriëren. Toen hij hoorde dat de boot vertraagd was besloot hij zijn werk toch maar voort te zetten.

Guus Hamming had zich in het pionierswereldje van de kleine luchtvaart in Nederland veel vrienden verworven. Na zijn dood werd onder leiding van Eelco Schuller, helikopter piloot en directeur van de N.V. Aero-Ypenburg, het comité gedenksteen Hamming gevormd om een monument op te richten ter ere van deze voorvechter van de landbouwluchtvaart. Op 15 oktober 1952 werd het monument, in de vorm van een obelisk onthuld. Op de gedenknaald is een bronzen plaquette bevestigd met de tekst : "Hier viel op 5 juli 1950 bij de vervulling van zijn taak de landbouwvlieger August Willem Hamming". Naast de tekst is een gebroken korenaar afgebeeld als symbool voor het plotselinge afgebroken leven. Oorspronkelijk waren twee platen op de obelisk aangebracht. Op de tweede plaquette stond de afbeelding van een propeller omgeven door korenaren en het opschrift: "Aan de pioniers van de Nederlandse landbouwluchtvaart"

Het Utrechts Nieuwsblad van 16 oktober 1952 meldde onder de kop "Landbouwvlieger Hamming geëerd" het volgende artikel. "In de Noord Oostpolder is woensdagmiddag een gedenkteken overgedragen aan het openbaar lichaam van de polder ter nagedachtenis van de vlieger A.W. Hamming die 5 Juli 1950 bij een bespuitingsvlucht met een hefschroefvliegtuig nabij Emmeloord verongelukte. De heer Hamming die de eerste Nederlandse landbouwvlieger was, kan beschouwd worden als de grondlegger van de landbouwluchtvaart van ons land. Hij bereikte de leeftijd van 35 jaar.
De plechtigheid van de overdracht werd bijgewoond door de weduwe en de twee kinderen van de verongelukte vlieger. Nadat de herdenkingsrede was uitgesproken door de voorzitter van het herdenkingscomité, de heer Schuller, werd het gedenkteken uit naam van de landdrost aanvaard door de secretaris van het openbaar lichaam, dr. A. Blaauboer. Verder werd het woord gevoerd door de ontwerper de heer Eric de Lyon, die tevens de opvolger van de heer Hamming is. De vader van de overledene dankte voor de aan zijn zoon gebrachte hulde".
 
De Pilotenweg dankt zijn naam niet aan de op deze plek omgekomen piloot Guus Hamming maar refereert aan de bemanningen van geallieerde vliegtuigen. De naam van de weg stond in 1950 als vast. In dit deel van de polder zijn voor de naamgeving van de wegen namen gebruikt die verwijzen naar oorlogshelden of groepen oorlogshelden uit de Tweede Wereldoorlog. 

Kunstenaar

Erich Henry John de Lyon wordt op 12 februari 1916 in Den Haag geboren uit een kortstondige liefdesrelatie tussen Wijnanda ter Meulen en beeldhouwer/schilder Erich Müller. Zijn moeder Wijnanda trouwt met John de Lyon. Als Erich 5 jaar is vertrekt het gezin naar Nederlands-Indië. Na zijn middelbare schoolopleiding vervult Erich, die zich inmiddels Eric is gaan noemen, zijn dienstplicht bij de Marine in Soerabaija. Daarna vervolgt hij zijn opleiding tot sergeant leerling-vlieger op het militaire vliegveld Andir (Batavia). Eind 1940 rond hij die opleiding af en wordt bevorderd tot sergeant-vlieger.
 
In het najaar van 1942 wordt Eric de Lyon, in dienst van de Militaire Luchtvaart van het Koninklijk Nederlands Indisch Leger, met nog twee andere Nederlandse vliegers op een Nederlandse vliegbasis in Australië gearresteerd op verdenking van een poging tot 'sabotage, hulp aan Japanners en desertie'. Door een speciaal ingestelde Zeekrijgsraad wordt hij veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 20 jaar.
 
Gedurende de detentie, worden de drie piloten van gevangenis naar gevangenis gevoerd. Eric de Lyon bleek een natuurlijke aanleg te hebben voor beeldhouwen. Tijdens de 'recreatie uren' maakte hij in de Bijzondere Strafgevangenis in Leeuwarden, een crucifix, een wandbord met het wapen van het gevangeniswezen en een Madonna. Op 30 april 1950 verleend Koningin Juliana de 3 ex-piloten, op voorspraak van gevangenisdirecteur Abraham Jansen, gratie en worden in vrijheid gesteld. In 1951 krijgt De Lyon een baan als landbouwvlieger op het Departement van Landbouw. Op 15 juni 1976 overlijdt Eric de Lyon op 60-jarige leeftijd door een noodlottig ongeval tijdens de herbouw van zijn afgebrande woning in Zeeuws Vlaanderen.
 
Uit nader onderzoek blijkt dat de drie vliegers het slachtoffer waren geworden van een valkuil die voor hen gegraven was door majoor Simon H. Spoor, de latere opperbevelhebber van de Nederlandse strijdkrachten tijdens de politionele acties in Indië. Het enige doel hiervan was het stellen van een voorbeeld, om de discipline te herstellen in het werkeloze Nederlandse 18e squadron van het KNIL in Australië. Eric de Lyon heeft al die jaren onterecht in gevangenschap doorgebracht.
 

  

Laatste Update zaterdag, 04 februari 2017