Bethelkerk

Bethelkerk
Bethelkerk Bethelkerk Bethelkerk Bethelkerk Bethelkerk Bethelkerk Bethelkerk

Plaats: Urk

Locatie: Wijk 3

Maker:

materiaal: Baksteen

Jaar: 1851


Beschrijving:

Met de kerkelijke beweging in de 19e eeuw die we de Afscheiding noemen, verloor de Nederlands Hervormde Kerk een deel van haar orthodoxe leden. Een groot aantal rechtzinnige leden, die zich niet met de nieuwe kerkorde konden verenigen, traden uit de Hervormde Kerk. Er vormde zich afgescheiden gemeente. De Afscheiding leidde in 1836 op Urk tot een Christelijke  Afgescheiden Gereformeerde gemeente, waarvan Pier J. Schaap (1811 - 1846) voorganger werd. Na het overlijden van Schaap werd de op Urk geboren ds. Jacob Nentjes (1818-1873) zijn opvolger. Op 20 november 1846 deed Nentjes zijn intrede. Het gebouwtje waarin de gemeente op Urk samenkwam, werd tijdens zijn diensten al spoedig zo vol dat meerdere toehoorders er niet meer bij konden. Het leverde een onhoudbare situatie op en in de notulen is de klacht van ds. Nettjes opgenomen “dat het kerkhuis het getal der hoorderen niet konde omvatten en de gedrongenheid en daaruit vloeiende lichaamskwellingen bij elken kerkreize de sterke begeerte naar een ruim kerkgebouw deed vermeerderen”. Dat had nogal wat voeten in aarde, want de gemeente was arm. De predikant besloot daarom een advertentie te plaatsen in de Haarlemmer Courant van 17 februari 1851 en in die van een week later. Daarin is te lezen: ‘De Gemeente is zelf niet in staat de kosten voor een behoorlijk gebouw op te brengen. – Het is daarom, dat wij, met opzien tot Hem, die alle harten in Zijne hand heeft, een beroep doen op allen, die in de bevordering van het Godsrijk of van de Gereformeerde godsdienst, en het daaraan verbonden heil hunner medemenschen belang stellen.’ Bron: Oude Panden, 1 juni 2013

Het nieuwe kerkgebouw kwam er. De eerste steen werd op 2 september 1851 gelegd door ds. Jacob Nentjes en de kerk werd op 14 november 1851 in gebruik genomen. De kerk kreeg de naam Eben-Haezer. In 1869 werd de gemeente een Chr. Gereformeerde Kerk. Ds. Nentjes diende de kerk 25 jaar met een onderbreking van drie jaar toen hij in Harlingen stond. Toen hij in 1846 aantrad als predikant, telden de hervormde gemeente en de afgescheiden gemeente beide ongeveer 300 à 400 leden. Bij zijn overlijden in 1873 had Urk ongeveer 1650 bewoners, van wie er ca. 1250 afgescheiden waren en ongeveer 350 hervormd. Het kerkgebouw werd in 1867 vergroot. Het achterste deel met dakruiter werd als toevoeging aan de kerk gebouwd. De huidige, zinken dakruiter dateert uit 1910. In 1885 is het oudste deel van de kerk afgebroken en vervangen door het huidige kerkgebouw dat de naam Bethelkerk kreeg. Het aangebouwde gedeelte met consistorie en de toren met luidklok zijn blijven staan. Het kerkgebouw bevat drie gevelstenen die iets vertellen over de bouwgeschiedenis van de kerk. In de oostmuur bevindt zich een steen uit 1867. In de noordmuur twee stenen uit 1885, waarvan er één herinnert aan het gebouw van 1851.

De Bethelkerk werd gebouwd in een enigszins eclectische, aan de neogotiek verwante bouwstijl die karakteristiek is voor veel laat negentiende-eeuwse architectuur. De kerk is een één beukige schuurkerk. Het interieur en de inventaris zijn voor een belangrijk deel in de oorspronkelijke staat bewaard. De originele, in 1885 voor de kerk vervaardigde preekstoel staat op een vierkante kolom. Het zware geprofileerde baldakijn (overkapping) vormt tevens de frontvoet van het in 1910 geplaatste orgel. Dit orgel is in 1792 gebouwd door Abraham Meere. Het orgel heeft met muziekinstrumenten versierde vleugelstukken en een verspringend orgeldak met zeven fronttorens. Deze torens worden bekroond met musicerende engelen. De centrale toren is voorzien van een harp spelende koning David.

Op Urk bezitten alle protestantse kerken één of meer scheepsmodelen. In de Bethelkerk hangt het model van een eikenhouten vissersschip. Het model draagt het registratienummer UK 34 en stelt een Noordzeeschokker voor. Het gedekte model is ondermeer uitgerust met boomkor, een trechtervormig sleepnet dat naast het vissersschip door het water wordt gesleept en daarbij wordt opengehouden door een boom (stang). Jelle Albertz. Loosman (1842 - 1925) bouwde het scheepsmodel dat hij in 1860 op 18-jarige leeftijd schonk aan de kerk ter gelegenheid van zijn Openbare Geloofsbelijdenis. Aan de onderzijde van het vooronderluik bevindt zich een briefje waarop staat: "J.A.Loosman in 1860, vernieuwd door G. Ekkelenkamp 1950). Gerrit Ekkelenkamp vernieuwde de tuigage en enkele gangen. Bron: Scheepsmodellen in Nederlandse kerken.

Het kerkgebouw staat onder een met zwarte sneldekpannen gedekt zadeldak. De symmetrische kopgevel is een uit drie geledingen bestaande tuitgevel. Deze bevat drie identieke, rechtgesloten entrees met opgeklampte, beslagen dubbele deuren binnen een eenvoudige omlijsting. Boven de buitenste entrees staan reeksen van drie eveneens rechtgesloten venstertjes onder rollaag met aan weerszijden een fries van muizetand. Centraal in de gevel staat een groot rond glas-in-loodraam dat gemaakt is door de Urker glaskunstenaar Geert Weerstand. In beide zijgevels is siermetselwerk toegepast en bevinden zich vijf spitsboogvensters. De achtergevel van het hoofdvolume is aan weerszijden van de uitbouw voorzien van een venster als die in de zijgevel. De top van de gevel is vergelijkbaar met die van de voorgevel, op een onder de tuit geplaatst, getoogd gietijzeren venstertje na. De Bethelkerk is een rijksmonument. Het kerkgebouw is van algemeen belang vanwege de cultuurhistorische, architectuurhistorische en stedenbouwkundige waarde. Het markante kerkgebouw heeft cultuurhistorische waarde als een bijzondere uitdrukking van het geestelijk leven van de Urker bevolking in de negentiende eeuw. De kerk is van architectuurhistorisch belang vanwege de voor de bouwtijd karakteristieke vormgeving en de aanwezigheid van een belangrijk deel van het oorspronkelijke interieur. De kerk heeft grote stedebouwkundige waarde als een belangrijk, beeldbepalend onderdeel van de bebouwing aan het Wilhelminaplein. De kerk is bovendien van belang vanwege de herkenbaarheid en de grote mate van gaafheid van het exterieur en delen van het interieur. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

 

Laatste Update woensdag, 18 oktober 2017