Gemaal Smeenge

Gemaal Smeenge
Gemaal Smeenge Gemaal Smeenge Gemaal Smeenge Gemaal Smeenge Gemaal Smeenge

Plaats: Kraggenburg

Locatie: Kadoelerweg 1

Maker: Dirk Roosenburg

materiaal: baksteen / staal

Jaar: 1939 - 1941


Beschrijving:

In de zomer van 1938 werd in opdracht van de Dienst der Zuiderzeewerken afd. Noordoostpolderwerken een begin gemaakt met de funderingsput voor het gemaal bij de Voorst. De funderingsput werd in de tweede helft van 1939 drooggemalen waarna men met de bouw van het gemaal en de schutsluizen kon beginnen. Het gemaal is het op één na oudste bouwwerk in de Noordoostpolder. Nadat op 13 december 1940 het laatste deel van de zuidelijke meerdijk gesloten was, werd met de bemaling van de polder begonnen. Op dat moment kon alleen het gemaal bij Lemmer in gebruik genomen worden. Door de Tweede Wereldoorlog was er vertraging in de bouw van de gemalen ontstaan. Het door elektromotoren aangedreven gemaal kon op 22 april 1941 in werking gesteld worden. Het hart van een gemaal bestaat altijd uit een aandrijfwerktuig, het onderdeel dat de machine in beweging zet, en een opvoerwerktuig, een onderdeel dat het water verzet. In het gemaal bij de Voorst staan twee schroefpompen, opgesteld onder een hoek van 45 graden. Een schroefpomp bestaat uit een buis waarin een schroef draait die eruitziet als een scheepsschroef. De schroefpomp, die het water wegperst, wordt speciaal toegepast bij kleine opvoerhoogte, in dit geval 4,5 meter.

Gemaal Smeenge kreeg zijn naam bij ministeriële beschikking in maart 1951 en is vernoemd naar Mr. Harm Smeenge  (1852 – 1935) een vooraanstaand liberaal politicus, die bijna 50 jaar onafgebroken deel uitmaakte van het parlement. Van 1892  - 1894 was hij lid van de Staatscommisie tot onderzoek van de afsluiting en droogmaking der Zuiderzee (Staatscommissie-Lely). Van 1887 - 1935 was hij lid van de in 1885 opgerichte  Zuiderzeevereniging, die  onderzoek deed naar de inpoldering van de Zuiderzee, de Wadden en de Lauwerszee. Van 1906  - 1935 was Smeenge ondervoorzitter van de vereniging.

De drie, door architect Dirk Roosenburg ontworpen gemalen in de Noordoostpolder, zijn op dezelfde wijze geconstrueerd. Stalen spanten dragen het overstekende rood betonnen zadeldak. Het middendeel van het dak, ter breedte van het doorlaatkanaal, is iets opgetild. Hierdoor vormen gemaal en omgeving een harmonische eenheid. De muren zijn van lichte baksteen en worden door de stalen vakwerkconstructie en de uitgebalanceerde vensterverdeling op functionele wijze gedecoreerd. Gemaal Smeenge is vanuit een rechthoekige plattegrond opgetrokken en staat onder een uitkragend, driedelige zadeldak. De zuidelijke, naar de sluis gekeerde kopgevel is in de oorspronkelijke staat bewaard gebleven. Deze gevel bevat vier verschillende vensters met stalen ramen en een dubbele deur, waarvan beide deurdelen op wieltjes lopen.

Het streefpeil van 4,50 m onder NAP in de 7200 ha grote hoge afdeling wordt gehandhaafd met bemaling door gemaal Smeenge en aflaat van water bij de Marknessersluis. Gemaal Smeenge bemaalt alleen bij extreem waterbezwaar omdat de chlorideconcentratie in de polder veel hoger ligt dan in het Kadoelermeer. Lozing van veel water op het meer zal dus een verhoging van de chlorideconcentratie tot gevolg hebben. Het spaarzaam gebruik van gemaal Smeenge betekent dat de hoge afdeling via de lage afdeling tot afstroming komt. Gemaal Smeenge is het kleinste gemaal omdat het maar twee pompen heeft en niet drie zoals de andere gemalen. 

