Gemaal Wortman

Gemaal Wortman
Gemaal Wortman Gemaal Wortman Gemaal Wortman Gemaal Wortman Gemaal Wortman Gemaal Wortman Gemaal Wortman Gemaal Wortman

Plaats: Lelystad

Locatie: Oostvaardersdijk 32

Maker: D. Roosenburg, P. Verhave, J.G.E. Luyt

materiaal: baksteen

Jaar: 1953 - 1956


Beschrijving:

In juni 1950 werd met perceel P, nu Lelystad-Haven begonnen. Er werd een werkhaven, een stuk dijk gebouwd. Om direct na de voltooiing van de dijk rond Oostelijk Flevoland met droogmalen te kunnen beginnen, moesten de ringdijk en de gemalen tegelijkertijd gereed zijn.

In 1951 werd met de bouwput voor het op het diepste deel van de polder geprojecteerde gemaal Wortman begonnen. Mede door de zachte winter kon de bouwput in 1952 worden gedicht. De eerste paal werd op 11 september 1953 geslagen. Het gemaal is een door Dirk Roosenburg in functionalistische stijl ontworpen bakstenen gebouw met stalen ramen. Het kreeg een eenvoudige doosvorm met als opvallend element de schoorstenen die los van het gebouw staan. De uitvoering van gemaal Wortman werd geleid door de compagnon van Roosenburg, Piet Verhave. Naast het gemaal is de Noordersluis gebouwd (1952 - 1956), een schutsluis met waaierdeuren aan de buitenzijde.

Op 13 september 1956 werd het sluitgat in de meerdijk even ten noorden van Lelystad gesloten. Enkele uren na de sluiting stelt koningin Juliana het dieselgemaal Wortman, bij het toekomstige Lelystad, in werking. Tegelijkertijd begonnen ook de gemalen Colijn en Lovink met het leegmalen van de polder. De drie gemalen hadden negen maanden nodig om de polder droog te malen. Op 27 juni 1957 werd Oostelijk Flevoland officieel “droog” verklaard. Het diepste punt van de polder, rond Lelystad, was het laatst aan de beurt. Hier bleef de polder lang drassig en gevaarlijk om te betreden. Het duurde nog 15 maanden voordat het peil in de lageafdeling van de polder op 6,2 meter beneden NAP kon worden ingesteld.

De jonge en zeer vochtige grond moet na de drooglegging in cultuur gebracht worden. Het proces, waarbij de vochtige bodem van een overvloed aan water wordt ontdaan, heet bodemrijping. Gedeeltelijk gaat dit vanzelf door verdamping. In het regenachtige Nederland moet echter een groot deel van het water via een ontwateringsysteem worden afgevoerd. Het water stroomt via een greppel, of buizen in de grond, naar de kavelsloot, vervolgens naar een tocht en vandaar via een kanaal naar het gemaal. Het gemaal pompt het water naar ‘buiten’. Het duurt gemiddeld 5 jaar voordat de bodem van de polder werkelijk droog en geschikt voor landbouwkundig gebruik is.

De hoofdvaarten van Oostelijk Flevoland staan in open verbinding met die in Zuidelijk Flevoland. Omdat Oostelijk en Zuidelijk Flevoland één waterstaatkundig geheel zijn, zijn deze drie gemalen ook ingezet bij het droogmalen van Zuidelijk Flevoland. Na het droogmalen van Zuidelijk Flevoland in 1968 zijn de twee keersluizen in de Knardijk geopend. Oostelijk Flevoland is in twee afdelingen verdeeld. In de westelijke afdeling bedraagt het peil 6.20 meter – NAP en in de oostelijke afdeling 5.20 meter – NAP. Het gemaal is vernoemd naar dr. Ir. H. Wortman (1859 – 1939), die belangrijk werk verrichte voor de Zuiderzeewerken.

Dirk Roosenburg werkte vaak samen met kunstenaars. In de zuid-west gevel van het gemaal bevindt zich een basreliëf van Paul Grégoire, in de noord-oost gevel een betonreliëf van Gerard van Remmen en in de machinehal een wanddecoratie van Hans van Norden.

