O.L. Vrouwe van Altijddurende Bijstand

O.L. Vrouwe van Altijddurende Bijstand
O.L. Vrouwe van Altijddurende Bijstand O.L. Vrouwe van Altijddurende Bijstand O.L. Vrouwe van Altijddurende Bijstand O.L. Vrouwe van Altijddurende Bijstand O.L. Vrouwe van Altijddurende Bijstand O.L. Vrouwe van Altijddurende Bijstand O.L. Vrouwe van Altijddurende Bijstand

Plaats: Ens

Locatie: Zoudenbalchstraat 2

Maker: H. en A Thunnissen, A. Kranendonk

materiaal: diverse bouwmaterialen

Jaar: 1955/1956


Beschrijving:

Op maandag 13 juni 1955 startte de bouw van de O. L. Vrouwe van Altijddurende Bijstandkerk. De ceremoniële eerstesteenlegging vond plaats op 23 oktober 1955 om 15.00 uur. Nadat de in het Latijns gestelde oorkonde voorgelezen was werd deze verzegeld in een loden koker en in de daartoe bestemde stichtingssteen gemetseld. De vicaris-generaal van het aartsbisdom Utrecht, mgr. Theodorus (Daan) Huurdeman (1878-1958), verrichtte vervolgens de gebruikelijke kerkelijke zegeningen, waarna hij de stichtingssteen in de muur van het priesterkoor inmetselde. De Nederlandse vertaling van de tekst op de oorkonde  luidt:

"In de Naam van de Allerheiligste en Onverdeelde Drievuldigheid, de Vader, de Zoon en de H. Geest. Amen. In het 1955ste Jaar van onze Verlossing, terwijl Paus Pius XII de zetel van de H. Petrus bezet, Koningin Juliana in vrede regeert over deze Nederlandse gewesten en Bernardus Joh. Alfrink als Apost. Administrator met wijsheid het Aartsbisdom Utrecht bestuurt, waarvan de Bisschopszetel door de Dood van Johannes Kardinaal de Jong vacant is, is er een begin gemaakt met de bouw van deze parochiekerk onder de titel en onder aanroeping van Onze Lieve Vrouwe van Altijddurende Bijstand, tot meerdere eer van God en tot heil der zielen. Het werk werd opgedragen door Pastoor Franc. Alb. Gilsing en door de kerkmeesters Franc. Nicolaas van Terheyden en Petrus Jacobus v.d. Dries. Volgens een ontwerp van de Architect Antonius van Kranendonk heeft Joseph Neyenhuis het werk aangenomen. Deze eerste steen werd met plechtig ceremonieel gelegd door Mgr. Theod. Huurdeman, Vic. Generaal van het Aartsbisdom, in hetzelfde jaar op de 23ste van de maand october in tegenwoordigheid van Antonius Grimmelikhuizen past. te Vollenhove, Franc. Bernardus Koopmans Kraggenburg, Theodorus Morselt past. te Emmeloord, van de aannemers van dit werk en van een grote menigte gelovigen. Moge ’t werk gezegend en voorspoedig verlopen. Ter bevestiging van het bovengenoemde, hebben de getuigen van deze plechtigheid dezelfde dag dit stuk met hun namen ondertekend ".

De katholieke geschiedenis in de Noordoostpolder heeft zijn wortels op Schokland. In november 1842 kwam daar de St. Michaëlkerk gereed. De kerk was nog geen 16 jaar oud toen het eiland in 1859 werd ontruimd. Alle gebouwen moesten worden afgebroken. De St. Michaëlskerk was gefinancierd door de Staat maar stond op grond die eigendom was van het bisdom Utrecht. Daarom werd overeengekomen dat het bisdom de kerk mocht afbreken en in ruil daarvoor de grond over deed aan de Staat. De aartsbisschop schonk het kerkgebouw aan de in 1860 opgerichte St. Brigitta parochie in Ommen. De kerk op Schokland werd in 1860 afgebroken en steen voor steen in Ommen opgebouwd. Na 78 jaar werd op 26 juni 1939 in Ommen een nieuw kerkgebouw in gebruik genomen. De oude kerk werd na de Duitse inval in 1940 afgebroken om inkwartiering te voorkomen. De stenen werden hergebruikt voor de bouw van een kippenhok aan de Hessenweg West in Ommen. Dertig bakstenen van de oude kerk van Schokland werden gebruikt voor de omlijsting van de stichtingssteen van de O.L. Vrouwe van Altijddurende Bijstandkerk.

De naam verwijst naar Onze Lieve Vrouwe van Altijddurende Bijstand een titel van Maria, die in verband staat met een Byzantijns icoon met dezelfde naam. Het kerkgebouw domineert de Baanhoek. Door de ligging en de statige architectuur is deze kerk het belangrijkste gebouw in Ens. Het ontwerp van de traditionalistische, op vroeg-christelijke voorbeelden geïnspireerde, kerk is van de architecten A. van Kranendonk en H. en A. Thunnissen. De kerk kent een sobere vormgeving, een belangrijk kenmerk van de zogenaamde Delftse Schoolstijl. Bij de O.L. Vrouwe van Altijddurende Bijstand zijn de klassieke basilica-verhoudingen toegepast. Het in grijs genuanceerde baksteen opgetrokken kerkgebouw heeft een langwerpig, hoog onder een zadeldak staand schip en lagere zijbeuken met lessenaarsdaken. De daken zijn gedekt met grijsbruine dakpannen. De kerk heeft een lage entree, die de gelovige ‘voorbereid’ op de hoge kerkzaal. Het belang van de ‘overgang’ van buiten naar binnen is kenmerkend voor de katholieke kerken in deze periode. Er is dan ook veel aandacht besteed aan de vormgeving van het ingangsportaal dat lijkt op een houten loggia, een overdekte galerij. 
 
