Gemalen
De drooglegging van Noordoostpolder startte in 1936. Toen begon men met de aanleg van de 54 km lange dijk en met de bouw van de drie gemalen. De gemalen en dijken zijn tezamen van belang voor het ontstaan van de Noordoostpolder en het in stand houden van de waterhuishouding. De jonge en zeer vochtige grond moet na de drooglegging in cultuur gebracht worden. Het proces, waarbij de vochtige bodem van een overvloed aan water wordt ontdaan, heet bodemrijping. Gedeeltelijk gaat dit vanzelf door verdamping. In het regenachtige Nederland moet echter een groot deel van het water via een ontwateringsysteem worden afgevoerd. Het water stroomt via een greppel, of buizen in de grond, naar de kavelsloot, vervolgens naar een tocht en vandaar via een kanaal naar het gemaal. Het gemaal pompt het water naar ‘buiten’. Het duurt gemiddeld 5 jaar voordat de bodem van de polder werkelijk droog en geschikt voor landbouwkundig gebruik is.
Klik op de foto's voor de beschrijving