Zie ook: Waterschap Zuiderzeeland

Architecten

Dirk Roosenburg werd op 1 februari 1887 in Den Haag geboren. Na de HBS ging Roosenburg in 1905 naar Delft om aan de Technische Hogeschool civiele techniek te studeren. In het tweede leerjaar stapt hij over naar bouwkunde en studeerde in 1911 af. Daarna volgde hij nog een jaar lessen aan de École des Beaux Arts in Parijs. Hij vond een baan bij architect Jan Stuyt in Amsterdam. Vervolgens was hij een jaar of twee leerling van en tekenaar voor Berlage. Daarna werkte hij nog een paar jaar met A.H. op ten Noort en L.S.P. Scheffer binnen het bureau TABROS, voordat hij in 1916 een eigen bureau startte in Villa Windekind aan de Parkweg in Den Haag.

Mogelijk was Roosenburg al in 1919 als esthetisch adviseur bij Rijkswaterstaat actief en werkte hij als zodanig ten tijde van de aanleg van de Twentekanalen (1930 – 1936) om tot aan zijn dood adviseur te blijven. Als adviseur was hij ook betrokken bij de vormgeving van de gemalen Lely en Leemans in de Wieringermeer en de Stevin- en Lorenzsluizen in de Afsluitdijk. In 1937 werd zijn hulp ingeroepen voor het ontwerp van de drie gemalen in de Noordoostpolder. In 1946, toen hij bijna zestig was, ging Roosenburg een samenwerkingsverband aan met twee medewerkers: Piet Verhave en Jaap Luyt, en hij bleef tot zijn 70 ste verjaardag met hen samenwerken. In de bouwwerken van Roosenburg waren vooral het gebruik en de praktische oplossingen belangrijk.

In de jaren '50 van de vorige eeuw was Dirk Roosenburg adviseur bij de vormgeving van de gemalen en sluizen in Oostelijk Flevoland, de Houtribsluizen bij Lelystad en het sluizencomplex bij Enkhuizen. De Dienst Zuiderzeewerken had een esthetisch adviseur nodig annex architect om de technische hoogstandjes op het gebied van de waterbouw te voorzien van een passende harmonieuze architectuur waardoor zij een waardige aanvulling zouden vormen op de landschappelijke en maatschappelijk-historische context waarin ze gebouwd werden. Roosenburg ontwierp voor Philips in Eindhoven onder meer het hoofdkantoor, delen van het Nateb en het fabrieksgebouw de Witte Dame. In Amsterdam is het voormalig hoofdkantoor van de Rijksverzekeringsbank op de kruising van de Stadionweg en de Apollolaan van zijn hand.

Roosenburg sterft op 11 januari 1962, na een kort ziekbed in het Haagse Bonovo ziekenhuis.

 

Pieter Verhave is op 23 januari 1906 in Amsterdam geboren. Hij heeft in Amsterdam de MTS gevolgd. In 1935 treedt hij in dienst bij het bureau van architect  Dirk Roosenburg. In 1946 wordt Verhave samen met Jaap Luyt compagnon van Roosenburg en krijgt het bureau de naam architectenbureau Roosenburg, Verhave, Luyt.

Piet Verhave overlijdt op 15 januari 1991, acht dagen voor zijn 85e verjaardag.

 

Jacob Gustaaf Erik (Jaap) Luyt is op 4 april 1914 in Den Haag geboren. Zijn vader was de schilder A.M. Luyt (1879 - 1951). Jaap Luyt studeerde op aanraden van zijn oom, architect Dirk Roosenburg, bouwkunde aan de Eidgenössische Technische Hochschule in Zürich. Roosenburg vond het onderwijs aan de Technische Hogeschool Delft te veel onder invloed staan van de ideeën van de traditionalistische Delftse School architect Grandpré Molière. Na zijn studie kwam Luyt in 1939 als stagiaire werken op het bureau van Roosenburg. In 1946 trad hij samen met Pieter Verhave toe tot de maatschap en kreeg het bureau de naam architectenbureau Roosenburg, Verhave, Luyt. Jaap Luyt werd bij het groeiend opdrachtenpakket van het bureau mede verantwoordelijk voor een deel van het ontwerpwerk en de uitvoeringsbegeleiding. Naast architectuur hield hij zich ook bezig met stedenbouw. Jaap Luyt overleed op 29 september 2000 in Den Haag.

Laatste Update woensdag, 26 oktober 2016