De O.L. Vrouwe van Altijddurende Bijstand is een langskerk. In deze kerken wordt de diepte-as van de kerkzaal benadrukt door de aandacht te richten op het liturgisch centrum. Door de entree van de kerkzaal recht tegenover dit centrum te plaatsen wordt het blikveld naar het liturgisch centrum geintensiveerd. Door middel van lichtinval wordt de lengtewerking versterkt. Katholieke kerken werden traditiegetrouw voorzien van glas-in-loodramen en ander monumentale kunstwerken. Boven de loggia is een roosvenster in de muur aangebracht. De zijbeuk aan de noordoostelijke langszijde bevat een binnen een omlijsting van grijze natuursteen staande deur met daarboven in een kepervormige nis een reliëf van Madonna met Kind dat gemaakt is door Gerard Héman. 
 
De vierkante toren van 35 meter hoog is geïnspireerd op de Italiaanse campanille, een klokkentoren die naast een kerkgebouw staat maar er geen bouwkundig onderdeel van uitmaakt. Het woord komt uit het Italiaans en is afgeleid van campana (klok). De toren is doormiddel van een klein tussenlid met het kerkgebouw verbonden. In de onderbouw is het doopvont geïntegreerd. In het interieur wordt voorzichtig de nieuwe zakelijk­heid toegelaten, doordat de schokbetonnen draagconstructie tussen middenschip en zij­beuken uitdrukkelijk in het zicht blijft als een transparant scherm. Van Kranendonk, leerling van Granpré Molière, breekt hier met de oude ideologie van de Delftse school, waarin beton als onedel materiaal werd beschouwd. 
 
De Onze Lieve Vrouwe van Altijddurende Bijstand is op de gemeentelijke monumentenlijst geplaatst. Het kerkgebouw is van cultuurhistorisch belang vanwege de oorspronkelijke functie en als bijzondere uitdrukking van het geestelijk leven in de Noordoostpolder. Het gebouw is van architectuurhistorisch belang vanwege de afgewogen vormgeving van in- en exterieur en de samenhang ertussen, en vanwege de toegepaste bouwstijl. De kerk heeft stedenbouwkundige en ensemblewaarde vanwege de situering, als essentieel en beeldbepalend onderdeel van de stedenbouwkundige aanleg, als onderdeel van een complex en vanwege de visuele en functionele relatie met de nabijgelegen voormalige noodkerk. Bron: Overzicht gemeentelijke monumenten 2013
 
Architecten
 
Henri Johannes Wilhelmus Thunnissen werd op 19 juni 1890 in Nijmegen geboren, volgde de H.B.S. en studeerde in 1914 af als bouwkundig ingenieur aan de Technische Hogeschool te Delft. Thunnissen begon rond 1916 zijn architectenbureau in Den Haag. Na de Tweede Wereldoorlog associeerde H.J.W. Thunnissen zich met zijn schoonzoon en architect Antoon van Kranendonk. Van Kranendonk werd op 17 februari 1917 in Brielle geboren. In 1937 ging hij aan de Technische Hogeschool in Delft bouwkunde studeren. Hier studeerde hij in 1945 af als bouwkundig ingenieur. Zoon André Wilhelmus Petrus Thunnissen, geboren in 1921, studeerde eind jaren 1940 eveneens aan de Technische Hogeschool te Delft en voegde zich in 1951 bij zijn vader en Van Kranendonk om bureau Thunnissen-Van Kranendonk-Thunnissen in Den Haag te vormen. Tezamen ontwierpen ze enkele decennia lang hoofdzakelijk voor katholieke opdrachtgevers. Thunnissen sr. was een gewelven expert. In die hoedanigheid was hij in 1956 voorzitter van een internationale commissie die zich bezighield met de restauratie van het Heilig Graf in Jeruzalem. Bij veel opdrachten werkte André Thunnissen nauw samen met Antoon Van Kranendonk. De 'polderkerken' te Middenmeer (1953), Ens (1956) en Luttelgeest (1956) getuigen van een traditionalistische en ingetogen sfeer. Vanaf 1960 begon het bureau echter meer moderne invloeden toe te laten, mede onder invloed van M.J. Becka, een gevluchte Hongaarse architect die het bureau in 1963 kwam versterken. In dat jaar trad Thunnissen sr. uit het bureau. Henri J. W. Thunnissen overleed in 1978. Antoon Kranendonk overleed in 1991. André Thunnissen overleed op 7 februari 2014 op 92-jarige leeftijd. André was samen met zijn broer Harry in 1938 Nederlands kampioen tafeltennis heren dubbel en in 1942 Nederlands kampioen enkelspel.

Laatste Update vrijdag, 23 maart 2018