Het Oude Raadhuis

Het Oude Raadhuis
Het Oude Raadhuis Het Oude Raadhuis Het Oude Raadhuis Het Oude Raadhuis Het Oude Raadhuis Het Oude Raadhuis Het Oude Raadhuis Het Oude Raadhuis

Plaats: Urk

Locatie: Wijk 2

Maker: Johan Frowein

materiaal: baksteen

Jaar: 1904 / 1905


Beschrijving:

Op initiatief van de toenmalige burgemeester jhr. Anton Hendrik Peter Karel van Suchtelen van de Haare (1869 - 1946) kwam het in 1904 - 1905 gebouwde raadhuis tot stand. De eerste steen, in linker gevel van de burgemeesterswoning, werd op 29 juli 1904 gelegd door de vrouw van de burgemeester, jkvr. Elisabeth Catharina Den Beer Poortugael (1880 - 1956). Het raadhuis is gebouwd door de uit ’s Gravenhage afkomstige rijksarchitect J.F.L. Frowein. In het gebouw bevindt zich een steen die herinnert aan de bouw van het nieuwe raadhuis. Bovenaan staat de naam van burgemeester Jhr. A.H.P.K. van Suchtelen van de Haare. Dan volgen de namen van de beide wethouders, J. Romkes en W. de Vries. Vervolgens vier raadsleden en dan de naam van architect J.F.L. Frowein. Tenslotte die van opzichter Hendrik Hendrikz. Kagei (1863 - 1928), zoon van burgemeester Hendrik Ulrichz. Kagei (1835 - 1898) de voorganger van Van Suchtelen van de Haare.

Het raadhuis staat op de plaats van de in 1896 - 1897 naar plannen van R. de Boer van Lely uitgevoerde openbare lagere school. Het wordt aan weerszijde geflankeerd door twee spiegelbeeldig identieke zijvleugels die afkomstig zijn van deze lagere school. Deze gebouwen zijn in 1904 - 1905 omgebouwd tot woningen en hebben de eerste tientallen jaren dienst gedaan als dokters- en burgemeesterswoning. Toen het raadhuis te klein werd zijn beide woningen d.m.v. een tussenlid bij het raadhuis getrokken. Vanaf 1880 werden gebouwen in Nederland uitgevoerd in de Nederlandse neorenaissancestijl. De technische vernieuwingen die door de industriële revolutie mogelijk waren, werden veelal weggewerkt achter historische gevels. Het Oude Raadhuis is ook in neorenaissancestijl gebouwd, dat wil zeggen dat Frowein teruggrepen heeft naar de bouwstijl uit de gouden eeuw. Hij gebruikte ontwerpprincipes, maatverhoudingen, vormen en decoraties uit de renaissance. Kenmerkend voor deze stijl zijn de toepassing van trap- en topgevels, kruisvensters en klokkentorentje.

Het Oude Raadhuis is gebouwd in baksteen vanuit een onregelmatige plattegrond. Het voormalig raadhuis heeft een schilddak en is met leien bedekt. De voormalige woningen hebben zadeldaken die met boulet- of kruispannen bedekt zijn. De naam kruispan is afkomstig van de gekruiste ligging van de dakpannen, een rij pannen wordt een halve pan verschoven ten opzichte van de onder- en bovengelegen rij. Het raadhuis heeft aan de voorgevel een toren waarin zich de hoofdentree bevind. Ernaast is de voormalige raadszaal bekroond met een trapgevel. De dubbele galmgaten in de klokkentoren zijn voorzien van keperbogen en afzaten. Aan de achterzijde bevinden zich identieke gevelopeningen. De galmgaten in de zijkanten zijn enkelvoudig en minder hoog. De iets bredere bovenkant van de toren heeft natuurstenen hoekstenen aan de aanzet van de hoeklisenen. Dit gedeelte is met leien bekleed en aan alle vier zijden voorzien van een uurwerk. De vierkante spits is aan de onderkant concaaf gewelfd, gedekt met leien en heeft dakkapelletjes met luiken en een pironbekroning met bol en windvaan. De achtergevel bezit een licht uitgemetseld trasraam, rechtgesloten vensters en een driezijdige, torenvormige erker met zeszijdige spits. Deze erker bevat zesruits vensters met gebrandschilderd glas-in-lood die in 2016 gerestaureerd zijn. De concaaf gewelde spits is gedekt met leien en heeft een bolbekroning.

Het Oude Raadhuis is een Rijksmonument. Het gebouw is van algemeen belang vanwege de cultuurhistorische, de architectuurhistorische en de stedenbouwkundige waarde. Zowel het karakteristieke raadhuis als de beide vleugels zijn van cultuurhistorisch belang vanwege de oorspronkelijke functies en de hiermee verbonden geschiedenis. De bouwdelen zijn tevens van belang als een bijzondere uitdrukking van een bestuurlijke ontwikkeling en als uitdrukking van typologische ontwikkelingen. De samenstellende bouwdelen zijn van architectuurhistorisch belang vanwege de voor de bouwtijd karakteristieke vormgeving, vanwege de detaillering en vanwege het materiaalgebruik. Het raadhuis heeft stedenbouwkundige en ensemblewaarde als beeldbepalend onderdeel van de waardevolle bebouwing rondom het Wilhelminaplein en vanwege de visuele en functionele samenhang tussen de samenstellende onderdelen van het gebouw. Het raadhuis is bovendien van belang vanwege de herkenbaarheid en de grote mate van gaafheid van het exterieur en delen van het interieur. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

Nadat het gemeentehuis naar een nieuw onderkomen verhuisd was, is het gebouw grondig gerenoveerd. In april 1989 heeft museum Het Oude Raadhuis het gebouw in gebruik genomen.

Architect

Johan Frederik Lodewijk Frowein werd op 8 december 1855 in Amsterdam geboren. Frowein was een leerling van Pierre Cuypers en van de Antwerpse bouwkundige Leonard Blomme. Frowein heeft zijn opleiding dus genoten onder de leiding van twee neo‐stijl‐architecten die de typisch negentiende‐eeuwse manier van restaureren, reconstrueren en historiserend verfraaien, toepasten.   

Vanaf het begin van zijn carrière werkte hij bovendien voor Jacobus van Lokhorst, van 1878 tot 1906 Rijksbouwkundige voor de gebouwen van onderwijs bij de afdeling Kunst en Wetenschappen van het ministerie van Binnenlandse Zaken. Samen met onder andere Cuypers maakte Lokhorst de neorenaissance tot nationale bouwstijl. Later zou hij echter ook in neogotische stijl bouwen. De ontwerpstijl van Van Lokhorst zal ongetwijfeld van enige invloed zijn geweest op de jonge architect. Frowein verwierf zich vooral naam door de grote en belangrijke restauratiewerken van historische oude gebouwen; onder zijn leiding werden onder meer gerestaureerd de kerken in Vlissingen en IJsselstein, de toren te Soest en Sprong de bekende raadhuizen van Jisp en Graft, de Heringastate te Marssum. Frowein overleed op 6 juli 1914 op 59-jarige leeftijd in Scheveningen. Enkele dagen voor zijn overlijden werd aan hem nog de restauratie van de Grote Kerk in Alkmaar opgedragen.

Laatste Update maandag, 09 oktober 2017