Gemaal Vissering

Gemaal Vissering
Gemaal Vissering Gemaal Vissering Gemaal Vissering Gemaal Vissering Gemaal Vissering

Plaats: Urk

Locatie: Domineesweg 33F

Maker: Dirk Roosenburg

materiaal: baksteen, staal

Jaar: 1938 - 1942


Beschrijving:

Op 29 april 1936 wordt, in opdracht van de Dienst der Zuiderzeewerken afd. Noordoostpolderwerken, de werkhaven met opslagterrein, een funderingsput met omringdijk (voor het te bouwen dieselgemaal en de schutsluis) en een aansluitend gedeelte van de polderdijk aanbesteed aan de firma E.J. Bakker & Co uit Gorichem.

De ondergrond bij Urk was van slechte kwaliteit. De veen- en kleilagen dienden grotendeels te worden weggebaggerd en vervangen door zand. Op de plaats waar het gemaal kwam moest een funderingsput van bijna 10 m. diep gegraven worden. De bouw en de inwerkingstelling van het dieselgemaal vormden een aaneenschakeling van tegenslagen. Zo liet de diepe bouwput zich maar moeizaam droogmalen, ook nadat de capaciteit van de tijdelijke bemalingsinstallatie aanzienlijk was versterkt. In 1939 brak er brand uit in de bemalingsinstallatie. Tevens vertraagde de strenge vorst het droogpompen. Na de Duitse inval was er geen dieselolie meer beschikbaar voor de pompen. Op stoomkracht werd de bouwput tenslotte in juli 1940 drooggemalen. Toen kon met de bouw van het gemaal begonnen worden. Het ontwerp moest worden aangepast, omdat oorspronkelijk gepland was dat het gemaal op dieselolie zou gaan werken. Tijdelijk werden stoommachines geïnstalleerd.

Nadat op 13 december 1940 het laatste deel van de Zuidelijke meerdijk gesloten was, werd met de bemaling van de Noordoostpolder begonnen. Het gemaal bij Urk was toen nog niet gereed. Op 9 september 1942 viel de Noordoostpolder droog. Bijna twee maanden daarna, op 2 november, kon het gemaal in bedrijf gesteld worden. 

Het gemaal is door architect Dirk Roosenburg, in opdracht van Rijkswaterstaat, ontworpen in functionalistische stijl. De afdeling Noordoostpolder van de dienst Zuiderzeewerken was verantwoordelijk voor de constructie. Op de gewapend betonnen onderbouw, met daarin opgenomen de zuig-, de perskokers en de pompslakkenhuizen, is in één bouwlaag de machineruimte, met een rechthoekige plattegrond, opgetrokken. De dienstvoorzieningen zijn in een twee-laagse bouw ondergebracht. De gevels zijn opgetrokken in gele genuanceerde baksteen met daarin stalen deur- en raamkozijnen. Stalen spanten dragen het overstekende zadeldak. Het dak bestaat uit betonnen platen met daarop rode dakpannen. De muren zijn van baksteen en worden door de stalen vakwerkconstructie en de uitgebalanceerde vensterverdeling op functionele wijze gedecoreerd. De kozijnen en de deuren zijn van staal gemaakt. Aan de instroomzijde bepalen een drietal gemetselde schoorstenen het beeld.

Bij ministeriële beschikking is het gemaal bij Urk in maart 1951 vernoemd naar Mr. Gerard Vissering (1865 - 1937). Hij was econoom en van 1912 - 1932 president van de Nederlandse Bank. Daarnaast was hij van 1919 - 1937 voorzitter van de Zuiderzeevereniging en ondervoorzitter van de Zuiderzeeraad. Samen met gemaal Buma handhaaft gemaal Vissering het peil van 5,70 m onder NAP in de 32.160 ha grote lage afdeling.

Oorspronkelijk stonden 3 dieselmotoren van de Nederlandse motorfabrikant Stork-Werkspoor in het gebouw. Het waren laagtoerige motoren die intensieve bediening en onderhoud vergden. In 1998 is het gemaal gemoderniseerd tot eco-gemaal. De oude motoren zijn vervangen door gasmotoren met warmte krachtkoppeling. Tijdens het draaien van de motoren ontstaat warmte die wordt afgegeven aan bedrijven in Urk. Hiervoor is een speciaal transportnetwerk aangelegd dat de warmte vervoert naar bedrijventerrein Domineesweg. Het hart van een gemaal bestaat altijd uit een aandrijfwerktuig, het onderdeel dat de machine in beweging zet, en een opvoerwerktuig, een onderdeel dat het water verzet. Gemaal Vissering beschikt over drie centrifugaalpompen. Bij een centrifugaalpomp wordt het water in een slakkenhuisvormige ruimte door een waaier in rotatie gebracht en zo door cetrifugaalkracht weggeslingerd. De opvoerhoogte bedraagt 5,50 m.

