Boeing B-17G 42-102565, the Ugly Duckling

Boeing B-17G 42-102565, the Ugly Duckling
Boeing B-17G 42-102565, the Ugly Duckling Boeing B-17G 42-102565, the Ugly Duckling Boeing B-17G 42-102565, the Ugly Duckling

Plaats:

Locatie: IJsselmeer

Maker: firma Boeing

materiaal: diverse materialen

Jaar: 1944


Beschrijving:

Op zondagmorgen 26 november 1944 steeg een formatie B-17G Flying Fortresses bommenwerpers van de 398BG/601BS op van vliegveld Nuthampstead in Engeland voor een missie naar Misburg bij Hannover waar olieraffinaderijen het doelwit waren. Onder hen was de B-17G-55-BO Fortress met serienummer 42-102565, radiocode (callsign) 30-M en Triangle W. De driehoek geeft aan dat het toestel bij de 1e Bomb Division is ingedeeld. De letter W staat voor 389th Bomber Group. Aan boord waren 9 bemanningsleden, piloot 2nd Lt. Benjamin G. Rolfe, copiloot 2nd Lt. Paul E. Doyle, navigator 2nd Lt. Vernon D. Anderson, bommenrichter en neuskoepelschutter S/Sgt. Richard W. Rimmer, radiotelegrafist S/Sgt. Frank Iaconis, boordwerktuigkundige en rugkoepelschutter S/Sgt. Joseph M. Price Jr, buikkoepelschutter S/Sgt. James B. Coulson, zijluikschutter (flankschutter) S/Sgt. Arthur P. Schmidt en staartschutter S/Sgt. Thomas S. Pozder. Aan het einde van de oorlog werden de meeste B-17 bemanningen beperkt tot negen i.p.v. tien, er vloog meestal maar één zijluikschutter mee. De Luftwaffe vormde niet meer de bedreiging van voorheen. De bommenwerper had de nickname “the Ugly Duckling” (het lelijke eendje) dat op de neus van het toestel geschilderd was.

Op de terugweg werd het toestel boven Zwolle beschoten door Flak (afweergeschut) en de linker binnenmotor raakte zwaar beschadigd. Vliegend op 9000 m. hoogte vroeg piloot Rolfe om 13.32 uur over de radio of er een vliegveld in België was dat gebruikt kon worden. Kort daarna werd het toestel onbestuurbaar en stortte the Ugly Duckling om 14.00 uur neer in het IJsselmeer. Een escorterend jachtvliegtuig rapporteerde dat alle bemanningsleden boven het IJsselmeer het toestel hadden verlaten. De gesprongen bemanningsleden overleefde de sprong in het koude water niet. De 20-jarige Thomas Pozder spoelde aan bij Bunschoten en werd op 24 maart 1945 begraven op begraafplaats Rusthof in Oud-Leusden. Het lichaam van de 20-jarige Arthur Schmidt werd op 4 april 1945 geborgen door een vissersboot en op 8 april begraven in Elburg. Op 23 april werd het lichaam van James Coulson door de 1ste Canadian Infantery Division nabij Nunspeet geborgen. Hij werd begraven in Ermelo. De 25-jarige Benjamin Rolfe werd door visserman Albert Koffeman uit het IJsselmeer gehaald en werd op 18 maart 1945 op Urk begraven. Het lijk van Paul Doyle werd gevonden in het IJsselmeer en is 10 juni 1945 op Urk begraven. Richard Rimmer spoelde op 17 juni aan op de dijk Urk-Kampen en is op Urk begraven. Als laatste werd het lichaam van Vernon D. Anderson op 29 juni 1945 door vissers geborgen en begraven in Elburg. Na de oorlog werden de stoffelijke resten van Anderson, Schmidt en Pozder overgebracht naar de Amerikaanse begraafplaats in Margraten en aldaar herbegraven. De andere vliegers werden op het Amerikaanse kerkhof Neuville-en-Condoz bij Luik in België herbegraven. Frank Iaconis is vermist. Zijn naam staat bijgeschreven op de Walls of the Missing op begraafplaats Margraten. Op twee natuurstenen muren staan de namen van 1722 militairen die sinds deTweede Wereldoorlog vermist zijn. "Here are recorded the names of Americans who gave their lives in the service of their country and who sleep in unknow graves".

Laatste Update zaterdag, 12 maart 2016