Lichtwachterswoning
Plaats: Kraggenburg
Locatie: Zwartemeerweg 23
Maker: R.P.J. Tutein Nolthenius
materiaal: baksteen
Jaar: 1877
Beschrijving:
Tussen Kraggenburg en Ens staat op een met basaltblokken versterkte heuvel de Lichtwachterswoning van Oud-Kraggenburg die voor de inpoldering aan de monding van het Zwartewater stond. De voormalige vluchthaven is van bijzondere betekenis voor Flevoland. Het is een rijksmonument, maar ook één van de weinige door mensenhanden gemaakte overblijfselen uit de periode van de Zuiderzee. De Lichtwachterswoning is in 2002 gerestaureerd en particulier eigendom.
Het Zwarte Water is voor de stad Zwolle eeuwenlang de belangrijkste scheepsvaartverbinding met de Zuiderzee geweest. Het grote probleem bij het Zwarte Water was, dat de bevaarbaarheid als gevolg van verzanding steeds weer voor grote problemen zorgde. De Overijsselse Vereniging tot Ontwikkeling van de Provinciale Waterstaat, die in Zwolle gevestigd was, schreef in 1843 een prijsvraag uit, om de verbetering van de scheepvaartroute van Zwolle naar de Zuiderzee te bevorderen. Op deze prijsvraag kwam slecht één reactie. Ir. B.P.G. van Diggelen (1815 – 1868) wilde in het Zwolse diep twee leidammen van ongeveer 6 km aanleggen. Aan het eind van deze dammen was, in volle zee, een vluchthaven gepland en op een kunstmatig aangelegde eiland een lichtwachterswoning. De Rijksoverheid was niet bereid om in het plan te investeren. Daarom werd De Naamloze Maatschappij ter verbetering van den handelsweg over het Zwolse Diep opgericht. De directeur van deze particuliere maatschappij was Ir. Van Diggelen. In 1845 werd onder zijn leiding een begin gemaakt met de aanleg van de leidammen en de bouw van de lichtwachterswoning.
Voor het aanleggen van de leidammen werden drijvende stroken vast ineen gegroeide zoden van riet en waterplanten, "kraggen", gebruikt. De kraggen werden in Wanneperveen, Dwarsgracht en Giethoorn gekocht en per schip aangevoerd.

bron: Kraggenburg en de vaarweg van Zwolle naar zee
In december 1848 betrok de eerste lichtwachter, Hendrik Winkel met zijn gezin, de woning. Naast het ontsteken van de lichten op de leidammen en op de woning, inden hij liggeld van de schepen in de haven en moest hij tol heffen van elk schip dat gebruik maakte van het Zwolse diep. Ook voor het jaagpad dat over de zuidelijke dam was aangelegd moest tol betaald worden. Door de geringe breedte van de vaargeul was het niet mogelijk te laveren. Schepen moesten bij tegenwind door een paard richting Zwartsluis getrokken worden.
In 1875 nam Rijkwaterstaat de ernstig verwaarloosde dammen en de lichtwachterwoning over. De tolheffing werd afgeschaft en de waterweg verbeterd. Na een zware storm in 1877 werd de ernstig beschadigde woning afgebroken. Op een verhoogde terp van 4,50 m. boven Amsterdams Peil, werd de huidige woning gebouwd, vermoedlijk naar een ontwerp van R.P.J. Tutein Nolthenius. Deze is opgetrokken in een sobere neoclassicistische stijl. In het inwendige van het huis is een gietijzeren constructie opgenomen die de lichtkoepel draagt. Een vrijstaande lichtopstand werd in 1889 gebouwd, maar werd al in 1894 vervangen door een lichtopstand op het dak van de woning. Vanaf 1920 werden de lichten automatisch ontstoken en heeft Oud-Kraggenburg geen vaste bewoners meer gehad. Na de inpoldering van de Noordoostpolder in 1942 werden de dammen grotendeels afgebroken. De stenen werden hergebruikt voor de aanleg van polderdijken.
Bron : www. Kraggenburg.nl





