St. Jozefkerk

St. Jozefkerk
St. Jozefkerk St. Jozefkerk St. Jozefkerk St. Jozefkerk St. Jozefkerk St. Jozefkerk St. Jozefkerk St. Jozefkerk

Plaats: Luttelgeest

Locatie: Kerkstraat 1-3

Maker: A. Kranendonk, A en H. Thunnissen

materiaal: diverse bouwmaterialen

Jaar: 1956


Beschrijving:

De eerstesteenlegging bij de bouw van een nieuwe rooms-katholieke kerk is een ceremoniële handeling. Zij bestaat uit de zegening van de bouwplaats en de zegening en plaatsing van de 'eerste steen', die vaak niet fysiek de allereerste steen van het fundament is, maar later op een iets hogere en betere zichtbare plek werd ingemetseld. Op 6 november 1955 werd in de muur van het priesterkoor van de St. Jozefkerk de 'eerste steen' aangebracht door mgr. Theodorus (Daan) Huurdeman (1878-1958), vicaris-generaal van het aartsbisdom Utrecht. Een vicaris-generaal is de functionaris die een residerende bisschop bijstaat in de dagelijkse uitoefening van zijn ambt in diens bisdom. Hij is de persoonlijke plaatsvervanger van de bisschop en heeft de dagelijkse leiding over het bestuursapparaat van het bisdom. Na het overlijden van kardinaal Johannes (Jan) de Jong op 8 september 1955 was de bisschoppelijke zetel van het bisdom Utrecht vacant. 

In de holle 'eerste steen' werd een loden koker geplaatst met daarin een in het Latijns gestelde oorkonde. De vertaling van de tekst luidt: "In de Naam van De Allerheiligste en onverdeelde Drievuldigheid, de Vader en de Zoon en de H. Geest. AMEN. De lezer heil, In het negentienhonderdvijfenvijftigste jaar van onze Verlossing, terwijl paus PIUS XII de zetel van de H. Petrus bezet, Koningin JULIANA in vrede regeert over deze Nederlandse gewesten, en BERNARDUS JOHANNES ALFRINK als Apostolisch Administrator met wijsheid het Aartsbisdom Utrecht bestuurt, waarvan de Bisschopszetel door de dood van JOHANNES kardinaal DE JONG vacant is, is er een begin gemaakt met de bouw van deze kerk onder de titel en aanroeping van St.Joseph, tot meerdere eer van God en tot heil der zielen. Het werk werd opgedragen door pastoor A.Th.W. Weijs en de kerkmeesters A.F. Weevers, L.F.J. van Woerkom en M.C. de Regt. De bouw van dit werk, dat ontworpen is door architect A. van Kranendonk, heeft H. Mokveld uit Hilversum aangenomen. Deze steen werd met plechtig ceremonieel gelegd door Mgr. Theod. Huurdeman, Protonotarius Apostolicus in hetzelfde jaar op de zesde van de maand november in tegenwoordigheid van F.B. Koopmans, pastoor te Kraggenburg, A. Grimmelikhuizen, pastoor te Vollenhove, Th.M. Morselt, pastoor te Emmeloord, F.A. Gilsing, pastoor te Ens, Th.G. ten Hagen, pastoor te Creil-Rutten, A.H.W. Weijs, kapelaan te Raalte, van de aannemer van dit werk en van een grote menigte parochianen. Moge dit werk gezegend en voorspoedig verlopen. Ter bevestiging van het bovengenoemde hebben de getuigen van deze plechtigheid dezelfde dag dit stuk met hun naam ondertekend". De oorkonde was getekend door de dertien, in de oorkonde genoemde personen. 

De Rooms-katholieke kerk, met aangebouwde sacristie, is door haar bijzondere architectuur en de ligging aan de hoofdentree kenmerkend voor Luttelgeest. De hallekerk is in 1955-1956 gebouwd in opdracht van het Kerkbestuur van de r.-k. Parochie in Marknesse. Het ontwerp van de traditionalistische zaalkerk is van ir. A. Thunnissen en A. van Kranendonk (schip). De robuuste ronde toren, die bijdraagt aan het vroegmiddeleeuwse karakter van de kerk, is ontworpen door ir. H. Thunnissen. De architecten hebben zich laten inspireren door de Scandinavische kerken. Het in baksteen opgetrokken kerkgebouw heeft een vrijwel rechthoekige plattegrond en staat onder een met pannen gedekt, iets uitkragend zadeldak met zeeg. Zoals bij alle katholieke kerken heeft ook deze kerk aan de achterzijde een halfronde apsis die geleed wordt door acht lisenen en voorzien is van twee kleine glas-in-lood ramen. De apsis wordt bekroond met een met koper bekleed halfrond kegeldak. De zuidoostelijke langsgevel is links voorzien van een vijfzijdig ingangsportaal onder uitkragend, met pannen gedekt tentdak. Tussen het tentdak en het schip van de kerk bevindt zich een deel met afgeknot zadeldak. De entree is een rechtgesloten vleugeldeur, die staat onder een op twee ronde, met geprofileerde latten beklede kolommen rustend overstek van het tentdak. Beide zijgevels van het portaal bevatten een rond, met glas-in-lood ingevuld venster. De overhoekse muurdelen zijn blind. De langsgevel van de kerk bevat drie grote, rechtgesloten vensters met glas-in-lood. De aangebouwde 32 m hoge klokkentoren is voorzien van een uitkragende, achtzijdig ingesnoerde houten torenspits, die bekleed is met koperplaten en wordt bekroond door een kruisdragende bol. Om kosten te besparen werd de spits, die bestaat uit een houten geraamte van 11 m, op de grond gebouwd. De 3000 kg zware torenspits werd eind mei 1956 met behulp van een enorme hijskraan, met een lastarm van 17 m, op de toren geplaatst.

