Vuurtoren

Vuurtoren
Vuurtoren Vuurtoren Vuurtoren

Plaats: Schokland

Locatie: Zuidpunt

Maker:

materiaal: baksteen

Jaar: 1825


Beschrijving:

De terp op de Zuidpunt ligt van nature wat hoger, onder de terp ligt namelijk een rivierduin. In de prehistorie woonden hier al mensen. In de late Middeleeuwen stond er een kerk. Aanvankelijk gebruiken schippers en vissers deze kerk om zich te oriënteren. Het verhaal gaat dat bij mist en duisternis een seinvuur op de kerktoren werd ontstoken. Maar de roep op een betere bebakening werd sterker. Begin 17e eeuw werd de zuidpunt voorzien van een vuurbaken. Het gebouw was uitgerust met een takel en een korf waarmee brandende turf omhoog gehesen kon worden. In 1634 werd door het provinciebestuur van Overijssel een licht op dezelfde plaats als de oude vuurbaak opgericht. Een laag, plomp stenen gebouw, waarop een rooster een open kolen vuur werd gestookt. Het platform lag slechts 14 voet, een kleine 5 m, boven het maaiveld. Om de hoge kosten van de bouw en onderhoud enigszins te drukken, werd lange tijd het ‘Ensser geld’ geheven. Iedere schipper die de provincie Overijssel binnenvoer was verplicht enkele stuivers belasting te betalen. Hij ontving een bakenloodje als betalingsbewijs. Het Ensser geld werd niet alleen gebruikt voor het onderhoud van het vuur, maar ook voor de paalwerken die nodig waren om het eiland tegen verdere afkalving te beschermen

Bij de grote stormramp in 1825, waarbij het eiland overstroomt, werd de vuurtoren volledig vernield. Nog hetzelfde jaar werd door Rijkswaterstaat een ronde vuurtoren gebouwd, die aanvankelijk met kolen werd gestookt. In 1845 schreef de Rotterdamse jurist, historicus en neerlandicus Gregorius Mees na een bezoek aan Schokland: “Tegen den muur der oude kerk staat de eenzame woning van den lichtwachter aangeleund. Zijn woning was 12 ¾ bij 5 meter groot en telde drie vertrekken. Vanaf de woning liep een 6 meter lange houten loopbrug naar de lichttoren, die zo ook bij hoogwater te bereiken was”.

In 1845 werd in deze toren een petroleum lamp met prismatische glazen geïnstalleerd. Rijkswaterstaat verving in 1856 de toren door een iets hoger exemplaar een open ijzeren constructie. In de Nederlandse Staatscourant van donderdag 14 augustus stond een advertentie van het Ministerie van Marine voor inschrijving voor het vervaardigen en opstellen van twee ijzeren opstanden; de eerste op Schokland, de tweede in de duinen van Oost-Voorne. "Aanbesteed: het maken der Fundering voor een IJzeren Lichtopstand op het eiland Schokland, de uitvoering van eenige Onderhoudswerken aan den Lichtwachterswoning aldaar en het afbreken van den Ouden Lichttoren op dat eiland". Na de ontruiming van Schokland werd de lichtopstand en de mistbel door Wiegert van Eerde bediend. In 1876 werd hij opgevolgd door Jelle Loosman wiens functie in 1893 overgenomen werd door Wiegerts zoon Teunis die in 1902 werd opgevolgd door zijn zonen Wiegert en Jacob. In 1911 treedt Klaas van Loo in dienst. De laatste lichtwachter was Pieter Verschoor die met zijn gezin van 1915 - 1922 op de zuidpunt woonde.  Daarna werd de lamp automatisch ontstoken tot de lichten op 10 mei 1940, bij het uitbreken van de oorlog, definitief werden gedoofd.

Een eender exemplaar als deze laatste vuurtoren heeft ook op de terp Emmeloord gestaan. Twee jaar na de drooglegging zijn de vuurtorens afgebroken. In 2007 is de haven van Oud Emmeloord gereconstrueerd en is een replica van de vuurtoren geplaatst.

Op de Zuidpunt is het fundament van de ronde vuurtoren uit 1825 nog te vinden. In 2003 is de fundering van het oude vuurbaken gerestaureerd.

 

Laatste Update zaterdag, 10 oktober 2015