Praam NH49

Praam NH49

Plaats: Tollebeek

Locatie: Staartweg / Zuidwersterringweg

Maker:

materiaal: hout

Jaar: 19e eeuw


Beschrijving:

Op kavel NH49, ten zuidoosten van de kruising van de Staartweg met de Zuidwesterringweg, wordt in 1948 melding gedaan van de vondst van een scheepswrak. Het schip wordt in de zomer van 1956 opgegraven. Het blijkt te gaan om een tamelijk scherp gebouwd vroeg type houten praam van 19,60 m lang, 3,60 m breed en een holte van 1,70 diep. Op basis van de aanwezige inventaris, waaronder pijpenkoppen, vond de ondergang na ca. 1850 plaats. De merken op de pijpenkopen komen voor in de 18e en 19e eeuw. Op basis van de ketelvorm kunnen de pijpen in de 19e eeuw gedateerd worden. Twee grootkop-pijpen komen na 1825 voor. De pijpenkop van porselein, met de afbeelding van een locomotief, kan na het eerste kwart van de 19e eeuw worden gedateerd.


Het hele ruim tussen het voor- en achteronder was vol geladen met stenen van 200 - 400 kg per stuk met afgeronde vorm. De archeologische afdeling van de Directie Wieringermeer afd. Noordoostpolderwerken riep de hulp van de heren P. van der Lijn en W.Tj. Hellinga in voor het determineren van de veldkeien. Pieter van der Lijn (1870 - 1964) was de nestor van de Nederlandse zwerfsteengeologie. Na uitgebreid onderzoek van de 114 stenen kon worden vastgesteld dat de zwerfsten afkomstig zijn van een morene in het Nederlandse gebied. Het is zeer waarschijnlijk dat deze vracht voor de dijkbouw bedoeld was, ook al begon men omstreeks die tijd al met aanvoer van dijkmateriaal uit België. De lading, met een gewicht van ongeveer 60.000 kg, is door de dienst Zuiderzeewerken gebruikt bij de bekleding van één van de nieuwe dijken van de IJsselmeerpolders.

Zie ook: verganeschepen.nl

Bronnen: 'Gesteente uit een scheepswrak' en 'Archeologie van de binnenvaart'.

Laatste Update maandag, 18 januari 2016