Veenderijschuit
Plaats: Lelystad
Locatie: Oostranddreef
Maker:
materiaal: hout
Jaar: 17e eeuw
Beschrijving:
Bij drainagewerkzaamheden aan de Oostranddreef in 1966 stuit men op kavel OB51 op scheepsresten. De opgraving in 1966 wijst uit dat het om een platboomde werkschuit gaat die moest worden voortgeduwd met een boom. Het is een breed open, eenvoudig gebouwd, vaartuig met een platte, karveel gebouwde bodem zonder kiel. De schuit was ongeveer 14,5 meter lang en 3,00 meter breed en in drie compartimenten verdeeld door twee dwarsschotten. Het ruim tussen de voor- en achterplecht is 11 x 2,4 x 0,50 meter groot. Tijdens onderzoek is hierin een 6 cm dikke laag veen- of turfresten gevonden. Op grond hiervan gaan de archeologen ervan uit dat het om een veenderijschuit gaat. In de schuit is een houten schop aangetroffen, die waarschijnlijk gebruikt is om te hozen, of om de lading tussen de inhouten uit het vaartuig te scheppen.

Voor de verwarming van huizen en in de industrie werd turf gebruikt. Door een groeiende behoefte aan turf werd vanaf het begin van de 16e eeuw begonnen met natte turfwinning. Met een baggerbeugel werd het veen onder de waterspiegel weggebaggerd. Het baggeren van turf leidde tot enorm landverlies. Hierdoor ontstonden in korte tijd grotere en kleinere veenplassen die later een bedreiging vormden voor het omringende land.
Op basis van de verstoring in het bodemprofiel, kan worden vastgesteld dat het vaartuig aan het einde van de zeventiende eeuw is vergaan.
Zie ook: vergane schepen