Gemaal Vissering is samen met het sluizencomplex van belang bij het in stand houden van de waterhuishouding van de Noordoostpolder. Als het Urkerpeil wordt overschreden, wordt het gemaal in dienst gesteld. De schutsluis vormt de verbinding tussen het IJsselmeer en de Urkervaart en overbrugt een verschil in waterpeil van 5,75 m. Het sluiswachtershuisje diende als onderkomen van de sluiswachter, die vanuit deze positie de sluisdeuren kon bedienen. Het vanuit een rechthoekige plattegrond opgetrokken huisje heeft een betonnen onderbouw en in kruisverband gemetselde muren onder een uitkragende betonnen kap met rode pannen en ronde, stalen vensters in de zijmuren. Het gebouwtje verloor in 1989 de oorspronkelijke functie toen het werd vervangen door een nieuw bedieningsgebouw bij de brug. De bijbehorende schotbalkenloods was bestemd als opslagplaats voor de houten schotbalken die bij calamiteiten dienden als beveiliging van de sluisdeuren aan de zijde van het IJsselmeer. De schotbalkenloods verloor in 1966 zijn oorspronkelijke functie toen een stalen noodschuif werd geplaatst. De stalen noodkering is nog geheel in originele staat en heeft cultuurhistorische waarden omdat het de functionaliteit van het gemaalcomplex duidelijk aangeeft en de aandacht vestigt opdat dijken en noodkeringen de Noordoostpolder drooghouden. De noodkering is eigendom van de Provincie Flevoland.

Het gemaal, de schutsluis, het sluiswachtershuisje en de schotbalkenloods staan, vanwege hun cultuurhistorische- en architectuurhistorische waarde, op de rijksmonumentenlijst. Het complex is een belangrijke schakel in de ontwikkeling van waterbouwkundige kunstwerken in Nederland omdat met de bouw ervan het einde van Urk als eiland en het begin van de Noordoostpolder werd gemarkeerd. 

Zie ook: Waterschap Zuiderzeeland

Architect

Dirk Roosenburg werd op 1 februari 1887 in Den Haag geboren. Na de HBS ging Roosenburg in 1905 naar Delft om aan de Technische Hogeschool civiele techniek te studeren. In het tweede leerjaar stapt hij over naar bouwkunde en studeerde in 1911 af. Daarna volgde hij nog een jaar lessen aan de École des Beaux Arts in Parijs. Hij vond een baan bij architect Jan Stuyt in Amsterdam. Vervolgens was hij een jaar of twee leerling van en tekenaar voor Berlage. Daarna werkte hij nog een paar jaar met A.H. op ten Noort en L.S.P. Scheffer binnen het bureau TABROS, voordat hij in 1916 een eigen bureau startte in Villa Windekind aan de Parkweg in Den Haag.

Mogelijk was Roosenburg al in 1919 als esthetisch adviseur bij Rijkswaterstaat actief en werkte hij als zodanig ten tijde van de aanleg van de Twentekanalen (1930 – 1936) om tot aan zijn dood adviseur te blijven. Als adviseur was hij ook betrokken bij de vormgeving van de gemalen Lely en Leemans in de Wieringermeer en de Stevin- en Lorenzsluizen in de Afsluitdijk. In 1937 werd zijn hulp ingeroepen voor het ontwerp van de drie gemalen in de Noordoostpolder. In 1946, toen hij bijna zestig was, ging Roosenburg een samenwerkingsverband aan met twee medewerkers: Piet Verhave en Jaap Luyt, en hij bleef tot zijn 70 ste verjaardag met hen samenwerken. In de bouwwerken van Roosenburg waren vooral het gebruik en de praktische oplossingen belangrijk.

In de jaren '50 van de vorige eeuw was Dirk Roosenburg adviseur bij de vormgeving van de gemalen en sluizen in Oostelijk Flevoland, de Houtribsluizen bij Lelystad en het sluizencomplex bij Enkhuizen. De Dienst Zuiderzeewerken had een esthetisch adviseur nodig annex architect om de technische hoogstandjes op het gebied van de waterbouw te voorzien van een passende harmonieuze architectuur waardoor zij een waardige aanvulling zouden vormen op de landschappelijke en maatschappelijk-historische context waarin ze gebouwd werden. Roosenburg ontwierp voor Philips in Eindhoven onder meer het hoofdkantoor, delen van het Nateb en het fabrieksgebouw de Witte Dame. In Amsterdam is het voormalig hoofdkantoor van de Rijksverzekeringsbank op de kruising van de Stadionweg en de Apollolaan van zijn hand.

Roosenburg sterft op 11 januari 1962, na een kort ziekbed in het Haagse Bonovo ziekenhuis.

Laatste Update zaterdag, 15 juli 2017