Onderbemaling Tollebeek

Onderbemaling Tollebeek
Onderbemaling Tollebeek Onderbemaling Tollebeek

Plaats: Tollebeek

Locatie:

Maker: o.a. Dirk Roosenburg

materiaal: baksteen / staal / beton

Jaar: 1956 en later


Beschrijving:

Bij het ontwerpen van de hoofdafwatering in de polder is men uitgegaan van de regel dat het polderpeil tenminste 1,40 m beneden maaiveld moet liggen. Bij het instellen van de polderpeilen had men de wetenschap dat er een bepaalde mate van inklinking zou plaatsvinden. Gerekend werd echter dat met name het peil van 5,70 beneden NAP de eerste 10 à 20 jaar voldoende zou zijn om aan de droogleggingseis van 1,40 m beneden maaiveld te voldoen. Door een aanzienlijke maaiveldsdaling moest al in een vroeg stadium in Tollebeek een onderbemaling worden ingesteld die in vier fasen is ingevoerd. Het normale grondwaterpeil in het gebied is te hoog. Door onderbemaling wordt het waterpeil kunstmatig nog eens met een 0,50 m verlaagd. Tot 2012 bestond het gebied uit vijf lager gelegen onderbemalingen. De ondergemalen De Kievit, De Rietgors, De Fuut, Steven Rippen en Piet Oberman hielden het streefpeil van 6,20 m onder NAP in het 3840 ha grote onderbemalingsgebied rond het dorp op niveau.

Gemaal De Kievit aan de Urkerweg 48 is in 1955 in opdracht van de Dienst der Zuiderzeewerken door architect Dirk Roosenberg in functionalistische stijl ontworpen. De afdeling Noordoostpolderwerken van de Dienst der Zuiderzeewerken was verantwoordelijk voor de constructie. In het twee maandelijksverslag januari-februari 1956 van de Directie van de Wieringermeer (Noordoostpolder) is te lezen dat er een vergunning is verleend voor twee hulpgemaaltjes aan de Urkerweg en Tollebekerweg voor de Dienst der Zuiderzeewerken. Het in 1956 gebouwde gemaal is vanuit een rechthoekige plattegrond, op een betonnen onderbouw in schone baksteen opgetrokken. Een staalconstructie met portaalspanten draagt het flauw hellende uitkragende betonnen zadeldak. Beide langsgevels bevatten twee ronde vensters met de oorspronkelijke stalen ramen. In de kopgevel bevindt zich de toegangsdeur. Het ondergemaal bemaalt een 373 ha groot gebied en staat in de Vormttocht. Het is voorzien van twee elektrisch aangedreven open schroefpompen waarmee het overtollig water uit het ondermalingsgebied op de hoger gelegen Urkervaart loost. De afvoercapaciteit is 2 x 30 m3 per minuut bij een opvoerhoogte van 1,40 m. De Kievit staat op de voordrachtslijst voor aan te wijze gemeentelijke monumenten.

In 2009 is besloten om de ondergemalen De Rietgors (1956) en De Fuut (1971) te vervangen door een zogeheten vijzelgemaal. Gemaal De IJsvogel is op 13 juni 2012 geopend. Met de in gebruik name van het nieuwe gemaal zijn het aantal onderbemalingsgebieden rond Tollebeek van vijf teruggebracht naar drie. De onderbemalingen van De Kievit en De IJsvogel zijn aan elkaar gekoppeld en vormen één peilgebied. Tijdens extreme (weers)omstandigheden kan gemaal De IJsvogel ook een deel van het water vanuit het gebied van De Kievit afvoeren.

Ten zuidoosten van De Kievit en De IJsvogel ligt nog een onderbemaling. In dit gebied wordt door de naamgeving van de wegen, vaarten en tochten de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog levend gehouden. Aan de Karel Doormanweg 44a werd in opdracht van de Dienst der Zuiderzeewerken een gemaal gebouwd dat werd vernoemd naar de Dokkumer verzetsman Piet Oberman. In de oorlogsjaren heeft Oberman drie weken in de Noordoostpolder verbleven om te voorkomen dat de IJsselbrug bij Zwolle door de Duitse bezetter opgeblazen zou worden. Sinds de zomer van 1944 was hij knokploegleider in Friesland. Vanuit de Friese KP bood Oberman o.a. hulp aan neergeschoten geallieerde vliegtuigbemanningen die in de Noordoostpolder waren neergekomen. De naam was de winnende inzending van een prijsvraag die het waterschap Noordoostpolder op initiatief van dorpsbelang Tollebeek organiseerde. Ondergemaal Piet Oberman is in 1975 in gebruik genomen. Het rechthoekige gebouwtje staat onder een plat dak en is opgetrokken uit grijze betonstenen in klezoorverband. Het electrische gemaal staat in de Han Strijkeltocht en beschikt over 2 pompen met elk een capaciteit van 50 m3 per minuut bij een opvoerhoogte van 1,00 m.