Het gemaalcomplex, dat naast gemaal Smeenge uit een schutsluis en verkeersbrug, een sluiswachtershuisje, schotbalkenloods en dienstwoningen bestaat, staat op de rijksmonumentenlijst.  Het complex heeft algemene cultuurhistorische waarde omdat de bouw ervan het begin van de Noordoostpolder markeert en het tot de oudste nog bestaande bouwwerken in de Noordoostpolder behoort. 

De rechts van de sluis, tegenover het sluiswachtershuisje staande schotbalkenloods met een grootte van 66 m², heeft zijn oorspronkelijke functie (noodkering) inmiddels verloren en is inwendig gewijzigd. De functie van de schotbalken is overgenomen door de aan de andere kant van de sluis staande, aan een stalen constructie bevestigde stalen noodschuif uit de eerste helft van de jaren zeventig, die derhalve buiten de bescherming valt. Deze dient ter beveiliging van de sluis en als reservedeur bij eventuele reparatie en vervanging van de houten sluisdeuren. Het sluiswachtershuisje is op 1 januari 2014 buiten gebruik gesteld omdat de bediening van de brug en de sluis centraal vanuit het provinciehuis in Lelystad gebeurd.

Zie ook: Waterschap Zuiderzeeland

Architect

Dirk Roosenburg werd op 1 februari 1887 in Den Haag geboren. Na de HBS ging Roosenburg in 1905 naar Delft om aan de Technische Hogeschool civiele techniek te studeren. In het tweede leerjaar stapt hij over naar bouwkunde en studeerde in 1911 af. Daarna volgde hij nog een jaar lessen aan de École des Beaux Arts in Parijs. Hij vond een baan bij architect Jan Stuyt in Amsterdam. Vervolgens was hij een jaar of twee leerling van en tekenaar voor Berlage. Daarna werkte hij nog een paar jaar met A.H. op ten Noort en L.S.P. Scheffer binnen het bureau TABROS, voordat hij in 1916 een eigen bureau startte in Villa Windekind aan de Parkweg in Den Haag.

Mogelijk was Roosenburg al in 1919 als esthetisch adviseur bij Rijkswaterstaat actief en werkte hij als zodanig ten tijde van de aanleg van de Twentekanalen (1930 – 1936) om tot aan zijn dood adviseur te blijven. Als adviseur was hij ook betrokken bij de vormgeving van de gemalen Lely en Leemans in de Wieringermeer en de Stevin- en Lorenzsluizen in de Afsluitdijk. In 1937 werd zijn hulp ingeroepen voor het ontwerp van de drie gemalen in de Noordoostpolder. In 1946, toen hij bijna zestig was, ging Roosenburg een samenwerkingsverband aan met twee medewerkers: Piet Verhave en Jaap Luyt, en hij bleef tot zijn 70 ste verjaardag met hen samenwerken. In de bouwwerken van Roosenburg waren vooral het gebruik en de praktische oplossingen belangrijk.

In de jaren '50 van de vorige eeuw was Dirk Roosenburg adviseur bij de vormgeving van de gemalen en sluizen in Oostelijk Flevoland, de Houtribsluizen bij Lelystad en het sluizencomplex bij Enkhuizen. De Dienst Zuiderzeewerken had een esthetisch adviseur nodig annex architect om de technische hoogstandjes op het gebied van de waterbouw te voorzien van een passende harmonieuze architectuur waardoor zij een waardige aanvulling zouden vormen op de landschappelijke en maatschappelijk-historische context waarin ze gebouwd werden. Roosenburg ontwierp voor Philips in Eindhoven onder meer het hoofdkantoor, delen van het Nateb en het fabrieksgebouw de Witte Dame. In Amsterdam is het voormalig hoofdkantoor van de Rijksverzekeringsbank op de kruising van de Stadionweg en de Apollolaan van zijn hand.

Roosenburg sterft op 11 januari 1962, na een kort ziekbed in het Haagse Bonovo ziekenhuis.

Laatste Update zaterdag, 29 oktober 2016