Vickers Wellington Mk IV Z1204

Vickers  Wellington Mk IV Z1204
Vickers  Wellington Mk IV Z1204 Vickers  Wellington Mk IV Z1204

Plaats: Swifterbant

Locatie: Kamperhoekbos

Maker: Vickers-Armstrongs Ltd

materiaal: diverse materialen

Jaar: 1941


Beschrijving:

Op 2 juli 1942 is de Wellington Mk IV Z1204, met code BH-V, om 22.25 uur opgestegen van de RAF basis Hemswell bij Lincolnshire voor een bombardementsmissie naar de industriestad Bremen (Duitsland). De Z1204 is een toestel van het No. 300 Squadron RAF en was geleend door het No. 301 Squadron. Het vliegtuig is onderdeel van een formatie van 325 vliegtuigen, 175 Wellingtons, 53 Lancasters, 35 Halifaxes, 34 Stirlings en 28 Hampdens. Aan boord zijn 6 militairen van Polish Air Force, de 26-jarige piloot F/Sgt. Teofiel Jerzy Kubiak, de 22-jarige co-piloot Sgt. Zdzisław Czapski, de 39-jarige navigator F/O Henryk Krasnodębski, de 23-jarige boordschutter Sgt. Marian Józef Łoziński, de 27-jarige boordschutter Sgt. Stanisław Ługowski en de 27-jarige radiotelegrafist/boordschutter Sgt. Login Pokrant. Op de heenweg wordt de Wellington getroffen door Flak, Duits afweergeschut en stort op 3 juli om 0.30 uur in het IJsselmeer neer. Alle bemanningsleden komen bij de crash om het leven. De stoffelijke resten van Ługowski, Krasnodębski en Łoziński zijn diezelfde dag geborgen. Omdat ze aanspoelden op het dijkvak ten noorden van de Rotterdamse hoek werden ze door leden van de Luchtwacht Lemmer geborgen en in Lemmer op de Algemene Begraafplaats begraven. De drie andere bemanningsleden zijn vermist. Hun namen staan vermeld op “The Polish War Memorial" in Northolt (Groot Brittannië). Het kan zijn dat alle vermiste bemanningsleden in Amsterdam op de Nieuwe Oosterbegraafplaats zijn begraven. Drie lichamen spoelden op de dijk ten zuiden van de Rotterdamse hoek aan en werden geborgen en gekist door leden van de Luchtwacht op Urk. Sinds september 1941 stonden de Duitsers niet meer toe dat geallieerde vliegers op Urk werden begraven. Urk was toentertijd een Noord-Hollandse gemeente. De stoffelijke resten moesten naar het administratieve centrum overgebracht worden, in dit geval Amsterdam. Op 20 juli werd een niet geïdentificeerde Poolse vlieger op vliegkamp Schellingwoude aan land gebracht en op de Nieuwer Oosterbegraafplaats begraven in graf 85 A 15. Op 23 juli werden weer twee niet geïdentificeerde lichamen van Poolse vliegers op Schellingwoude aan wal gebracht. Omdat veld 85 vol was werden zij begraven op veld 69, rij E, graven 10 en 11. Maar het is ook mogelijk dat één of meer vermiste bemanningsleden in Lemmer begraven liggen. In de weken na het ongeluk zijn 4 niet geidentificeerde stoffelijke overschotten geborgen die naast Ługowski, Krasnodębski en Łoziński begraven zijn. Bron: zzairwar.nl

Op 25 april 1961 meldde de wachtmeester van de rijkspolitie eerste klasse, Johan Dijkstra een diefstal bij Ir. Arie Pieter Minderhoud, landdrost van het openbaar lichaam Zuidelijke IJsselmeerpolders (ZIJP). Vier jongeren hadden in de omgeving van Kamperhoek zo’n twee- tot driehonderd meter in oostelijk Flevoland wapens en munitie gestolen uit vliegtuigwrakken. Naar eigen zeggen hadden ze ook nog twee maanden daarvoor een bom uitgegraven en in een sloot gelegd om te voorkomen dat iemand er overheen zou rijden. De bom was inmiddels verdwenen  en de wachtmeester vond dat het zo niet verder kon: ‘ik zou u ernstig in overweging willen geven dat wanneer er vliegtuigwrakken gevonden worden – zowel in het belang van ieders veiligheid als om diefstal tegen te gaan – deze zo spoedig mogelijk te laten opruimen’. Bron: Kronieken van het Nieuwe land. 

Kort daarna wordt het wrak ten zuidoosten van Urk in het Kamperhoekbos geborgen door de Bergingsdienst van de Koninklijke luchtmacht. De lichamen van de drie vermiste bemanningsleden worden niet in het wrak aangetroffen.

Laatste Update zaterdag, 18 november 2017