Ten noorden van het gebied dat door De Kievit en De IJsvogel wordt bemalen ligt het 500 ha grote ondebemalingsgebied waar gemaal Steven Rippen het streefpeil van 5,90 m onder NAP handhaaft. Het in 1993 in opdracht van Waterschap Noordoostpolder gebouwde elektrische vijzelgemaal, aan de Zuiderringweg, heeft een capaciteit van 2 x 40 m3 per minuut bij een opvoerhoogte van 0,2 m. Gemaal Steven Rippen voert het water af via de Espelervaart.

Tot 1986, het jaar dat de provincie Flevoland werd ingesteld, viel het waterstaatkundig beheer van de Noordoostpolder onder verantwoordelijkheid van de Directie der Zuiderzeewerken (ZZW), die in 1971 onderdeel werd van Rijkswaterstaat. In 1986 kwam het beheer bij het nieuw ingestelde Waterschap Noordoostpolder te liggen dat in 2000 fuseerde met Waterschap Fleverwaard tot Waterschap Zuiderzeeland.

Architect

Dirk Roosenburg werd op 1 februari 1887 in Den Haag geboren. Na de HBS ging Roosenburg in 1905 naar Delft om aan de Technische Hogeschool civiele techniek te studeren. In het tweede leerjaar stapt hij over naar bouwkunde en studeerde in 1911 af. Daarna volgde hij nog een jaar lessen aan de École des Beaux Arts in Parijs. Hij vond een baan bij architect Jan Stuyt in Amsterdam. Vervolgens was hij een jaar of twee leerling van en tekenaar voor Berlage. Daarna werkte hij nog een paar jaar met A.H. op ten Noort en L.S.P. Scheffer binnen het bureau TABROS, voordat hij in 1916 een eigen bureau startte in Villa Windekind aan de Parkweg in Den Haag.

Mogelijk was Roosenburg al in 1919 als esthetisch adviseur bij Rijkswaterstaat actief en werkte hij als zodanig ten tijde van de aanleg van de Twentekanalen (1930 – 1936) om tot aan zijn dood adviseur te blijven. Als adviseur was hij ook betrokken bij de vormgeving van de gemalen Lely en Leemans in de Wieringermeer en de Stevin- en Lorenzsluizen in de Afsluitdijk. In 1937 werd zijn hulp ingeroepen voor het ontwerp van de drie gemalen in de Noordoostpolder. In 1946, toen hij bijna zestig was, ging Roosenburg een samenwerkingsverband aan met twee medewerkers: Piet Verhave en Jaap Luyt, en hij bleef tot zijn 70 ste verjaardag met hen samenwerken. In de bouwwerken van Roosenburg waren vooral het gebruik en de praktische oplossingen belangrijk.

In de jaren '50 van de vorige eeuw was Dirk Roosenburg adviseur bij de vormgeving van de gemalen en sluizen in Oostelijk Flevoland, de Houtribsluizen bij Lelystad en het sluizencomplex bij Enkhuizen. De Dienst Zuiderzeewerken had een esthetisch adviseur nodig annex architect om de technische hoogstandjes op het gebied van de waterbouw te voorzien van een passende harmonieuze architectuur waardoor zij een waardige aanvulling zouden vormen op de landschappelijke en maatschappelijk-historische context waarin ze gebouwd werden. Roosenburg ontwierp voor Philips in Eindhoven onder meer het hoofdkantoor, delen van het Nateb en het fabrieksgebouw de Witte Dame. In Amsterdam is het voormalig hoofdkantoor van de Rijksverzekeringsbank op de kruising van de Stadionweg en de Apollolaan van zijn hand.

Roosenburg sterft op 11 januari 1962, na een kort ziekbed in het Haagse Bonovo ziekenhuis.

 

 

Laatste Update zaterdag, 18 november 2017