In mei 1956 werd het Aartsbisdom Utrecht verdeeld in twee bisdommen, te weten Utrecht en Groningen. Mgr. Pieter Antoon Nierman (1901-1976), de op 11 mei 1956 gewijde bisschop van Groningen onder wiens bisdom Noordoostpolder sinds de herindeling resorteerde, heeft de kerk op 12 juni 1956 ingewijd. Het was de eerste kerkwijding in het nieuwe bisdom. De kerk is gewijd aan St. Jozef. Hij is een timmerman, afstammeling van David die in Nazareth woonde. Hij is de pleegvader, voedstervader, van Jezus. St. Jozef is in 1870 door Paus Pius IX uitgeroepen tot beschermer van de Kerk. In de toren hangt een luidklok met de tekst: 'St. Jozefklok A.D. 1956' en daaronder 'PETIT ET FRITSEN ME FUDERUNT'  wat in het Nedelands 'PETIT en FRITSEN hebben mij gegoten' betekent. De afkorting A.D., voor het jaartal 1956, staat voor 'Anno Domini' wat Latijn is voor 'in het jaar onzes Heren'.

In 1944 werd in Marknesse een houten noodkerk ingewijd. Voor de nieuwe kerk werden bij beeldhouwer Piet Jungblut (1909-1988) in Bilthoven twee natuurstenen beelden aangeschaft, een Maria- en een Jozefbeeld. Destijds wist men nog niet dat de noodkerk vervangen zou worden door een Jozefkerk in Luttelgeest en een Mariakerk in Marknesse. Na de inwijding van de St. Jozefkerk werd het Jozefbeeld in de kerkzaal geplaatst rechts naast het altaar.

Het gebouw van de St. Jozefkerk is op de monumentenlijst van de gemeente Noordoostpolder geplaatst. Het kerkgebouw is in cultuurhistorisch opzicht van belang vanwege de oorspronkelijke functie en als een bijzondere uitdrukking van het geestelijk leven in de Noordoostpolder. Het gebouw is van architectuurhistorisch belang vanwege de eenvoudige, maar afgewogen vormgeving van in- en exterieur en de samenhang ertussen. De kerk heeft stedenbouwkundige en ensemblewaarde vanwege de situering en als essentieel en beeldbepalend onderdeel van de dorpsbebouwing. Het gebouw is tevens van waarde vanwege de herkenbaarheid en de gaafheid van in- en exterieur. Bron: Overzicht gemeentelijke monumenten 2013.

De Rooms-katholieke St. Jozefkerk is in 2014 gesloten. Op 23 november werd de laatste dienst gehouden. 

Architecten
 
Henri Johannes Wilhelmus Thunnissen werd op 19 juni 1890 in Nijmegen geboren, volgde de H.B.S. en studeerde in 1914 af als bouwkundig ingenieur aan de Technische Hogeschool te Delft. Thunnissen begon rond 1916 zijn architectenbureau in Den Haag. Na de Tweede Wereldoorlog associeerde H.J.W. Thunnissen zich met zijn schoonzoon en architect Antoon van Kranendonk. Van Kranendonk werd op 17 februari 1917 in Brielle geboren. In 1937 ging hij aan de Technische Hogeschool in Delft bouwkunde studeren. Hier studeerde hij in 1945 af als bouwkundig ingenieur. Zoon André Wilhelmus Petrus Thunnissen, geboren in 1921, studeerde eind jaren 1940 eveneens aan de Technische Hogeschool te Delft en voegde zich in 1951 bij zijn vader en Van Kranendonk om bureau Thunnissen-Van Kranendonk-Thunnissen in Den Haag te vormen. Tezamen ontwierpen ze enkele decennia lang hoofdzakelijk voor katholieke opdrachtgevers. Thunnissen sr. was een gewelven expert. In die hoedanigheid was hij in 1956 voorzitter van een internationale commissie die zich bezighield met de restauratie van het Heilig Graf in Jeruzalem. Bij veel opdrachten werkte André Thunnissen nauw samen met Antoon Van Kranendonk. De 'polderkerken' te Middenmeer (1953), Ens (1956) en Luttelgeest (1956) getuigen van een traditionalistische en ingetogen sfeer. Vanaf 1960 begon het bureau echter meer moderne invloeden toe te laten, mede onder invloed van M.J. Becka, een gevluchte Hongaarse architect die het bureau in 1963 kwam versterken. In dat jaar trad Thunnissen sr. uit het bureau. Henri J. W. Thunnissen overleed in 1978. Antoon Kranendonk overleed in 1991. André Thunnissen overleed op 7 februari 2014 op 92-jarige leeftijd. André was samen met zijn broer Harry in 1938 Nederlands kampioen tafeltennis heren dubbel en in 1942 Nederlands kampioen enkelspel.

Laatste Update vrijdag, 23 maart 2018