Waterschip OW10

Waterschip OW10
Waterschip OW10

Plaats: Biddinghuizen

Locatie: Futenweg

Maker:

materiaal: eikenhout

Jaar: 16e eeuw


Beschrijving:

Bij ploegwerkzaamheden werd in 1971 op kavel OW 10 scheepshout aangetroffen. Bij opgravingen in 1975 bleek het om een waterschip te gaan dat vergaan is in de tweede helft van de 16e eeuw dat ongeveer 1.80 m onder het maaiveld lag. Uit jaarringonderzoek blijkt dat het scheepshout rond 1547 is gekapt.

Een waterschip is een zwaar gebouwd vissersschip dat vanaf de 14e eeuw tot de 19e eeuw gebruikt werd op de Zuiderzee. Centraal in het schip bevindt zich een waterhoudend compariment (bun). Door kleine gaten in de scheepsromp kon het water vrij in- en uitlopen en de gevangen of gekochte vis levend worden getransporteerd, zodat zij vers op de markt kon worden afgeleverd. De OW10 is voorzien een steile gebogen voorsteven en een rechte vallende achtersteven. De romp heeft een sterk uitwaaierende vorm om een grote breedte aan dek te kunnen combineren met een slanke onderkant. Het onderwaterschip is scherp gebouwd en heeft dus geen zwaarden nodig om goed te kunnen zeilen, zoals bij een platbodem.

Tussen 1500 en 1550 vindt een overgang plaats van overnaadse bouw naar karveel gebouwd. Overnaadse waterschepen werden op een kielplank gebouwd. Karveel gebouwde waterschepen echter zijn vanaf het begin van de zeventiende eeuw uitgerust met een kielbalk. Het karveel gebouwde waterschip OW 10 is daarentegen uitgerust met zowel een kielbalk als een kielplank.

Het bun gedeelte en de leefruimte op het schip zijn voorzien van een overnaads gebouwde overkapping of roef. De leefruimte waarin op de ballaststenen een stookplaats aanwezig was, bevond zich achter de bun. De stookplaats bestond uit een houten vuurkist die gevuld was met zand waarop zich een tegelplateau bevond. De tegels zijn voorzien van vier verschillende motieven. Op één van de ornamentegels staat in het hart het jaartal 1561 in spiegelschrift. Op een volgende tegel staat een cirkel met daarin de spreuk “alle dinc heeft siinen tiit”. Deze zelfde spreuk staat in een derde tegel in een overhoekse band. En als laatste is er nog een ornamenttegel. Tussen de ballaststenen zijn onder andere een roodaardewerk steelpan en schaal gevonden met aan de buitenzijde roetsporen, zodat deze ongetwijfeld dienst hebben gedaan voor de bereiding van voedsel. In het voor- en achterschip is 10.000kg zwerfkeien aangetroffen. Deze ballaststenen waren voor dit type vissersschip onmisbaar voor een goede stabiliteit.

Tot de bijzondere vondsten behoren een degen en fragmenten van een hellebaard. De OW10 voer op de Zuiderzee aan het begin van de tachtigjarige oorlog (1568 – 1648). De gebieden rond de Zuiderzee kozen de kant van de Geuzen (opstandelingen) onder leiding van Prins Willem van Oranje. Alleen Amsterdam bleef trouw aan het Spaanse gezag tot het in 1578 gedwongen werd vrede te sluiten met de rest van de Nederlanden. In die tijd had een vloot van circa 130 waterschepen haar thuishaven in Holland. Vooral Amsterdam telde een groot aantal waterschippers, georganiseerd in een gilde. Ze behoorden tot de invloedrijke burgers van de stad, die belangrijke posities in het stadsbestuur innamen. De archeologen vermoeden dat de Amsterdamse waterschepen een escorte van soldaten aan boord hadden om zich tegen de vijandelijke Watergeuzen te beschermen.

Zie ook: vergane schepen en het geheugen van nederland.

Laatste Update zaterdag, 04 januari 2014